Lente-equinox

Iemand die me dierbaar is volgt in haar leven het Keltische jaarwiel en ik doe mijn best om bij elk van de 8 feesten even een berichtje te sturen. Ik heb daarvoor in mijn agenda herinneringen staan, zodat ik weet wanneer ze zijn. Maar van één weet ik precies wanneer het is: de lente-equinox, waar de zon recht boven de evenaar staat. Gevierd met Ostara, dat het begin van de lente markeert.

Waarom ik dat zo precies weet? Omdat de lente-equinox vorig jaar samenviel met de meest ingrijpende gebeurtenis in mijn leven. Het is vandaag precies een jaar geleden dat ik de operatiekamer ingereden werd, ontvangen door de anesthesist-met-rustgevend-Duits-accent. Het is toeval dat mijn operatie zo samenviel met het begin van de lente. Maar dat maakt het wel symbolisch: een nieuw begin in de seizoenskalender en ondanks dat mijn transitie een veel langer en groter traject is voelt het ook als een nieuw begin in mijn leven.

Alweer een jaar geleden, maar ik herinner me alles nog alsof het nog maar vorige week was: de spanning vooraf, de eenzame uren op de verkoever, de pijnschaal in priemgetallen, de extra spuiten met verdovende middelen pijnstiller in mijn infuus en been. Opgewacht worden door vier bijzondere mensen toen ik eindelijk terug mocht naar de zaal. Ook mijn fameuze blog van de day after, waar ik duidelijk nog onder invloed van het nodige was. -In mijn verdediging: dat ik tikte op een tablet dat de infuusslang ook als aanraking registreerde.- Ook alle bezoeken, het eten de kaarten (die ik nog steeds in een net album wil verwerken), de bloemen, de berichten. Het is allemaal blijven hangen. Evenals de dramatische momenten, zoals die eerste helse nacht thuis waar alle spieren in mijn buik verkrampten en het verlies van een deel van mezelf.

Eerder deze week was ik bij de plastisch chirurg voor de 1-jaarscontrole. Ze was duidelijk trots op haar eigen werk. Ik moet nageven: ze heeft haar best gedaan en mag inderdaad trots op het resultaat zijn. Ook zit er waarschijnlijk nog wel een kleine correctie-ingreep in. Maar dat is, in de woorden van de mijn chirurg: “Reden genoeg om te opereren, maar het heeft geen haast.” Correcties zijn bij deze ingreep vrij normaal trouwens, het blijft werken met levend weefsel. Het gaat om een poliklinische ingreep en een paar dagen rustig aan doen. Heeft wat dat betreft niet veel meer om het lijf dan je verstandskiezen laten trekken door een kaakchirurg. Ik denk er nog even over na, of ik het eten in de Jan van Goyen kliniek ga proberen, dat schijnt daar erg goed te zijn.

Of ik het eenjarig jubileum ga vieren is me al een paar keer gevraagd. Daar heb ik een tijdje over nagedacht, maar twee verjaardagen vieren, inclusief uitdelen, per jaar vind ik wel voldoende. Ik vier het niet groots en voor iedereen, daar heb ik mijn onjaardag in november al voor. Dit jubileum is iets persoonlijks, voor mijzelf is het een belangrijke datum, iets waar ik zeker bij stil sta. Dit jaar doe ik dat nieuwe charm voor mijn armband: affection voor het liefhebben van mijn lichaam, wat ik eindelijk begin te leren.

Affection (en positivity op de achtergrond).

Affection (en positivity op de achtergrond).

Zes maanden verder

Het is nu zes maanden sinds mijn fameuze onder invloed van de nodige pijnstillers geschreven blog verscheen. Ofwel zes maanden sinds mijn operatie. Het is alsof ik met mijn lichaam een pas verliefd stel ben, want ik houd het echt tot op de maand nauwkeurig bij hoe lang we al samen zijn. Zes maanden inmiddels en ik vind het een mooi moment om terug te blikken.

Eindelijk voel ik me weer normaal, dat heeft lang geduurd. Ik heb zeker drie maanden dagelijks aan de pijnstillers gezeten en ook daarna nog regelmatig hulp nodig gehad om de pijn te onderdrukken. Die pijn heb ik echt heel erg onderschat en in die zin is het me enorm tegen gevallen. Inmiddels kan ik alweer een tijdje zonder. De pijnscheuten die ik nog zo af en toe heb zijn hevig, maar duren slechts kort. Kwestie van blijven ademen om er doorheen te komen. Maar die eerste weken? De massa van een handvol neerkomende fotonen deed al pijn. Op sommige momenten had weinig hoop dat het ooit nog goed zou komen.

Wat ik enorm heb leren waarderen is mijn bewegingsvrijheid. Het kunnen gebruiken van je buikspieren wordt ernstig ondergewaardeerd. Wat was ik blij toen ik weer normaal overeind kon komen uit bed of een stoel. Of mijn eigen veters weer vast kon maken, ik heb ruim een maand niet bij mijn eigen voeten gekund en ook daarna was het nog lang met een boel kunst en vliegwerk dat ik mijn schoenen aan kreeg.

Na vier maanden durfde ik het eindelijk weer aan om te fietsen. Voorzichtig opgestapt om het te proberen. Het was nog enigszins pijnlijk, maar het ging: even de straat op en neer. De volgende dag het stuk naar mijn werk gefietst, voorzichtig en niet te snel. Gelukkig stond er die weken weinig wind, want over mijn stuur heen buigen zat er niet in.

Dat verblijf in het ziekenhuis heeft best een heftige uitwerking op me gehad. Het viel me op toen ik vorige week langs Zij houden Nederland in leven zapte. Het is een tv-programma waarin telkens 24 uur diverse takken van gezondheidszorg worden gefilmd. Ik kreeg er de kriebels van, waar ik vroeger prima chirurgen-tv kon kijken tijdens het eten, vond ik het nu minder prettig. Ik moest gelijk terug denken aan mijn eigen verblijf in het ziekenhuis. Daar zijn een paar dingen mij van bij gebleven.

Zoals de vraag of ik gereanimeerd wilde worden bij een hartstilstand. Op die vraag had ik nier gerekend. Daar had ik ook niet over nagedacht vooraf, ondanks mijn angst voor de narcose en de dood.

De uitslaapkamer zal ik me ook altijd blijven herinneren. Dat waren veruit de vervelendste uren van het hele gebeuren. Ook al was één van mijn eerste gedachten ‘Yay! ik leef nog!’ en was ik daar heel blij om. Ik had heel veel pijn, genoeg om twee spuiten met morfine te krijgen en langer te moeten blijven dan gebruikelijk. Ik was daar alleen en had niets persoonlijks bij me. Zelfs mijn bril moest ik de verpleegafdeling achterlaten. Dat zijn een paar uren die ik niet nog eens mee wil maken. Toen ik eindelijk terug mocht naar de verpleegafdeling was ik heel erg blij om mijn ouders en de dierbare vrienden die daar op me wachten weer te zien. Ondanks dat niet bepaald helder van geest was, ik was opgelucht en voelde me veilig. Iets wat op de uitslaapkamer niet zo was, daar voelde ik me vooral eenzaam en bang.

Dat ik met het afsterven van een stuk huid een deel van mijzelf verloor is ook in mijn geheugen gegrift. Dat is echt een zeer heftige ervaring geweest. Ik weet ook nog goed dat er vlak na het moment dat het goed en wel tot me doordrong er werd aangebeld. Ik was toen alleen thuis en deed toch maar de deur open. Het bleek een bezorger met een gigantische bos bloemen, gestuurd door mijn werkgever. Dat was een groot contrast van emoties.

Men vraagt me regelmatig hoe ik me nu voel. Een begrijpelijke vraag, maar toch vind ik hem raar. Want ik voel me niet anders dan voor de operatie. Ja, ik voel me onnoemelijk veel fijner in mijn lichaam dan ervoor. Maar ik ben nog steeds gewoon mijzelf, aan mijn persoonlijkheid is veranderd gedaan door de chirurg. Het is niet zo dat ik me ineens veel vrouwelijker voel dan een half jaar geleden.

Net als de vraag of ik nu ‘klaar’ ben. Mijn eerste antwoord is dan een tegenvraag: ben je ooit klaar als mens? Als persoon blijf je jezelf ontwikkelen, dat stopt niet op een gegeven moment. Ik ben van mening dat je persoonlijkheid wordt gemaakt door alles wat je tijdens je leven meemaakt, dat gaat gewoon door. In dat opzicht ben ik niet klaar, en dat zal ik nooit zijn ook.

Als je naar de lichamelijke dingen kijkt, dan is de vraag of ik ‘klaar’ ben minder makkelijk te beantwoorden. Ik heb een paar weken terug nog een sessie bij de huidtherpeut gehad. Mogelijk was dat een van de laatste keren, de allerlaatste keer zal het niet zijn vermoed ik zo. Ook heb ik nog zeker één nacontrole bij de chirurg op het programma staan. Mogelijk dat er nog een kleine corrigerende ingreep gedaan moet worden en wellicht ook niet.

Een ding waar ik de laatste tijd veel over nadenk is een andere secundaire ingreep: een borstvergroting. Niet dat ik bekend wil staan als Daniëlle Dubbel D, zoals een collega ooit grapte. Ik zou wel blij zijn als ze wat groter zouden zijn. Ik heb nu net aan een cup AAA en dat vind ik écht te klein. Echter weet ik nog gewoon veruit te weinig over de mogelijkheden, voordelen en nadelen van een dergelijke ingreep. In elk geval wil ik het ook eerst nog voorleggen aan de endocrinoloog wellicht dat er met aanpassing van de hormonen nog wat meer groei te bereiken is.

Voorlopig heb ik nog zat om mezelf mee bezig te houden. Nu mijn energiepeil weer eindelijk een beetje is zoals voor de operatie kan ik weer wat dingen doen anders dan een eat-sleep-work-repeat. Helemaal de oude ben ik wat dat betreft nog niet – Sowieso, als ik weer helemaal de oude zou zijn dan was alles behoorlijk zinloos geweest. – dus ik moet nog goed letten op wat ik doe, mijn energiebudget is nog steeds beperkt.

Eén ding in mijn persoonlijkheid is wel veranderd: ik heb in mijn hoofd weer ruimte gekregen voor andere dingen. Er borrelen weer creatieve ideetjes op. Ik kan weer verder met mijn leven, op bepaalde vlakken voelt het alsof dat stil gelegen heeft de afgelopen jaren. Dat ben ik nu weer aan het oppakken. In die zin ben ik wel een ander mens geworden. Meer de oude, vroeger was ik ook altijd aan het fröbelen.

Drie maanden verder

Het is nu drie maanden sinds mijn operatie. Dat ik mijn tijd zo reken, dat geeft wel te denken wat voor allesbepalende factor dat in mijn leven is. Het is inmiddels ook een maand sinds ik voor het laatst heb geblogd en dat heeft alles met elkaar te maken.

Mijn herstel gaat rustig voort, de chirurg had bij de controle een paar weken terug geen bijzondere opmerkingen, de genezing gaat wat haar betreft goed. Ik mag nu ook weer in bad of zwemmen. Niet dat ik helemaal geen bad heb in huis, alleen een douche en het me ook nog steeds ontbreekt aan zwemkleding. Maar als ik zou willen kan het en het voelt fijn om een beperking minder te hebben.

Want andere beperkingen zijn er nog wel. Fietsen heb ik nog steeds niet aangedurfd. Ik denk dat dat één van de laatste grote achievements in het genezingsproces gaat zijn. Voorlopig verplaatst ik me wel te voet. Gewoon zitten kan ik inmiddels wel. Al een paar weken gebruikte ik die vreselijke institutioneel-oranje zitring niet meer. Vorige week is ‘ie definitief terug gegaan naar de medische hulpmiddelenuitleen. Ook in mijn bewegingen zijn nog gelimiteerd. Ik kan mezelf prima redden, maar sommige dingen zijn nog lastig. Vooral tillen is lastig, ik merk direct als ik iets te zwaars probeer op te pakken.

wpid-wp-1403462917898.jpeg

Dag zwembandje, ik ga je niet missen.

Het herstel is me best zwaar gevallen. Drie maanden continue pijn hebben was ik niet op voorbereid, dat heb ik wel onderschat net als de vermoeidheid. Ik heb al eens eerder gezegd dat ik beter om kan gaan met jeuk dan met pijn en daar blijf ik bij. Gelukkig wordt de pijn steeds minder en neem ik nu ook veel minder pijnstillers. Toch heb ik het pas twee dagen helemaal zonder gered. Terwijl de laatste dagen juist weer minder gingen. Het verschilt nog echt van dag tot dag.

Het moe zijn is dan wel vrij contant en voorspelbaar. Ik heb duidelijk flink wat conditie ingeleverd en het genezingsproces gebruikt ook nog het nodige. Ergens heb ik horen zeggen dat één dag bedrust een week conditieopbouw kost. Kan wel kloppen, na dat weekje ziekenhuis heb ik het nog een behoorlijke tijd heel rustig aan gedaan. Gelukkig komt mijn conditie weer langzaam weer terug, al ben ik inmiddels wel een expert in het doen van middagdutjes. Voorlopig zal ik nog wel goed moeten nadenken waar ik mijn energie aan besteed, want het is snel op.

 

Haiku

In mijn boekenkast vindt je geen dichtbundels, ik ben geen poëtisch type. Gedichten schrijven doe ik zelden en ze publiceren nog veel minder. -Alleen als het moet met Sinterklaas.- Bij wijze van geintje, volgend op een online discussie over poëzie, schreef ik een haiku. Met een vaste lengte van 17 lettergrepen is zo’n gedichtje wel te overzien en rijmen hoeven ze ook al niet.

In de eerste nacht na mijn operatie heb ik onder invloed van de nodige substanties er nog eentje geschreven. Net nadat de verpleging nog een extra spuit met pijnstillers in mijn bovenbeen had gezet. Vind het nog best een prestatie van mijzelf dat ik in die staat iets heb weten te schrijven dat past in het lettergrepenstramien van een haiku. Later heb ik er nog zo een paar van die korte gedichtjes geschreven, een aantal heb ik al op mijn twitter-account gepost.

Ook al neem ik ze niet al te serieus, ze geven wel weer wat er zoal in mijn gedachten omgaat. Ik heb ze hier verzameld met erbij het moment dat ik ze schreef.

Weken voor de operatie
mijn piemel eraf
dokter maak er iets moois van
straks een vagina

Nacht na de operatie
de pijn is heftig
spuit haalt het scherpe eraf
het is me het waard

Avond voor laatste controle en ontslag uit het ziekenhuis
oxazepam op
kalm slapen voor deze nacht
spanning voor ochtend

Na het definitieve verlies van een klein stuk huid
helaas een klein deel
je overleefde het niet
afscheid is rouwen

Controle geweest, 2 weken na de operatie
fraaie vagina
dokter vraagt naar orgasme
ik vind het nog vroeg

Na twee maanden zonder weer begonnen met het slikken van hormonen
blauwe pilletjes
emotie raast door mijn hoofd
zoeken naar balans

Een maand na de operatie begin ik eindelijk echt genezing te voelen
de pijn is soms stil
soms moment van verlichting
duurt helaas niet lang

Vingerknipapplaus is toegestaan. 😉

Metamorphose

Toen ik nog in de Binnenstad van Den Haag woonde vond ik het nooit erg om te moeten wachten als ik in het postkantoor was. Om een pakketje af te geven, het ophalen van mijn OV-Studentenkaart of voor een velletje postzegels. Voor dat laatste ging ik nooit naar de kantoorboekhandel verderop, ook al was de wachttijd daar aanzienlijk korter. In het postkantoor aan het Kerkplein hing toen nog Metamorphose III van M.C. Escher. Nooit raakte ik uitgekeken op dat werk, ook niet verwonderlijk, het is bijna 50 meter lang.

Opening van Metamorphose III - M.C. Escher

Opening van Metamorphose III – M.C. Escher

 Het schilderij begint met haar eigen titel: ‘Metamorphose’ dat via een soort stratenpatroon overgaat in een schaakbord. Vervolgens vervormt het patroon tot onder andere hagedissen, vogels, boten vlinders, vissen, een stad en uiteindelijk een schaakspel. Om uiteindelijk weer te eindigen zoals het was: één woord ‘Metamorphose. Ondanks de vele transformaties en tussenstappen die het patroon ondergaat blijft het ook hetzelfde.

Daarin zie ik vergelijkingen met mijn eigen metamorfose. De veranderingen die mijn transitie maken zijn soms klein en subtiel, soms groots en plotseling. Maar uiteindelijk blijf ik toch gewoon wie ik ben: mijzelf. Ik ben begonnen als mijzelf en zal eindigen als mijzelf. Al zijn er toch veel dingen veranderd. Ik voel me niet wezenlijk anders dan voor mijn transitie, maar ik voel me wel veel meer mezelf. Steeds meer en het einde van dat proces heb ik nog niet in zicht.

Mijn operatie heeft wel meer teweeg gebracht dan ik had verwacht. Uiteraard heb ik er vooraf lang en veel over nagedacht. Mijn uiteindelijke conclusie was dat die operatie het juiste pad zou zijn om te volgen. Maar dat het zo snel, zo goed zou gaan voelen, ondanks de pijn had ik niet verwacht. Al na een week voelde ik me comfortabel om mijn anatomie te benoemen volgens de nieuwe set termen. Nu het genezen langzaam vordert voel ik me meer en meer thuis in mijn lichaam, echt thuis. Dat is voor mij een nieuwe ervaring.

 ‘Well, perhaps you haven’t found it so yet,’ said Alice; ‘but when you have to turn into a chrysalis—you will some day, you know—and then after that into a butterfly, I should think you’ll feel it a little queer, won’t you?’ 

‘Not a bit,’ said the Caterpillar.

De rups had gelijk, het voelt geenszins queer, of vreemd, het voelt goed. Het fragment komt uit Alice’s Adventures in Wonderland en is ook afgedrukt op de geboortekaartjes die ik rondstuurde.

Nu ik me steeds meer thuis begin te voelen in mijn lichaam voel ik ook veel meer de behoefte om er beter voor te zorgen, er lief voor te zijn en het te versieren. Eigenlijk precies wat je doet om van een huis een thuis te maken. Het idee om mijn operatie te markeren met een tattoo heeft de kop weer opgestoken. Ook al zal ik de rest van mijn leven de zichtbare sporen bij me dragen in de vorm van littekens, die zal ik niet zomaar met trots aan iedereen laten zien. Ik heb bedacht dat ik deze stap in mijn metamorfose wil markeren.

De tattookriebels zijn terug en in die kriebels onderscheid ik twee plannen: Groot Plan, een groot bloemmotief over mijn flank en Klein Plan. Voor Groot Plan staan er nog heel veel vragen open: soort bloemen, stijl van de tattoo, exacte formaat, artist. En het is nogal een groot plan, met ook het bijbehorende grote prijskaartje. Het is iets voor de langere termijn waar ik nog wel even mee bezig zal zijn. Ook de ontwikkeling van mijn lichaam onder invloed van de hormonen speelt hier nog een rol in.

Klein Plan is al iets concreter. Om mijn unbirthday en sociale transitie te markeren en kenbaar te maken heb ik anderhalf jaar geleden geboortekaartjes verstuurd. De afbeelding, speciaal voor mij ontworpen door Mapije, verbeeld een rups die veranderd in een vlinder. Op de kaartjes met beterschaps- en gelukswensen die ik afgelopen weken heb gekregen komt het thema vlinder regelmatig terug. Vlinders zijn een thema geworden dat vaker terug is gaan komen in mijn leven en maken inmiddels deel uit van Klein Plan.

Kaartje web 2De rups op het kaartje kreeg vleugels, en ontpopte tot vlinder. Voor mij is het nu tijd om ook te kiezen voor vleugels. Hoe ik dat precies doe ben ik nog niet over uit. Eén van mijn ideeën is om alleen de vleugels in een gestileerde versie te laten tattooëren. Daarin ben ik geiïnspireerd door het logo van het VUmc. De griffioen die het originele logo vormt van de Vrije Universiteit is tegenwoordig teruggebracht tot een paar abstracte strepen die de vleugels van het mythologische dier verbeelden.

Nu zal ik het voor mezelf minder gestileerd houden, herkenbaarder. Hoe stilistisch of abstract dan wel ben ik nog niet uit. Sowieso moet ik hierover ook nog eerst overleggen met de ontwerpster zelf. Als er een tattoo komt gebaseerd op haar ontwerp dan zal ik haar daar ook zeker in betrekken.

Voorlopig zijn beide tattooplannen voor later zorg. Mijn eerste prioriteit ligt nu echt bij de genezing. Dat gaat langzaam vooruit, maar ik ben nog lang niet de oude. Ik heb vanmiddag mijn moeder vol trots kunnen mededelen dat ik zélf mijn schoenveters heb vastgemaakt, voor het eerst in 4 weken. Nooit gedacht dat ik dát op mijn leeftijd zo blij kon verkondigen, sommige van mijn standaarden liggen een beetje anders dan normaal.

Geluk & Verdriet

Mijn laatste paar blogs gingen vooral over het fysieke deel van de operatie en de eerste dagen van het genezingsproces, over het mentale heb ik sindsdien nog nauwelijks geschreven hier. Terwijl het mentaal ook best een belastend proces is, veel gedachten die een storm in mijn hoofd vormen. Door wat er gisteren is gebeurd heb ik het een beetje op rij kunnen krijgen, ook al kwam dat proces op gang door intens verdriet.

De ‘waar ben ik aan begonnen gedachte’ heb ik gehad. Vind ik ook niet zo raar en ik had dat ook wel verwacht dat deze langs zou komen. Ik trek nu twee maal per dag een extra uur uit voor de verzorging van mijn nieuwe orgaan. Daar reken ik nog niet eens de extra tijd bij die ik nodig heb voor een eenvoudig toiletbezoek. Een neo-vagina vergt nogal wat aandacht en tijd. Maar ik heb het ervoor over.

Tijdens de verzorging zie ik mezelf in spiegels, naakt uiteraard, en het is nog verre van genezen. It ain’t pretty, zouden de Amerikanen zeggen. Je kan de hechtingen in mijn liezen met gemak zien zitten. De zwellingen en zijn welliswaar minder, maar nog duidelijk aanwezig. Ondanks alles, alle pijn en alle ongemakken die ik ervan heb voelt het wel als mijn lijf. Het voelt veel meer als mijn lijf dan ‘mijn’ penis ooit gedaan heeft. Inderdaad die mijn tussen aanhalingstekens, want dat ding is er niet meer en heeft nooit echt deel gemaakt van mijn lijf. Ook al hebben we 30 jaar in goede harmonie samengeleefd. Hoeveel meer mijn nieuwe anatomie van mij voelt dan de oude ooit gedaan heeft, dat drong gisteren tot mij door. Toen ik in dat spiegeltje tussen mijn benen iets zag dat ik niet wilde zien.

Ik ben van te voren gewaarschuwd, ik was op de hoogte van alle risico’s en niemand had me gezegd dat het makkelijk zou worden. Alle complicaties zijn uitvoerig besproken voor ik het ‘informed concent’ formulier ondertekende. Dat de genezing zo goed ging, met slechts een kleine complicatie in de vorm van een hechting die wat is gaan wijken voelde eigenlijk al een beetje te mooi om waar te zijn. De complicaties werden iets ernstiger dan alleen een wijkende hechting, en dat raakte mij emotioneel heel erg diep.

De chirurg had me er de laatste dag in het ziekenhuis al voor gewaarschuwd. Bij het verwijderen van de katheter en tampon zag ze het al: een kleine maar heel donkere bloeduitstorting. Toen kon ze niet beoordelen of het weg zou trekken of dat de bewuste huid zou afsterven. Het ziet er nu op dat die laatste optie realiteit gaat worden. Ik zag het vrijdagmorgen bij het verzorgen van mijzelf. Een stukje huid, ongeveer een centimeter of anderhalf groot, dat er maar een beetje bij hing. Met een spiegel heb ik het beter kunnen bekijken en mijn angst werd bevestigt. Het deel waar die kleine donkere bloeduitstorting zat is aan het afsterven.

Dat bracht een enorm heftige emotionele reactie op gang, gepaard met een flinke huilbui. Die later op de dag nog een paar keer werd gevolgd door meer tranen. De emoties die door me heen gingen waren heel dubbel. Ik voelde intens geluk en intens verdriet dwars door elkaar heen stromen. Het gevoel van geluk doordat ik de stappen heb gezet om zover te komen. Dat mijn eigen lichaam eindelijk in het geheel als echt van mij voelde. Intens verdriet omdat ik van mijn nieuwe lijf zo snel toch alweer een stukje zou kwijtraken. Dat ik daar afscheid van moest nemen valt me zwaar en bracht de nodige verslagenheid mee. Ook al is het maar een klein stukje huid en van buitenaf zal het straks niet eens zichtbaar zijn. Het gevoel dat er een deel van mijzelf, écht mijzelf, sterft doet pijn. Hoe klein dat stukje ook is.

Twee weken geleden, het is alweer twee weken, ben ik ook fysiek delen van mijzelf kwijt geraakt. Vakkundig weggesneden door de chirurg. Nu was ik toen destijds diep onder narcose en heb ik het niet bewust mee gemaakt. Ik besef wel dat er delen van mijn lijf daadwerkelijk weg zijn. Die delen mis ik totaal niet. Ik vind het hooguit jammer dat ik mijn teelballen niet in een potje op sterk water mee naar huis kreeg. Was een leuke conversational piece geweest voor in de boekenkast of op het dressoir. Ik heb vooraf op persoonlijke wijze afscheid ervan genomen en dat was genoeg, missen doe ik ze totaal niet.

Nee, dat van gisteren is anders. Er is een proces van kwijtraken begonnen. Iets wat emotioneel heel erg hard aankwam. Waar ik gedurende de dag over heb kunnen praten. Ik ben mijn supportteam enorm dankbaar dat ik dit in detail heb kunnen delen en dat hun woorden me hebben geholpen om een en ander in het juiste perspectief te kunnen zien. Niet dat het daar makkelijk van werd, maar het hielp. Het gaf me de handvatten om het te kunnen verwerken.

Niemand heeft me ooit voorgehouden dat het makkelijk zou zijn. Ook ikzelf niet. Nooit ben ik in de waan geweest dat er geen tegenslagen zouden komen. Maar toch weegt het zwaar aan als je een stapje terug moet doen. Nu gaan we weer met goede moed verder.

Toevoeging, 6 april:
Het onvermijdelijke is inmiddels gebeurd. Het bewuste stukje huid is losgekomen van mijn lichaam en ik ben het dus definitief kwijt. Mentaal had ik er vrijdag al afscheid van genomen, maar opnieuw ben ik er verdrietig om. Ik hoop nu dat de genezing verder goed zal gaan zonder grote tegenslagen.

Een week verder

Een week geleden lag ik zwaar gedrogeerd net terug op zaal. In het bijzijn van mijn ouders en dierbare vrienden. Helder was ik niet, maar ik was wel heel blij bekende gezichten te zien. De uitslaapkamer waar ik daarvoor verbleef vond ik maar een vervelende omgeving. Dat de operatie al een week geleden is kan ik nauwelijks bevatten, de tijd gaat heel snel.

Afgelopen donderdag mocht ik het ziekenhuis verlaten. Na een behoorlijk heftige ochtend. De avond ervoor bood de verpleging al wat extra’s aan om goed te slapen en voor de volgende ochtend iets om te ontspannen tijdens de medische handelingen. Ik heb daar gebruik van gemaakt, want ik was best nerveus, zeg maar gerust enorm. Behalve de standaard pijnstillers vond ik die avond en ochtend ook de nodige pammetjes in het bekertje met pillen dat naast mijn bed werd gezet.

De donderdagochtend begon vroeg. Gelijk na het ontbijt begon de verpleging met het klaarzetten van alle benodigdheden en al snel meldden de nodige witte jassen zich op de zaal. Mijn eigen chirurge en de physician-assistant doken door het gordijn om de hechtingen van de tampon en de tampon (een heleboel gaasverband) in een condoom gepropt) zelf te verwijderen. Ik zal de verdere details besparen, maar ik kan je zeggen dat vooral een heel raar gevoel was. Het verwijderen van de katheter vond ik een heel stuk vervelender. Daarna is er geoefend met dilateren en spoelen.

De rest van de ochtend stond vooral in het teken van plassen. Pas na twee keer je blaas goed leeg geplast te hebben mocht je gaan. Dat werd ook gecontroleerd met een echo. De eerste keer plassen was moeilijk. Al sinds zaterdag had ik een katheter, en hoewel  ik maandag uit bed kon heb ik nog wel een paar dagen moeten prutsen met een kraantje. Al vijf dagen had ik al niet meer gewoon geplast. Als dan ook nog eens je anatomie die je ervoor gebruikt ingrijpend veranderd is… Wordt het niet makkelijker van. Maar het is gelukt en ik mocht na nog een keer onder toezicht zelf inwendig spoelen naar huis.

De middag en avond heb ik een stapje terug moeten doen. Veel last van buikkrampen en een spijsvertering de grondig ontregeld was door alle stress. Die eerste nacht thuis heb ik ook gewoon niet geslapen. Pas in de ochtend ging het beter. Gedurende de  vrijdag knapte ik weer op, al zij het vermoeid door de gemiste nacht. Een middagdutje hielp behoorlijk.

De nacht van vrijdag op zaterdag heb ik gelukkig wel goed kunnen slapen. Dat heeft me goed gedaan. Mijn spijsvertering lijkt zich ook weer te normaliseren en ik voelde me fitter, niet meer de uitgewrongen dweil van vrijdag. De pijn en fysieke ongemakken zijn dragelijk. De vermoeidheid heb ik wel onderschat. Dat genezen kost een boel energie, ik ben snel moe en heb echt behoefte aan een middag slaapje.

Wat dat betreft ben ik heel blij dat ik logeer bij mijn ouders die me liefdevol verzorgen en dat ik een broer heb die komt oppassen bij hun afwezigheid. Want ik zou niet weten hoe ik het zelfstandig thuis zou moeten redden. Daar is die ingreep toch echt te zwaar en belastend voor.

Nauwelijks blauw

Het is nu de derde dag na de operatie en ik voel me een stuk beter dan die zondagochtend van mijn vorige blog. Ook een heel stuk helderder, ik heb wat commentaar gekregen dat het leest alsof ik nogal gedrogeerd was toen ik het schreef. Klopt ook wel, narcose nog niet uit mijn lijf, een dag niet gegeten en ook het nodige aan extra pijnstillers gehad.

Gisteren ben ik voor het eerst weer uit bed geweest, rondje ijsberen op de kamer en lopen naar het toilet. Daar is het wel bij gebleven ook. Na een een paar dagen in bed liggen was ik behoorlijk stijf en wankel. Vanmorgen voelde ik al een stuk fitter en mocht ik douchen. Dat zo’n klein comfort zo’n enorme weldaad kan zijn. Niet dat de verpleging niet hun best doet, maar een nat washandje over je rug terwijl je moeizaam voorover hangt is toch minder fijn dan een fatsoenlijke douche.

Behalve de zaalarts heb ik vanmorgen ook mijn eigen chirurge gesproken. Die merkte ook al op dat ik zaterdagavond op de uitslaapkamer niet zo helder was. Joh… De operatie zelf was prima en het resultaat voor zover het er nu al uitzag zeer goed. Ik vind zelf dat ik behoorlijk bont en blauw ben. Maar volgens de chirurg valt het mee en is het naar hun maatstaven “nauwelijks blauw”. Ik heb in mijn leven de nodige blauwe plekken gehad en vind de classificatie ‘nauwelijks blauw’ toch niet helemaal passen, zo beurs ben ik mijn leven nog niet geweest. Het is maar welk referentiekader je hebt natuurlijk.

Belangrijkste is dat het herstel goed gaat. En ik me beter voel dan ik vooraf had verwacht. Ik ben eerder uit bed en voel me een stuk fitter dan verwacht. Wat me wel opvalt is dat ik veel slaap. Na de laatste ronde medicatie rond tien uur gaat bij mij wel het licht uit. Ze maken je hier toch tussen zes en zeven uur weer wakker. Tussendoor doe ik ook nog wel een dutje. Ik merk dat het genezingsproces toch behoorlijk wat energie vergt.

Auw!

Het is de ochtend  na de operatie en het doet auw met een w.  Ook al is dat eigenlijk geen correct  Nederlands,  maar au zonder werk dekt de ladingniet niet. Dat was gisteren helemaal zo.  Tijd voor een updaten,  die ik overigens half naakt in bed schrijf, dat opertiejasje wat ik nog draag is los gegaan.  Vind het wel best zo. Overigens  heb ik sinds begon met schrijven  ontbeten, een flinke dosis pijnstillers gehad,  ben ik gewassen en een beetje fatsoenlijk aangekleed. 

Terug naar de operatiedag. Ik zou rond het middaguur geopereerd worden. Voor de ochtend  had ik nog bezoek van een zeer bijzondere vriendin met haar partner die me afleiden met een spelletje ‘Ticket to Ride’ ,  knuffel en het kammen van mijn haar. Dat laatste is iets waar ik makkelijk  van ontspan. Tegen één  uur werd ik eindelijk opgehaald om naar de operatiekamer te gaan.  De verpleegsters die mijn bed reden wisten  me prima af te leiden en me op mijn gemaakte stellen met smalltalk ove 

mijn werk.  En ze wisten me wijs te maken dat het groen van mijn haarnetje  me goed stond. 

In het operatiecomplex werd ik ontvangen door een Duitse anesthesist,  met een charmant en rustgevend Duits accent,  en zijn team.  In de Op zelf moest ik verschuiven van mijn bed naar de operatietafel en begroette de chirurg met warme dekens.  Nadat het infuus was geplaatst heb ik nog een paar keer ademgehaald door een zuurstofkapje en daarna weet ik niets meer.  Het was me al gezegd en inderdaad voelde het maar als vijf minuten. Eenmaal wakker op de uitslaapkamer voelde ik me gedesoriënteerd en eenzaam.  Dat geen bril op had hielp ook al niet.  Maar vooral had ik pijn,  veel pijn.  Om die reden hebben  ze mij ook langer op de verkoever gehouden om meer pijnstillers te kurnen geven. 

 

 

Pas om half acht ’s avonds ben ik teruggebracht naar de zaal.  Daar werd ik al opgewacht door mijn ouders en het bezoek van eerder die ochtend.  Ik was blij hen te zien. Na de eenzame  uren op de verkoever had ik heel erg behoefte aan gezelschap van geliefden.  En nu ik dit schrijf wordt ik weer emotioneel. Mijn ouders zijn nog  een  uurtje gebleven en ik heb wat gepraat.  Al weet ik niet of ik veel zinnigs heb gezegd. Ik was behoorlijk van de kaart door de pijn en pijnstillers. 

De nacht was zwaar.  Ik had vooral veel last van inwendige  pijn,  door de druk van de tampon die nu in mijn lijf zit die mijn organen  opzij duwt. Ik heb vannacht ook maar gevraagd  om extra pijnstillers. Dat hielp, al heb ik niet heel goed geslapen. 

 

 

Vanmorgen voelde het al beter en had ik ook weer trek. Gisteren heb ik helemaal niets gegeten en pas ’s avonds wat gedronken.  Vooral water en voorzichtig een bekertje sap. Ik was niet misselijk van de narcose maar had ook geen zin dat alsnog te worden. Gelukkig heeft mijn maag zich rustig gehouden. 

 

 

Na het ontbijt tijdens het wassen een eerste blik geworpen op wat de chirurg ervan gemaakt heeft. Ik zag alleen maar een grote beurse  zwelling. Volgens de verpleegster viel het nog wel mee. In elkgeval zal ik mijn lijf opnieuw moeten leren kennen. Want ik voelde gisteren al pijn  op plaatsen die nu ergens anders zitten. Dat is best een vreemde gewaarwording.  Ik heb al een tweede pubertijd doorgemaakt, nu moet ik ineens de connectie tussen gevoel en de plek waar het vandaan komt leren leggen. 

Opnamedag

Dan is het eindelijk zover, dat wat vierenhalf jaar geleden echt begon met een telefoontje naar het Genderteam om me aan te melden. Later vandaag zal ik me melden op de afdeling plastische chirurgie van het VUmc voor opname. Morgen is dan echt de grote dag dat die operatie gaat plaatsvinden. Dat het zolang heeft geduurd maakt toch wel duidelijk dat de daadwerkelijke geslachtsveranderende operatie toch echt slechts een klein deel is van mijn hele transitie. Want ook aan dat telefoontje waar mijn traject bij het Genderteam mee begon is het nodige vooraf gegaan.

Inmiddels moet ik wel toegeven dat die operatie veel meer voor me betekent dat ik aanvankelijk dacht. Het is niet zomaar de kers op de slagroom, zoals ik me lang heb voorgehouden.De zenuwen van de afgelopen weken hebben me dat wel duidelijk laten merken Niet alleen was ik nerveus voor de ingreep zelf. Ik was ook gewoon nerveus en blij dat dit nu eindelijk ging gebeuren. Hoe dichterbij de datum was, des te nerveuzer ik werd. Ik vind het nog steeds knap van mezelf dat ik nog een beetje rechtuit kon denken. Het was ook zo erg dat ik er slecht van sliep, terwijl slapen voor mij nooit een probleem is. Als ik slecht slaap, dan is er ook echt iets aan de hand. Voor de afgelopen dagen heb ik maar wat hulp gezocht van over-the-counter melatonine en valeriaan om beter te slapen en wat meer rust te hebben. Dat hielp redelijk, vooral de valeriaan wist het scherpe kantje er een beetje af te halen. Van de melatonine ben ik niet zo onder de indruk.

Gisteren had ik een vrije dag, mijn laatste reguliere. Ik had de dag vrij gemaakt om nog de nodige dingen te doen in huis. Dat het opgeruimd is als ik weer terug kom. Alle was weggewassen, nog een keertje gestofzuigd, de koelkast ontdaan van bederfelijke waar, en nog een paar boodschappen. Zorgen dat alles in orde is, vond ik erg belangrijk.

Opmerkelijk genoeg voelde ik mezelf opvallend kalm en rustig. De pilletjes heb ik links laten liggen en heb op mijn gemak gedaan wat ik moest doen. Het zal vast ook geholpen hebben dat niet iedere vijf minuten iemand aan me vroeg of ik al nerveus was. Mijn collega’s zijn echt geweldig en leven enorm mee. Maar soms had ik zo het idee dat zij nerveuzer waren dan ik. Nooit zag ik zoveel gekruiste benen bij elkaar. Ik heb in elk geval veel steun aan ze. De kaart die ik op mijn voorlopig laatste werkdag kreeg staat ook vol met lieve, mooie en originele gelukswensen. Ik heb het met mijn werkomgeving best wel getroffen.

De kaartjes beginnen trouwens al langzaam binnen te druppelen. Van vrienden, van mijn werk. Maar ook de collega’s van mijn moeder stuurden er eentje. -*Zwaait* Ik weet dat jullie meelezen.- Het is een fijn gevoel om te merken dat er mensen zo meeleven met alles wat me gebeurt. Dat maakt het echt een stuk dragelijker.

Ik ga zo maar eens richting Amsterdam, om in te checken en mijn balansdag (na de lunch moet ik nuchter blijven tot zaterdagochtend) te doen. Hoe het verder verloopt; ik laat het gewoon over me heen komen. Als het lukt doe ik verslag.