Omgaan met complimenten

Gisteravond had ik weer eens een feestje, waar ik haast werd bedolven onder complimenten. Feestjes lijken voor mij steeds meer een synoniem te worden met complimenten over mijn uiterlijk en voorkomen. Natuurlijk vind ik dat leuk, maar ik vind het ook nog steeds lastig om ze aan te nemen en er mee om te gaan. Ik ben het niet gewend om dat soort complimenten te krijgen en heb nog steeds een sterke neiging om ze weg te wuiven.

Iedere dag voel ik me meer en meer mezelf en voel ik me beter in mijn vel. Dat is een stijgende lijn, die met af en toe en dip, steeds verder omhoog gaat. Maar ik voel me ook nog steeds onzeker, op mijn hoede. Soms is er nog dat stemmetje van mijn Negatief Zelfbeeld,  dat dan influistert dat men alleen maar zegt wat ik wil horen. Dat kan ik ook steeds beter negeren. Vooral als de complimenten spontaan komen van mensen die ik niet goed ken. De neiging om complimenten af te doen en dingen toe te schrijven aan externe factoren vind ik moeilijker te onderdrukken. Een compliment over mijn rondere lichaamsvormen: “Niet alles is echt.” Iets liefs over mijn haar: “Met hulp van de kapper. Het gewoon aannemen van die complimenten en toeschrijven aan mezelf ben ik nog aan het leren.

Het meest bijzondere compliment krijg ik van schoonheidsspecialistes: “Wat heb jij een zachte huid!” Ik heb het nu al een paar keer gehoord. De mooiste vond ik nog de schoonheidsspecialiste die, nadat ik vertelde van mijn transzijn (het is lastig presenteren als vrouw terwijl je naakt door de sauna loopt en pas een half jaar aan de hormonen bent), vroeg of ze even mocht voelen omdat je van die medicijnen zo’n zachte huid krijgt. Dat terwijl je een gezichtsbehandeling van een uur hebt geboekt.

De laatste keer dat ik dat compliment kreeg was afgelopen zaterdag. Van een vriendin kreeg ik een poosje terug kreeg ik het advies eens iets liefs te doen voor mijn lichaam in plaats van het alleen maar te pijnigen. Dat heb ik maar ter harte genomen, en het nuttige met het aangename verenigd. Wenkbrauwen weer netjes in vorm en even een uurtje heerlijk kunnen ontspannen. In de nabije toekomst boek ik ook eens een massage, nog nooit gedaan trouwens, als ik dan toch bezig ben met lief zijn voor mijn lichaam.

Mijn gevangenis

Ik leef al mijn hele leven in een gevangenis; een gevangenis gevormd door mijn eigen lichaam. Met de maatschappij als cipier. Die gevangenis houdt mijn innerlijk gevangen en heeft een nette hoge muur om haar heen gebouwd, zodat ze maar niet naar buiten kan. Voordat ik wist dat het ook anders kon, was dat niet eens zo erg. Maar sinds ik eenmaal op verlof ben geweest en van de vrijheid geproeft heb, valt het me zwaar om terug mijn cel in te moeten voor het dagelijks leven.

De maatschappelijke discussie over de zogenaamde luxe van de Nederlandse gevangenissen laaien zo af en toe weer op. Onlangs zag ik een aflevering van het TV-programma Buch in de Bajes. Nederlandse gevangenissen lijken geenszins op wat wordt vertoont in Locked-Up Abroad, wat in beeld brengt hoe gevangenissen in bijvoorbeeld zuid-oost Azië en Zuid-Amerika, er van binnen uitzien. Wel hoor je van de gedetineerden waar Menno Buch mee spreekt dat niet de aan- of afwezigheid van luxe het in de gevangenis zitten zwaar maakt, maar het gebrek aan vrijheid. Dat je niet kan doen wat je wilt, wanneer je dat wilt en op de manier waarop je dat wilt. Aan dat gevoel, dat gebrek aan vrijheid, kan ik relateren. Ik heb verder namelijk wel alle luxe die ik zou kunnen wensen, maar geen vrijheid. Zonder die vrijheid is die luxe weinig waard.

Mijn gevangenis weerhoud mij ervan om me te kunnen en durven uiten zoals ik dat wil. Bepaalde gevoelens en interesses aan de buiten wereld tonen, dat is eng en moeilijk. Die beperkingen ervaar ik dagelijks, in allerlei kleine dingen. Dingen waar anderen, die geen genderdysforie hebben, waarschijnlijk niet eens over nadenken. Dingen als het kopen van kleding, keuze in accessoires, publieke toiletten, keuze in tijdschriften (krijg ik standaard de vraag of het een cadeautje is) naar de kapper, of een schoonheidsspecialist gaan. Bij die laatste twee heb ik no zo ongeveer een vaste openingszin: “Ik ben transseksueel, en streef naar een vrouwelijker voorkomen…..” Over het algemeen uit dat in een aangenaam gesprek over mijn proces. Maar daar wil ik toch wel vanaf. Ik wil aangezien worden voor wíe ik ben niet voor wát ik ben. Als ik zin heb om de Viva te lezen, of de Elle, of een ander tijdschrift dat ik nooit las. Dan is dat niet omdat ik daar plotseling interesse in heb gekregen, dan is dat omdat ik nu begin uiting aan die interesses te durven geven.

Ik wil eigenlijk maar één ding: gewoon kunnen zijn wie ik ben. In alle vrijheid, zonder beperkingen, zonder rare blikken, zonder commentaar. Ik heb nu al 29 jaar in mijn gevangenis geleefd, ik vind het genoeg! Ik heb er genoeg van dat er maatschappelijk wordt bepaald wat ik allemaal wel en niet mag. Het einde van mijn straf komt in zicht en zo af en toe heb ik al proefverlof, na bijna 30 jaar zonder echte vrijheid om mezelf te kunnen zijn. Ondanks dat al die vrijheid me best angst inboezemt heb ik genoeg van mijn gevangenis. Ik laat me niet meer terug stoppen. Ik laat niemand mijn regime verzwaren en ik laat zeker niet toe dat mijn straf wordt verlengd. Ik wil mijn gevangenis uit!

Geboortekaartje

Over drie weken moet ik weer naar het genderteam in het VUmc. Zoals ik al zei in mijn van de hak op de tak post eerder deze week, ben ik gebeld dat er weer drie afspraken voor mij in de agenda waren gezet. Gelukkig wel allemaal op de zelfde dag en redelijk kort achter elkaar. Die dag valt natuurlijk wel precies in de periode die ik had uitgetrokken voor mijn aanstaande verhuizing. Wat dat betreft is het een verloren dag. Ik weet uit ervaring dat die bezoekjes aan het VU aardig wat energie kosten.

Wat heb ik dan allemaal te doen, dat er drie afspraken op dezelfde dag zijn ingeboekt?

Allereerst is er een voortgangsgesprek met een psycholoog. De afgelopen 2 maanden heb ik anti-androgenen genomen. Behalve wat lichamelijke uitwerkingen heeft dat spul ook psychische effecten. Al vallen die bij mij erg mee. Ik heb van de bijwerkingen enkel last van een beetje vermoeidheid. De andere uitwerkingen zijn positief en de impotentie deert me echt helemaal niks. Ik vind het ergens zelfs een verademing en een bevrijding. Eerlijk gezegd heb ik mij nooit zo prettig gevoeld, met een vooruitzicht dat dat alleen nog maar bergopwaarts zal gaan als mijn uiterlijk meer gaat lijken op mijn innerlijk.

Dan mag ik langs de afdeling radiologie voor een botscan. Met een zogenoemde DEXA meting wordt er gekeken naar mijn botdichtheid. Osteoporose kan een bijwerking zijn van de veranderende hormoonhuishouding. Op zich is het geen groot bezwaar, als er adequaat gehandeld wordt zijn problemen te voorkomen. Voldoende lichaamsbeweging en voedingssupplementen met vitamine D en calcium en veel beweging schijnen al een enorm verschil te maken. Maar dan moet je het wel in de gaten houden, vandaar nu die scan om mijn basiswaarden vast te stellen. Wat ik heb begrepen van het alwetende internet is die scan min of meer een röntgenfoto is van de onderrug. Valt dus wel mee.

Als dagafsluter mag ik nog langs bij de endocrinoloog. In ieder geval voor een nieuw recept cyproteron-acetaat, ik ben bijna door mijn eerste voorraad heen. Waarschijnlijk ook een kleine medische controle van gewicht, bloeddruk en hartslag. Ik vermoed dat de vampieren van het laboratorium nog wel een paar buisjes van mijn bloed gaan lusten. Daar hebben ze niets over gezegd aan de telefoon. Maar ach, ik heb daar nooit moeite mee gelukkig.

Gisteren besefte ik ineens iets. Met mijn psycholoog heb ik afgesproken dat ik zou beginnen met eerst alleen anti-androgenen en als dat goed zou gaan later er ook oestrogenen bij zou gaan nemen.  Die ‘proefperiode’ zou drie tot zes maanden duren. Die drie maanden zijn nu haast om. Het is natuurlijk allemaal in overleg, maar het zou best kunnen dat ik over drie weken niet met één, maar met twee recepten naar huis ga. Dat betekent dat de volgende stap wel eens erg dicht bij kan zijn, best eng en spannend. Ook al leef ik er al jaren naar toe, het komt nu gewoon heel dicht bij.

Ik ben wel voornemens om te wachten met het nemen van een nieuwe hormoonmix tot na mijn verhuizing. Ik heb een hoop te doen voordat ik mijn appartementje kan gaan bewonen. Al dat geregel en geplan en geklus brengen me al genoeg stress en kosten me al genoeg energie. Dan heb ik graag dat mijn lichaam een beetje voorspelbaar reageert. Ik zit niet te wachten op extra moodswings, minder energie of andere onvoorspelbaarheden als ik mijn badkamer aan het betegelen ben.

Die volgende stap in mijn transitie zit eraan te komen. Of het nu volgende maand al is, of over drie maanden. Het betekent dat ik werk moet gaan maken van mijn geboortekaartjesidee. Ik heb al eerder gesproken over het idee om een soort weder-geboortekaartje te gaan versturen om mijn overstap te symboliseren. Maar daar heb ik eigenlijk nog geen echte acties voor ondernomen. Ik heb alleen nog maar wat rondgeneusd op sites met geboortekaartjes. Maar daar heb ik gewoon helemaal niets gevonden wat mij aanspreekt. Als ik echt een passend en leuk kaartje wil hebben, dan zal ik toch wat moeten laten ontwerpen.