Exit-gesprek

Vanmiddag had ik weer een afspraak bij mijn psycholoog van het genderteam. Het zou uitdraaien op wat lijkt mijn laatste gesprek te zijn geweest. We spraken over de operatie en rondden feitelijk het psychologische deel van mijn transitie af.

De afgelopen twee maanden zijn uitvoerig besproken. Van de aanloop naar de opname tot en met het herstel van de afgelopen weken. Een van de dingen die aan bod kwamen was het langzame herstel en de impact die dat heeft op mijn sociale leven. Ik ervaar dat als behoorlijk zwaar, ik ben lang zo introvert niet als ik denk te zijn. Gelukkig komt dat nu allemaal langzaam weer op gang. Vorige week al ben ik voorzichtig weer beginnen met werken. Ik was na zes weken wel klaar met thuis zitten. Ook mijn sociale leven begint zich weer een beetje te roeren, zij het voorzichtig.

Ook was er ruimte om terug te blikken op hoe ik de begeleiding van het Genderteam heb ervaren. Of ik dingen anders zou willen zien. Positief, of juist negatief heb ervaren. Typisch dingen die je bespreekt bij een exit-gesprek als je vertrekt bij een werkgever. Dat was dit gesprek ook: een laatste gesprek waarmee het psychologische deel van mijn transitie voor wat betreft het genderteam afgesloten is. Al is me op het hart gedrukt dat als ik er de behoefte aan heb ik altijd nog hulp kan vragen bij de psychologen van het Genderteam.

Eén van de vragen die de psychologe me stelde was of ik vond dat het nu klaar is als ik over een paar maanden ook een nieuw paspoort heb. Zo voelt het voor mij niet. Mijn transitie voelt niet ‘klaar’ of ‘af’. Het proces is de afgelopen jaren zo’n integraal en bepalend deel van mijn leven geweest. Dat zal niet zomaar stoppen. Ik denk ook niet dat ik ooit zal zeggen dat transgender was, ik zal dat altijd blijven zijn. Ik zie zelf nog genoeg dingen waar ik mee verder kan: nog wat logopedie, wellicht een borstvergroting, verder met permanente verwijdering van gezichtshaar, het opnieuw ontdekken van mijn seksualiteit. Er zijn best nog wel stappen voorwaarts te zetten in mijn transitie. Wel zal het proces steeds een kleiner deel van mijn leven worden. Maar ik betwijfel of het ooit helemaal zal verdwijnen.

Wel voelde het raar toen ik eenmaal buiten stond. Leeg, opgelucht, blij, licht, vrolijk. Een boel subtiele nuances van die emoties kabbelden door mijn hoofd. De gedachte dat ik toch een hoofdstuk heb afgesloten kwam onverwachts en het zal nog wel even duren voordat het echt doordringt.

Helemaal weg van het genderteam ben ik nog lang niet. Het psychologische deel is wellicht afgerond. Maar ik sta natuurlijk nog steeds onder behandeling van de endocrinoloog en moet ook nog voor controle terug naar de plastisch chirurg. Vooral de endocrinoloog zal nog wel even zoet met me zijn. Ik merk aan mijn lichaam duidelijk dat de hormonale balans nog lang niet hersteld is. Mijn zorgen daarover heb twee weken terug ook al geuit bij de arts en aangestuurd op bloedonderzoek. De uitslag daarop laat nog een weekje op zich wachten, daar zal ik later nog op ingaan.

Mijn herstel gaat gestaag door, nog steeds. Al merk ik behoorlijke verschillen en gaat het met de dag beter. Wel moet ik ervoor waken niet te hard te gaan. De vermoeidheid is nog wel een issue en ik moet ervoor waken niet mezelf voorbij te lopen en té hard te gaan. Het hoofd wil nogal veel harder dan het lijf aan kan, dat merk ik nog dagelijks. Na alles wat ik mijn lijf heb aangedaan moet ik ook naar mijn lichaam luisteren. Quid pro quo, zoals één van de grootste fictieschurken ooit dat uitdrukte.

Lage energieniveau’s ten spijt, met het afsluiten van dat hele psychologische deel had ik toch wat te vieren. Aangezien ik toch al in Amsterdam-Zuid was ben ik voor de deur van het ziekenhuis op de tram gestapt om verderop in de stad een dozijn macarons te halen bij mijn favoriete macaronwinkeltje vlakbij de Albert Cuyp. Onder het genot daarvan, nou ja de helft in elk geval, en een pot thee schreef ik dit blog.

wpid-dsc_0949.jpg

Home Sweet Home

Het heeft langer geduurd dan ik had verwacht, ook al had ik vooraf niet een duidelijk beeld van hoelang het zou duren. Maar eindelijk is het zover: ik ben thuis! Na weken bij mijn ouders te hebben verbleven, en daar meer dan uitstekend ben verzorgd, ben ik eindelijk thuis, in mijn eigen huisje.

De operatie is een goede maand geleden en de genezing maakt voortgang. Al is het wel met twee stappen vooruit en eentje terug. Een week eerder had ik al het plan opgevat om naar huis te gaan. Een slechte nacht en veel pijn gooiden toen roet in het eten. Alles werd een week uitgesteld. Dit weekeinde had ik weer tegenslag terug, dat bijna weer zou voorkomen dat ik naar huis zou gaan. Dit keer in de vorm van een bloeding. Dat lijkt nu ook weer onder controle en ik kon toch naar huis.

De laatste dagen voelt het ook eindelijk alsof de genezing vooruit gaar. Ik heb sinds de operatie voortdurend pijn. Met pijnstillers is dat wel terug te brengen naar een dragelijk niveau, maar de pijn is wel aanwezig. Maar de laatste dagen heb ik zo af en toe een zeldzaam en kort momentje dat ik op de schaal van 1 tot 10 een 0 scoor. Het duurt helaas nooit lang, de paar keren dat het gebeurde lag ik ontspannen op de bank of bed en zodra ik bewoog was de pijn er weer. Maar na zo lang altijd pijn hebben zijn die momentjes een genot. Ondertussen voel ik al steeds meer bewegingsvrijheid, al loop ik nog steeds moeilijk.

Nu ik weer thuis ben heb ik mijn dressoir opnieuw ingericht. Het staat nu vol met inspiratie voor de genezing. Daar ben ik ook echt op aan het focussen nu, dat thuiszitten ben ik zat aan het worden. Een week terug ben ik even langs mijn werk geweest voor de gezelligheid. Het was maar een uurtje en verder heb ik die dag niets gedaan en toch was ik doodmoe. Ik kijk er echt naar uit om mijn werk en sociale leven weer op te pakken.

wpid-img_20140428_174629.jpg

Inspiratie

Opnamedag

Dan is het eindelijk zover, dat wat vierenhalf jaar geleden echt begon met een telefoontje naar het Genderteam om me aan te melden. Later vandaag zal ik me melden op de afdeling plastische chirurgie van het VUmc voor opname. Morgen is dan echt de grote dag dat die operatie gaat plaatsvinden. Dat het zolang heeft geduurd maakt toch wel duidelijk dat de daadwerkelijke geslachtsveranderende operatie toch echt slechts een klein deel is van mijn hele transitie. Want ook aan dat telefoontje waar mijn traject bij het Genderteam mee begon is het nodige vooraf gegaan.

Inmiddels moet ik wel toegeven dat die operatie veel meer voor me betekent dat ik aanvankelijk dacht. Het is niet zomaar de kers op de slagroom, zoals ik me lang heb voorgehouden.De zenuwen van de afgelopen weken hebben me dat wel duidelijk laten merken Niet alleen was ik nerveus voor de ingreep zelf. Ik was ook gewoon nerveus en blij dat dit nu eindelijk ging gebeuren. Hoe dichterbij de datum was, des te nerveuzer ik werd. Ik vind het nog steeds knap van mezelf dat ik nog een beetje rechtuit kon denken. Het was ook zo erg dat ik er slecht van sliep, terwijl slapen voor mij nooit een probleem is. Als ik slecht slaap, dan is er ook echt iets aan de hand. Voor de afgelopen dagen heb ik maar wat hulp gezocht van over-the-counter melatonine en valeriaan om beter te slapen en wat meer rust te hebben. Dat hielp redelijk, vooral de valeriaan wist het scherpe kantje er een beetje af te halen. Van de melatonine ben ik niet zo onder de indruk.

Gisteren had ik een vrije dag, mijn laatste reguliere. Ik had de dag vrij gemaakt om nog de nodige dingen te doen in huis. Dat het opgeruimd is als ik weer terug kom. Alle was weggewassen, nog een keertje gestofzuigd, de koelkast ontdaan van bederfelijke waar, en nog een paar boodschappen. Zorgen dat alles in orde is, vond ik erg belangrijk.

Opmerkelijk genoeg voelde ik mezelf opvallend kalm en rustig. De pilletjes heb ik links laten liggen en heb op mijn gemak gedaan wat ik moest doen. Het zal vast ook geholpen hebben dat niet iedere vijf minuten iemand aan me vroeg of ik al nerveus was. Mijn collega’s zijn echt geweldig en leven enorm mee. Maar soms had ik zo het idee dat zij nerveuzer waren dan ik. Nooit zag ik zoveel gekruiste benen bij elkaar. Ik heb in elk geval veel steun aan ze. De kaart die ik op mijn voorlopig laatste werkdag kreeg staat ook vol met lieve, mooie en originele gelukswensen. Ik heb het met mijn werkomgeving best wel getroffen.

De kaartjes beginnen trouwens al langzaam binnen te druppelen. Van vrienden, van mijn werk. Maar ook de collega’s van mijn moeder stuurden er eentje. -*Zwaait* Ik weet dat jullie meelezen.- Het is een fijn gevoel om te merken dat er mensen zo meeleven met alles wat me gebeurt. Dat maakt het echt een stuk dragelijker.

Ik ga zo maar eens richting Amsterdam, om in te checken en mijn balansdag (na de lunch moet ik nuchter blijven tot zaterdagochtend) te doen. Hoe het verder verloopt; ik laat het gewoon over me heen komen. Als het lukt doe ik verslag.

Mijn zegeningen tellen

Ik schrijf regelmatig over de impact die genderdysforie op mij heeft. In alle aspecten van mijn dagelijks leven zie ik de invloed terug. Sommige aspecten vergen veel energie en andere wat minder. Momenteel legt de afweging om wel of niet door te gaan met de operatie een behoorlijk beslag op mijn gedachtengang. Alsof er een proces is dat constant een deel van de processor bezighoud, of een app op de achtergrond die stiekem best snel je batterij leeg trekt.

Maar door alle geweld in mijn hoofd; de gedachten, overwegingen en onzekerheid vergeet ik mijn zegeningen te tellen. Het is zo makkelijk om alleen te focussen op het negatieve dat ik de positieve dingen vergeet. Terwijl ik best een boel zegeningen te tellen heb, twee handen zijn niet genoeg. Ook niet als ik in een twaalftallig stelsel mijn vingerkootjes ga gebruiken.

Allereerst mijn ouders. Voor hen is het ook niet makkelijk geweest. Maar ze houden van me, steunen me en staan achter mij. Welke keus ik ook maak. Ik heb een veilige haven en dat gevoel doet me goed. Het idee en het gevoel dat mijn ouders achter me staan maakt het hele proces een heel stuk makkelijker. Ook van andere familieleden kan ik niet zeggen dat ik tegengas gehad heb, sommigen nemen het voor kennisgeving aan, anderen steunen me actief. Het moment dat ik zag dat bij mijn grootmoeder mijn naam op de verjaardagskalender was aangepast moest ik toch wel even een traantje wegpinken. Net zoals de blik in mijn moeder ogen toen ze die ingelijste portret foto uitpakte, die is onbetaalbaar.

Dan kan ik ook in mijn handjes dichtknijpen met mijn vriendenkring. Niet alleen kan ik me niet heugen dat er ooit iemand me heeft afgewezen of het contact heeft verbroken vanwege de genderdysforie. Al mijn vrienden zijn een goede steun. Velen lezen mijn blog. (Hoi!! *zwaait*) Ik kan openlijk praten over de zaken die me bezig houden rondom mijn transitie, inclusief de seksuele. Ik kan terecht voor praktisch advies, en een goede foto. Ze vragen hoe het met me gaat en staan open voor de lange complexe versie van “goed”. Sommigen bieden zelfs aan mee te gaan naar de informatie-avonden, en hebben de deur open gezet voor een goed gesprek. In elk geval, ze oordelen op wie ik ben en niet wat ik ben, dat is me heel veel waard.

Tenslotte heb ik een werkgever die me geen strobreed in de weg legt. Dat is best prettig. Je krijgt tegenwoordig om minder je contract niet verlengt. Ook met mijn collega’s heb geen problemen net zo min als met klanten. Ik werk in een winkel, en ik wordt soms nog gemeneerd, of klanten vragen hoe het zit. Maar ik heb niet het idee dat mijn transitie ooit een probleem is geweest. Het mooiste nog is als kinderen vragen hoe de vork in de steel zit, die nemen de boodschap aan zonder waardeoordeel. Uit praktische overwegingen heb ik mijn collega’s gezegd dat ze eerlijk mogen antwoorden als klanten ergens naar vragen. Ook al is het volgens de ‘trans-etiquette’ not-done om iemand te outen, ik heb voor mijzelf besloten om open te zijn in alle aspecten. Al zijn er vragen die ik nog steeds niet netjes vind om zomaar gevraagd te worden.

Dat zijn zo een paar van de zegeningen die ik te tellen heb. Dingen die mijn leven en transitie een stuk makkelijker en aangenamer maken. Dingen waar ik vooral te weinig aan denk, omdat focussen op de vervelende dingen zoals moeilijke gedachten, dilemma’s, onzekerheden, pijnlijke behandelingen en vermoeiende onderzoeken zoveel makkelijker is. Mijn zegeningen tellen, ik zou het vaker moeten doen, net zoals lief zijn voor mijn lichaam met fijne zeepjes, bezoeken aan de sauna of een massage. Oh, en gelukzalig emotioneel zijn, dat heb ik het afgelopen uur wel gedaan. Tijdens het schrijven van dit blog heb ik het niet droog gehouden.

No pants saturday & not so high heel sunday

Sinds een paar weken weken heb ik voor mijzelf de no-pants-saturday ingesteld. Dat was een van mijn persoonlijke drempels waar ik nog tegen aanliep. Wat vrouwelijkere kleding is best. Maar om dan ineens die broek achterwege te laten, best een beetje eng en naakt en confronterend. Ik zal je zeggen dat ik het best spannend vond, geen idee wat de reacties zouden zijn van collega’s of klanten. Want eerlijk is eerlijk, ik wordt nog vaak genoeg met meneer aangesproken op de werkvloer.

Ik heb geen wanklank gehoord. Niet van collega’s en niet van klanten. Ik kan me ook geen schuine blikken herinneren en heb niet gemerkt dat ik werd gemeden of mijn vakkennis voor minder werd genomen. Dat waren allemaal van die stress gedachten die vooraf door mijn hoofd gingen. Dat viel dus allemaal mee. Ik had aan het begin van de dag wel een WTF!-momentje: “Ik ben op mijn werk, en ik heb géén broek aan!” Besefte ik me op een gegeven moment. Blijkbaar was alles natuurlijk genoeg want minstens één collega is het niet eens opgevallen, die hoorde het een week later pas.

Nu kleed ik mijzelf vrij casual. De meeste uitbreidingen van mijn kleding kast komen uit de schappen van Who’s that Girl en het lokale alternatieve kledingboetiekje. Behoorlijk kleurrijk ook, die grijze muis die ik altijd was wil ik niet meer zijn. Dat verstoppen voor de buitenwereld, dat ligt achter mij. Het is nogal een verschil met vroeger, maar het blijft casual allemaal dat is waar ik mij prettig bij voel. Dan heb  ik ook een goed excuus om op comfortabele gympies te blijven lopen.

Het is bijna kerst op het werk en dat is de drukste tijd van het jaar, ik werk nu eenmaal in een kerstgevoelige business. Om het wat extra feestelijk te maken is er de traditie onder het personeel die laatste dagen voor de kerst om ook netjes gekleed aan het werk te gaan. Vroegâh streek ik een net overhemd, poetste ik mijn Dr. Martens een keertje extra op en was het wel gedaan.  -Ik ♥ Dr. Martens, zelfs op mijn diplomafoto van de Hotelschool sta ik met een paar 1914’s, kan prima onder driedelig zwart.-  Nu heb ik mijn hoge zwarte Docs hier nog steeds staan hoor, maar echt charmant staan die niet onder een kort (ja, heel kort!) cognackleurig jurkje. Dat werden dus een paar hakjes. Geen hoge, ik verwachtte een van de drukste dagen van het jaar, ik ben niet helemaal gek. Gewoon heel beschaafd laag en netjes. Desondanks toch een uitdaging,  een paar gewone gympies gingen mee voor-het-geval-dat.

Het werd een not-so-high-heel-Sunday. Ik heb het de hele dag erop volgehouden inclusief trappen op en af met dozen. Al pakte ik met de zwaarste onhandigste dingen toch wel de lift. Op schoenen die je niet gewend bent en die niet heel veel steun geven een trap af met een doos van ruim 10 kilo zonder dat je ziet waar je je voeten neerzet was me toch net een brug te ver. Voortijds uitdoen is niet in me opgekomen. Al had ik graag tussendoor ergens een kwartiertje gezeten, dat zat er helaas niet in. Kwestie van volhouden en doorzetten, dat is gelukt. Al was ik na werktijd wel blij dat ik mijn gympies weer aan kon.

De high-heel-tuesday, waar ik afgelopen zomer over filosofeerde, is er nog niet van gekomen. Dat voorzie ik in de niet zo verre toekomst wel gebeuren, ergens in het voorjaar, als het warm genoeg is om een koele fifities jurk aan te trekken. (Moet ik nog steeds een toffe librarian bij scoren, om in stijl te blijven en ik moet toch een nieuwe bril). Eerst verder met de huidige dingen. Morgen is er nog een dag werk voor de boeg en dan heb ik een paar dagen rust met kerst. Kunnen we het gewone leven weer beginnen, met nog een kleine onderbreking voor de jaarwisseling. Die zesdaagse werkweken eisen hun tol en als je daar dan ook maar gelijk eventjes wat persoonlijke grenzen verlegd is dat best energieslurpend.

No pants saturday & not so high heel sunday

Sinds een paar weken weken heb ik voor mijzelf de no-pants-saturday ingesteld. Dat was een van mijn persoonlijke drempels waar ik nog tegen aanliep. Wat vrouwelijkere kleding is best. Maar om dan ineens die broek achterwege te laten, best een beetje eng en naakt en confronterend. Ik zal je zeggen dat ik het best spannend vond, geen idee wat de reacties zouden zijn van collega’s of klanten. Want eerlijk is eerlijk, ik wordt nog vaak genoeg met meneer aangesproken op de werkvloer.

Ik heb geen wanklank gehoord. Niet van collega’s en niet van klanten. Ik kan me ook geen schuine blikken herinneren en heb niet gemerkt dat ik werd gemeden of mijn vakkennis voor minder werd genomen. Dat waren allemaal van die stress gedachten die vooraf door mijn hoofd gingen. Dat viel dus allemaal mee. Ik had aan het begin van de dag wel een WTF!-momentje: “Ik ben op mijn werk, en ik heb géén broek aan!” Besefte ik me op een gegeven moment. Blijkbaar was alles natuurlijk genoeg want minstens één collega is het niet eens opgevallen, die hoorde het een week later pas.

Nu kleed ik mijzelf vrij casual. De meeste uitbreidingen van mijn kleding kast komen uit de schappen van Who’s that Girl en het lokale alternatieve kledingboetiekje. Behoorlijk kleurrijk ook, die grijze muis die ik altijd was wil ik niet meer zijn. Dat verstoppen voor de buitenwereld, dat ligt achter mij. Het is nogal een verschil met vroeger, maar het blijft casual allemaal dat is waar ik mij prettig bij voel. Dan heb  ik ook een goed excuus om op comfortabele gympies te blijven lopen.

Het is bijna kerst op het werk en dat is de drukste tijd van het jaar, ik werk nu eenmaal in een kerstgevoelige business. Om het wat extra feestelijk te maken is er de traditie onder het personeel die laatste dagen voor de kerst om ook netjes gekleed aan het werk te gaan. Vroegâh streek ik een net overhemd, poetste ik mijn Dr. Martens een keertje extra op en was het wel gedaan.  -Ik ♥ Dr. Martens, zelfs op mijn diplomafoto van de Hotelschool sta ik met een paar 1914’s, kan prima onder driedelig zwart.-  Nu heb ik mijn hoge zwarte Docs hier nog steeds staan hoor, maar echt charmant staan die niet onder een kort (ja, heel kort!) cognackleurig jurkje. Dat werden dus een paar hakjes. Geen hoge, ik verwachtte een van de drukste dagen van het jaar, ik ben niet helemaal gek. Gewoon heel beschaafd laag en netjes. Desondanks toch een uitdaging,  een paar gewone gympies gingen mee voor-het-geval-dat.

Het werd een not-so-high-heel-Sunday. Ik heb het de hele dag erop volgehouden inclusief trappen op en af met dozen. Al pakte ik met de zwaarste onhandigste dingen toch wel de lift. Op schoenen die je niet gewend bent en die niet heel veel steun geven een trap af met een doos van ruim 10 kilo zonder dat je ziet waar je je voeten neerzet was me toch net een brug te ver. Voortijds uitdoen is niet in me opgekomen. Al had ik graag tussendoor ergens een kwartiertje gezeten, dat zat er helaas niet in. Kwestie van volhouden en doorzetten, dat is gelukt. Al was ik na werktijd wel blij dat ik mijn gympies weer aan kon.

De high-heel-tuesday, waar ik afgelopen zomer over filosofeerde, is er nog niet van gekomen. Dat voorzie ik in de niet zo verre toekomst wel gebeuren, ergens in het voorjaar, als het warm genoeg is om een koele fifities jurk aan te trekken. (Moet ik nog steeds een toffe librarian bij scoren, om in stijl te blijven en ik moet toch een nieuwe bril). Eerst verder met de huidige dingen. Morgen is er nog een dag werk voor de boeg en dan heb ik een paar dagen rust met kerst. Kunnen we het gewone leven weer beginnen, met nog een kleine onderbreking voor de jaarwisseling. Die zesdaagse werkweken eisen hun tol en als je daar dan ook maar gelijk eventjes wat persoonlijke grenzen verlegd is dat best energieslurpend.

Stand houden op de werkvloer

Ik heb het gevoel dat veel Transgenders hun baan kwijtraken of niet aan aan een nieuwe baan komen. Niet zozeer vanwege de crisis maar vooral vanwege hun genderdysforie. Dat ze niet (meer) geaccepteerd worden door collega’s bijvoorbeeld. Of door een werkgever die bang is klandizie te verliezen. Voor mij is het ook wel een issue geweest voor mijn coming out, ook al ken ik onder mijn collega’s een flink aantal homoseksuelen. Dus wat acceptatie zou het wel goed moeten zitten.

Maar seksuele voorkeur heeft niet een direct gevolg op je voorkomen op de werkvloer. Als het alleen mijn seksuele voorkeur zou zijn, dan had ik echt geen coming out op de werkvloer gedaan. Zoiets zou vanzelf wel eens bekend worden in normale conversaties, daar zou ik me echt niet druk om maken. Als je van geslacht veranderd en daarmee de manier waarop je jezelf presenteert en manifesteert, dat wordt wel opgemerkt. Dan moet je wel gaan uitleggen wat er gaande is. Gelukkig viel die uitleg in goede aarde.

Strikt genomen ben ik totaal overgekwalificeerd voor mijn baan. Ik heb een HBO opleiding in economische richting afgerond. Ik mag zelfs een titel voeren, eentje van vijf letters en een punt. Dat doe ik niet, ik ben niet zo van de titulatuur.  De baan die ik heb is eenvoudige: in de basis ben ik verkoopster en ik heb er wat taken zo omheen verzameld. Ik heb een flinke dosis vak- en productkennis, beetje technisch inzicht en een goed geheugen voor droge feitjes. Dat samen draagt mijn werk. Die extra taken heb ik verworven voor wat extra uitdaging. Maar ook heel erg om mijzelf te kunnen bewijzen.

Ik werk nu al vijf jaar voor dezelfde werkgever, in verschillende functies, afdelingen en locaties. Dat in een bedrijf waar ik eigenlijk ooit ben gaan werken omdat ik gewoon vlug een baantje nodig had na mijn studie. Ik heb het er gewoon naar mijn zin. Ook al zijn er wat strubbelingen geweest in het verleden, nu het hoge woord eruit is en ik mijzelf kan zijn voel ik me echt op mijn plek.

Toch heb ik heel erg het gevoel dat ik mijzelf extra moet bewijzen. Dat ik niet onderdoe voor wie ik ooit was of voor een willekeurige cis-collega. De verhalen van depressie en werkeloos worden die ik van andere transen hoorde hebben mij altijd gedreven om daar vol tegen in te gaan. Helemaal toen ik in de bijsluiter las dat ik onder invloed van de Androcur minder initiatiefrijk zou worden. Ik probeer daarin heel erg mijn oude niveau te handhaven en er nog een schepje boven op te doen. Dat lukt volgens mij redelijk.

Ik wil laten zien dat hoewel een transitie als de mijne een moeilijk en energieslurpend proces is, ik wel mijzelf staande kan houden in de maatschappij. Het heeft me niet weerhouden om een huis te kopen, al keken de notaris en hypotheekadviseur me wel een beetje raar aan toen hij mijn paspoort foto van zeker vier jaar oud zag. Ik ga, zo goed en kwaad als het kan, gewoon verder met mijn leven alsof er niets aan de hand is. Dat is soms moeilijk en dat vergt op momenten best wel eens mooi weer spelen, gelukkig een vaardigheid die ik aardig onder de knie heb gekregen door de jaren heen. Zoals een Brits natuurkundige het ooit schreef: “I’ll face it with a grin. I have to find the will to carry on.”

Zelfspot

Zelfspot is belangrijk. Het maakt het leven zoveel makkelijker en vooral leuker en minder zwaar. Zo ook de afgelopen werkdag.

Ik (FG) sta op de bovenverdieping, aan het werk. Belt een collega (C) vanaf de begane grond naar boven.
FG: Met Fading Gender.
C: Ja hoi met C. Zeg ik heb een grote sterke man nodig om iets zwaars te tillen.
FG: En dan bel je mij? 😉
C: Ja, ik kon groot-sterk-manspersoon-collega niet vinden. Dus bel ik jou maar, wil je even naar beneden komen?
FG: Wat denk je dat ik dáárop ga antwoorden….?
C: “Neen!” Natuurlijk. Maar nu is het nog niet zover. Nu mag ik nog misbruik van je mannelijkheid maken. 😛
FG: Goed, goed, ik kom er al aan.

Open en er relaxed mee omgaan vind ik belangrijk en prettig. Gelukkig heb ik een boel collega’s die daar ook zo over denken en waar ik dit soort gesprekken mee kan hebben.

Werk, Kinderen en Operatie

Vandaag drie blogjes voor de prijs van één. Boel gedachten die ik wil delen over werk, kinderen en dé operatie.

Werk
Vandaag was de dag van kerstavond, de laatste zaterdag voor de kerst. Traditioneel de drukste dag van het jaar. Traditie is ook dat we netjes gekleed gaan op het werk. Ik had daar niet zoveel zin in. Ik houd wel van kleedpartijtjes en outfits samenstellen. Maar niet als ik dat in jongetjesmodus moet doen. Ik droeg vandaag een wat ouder t-shirt, van de herenafdeling. Loszittend vormeloos ding. Voelde ik me zo niet comfortabel in. IK draag meestal stretchy aansluitende shirts als onderkleding. Dat voelt gewoon veel fijner, zowel fysiek op mijn huid als mentaal. Ik heb het er maar op gegooid dat het gros van mijn nette kleren nog in een verhuisdoos zit, wat overigens niet onwaar is. Heb gewoon een wat netter overhemd uit de kast getrokken en dat maar aangedaan. Mijn kleding van vandaag deed me in elk geval niet lekker in mijn vel voelen.

Ik merk dat mijn transitie steeds meer deel van mijn dagelijks leven aan het worden is. Dat voelt goed. Ik voel ook dat ik weer toe ben aan een volgende stap. Zeker nu ik tegenover een aantal collega’s al uit de kast ben. En ik er met eentje op mijn werk er vrij open over praat. Voor toehoorders die het nog niet weten moeten dat nogal merkwaardige gesprekken zijn.
Collega: “Ik had het er laatst eens over met Y, we kunnen wel eens gaan winkelen met zijn drieën. Als je dat leuk vindt tenminste.”
Ik: “Ja hoor, ik heb genoeg nodig. Een complete nieuwe garderobe bijvoorbeeld.”

Kinderen
Vorige week heb ik weer een bezoek gebracht aan mijn psychologe bij het VUmc, dit keer samen met mijn moeder. Omdat ze ook graag een belangrijke ander uit je leven willen spreken in het kader van de diagnose. Geen heel bijzondere dingen gehoord eigenlijk. Wel nog een gewetensvraag: Of ik sperma wil laten invriezen voor ik een behandeling in ga. Dan kan ik technisch gezien nog steeds zélf kinderen krijgen als ik dat later met een partner zou willen. Ik heb daar bijna twee weken over nagedacht. Ik twijfelde eerst, want ik ben heel erg vastbesloten geen kinderen te willen. Maar ik denk dat ik het toch gewoon ga doen. Ik heb er eigenlijk drie redenen voor om het wel te doen.

Ten eerste, nu wil ik geen kinderen. Maar ik weet niet hoe dat zich gaat ontwikkelen. Mijn haatgevoelens jegens kinderen zijn een beetje aan het afslijten. Ik heb zelfs de pasgeboren dochter van een vriendin vastgehouden en openlijk op internet een ‘Dotje’ genoemd. Sterker nog, ik zou het niet eens erg vinden om haar nog eens op schoot te hebben en de fles te geven. ZOMGWTBBQ!!! Dat ik ooit zoiets zou zeggen over kinderen. Het behandelingstraject wat ik inga zal mij binnen vrij korte tijd permanent onvruchtbaar maken, mocht ik dan alsnog van gedachten veranderen dan kan ik, met wat medische hulp, genetisch toch de ouder zijn.

Ten tweede, door die veranderingen in de wetgeving omtrent anoniem spermadonorschap is er een tekort aan donoren. Nu wil ik niet dat er zomaar even een wensmoeder met mijn genetisch materiaal geholpen kan worden. Maar als het, bijvoorbeeld, om een goede vriedin gaat die partnerloos is, of een lesbische relatie heeft. Dan zou ik daar best welwillend over zijn en haar daarin willen bijstaan. Wellicht als een soort tante op de zijlijn nog wat betrokken zijn bij haar kind.

Ten derde is het een politiek statement. De wetgeving verplicht nog steeds dat voor een verandering van je geslacht in het paspoort er een medische verklaring moet zijn van onvruchtbaarheid. Dat komt neer dat de testikels of eierstokken verwijderd dienen te worden door een arts. De wet voorziet niet in het idee dat je met vooraf ingevroren sperma technisch niet onvruchtbaar bent. Ik zou nog steeds kunnen zorgen voor nageslacht, ook al is het met hulp van een petrischaaltje en een laborant. Overigens, dat ik wat laat invriezen, betekent overigens niet dat ik het moet gebruiken. Het is er dan voor het geval dat.

Operatie
Nu ik wat comfortabeler ben met mijn huidige situatie kan ik ook beter denken over de toekomst. Een gedachte komt daarbij steeds terug. Dat ik die laatste definitieve geslachtsveranderende operatie toch maar wel moet doen. Voorheen vond ik dat niet zo belangrijk, en nog steeds vind ik de dingen die dagelijks zichtbaar zijn belangrijker. Mijn gezicht ziet iedereen, in mijn onderbroek kijkt bijna niemand. Maar toch: ik ben dan af van die vervelende testosteronfabriekjes. Dat betekent weer minder medicijnen, dus minder belasting van mijn lever. Het geeft minder moeite met kleding. En ik denk dat ik me dan ook weer beter in mijn lichaam thuis ga voelen als het daarbeneden is zoals het volgens mijn hersenen hoort te zijn. Ik heb dan wel geen afkeer van mijn penis, maar ik heb ook niet het gevoel dat het een integraal deel van mijn lichaam is. Niet zoals mijn neus of voeten bijvoorbeeld die horen er voor mijn gevoel gewoon wél bij.

Het is wel een hele zware operatie, met een flinke nasleep en veel nazorg. Niet iets om licht over te denken. Gelukkig heb ik nog wel eventjes. Vanaf het moment dat mijn diagnose officieel is en ik ‘groen licht’ krijg om met een behandeling te beginnen duurt het miniaal 2 jaar voor ik een chirurg ga zien.

Coming out op het werk, deel 1

Twee weken terug viel een collega al op dat ik geen jongetjesjas aan had. Toen vroeg ze al een beetje door, maar ik was niet echt in de mood en gelegenheid om even all out te vertellen wat er nu gaande is. Vorige week aan het einde van de werkdag viste ze er weer een beetje naar en sloeg ze de spijker op de kop:

“Wil je soms een meisje worden?”
“Ja.”
“leuk! Dus je word een van ons? Welkom!”

We zijn na sluitingstijd nog even een hapje gaan eten en hebben over een en ander gesproken. Wat er gaat gebeuren. Ze vroeg naar wat voor kledingstijl ik leuk vind. Hoever ik al was met het hele proces. Nou ja gewoon de belangrijkste basics over wat er gaande is.

Dat was zo allemaal een week terug. Vandaag heb ik het ook aan de twee bedrijfsleiders verteld. Gewoon aan het einde van de dag even kort wat er aan de hand is. Ze pikten het goed op. Ik kreeg de inmiddels wel gebruikelijke opmerking: “Moedig dat je er wat mee doet en het durft te vertellen.” Maar ook wel een waarschuwing dat niet iedereen klaar zou zijn voor dit soort nieuws, of het even makkelijk zou accepteren als bijvoorbeeld de homoseksualiteit van veel van de mannelijke collega’s in het bedrijf. Dat zullen we gaan bezien.

Ik heb in ieder geval drie supporters binnen het bedrijf achter me staan die er geen moeite mee hebben. Ik weet nog niet wanneer ik het aan de directeur/eigenaar en de rest ga vertellen. Sowieso is baasman een beetje onberekenbaar door de kerststress. Ik denk dat ik er nog even een rustiger moment voor afwacht. Na de kerst. Maar misschien ook eerder, maar net hoe het uitkomt.

Ik voel in ieder geval alweer een hindernis minder en ook wel een last van mijn schouders. Blij dat ik in ieder geval in mijn werkomgeving wat medestanders heb.