Ben ik mijn plek wel waard?

De reacties onder nieuwsberichten over transgender gerelateerde onderwerpen, ik probeer ze niet te lezen. Maar soms, soms is mijn nieuwsgierigheid sterker dan goed voor me is. Zoals ook afgelopen week onder een nieuwsbericht over Chelsea Manning, die in hongerstaking is geweest om medische transitie af te dwingen.

Even in het kort wat context: Chelsea Manning is een klokkenluider die via Wikileaks een groot aantal militaire documenten naar buiten bracht. Daarvoor heeft ze terecht gestaan voor landverraad en zit ze in de gevangens. Daar heeft ze recht op medische bijstand bij haar transitie. Dat is haar onthouden, ze is ervoor naar de rechter gestapt en die rechter stelde haar in het gelijk. Vervolgens is de medische zorg haar alsnog geweigerd waarna ze in hongerstaking ging.

Onder dat nieuwsbericht een aantal reacties, waaronder deze twee:

“Doe dat maar als hij uit de bak komt”
“Op eigen kosten”

Ik zou graag zeggen dat dit me koud laat. Dat ik weet dat dit toetsenbordhelden zijn die bij wijze van hobby dit soort teksten onder nieuwsberichten plaatst. Ik stel me zo voor dat het 16 jarige pubers zijn die net het concept van een mening leren kennen. Of verzuurde nimby’s. Ik zou graag vol overtuiging kunnen zeggen dat dit maar een kleine hard schreeuwende minderheid is. Ik zou graag zeggen dat het van me afglijdt alsof ik dagelijks baad in Teflon. Maar het laat me niet koud, het raakt me wél en ontlokte deze drie tweets:

waarde.PNG

Het voelt als een niet aflatende stroom van haat en van pesten die op mij wordt afgevuurd. Ook al is het niet direct aan mij gericht. Keer op keer zie ik onder nieuwsberichten dit soort opmerkingen verschijnen. Dat raakt me. Zeker in deze tijden waar er zoveel maatschappelijke en politieke discussie over zorgkosten wordt gevoerd. Ik vrees gewoon weg dat de onderbuik van het internet zijn zin krijgt en dat de vergoedingen voor genderdysforie nog verder worden beperkt. De ‘reaguurders’ lijken maar vaak te denken dat het een soort luxe kwaaltje is. Ze zien in de regel liever dat transgenders met een dosis antipsychotica en een spuit Haldol in hun donder worden opgesloten in een kamertje met zachte muren. -Daarbij even niet beseffend hoe duur zulke psychiatrische zorg is.-  En als je dan wel een transitie wil: betaal maar lekker zelluf.

Dat soort reacties laten me niet koud en doen me serieus afvragen of ik echt zo ongewenst ben in deze maatschappij. Gelukkig zijn er dan altijd mensen om me heen om mijn vertrouwen in de samenleving weer een beetje terugbrengen. Die me in laten zien dat ik niet ongewenst ben en niet iemands plekje inneem. Zoals Humon in een van haar recente cartoons ook wist te tekenen.

spacehumon

Room for you too – Humon Comics

– Ik kan Humon erg aanraden, ze publiceert ook het geweldige (en soms onnavolgbare, want context) Scandinavia and the world. Steun haar door het kopen van merchandise of door haar te volgen via Patreon. – 

Mocht je nou een keer iemand zo’n opmerking als hierboven zien of horen maken, spreek hen erop aan. Want als ik dat doe heeft dat geen zin. Ze zullen vast zeggen dat het onschuldig is zo op internet, of tijdens de kringverjaardag. Ze zullen zeggen dat het niemand schaad, of dat ze het niet zo bedoelen. Maak hen duidelijk dat dat niet zo is en dat ze er wel mensen pijn mee doen. Dat ze mensen zoals ik ongewenst doen voelen, of tot last van hun naasten. Zeg hen dat dergelijke uitspraken schade aanrichten en zeker wel gevolgen kunnen hebben.

 

 

Moet dat nou, die Gay Pride?

Ik hoor die vraag nog vaak gesteld worden als het over de Gay Pride gaat: “Moet dat nou?” Men vind het banaal, overdreven en overbodig, want homo’s hebben toch rechten? Mijn antwoord op die vraag: ‘Ja, dat moet!’ Zolang men de vraag blijft stellen of een gaypride nodig is, is die nodig. De vraag stellen is hem beantwoorden.

De Gay Pride, met als publiek hoogtepunt de bootjesparade door de Amsterdamse grachten heeft niet als doel vulgair te zijn. Het heeft als doel dat homo’s, lesbiennes en in steeds toenemende mate biseksuelen, transgenders en queers zichzelf zichtbaar maken. Ze nemen daarmee nog steeds een risico. Een risico op verbaal en fysiek geweld, risico om je baan te verliezen of geen baan te krijgen (ja, dat gebeurt in Nederland nog steeds), het risico om door je familie of gemeenschap verstoten te worden.

Waarom er dan geen hetero pride is, krijg ik dan nog regelmatig als wedervraag. Die hetero pride is er: 365 dagen per jaar. Elke dag kunnen hetero’s hand in hand lopen met hun partner of zoenen op het station zonder dat er ook maar een haan naar kraait.

Ik wordt daarentegen door een homoseksuele kennis gewaarschuwd dat ik met mijn Hema tompoucen t-shirt toch wel ‘een bepaalde boodschap uitdraag’. Hij gaat zelf naar de Canal Parade om te kijken, maar heeft me ook verteld dat hij zelfs onderweg  naar de grachten niet de hand van zijn partner niet durft vast te houden. Bang voor reacties.

Behalve transgender ben ik ook lesbisch en heb de beide keren dat ik een date in het openbaar zoende daar reacties op gekregen. Reacties van het soort die ik niet kreeg toen ik nog als jongen leefde en mijn (vrouwelijke)partner zoende. De laatste keer was op de roltrappen van het Utrechtse station aan het Jaarbeursplein. De zoen, een hele beschaafde, werd luidkeels aangemoedigd door gejoel vanaf de andere roltrap.

Tot op heden heb ik nooit veel behoefte gehad om deel te nemen aan de Gay Pride. Maar mijn eigen ervaringen, beide met een beschaafde zoen doet mij er anders over denken. De gebeurtenissen twee maanden geleden in Orlando maken dat gevoel nog sterker. Ik wil naar buiten treden. Ik ben trots op wie ik ben als lesbienne én als transgender.

Tijdens het schrijven aan dit blog kwam de inspiratie me pardoes aanwaaien. De NOS citeert uit een merkonderzoek naar de grootste evenement in Nederland dat de Gay Pride nog steeds niet is ingeburgerd en nog altijd veel weerstand oproept onder de Nederlandse bevolking. Het calvinistische adagium ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg!’ wordt daarbij van stal gehaald. Je mag best homo zijn, zolang je het maar niet in het openbaar doet en je vooral wel naar heteroseksuele normen vormt.

Maar ook meer specifiek voor transgenders is de pride nodig. Op het moment dat de Gay Pride in Amsterdam volop aan de gang is en de stad zich opmaakt voor de Canal Parade noemt Amsterdams VVD gemeenteraadslid Daniel van der Ree transissues op Twitter nog even”Onzin.” Je zou vandaag maar op de VVD-boot staan tijdens de parade, wetende dat die vrijheid uit de naam nogal kieskeurig wordt geïnterpreteerd.

Dit jaar moet ik tijdens de Pride evenementen werken, invallen voor mijn collega die extra hard moet dansen in mijn plaats. Maar met dank aan mijn broer die speciaal voor me naar Amsterdam is gegaan om een beetje Gay Pride naar mij te brengen:

wp-1470421274684.jpg

Want de Gay Pride is nodig, net zo lang tot iedereen met zijn/haar/hen partner(s) hand in hand over straat kan lopen en deze ook gewoon een afscheidszoen kan geven op het station. Net zo lang tot er niet meer opgekeken wordt van kinderen met twee vaders of twee moeders. Net zo lang tot gemeenteraadsleden transgenders geen onzin meer vinden. En vooral net zo lang tot de vraag ‘Moet dat nou?’ niet meer gesteld wordt.

Bielzenblues

Update: Ik heb naar aanleiding van dit blog contact met OV-chipkaart. Zij gaan dit op een nette manier oplossen. Ze zorgen voor een nieuwe chipkaart en zullen alle ook backoffice zaken ook voor me afhandelen.

Acht jaar geleden studeerde ik af. Met het ophalen van mijn diploma moest ik helaas ook mijn ov-studentenkaart inleveren. Rijbewijsloos als ik was stapte ik over op een voordeelurenabonnement van de Nederlandse Spoorwegen, de korting op treinreizen scheelde toch wel een boel geld. Nooit heb ik beseft dat dat voordeelurenabonnement me later zoveel bielzenblues* zou opleveren gaandeweg mijn transitie vorderde.

Bij het definitief inleveren van mijn grote stuk geplastificeerd karton dat in geen enkele portemonnee paste, een Studenten-OV was twee keer zo groot als een bankpas, kreeg ik de kortingsbon van de NS voor dat voordeelurenabbo. Ik heb daar direct gebruik van gemaakt en moest een pasfoto inleveren voor het pasje dat erbij hoorde. Zo had ik iets om aan de conducteur te bewijzen dat ik ook echt de persoon was die recht had op 40% korting.

De gewone voordeelurenkaart werd vervangen voor een chipkaart. Van de NS kreeg ik vijf jaar geleden een pas met mijn voordeelurenreisproduct met dezelfde pasfoto als op mijn oude NS-abonnement, die pas gebruikte ik tot voor kort nog steeds om mee te reizen.

Dat er op mijn OV-chipkaart een oude pasfoto stond is het treinpersoneel al vaak opgevallen. Zo’n Service & Veiligheid Gorilla wist met luide stem aan de hele coupé te verkondigen dat ik niet mijn eigen pas zou bij zou hebben. Blijkbaar had hij geen zin in moeilijk doen, na een slechts één zin lange uitleg (“Dat is een lang verhaal.”) kreeg ik met meewarige blik mijn kaart in mijn handen geduwd en droop hij af. Ofwel mijn stem was voor hem duidelijk genoeg, of hij had niet veel zin in iemand die wel gewoon netjes had ingecheckt. De gewone conducteurs van de NS zitten gelukkig beter in hun mensenkennis en sociale vaardigheden. Vaak genoeg krijg ik bij controle – na lang staren naar mij en naar die pasfoto – een glimlach, een goedkeurend knikje of zelfs een compliment.

Met het officieel veranderen van mijn naam en juridisch geslacht vond ik het vorig jaar tijd om ook mijn gegevens bij de NS te veranderen en een nieuwe chip aan te vragen. Leek me makkelijk genoeg: mailtje naar de NS, nieuwe foto opsturen en binnen een aantal dagen een nette nieuwe OV-Chip met een foto waar ik wel weer op lijk. Dat blijkt dus enorm veel lastiger dan gedacht.

Mijn gegevens laten aanpassen is bij alle instanties tot nu toe eenvoudig gebleken. Bij mijn geboortegemeente maakte ik een afspraak en trof ik een enthousiaste ambtenaar die mijn aangifte opnam en mijn namen wijzigde. Met een nieuwe identiteitskaart ben ik de bank binnengestapt en waren in vijf minuten mijn gegevens bijgewerkt. Mijn zorgverzekering had aan een briefje van het Genderteam voldoende, bij mijn tandarts had aan een half woord al genoeg. De apotheek was zo voortvarend dat ze op basis van de recepten die ik had zelf aanboden om mijn gegevens aan te passen. Zelfs mijn diploma omwisselen bij mijn HBO instelling is makkelijk. Terwijl dat documenten zijn waar in de regel nóóit duplicaten van worden uitgegeven.

Anders is dat bij de NS. Vorig jaar heb ik al contact gezocht met de grote spoorvervoerder welke stappen ik moest zetten voor een simpel nieuw pasje. Op de site kon ik de informatie niet vinden. Van e-mail hebben ze bij de NS nog nooit gehoord, dus ik stuurde een jaar geleden een handgeschreven brief. Als het dat ouderwets moet, dan kunnen ze het krijgen ook. Ik had ook kunnen faxen, maar ik heb geen fax en wel een vulpen. In de brief verzocht ik mijn gegevens te wijzigen en me te voorzien van een nieuwe pas met daarop de bijgevoegde pasfoto.

Ik kreeg een nette brief terug, samen met de pasfoto die ik stuurde. In de administratie van de spoorwegen waren mijn gegevens aangepast aan de nieuwe situatie. Maar voor het aanvragen van een nieuwe OV-Chip werd doorverwezen naar het bedrijf dat die chipspassen uitbaat. Daar stond de volgende procedure bij uitgelegd:

  • Schaf voor € 7,50 een tijdelijke anonieme ov-chipkaart aan
  • Laat bij de servicebalie mijn voordeelurenabonnement overzetten van mijn oude kaart naar de tijdelijke kaart.
  • Stuur de oude ov-chipkaart op naar de NS
  • Schaf voor € 7,50 nieuwe persoonlijke ov-chipkaart aan
  • Laat mijn voordeelurenabonnement bij de servicebalie overzetten van de tijdelijke anonieme kaart naar de nieuwe persoonlijke kaart.
  • Stuur de oude ov-chipkaart op naar de NS om het resterende saldo terug te krijgen.

Ik heb het er toen maar bij gelaten. Mijn oude persoonlijke ov-chip zou nog tot dit jaar geldig zijn en ik verwachtte dat de NS voor de nieuwe kaart een nieuwe pasfoto zou vragen. Tot ik deze week in mijn brievenbus post van de NS aantrof, althans het was briefpapier van de NS, met een NS logo en in de NS huisstijl. De brief was gericht aan meneer Fading Gender en bijgevoegd was een nieuwe OV-Chip, ook deze met NS-logo, op naam van meneer Fading Gender met uiteraard dezelfde oude pasfoto van acht jaar geleden erop. Even voor het vergelijk: mijn nieuwe OV-Chip en een recente foto:

wpid-wp-1432667887913.jpeg

Blijkbaar was het wijzigen van mijn gegevens in het klantenbestand van de NS toch niet zo succesvol. Ik heb toen een aardige twitterconversatie gehad met de webcare afdeling van de NS. Die zeiden niets voor me te kunnen doen verwezen me door naar hun toeleverancier die de chipkaarten leverde. Mijn vraag of ik dan ook bij Prorail een pasje moest aanvragen om met de trein te kunnen zagen ze het sarcasme niet van in. Is er een emoji voor [sarcasm sign]? Zou handig zijn op twitter.

Maar mijn verbazing was nog wel het allergrootst toen ik afgelopen week wéér een brief van de NS ontving. Ook op NS briefpapier met NS logo en in NS huisstijl. Deze brief was gericht aan mevrouw Fading gender en gestuurd om me te informeren dat er een slordige € 60 euro van mijn rekening zou worden geïncasseerd. De abonnementskosten voor mijn voordeeluren abonnement. Blijkbaar kunnen ze mijn klant-gegevens toch wel aanpassen, maar dat doen ze niet consequent.

Het ziet er naar uit dat ik de komende vijf jaar weer met dezelfde hopeloos verouderde pasfoto op mijn OV-Chip ga reizen. Dan maar de incidentele rare blikken van controleurs en beschuldigingen van zwartrijden op de koop toe nemen. De procedure om een nieuwe pas te krijgen vind ik gewoon te omslachtig en te klantonvriendelijk. Ik heb mijn best gedaan om de NS op de hoogte te stellen van de wijzigingen. Als zij dan blijkbaar niet kunnen zorgen dat ik een correcte pas krijg dan is dat niet mijn probleem. Dan maar regelmatig bielzenblues als mijn vervoersbewijs wordt gecontroleerd.

* Als je die referentie snapt, dan heb je gelijk een idee in welke tijd ik studeerde en veel met de trein ging op weg naar studi

Wachttijdverkorting & Angst

Ik had dit weekeinde een ander blogje in de planning maar dat behoeft even uitstel. Gisterochtend kwam ik in een topic over de wachttijden de link naar het actuele wachttijdendocument dat het Genderteam maandelijks op de site van het VUmc publiceert. Omdat die wachttijden zo lang zijn keek ik er eigenlijk nooit. De vorige keer dat ik er keer was het voor mijn blogje ‘Kopie van het briefje van de dokter‘. Toen had ik net te horen gekregen dat ik in voorbereiding alvast moest beginnen met de permanente ontharing van het operatiegebied. De 12-18 maanden die er toen stond voor de operatie was ergens wel geruststellend, omdat het me ineens wat te snel ging. Maar gisterochtend zag ik dit:

Wachttijd april

Dat was even schrikken. De knoop over operatie heb ik nog steeds niet definitief doorgehakt. Ik was blij dat ik daar nog wel even bedenktijd voor had vooral om het idee op me te laten inzinken. Met de 12-18 maanden wachttijd die ik in februari zag had ik daar ook ruimschoots tijd voor. Eén van die gestelde voorwaarden is het doorlopen hebben van de reallife fase, voor mij is dat in augustus. Persoonlijke omstandigheden in acht nemend zou dan voorjaar 2015 de eerste mogelijk heid zijn. Nu staat die wachttijd op zes maanden, als dat zo blijft dan is voorjaar 2014 al een optie.

Een heel jaar eerder, daar had ik nog niet op gerekend. De gedachten aan dit document en die flink kortere wachttijd hebben ook de hele dag rondjes door mijn hoofd gerend. Ik had ingecalculeerd nog tot zeker een jaar bedenktijd te hebben, om dan een beslissing te gaan nemen.  Het lijkt me nu wijs om mijn denkproces en bewustwording een tandje bij te zetten. Het fysieke proces gaat zo ook ineens een stuk sneller.

Mijn bezwaren tegen de operatie is niet zozeer twijfel of ik het wel wil, het is angst. Gewoon simpel angst. Ik vind het eng en ik ben bang. Ik heb gewoon net iets te vaak verhalen gehoord over de nasleep en hoe vreselijk veel pijn het doet en de complicaties die op kunnen treden. Die pijn is een prijs die ik best bereid ben om te betalen, maar als je dan weer eens hoort dat het dwars door de morfine heen hakt, dan is dat echt niet bemoedigend. Ik heb gister de hele dag een knoop in mijn maag gehad, hopelijk dat het vandaag beter zal gaan en ik het het een beetje los kan laten.

‘Trannier than thou’

Dat er weerstand uit de conservatieve en christelijke hoek tegen de transgenderwet zou zijn had ik niet anders verwacht. Maar er ik zie ook veel weerstand tegen het wetsvoorstel vanuit een hele onverwachte hoek: transseksuelen.

Dit blogje behoeft wat uitleg over het transjargon om een ander uit te kunnen leggen. Om te beginnen is transgender een parapluterm, daaronder vallen alle afwijkende gendervariaties, van travestie tot transeksualiteit. Transseksueel geeft aan dat iemand de wens heeft om fysiek zijn of haar sekse of fysieke geslacht te veranderen. Ik gebruik die term niet vaak om mijzelf te omschrijven, ik vind het woord niet prettig klinken met alle harde klanken en het geeft onterecht het idee dat het om seksualiteit gaat in plaats van sekse. Binnen de transseksuelen wordt er onderscheid gemaakt tussen: Pre-ops, zij die nog een operatie wensen te ondergaan. Post-ops, zie die reeds de geslachtsveranderende operatie achter de rug hebben. En er zijn de non-ops, zij die geen operatie willen om welke reden dan ook. Persoonlijk zou ik nog een vierde categorie willen noemen: de nog even niet-ops, zij die er nog niet zeker over zijn of ze een operatie willen.

Online heb ik in de transgemeenschap al eerder een zeker trannier than thou-sentiment (transer dan gij) gezien. Transseksuelen die er zeker van zijn de operatie te willen of die al geopereerd zijn, de pre-ops en post-ops, kijken nogal eens neer op mensen die de operatie niet willen, nog even uit stellen of er gewoon niet zeker van zijn. Die zijn in hun ogen dan niet trans genoeg. Ze voelen zichzelf echt beter en verhevener boven transgenders die (nog) geen operatieve ingreep wensen. Ik heb fora gezien waar je als transgender botweg niet welkom bent. Alleen als je écht van plan bent om die stap te zetten dan ben je er welkom, anders ben je niet echt genoeg.

Er zijn genoeg redenen om de operatie niet te willen of uit te stellen. Bijvoorbeeld een kinderwens. Het is voor een transvrouw niet heel erg ingewikkeld om voor de behandeling aanvangt nog sperma in te laten vriezen. Eicellen oogsten en invriezen kan wel, maar heeft nogal wat om het lijf. – In de transgenderwet is trouwens een clausule opgenomen om het moederschap van een kind dat is gebaard door een man te registreren. – Operatieve ingrepen kunnen om diverse redenen te belastend zijn voor het lichaam. De resultaten van operaties zijn soms twijfelachtig, bevredigend resultaat wordt niet gegarandeerd en vaak zijn er nog correcties nodig. Om zo maar eens een paar dingen te noemen. Als je dat er allemaal niet voor over hebt, dan ben je een minderwaardig. Dat is wat ik bedoel met trannier than thou.

De zichzelf verheven voelende transseksuelen zijn nogal eens tegen de transgenderwet. Immers, dat wetsvoorstel maakt het mogelijk om juridisch het geslacht te veranderen zonder dat daar een verplichte operatie aan vast zit. De redenen die ze geven variëren. Ik heb de inflatie van geslacht gehoord, hun operatie is minder waard geworden. Ze vinden dat de overheid in je onderbroek móet kijken en het geslacht alléén maar gebaseerd mag zijn op een in het dagelijks leven onzichtbare variabele. Ze vinden dat ze last hebben van transgenders omdat hun omgeving hun wens tot operatie minder serieus neemt. Dat zijn de dingen die ik tot nog toe heb gehoord.

Met twee van de argumenten walsen ze nogal even over artikel 11 van de grondwet heen: de onaantastbaarheid van het lichaam. Dat laatste argument zegt meer over de maatschappij dan over de verdeeldheid tussen transgenders en transseksuelen zelf. De medische en psychologische wetenschap erkent inmiddels dat er meer is dan een strakke binaire tweedeling in genders. Tot niet heel lang geleden kon je bij het VUmc niet terecht voor behandeling als je de operatie zou willen laten. De genderteams zijn inmiddels tot inkeer gekomen en hebben een breder ruimer inzicht. Het kabinet, bij monde van Staatssecretaris Teeven, volgt dat inzicht en vanuit het parlement gaan er zelfs stemmen op om het idee van gender in de wetgeving helemaal los te laten. Naar dat laatste gaat ondezoek gedaan worden, kan nogal consequenties hebben voor onder andere het familierecht.

De menselijke psyche is een complex iets en iedereen is een special snowflake. Ik snap dat het voor bepaalde dingen gewoon nuttig kan zijn om mensen te labelen. Maar dat anderen op basis van een arbitrair fysiek kenmerk bepaalt hoe ik mijn leven moet lijden, daar kan ik niet tegen. Zeker niet als dat vanuit een hoek komt die ik zie als lotgenoten.  Ik voel me nu nog minder geneigd om me te classificeren als transseksueel. Gewoon omdat ik niet wil worden geassocieerd met een stelletje…. Laat ik die Godwin maar even niet maken.

Tenslotte nog even de kanttekening dat lang niet alle zichzelf als transseksueel definiërende individuen tegen de transgenderwet zijn en zich beter dan transgenders voelen. Maar dat ze er zijn, vind ik al erg genoeg. Vooral jammer vind ik het dat er zo nóg meer verdeeldheid ontstaat die onze een kleine groep niet echt sterker maakt in het maatschappelijke debat.

Tijdlijn

Na mijn vorige tijdlijn bericht kreeg ik het idee om dat saaie lijstje te verwerken tot een mooie infographic. Want dat is natuurlijk veel aantrekkelijker en ook vooral duidelijker dan zo’n lijstje met datums, helemaal als het op een correcte schaal is. Tekenen kan ik niet, en met dingen als photoshop of indesign of andere dingen die ervoor zijn kan ik niet overweg. Via via kwam kreeg ik de tip om Verité Timeline JS te gebruiken. daarmee maak je niet alleen eenvoudig een mooi grafisch geheel het is ook nog interactief. Het kostte wat tijd om te vullen en te integreren in mijn blog maar er is resultaat:

Klik om de tijdlijn te openen, deze opent in een nieuw tabblad.

Tijdlijn

Inmiddels is deze website bovenaan een tabblad rijker, daar kan je deze tijdlijn in de toekomst makkelijk terugvinden.

Een jaar out

Internationale Vrouwendag afgelopen vrijdag markeerde de dag dat ik precies een jaar daarvoor publiekelijk uit de kast kwam. Met een eenvoudig facebook berichtje en daarin de link naar de Open Brief op dit blog bracht ik mijn ‘dingetje’ in de openbaarheid. Mensen in mijn zeer nabije omgeving waren al op de hoogte, maar mijn wijdere sociale kringen nog niet. Met dit berichtje heb ik even de effectiviteit van het sociale netwerken op de proef gesteld. Ik kan wel stellen dat die netwerken prima hun taak hebben vervuld.Coming out

Een week na mijn coming out heb ik er al over gepost: over de bergen positieve reacties die ik kreeg. Via facebook, via e-mail, in persoon, alle reacties waren postitief. Ergens was ik best wel bang voor negatieve reacties. Ik had ervaringen gehoord over mensen die verstoten werden door hun familie, hun baan verloren, vrienden kwijt raakten. Internet is een zegen, maar soms kan je er beter niet komen. Net zoals je niet wat symptomen van een kwaaltje dat je hebt moet intikken in Google: je gaat altijd dood. Ook al heb je slechts een ingegroeide haar. Met coming-outs gaat het net zo: zeg je sociale leven en je baan en je familie en zelfs je veilige woonomgeving maar gedag.

Het tegendeel is waar. Ik werk nog steeds, ik heb een eigen huis, ik heb prima contact met familie, mijn vriendenkring is er nog steeds. Ook na een jaar zit ik nog steeds te wachten op een negatieve reactie. Slechter dan neutraal ter kennisgeving aannemen is het niet geweest. Vooral veel lof en steun en admiratie is mij het afgelopen jaar ten deel gevallen. Ik ben maar gestopt met wachten.

Ergens had ik helemaal niet zo publiekelijk uit de kast willen komen. Bij iedere andere aandoening had ik het lekker op de vlakte kunnen houden en alleen in relevante situaties ter sprake kunnen brengen. In de eerste alinea noem ik mijn genderdysforie een dingetje, voor mij is het dat niet maar als je een stap achteruit doet en naar het grote geheel kijkt is het niet meer dan dat. Zoveel mensen hebben een dingetje. Ik ken mensen die depressief zijn, verschillende varianten van het autistisch spectrum, burn-outs, reuma, fibromyalgie, kanker, diabetici… Allemaal dingen die persoonlijk heel ingrijpend zijn en het nodige vergen om mee te leven. Ik heb in dat rijtje de genderkaart getrokken met mijn dingetje. Helaas is kent de neuro-biologische afwijking die ik heb een behandeling die nogal opvalt. De medische wetenschap vind het onethisch om iemands persoonlijkheid te veranderen, dus veranderen we de verpakking. Voor die nieuwe verpakking moet je mensen waarschuwen. Het is net als bij het nieuwe Mona-toetje, daarvan worden over de verpakking ook hele reclamecampagnes opgezet.

Mijn blog is dat ook wel: een reclamecampagne voor mijn nieuwe verpakking. Het is in eerste instantie een manier van verwerken. Het schrijven helpt mij heel erg goed om mijn gedachten op een rij te zetten. Dat bericht van vorige week over de ontharing en operatie was voor mij heel therapeutisch. Het is ook narcistische zelfbevlekking, de WordPress statistiekenpagina is een van mijn favorieten. Maar ik schrijf ook voor anderen. Als bron voor informatie voor lotgenoten. Voor geïnteresseerden die meer willen weten over wat een transitie behelst.

Uit dat laatste vloeit voort dat ik graag meer acceptatie in de samenleving kweek. Persoonlijk mag ik alleen maar positieve reacties hebben gehad, dat is helaas niet standaard. Onder nieuwsberichten met genderdysforie als onderwerp zie ik nog vaak xenofobe opmerkingen staan. Dat gaat van: niet goed wijs, hij/zij zal altijd een man/vrouw blijven, ze moeten het lekker zelf betalen, aanstellerij… Let er maar eens op. Al kom ik tegenwoordig steeds vaker bondgenoten tussen die opmerkingen tegen, mensen die de xenofobie verbaal te lijf gaan. Vanuit deze insteek vind ik het ook meer dan uitstekend dat mensen reageren, liken, tweeten en retweeten en linkjes doorsturen.

Sauna

Aankomend weekeinde heb ik een dagje sauna geboekt met vrienden. Zin in! Het is lang geleden dat ik naar een sauna ben geweest. Een dagje ontspannen, zweten, bubbelen, scrubben en weken, ik kijk er echt naar uit. Tijdens het reserveren zag ik op de site van de sauna ook iets over badkledingdagen, een collega hoorde ik er laatst ook over.

Van badkledingdagen heb ik het nut niet zo heel erg ingezien. Ik ben altijd naar gewone naaktsauna’s geweest. De enige keren dat ik met enige vorm van bedekking in een sauna heb gezeten was tijdens mijn stage, waar personeel gebruik mocht maken van wat heette de ‘Leisure Club’. Ik heb daar nogal wat uren na het werk in bubbelbaden gezeten, tot het moment dat ik er zelfs spierpijn aan over hield. Ook in het minuscule zweethokje dat voor sauna doorging heb ik aardig wat tijd doorgebracht. Daar wel in een zwembroek en echt lekker vind ik het niet met iets aan. Ik heb ook gehoord van sauna’s waar de sauna naakt is en de baden gekleed. Moet je steeds je natte zwemkleding aan het aantrekken. *ril*

Badkleding brengt nog een boel andere vragen met zich mee. Ten eerste: wat trek ik dan aan? Het type lange zwembroeken wat ik droeg voel ik mijzelf niet prettig bij. Ieniemienie bikini’s zullen ‘m ook niet worden. Wat ik dan ook kies, mijn fysiek is momenteel gewoon raar. Mijn lichaamsvet is zich aan het verplaatsen. Borstgroei is zichtbaar maar stelt nog niet veel voor. Als mijn haar nat is vallen mijn inhammen extra op. Badkleding maakt de boel alleen maar gecompliceerder, ik ga gewoon naakt. Stuk eenvoudiger en comfortabeler. Wat anderen denken zal mij echt totaal niets uitmaken.

 

Transitie tijdlijn

Al een tijdje wil ik de belangrijkste data uit mijn transitie op een rijtje hebben, om zo inzicht te hebben in hoe lang mijn transitie nu helemaal duurt. Daarvoor heb ik even flink terug moeten zoeken naar de datums wanneer ik mij voor het eerst heb aangemeld bij het Genderteam en wanneer ik mijn intake gesprek heb gehad. Dat is nog van de tijd vóór dit blog en voordat ik mijn dagboek ging bijhouden. Maar met wat omwegen heb ik het toch weten te vinden. Ik heb vooral de data neergezet die van belang zijn voor de medische zaken. Maar ook een aantal datums die om persoonlijke datums memorabel zijn staan vermeld.

Het is de bedoeling dat ik dit nog uitwerk in een mooie infographic. Maar daar moet ik nog wat onderzoek naar gaan doen hoe ik dat mooi kan maken. (Tips zijn welkom!) Vooralsnog een lijstje in omgekeerde chronologische volgorde.

Edit: Ik heb inmiddels de tijdlijn verwerkt tot een infographic. Die vindt je op het  tablad ‘Tijdlijn’ bovenaan deze site. Tevens heb ik een datum aan gepast. Mijn aanmelding bij het genderteam deed ik niet in februari 2010 maar al in november 2009. Dat is nog drie maanden langer wachten geweest!

Transitie tijdlijn:

10 November 2012 – ‘Officiële’ unbirthday

6 Oktober 2012 – Eerste portretfoto waarop ik mijzelf herken.

23 Augustus 2012 – Gestart met logopedie.

10 Augustus 2012 – Begonnen met Progynova (oestrogeen)

6 Augustus 2012 – Definitief groen licht gekregen.

6 Juli 2012 – Eerste Dexa Scan.

16 April 2012 – Begonnen met Androcur (testosteron blokkers).

12 April 2012 – Start laserontharing om mijn baardgroei te stoppen.

5 April t/m 16 April 2012 – Bij elkaar driemaal in de fertiliteitskliniek geweest.

23 Maart 2012 – Eerste bezoek endocrinoloog.

8 Maart 2012 – Openlijke coming out via dit blog en Facebook.

9 Februari 2012 – Voorlopig groen licht en eerste doorverwijzing naar de endocrinoloog op zak.

11 Mei 2011 – Eerste diagnostische gesprek bij het Genderteam. N.b.: Werkelijke wachttijd sinds intake: 11 maanden.

15 Augustus 2010 – Coming out naar mijn ouders.

23 Juni 2010 – Bevestiging van het intake gesprek, plekje op de wachtlijst verworven. N.b.: verwachtte wachttijd: 6 maanden.

10 Juni 2010 – Intake gesprek bij het VU MC Genderteam. 7 maanden sinds aanmelden.

23 Februari 2010 – Aangemeld bij het Genderteam.  Chasecall gedaan om te vragen waarom het zo lang duurt.

19 November 2009 – Aangemeld bij het Genderteam.

Het derde Gender

Ik besta niet. Ik kan niet bestaan. Dat is gewoon onmogelijk.

Als je binair denkt. Binair is niet allen iets voor computers het is ook iets maatschappelijks. Ik heb al eens eerder geschreven over binaire symboliek in de maatschappij en hoe dat van jongs af aan al opgelegd wordt. Sinds die tijd heb ik er best wel over nagedacht, er zijn ook andere dingen die mijn denken hierover hebben gevoed. Zoals recente nieuwsberichten over de kerstcatalogus van een Zweedse speelgoedketen. Ik ben niet heel erg thuis in wat er gaande is in het Zweedse maatschappelijke genderdebat, maar daar schijnt nogal wat over te doen te zijn. In elk geval heeft Top Toy besloten de rollen om te draaien, in de folder van dit jaar poseren meisjes met auto’s, treinen en Nerf-guns  en jongens met poppenhuizen, Barbie en Hello Kitty. Behalve een enorm goede marketingzet, als men het over de hele wereld over Top Toy heeft, dan heeft heel Zweden het er zeker ook over. Ik heb altijd geleerd van al mijn marketing docenten: “Het maakt niet hoe je genoemd wordt, als je maar genoemd wordt.” Nu is het een beetje cru om het zo zwart wit te stellen, maar daar wil ik het in dit blog juist over hebben.

Volgens de online versie van de Van Dale betekent binair dit:

bi·nair (bijvoeglijk naamwoord) 1 tweevoudig, tweedelig, zich in tweeën verdelend: binair cijfer cijfer in het binaire stelsel (nul of één)

Er zijn maar twee waarheden: 0 of 1 verder is er niets mogelijk. Overigens is alles relatief, want ik spreek rustig over ‘de binair’ als zelfstandig naamwoord. Maar dat zijn wel veel taal- en wiskundegrapjes in één zin. Er zouden twee geslachten zijn: mannelijk en vrouwelijk. Taalkundig kennen we nog een derde, onzijdig, maar dat wordt zeer zelden op mensen toegepast. Eigenlijk alleen maar op kinderen en dan ook alleen maar taalkundig. In de praktijk is een kind een jongen of meisje. Het is nog steeds de allereerste vraag die wordt gesteld over een pasgeboren baby. Die vraag, gesteld door een pas bevallen moeder, wordt in Monthy Pythons Meaning of Life vakkundig gepareerd met “I think it’s a bit early to start imposing roles on it, don’t you?” Maatschappelijk houden we heel erg vast aan die binaire verdeling, ook al zie ik op individueel niveau dat kinderen veel meer ruimte krijgen om zich te ontwikkelen buiten die stricte rol verdeling.

Ik dwaal af. Binair. Gender is volgens het klassieke maatschappelijk denken een binair. Er zijn maar twee opties. Volgens die denkwijze kan ik niet bestaan. Want ik identificeer als een beetje van allebei en ook een beetje geen van beide. Ik voel me ertussen in. Gender is geen binair, gender is geen setje grijstinten. Gender is een volledig kleurenspectrum. Zo’n spectrum met drie assen, misschien zelfs meer, maar denken in 4 dimensies moet je niet proberen, zelfs ’s werelds beste natuurkundigen doen dat niet omdat het te moeilijk is. Maar om even 16.777.216 genders te gaan onderscheiden is wat teveel gevraagd. Dus ik zou al lang blij zijn als men leert accepteren dat gender een glijdende schaal is met vrouwen en mannen als de twee uitersten dan ben ik al blij. Helemaal als er dan nog in gaat dat die plek die een persoon op die schaal inneemt van moment tot moment kan veranderen, al dan niet afhankelijk van externe factoren. Gender staat niet vast, vandaar ook de naam van dit blog: Fading Gender.

Wanneer je me vraagt of ik een [ ] man of [ ]vrouw ben, dan zou ik [x] overig aankruisen. Allebei en geen van beide. Ik voel mij niet een vrouw, ik voel mij ook niet een man. een collega vroeg me maanden geleden al wat het nu voor mij betekende om vrouw te voelen. Ik kan die vraag nog steeds niet beantwoorden, in elk geval niet volgens een binaire verklaring. Ik voel me mijzelf en daar past een vrouwelijk lichaam en expressie beter bij dan een mannelijk. Om het mijzelf en de mensen om me heen gewoon makkelijk te maken vind ik de definitie ‘vrouw’ ook prima. In het genderspectrum zit ik ook ver voorbij twee derde richting de vrouwelijke kant. Maar ik zal altijd  ‘mannelijke’ eigenschappen blijven houden. Of eigenlijk: eigenschappen die maatschappelijk gezien als mannelijk worden bestempeld.

Ik merk dat in mijn sociale omgang met anderen. Met vrouwen heb ik tegenwoordig hele andere gesprekken dan een slordige twee jaar geleden, over dingen die ze voorheen nooit tegen mij zeiden. Terwijl ik onder de mannen die ik al langer ken nog steeds een beetje ‘one of the boys’ ben. Ik heb het gevoel dat ik als een neutrale partij wordt gezien. Een vertrouweling die twee kanten van de medaille kent (of eigenlijk de tweede kant aan het leren kennen is) en daardoor min of meer onpartijdig is. Best raar, ik heb zo een uniek perspectief wat maar weinigen ooit te zien krijgen. Je leert zo ervaren dat mannen  en vrouwen over hele andere dingen en op een hele andere manier met elkaar praten. Al weet ik dat mannen best over  lichamelijke zaken en ongemakken kunnen praten, maar dan alleen in kleine groepjes vertrouwelingen en dan nog in bedekte termen. Al blijft het dan wel een stuk oppervlakkiger dan de dingen waar vrouwen het over hebben. Bijvoorbeeld: ik kondigde laatst aan dat ik overwoog te gaan hardlopen. Eén van mijn vriendinnen wees me direct op de mogelijke noodzaak van een sport-bh. Zelf had ik daar nog helemaal niet bij stilgestaan, er zijn zo van die dingen waar je niet op wordt voorbereid als je als jongen opgroeit.

Aan de andere kant: ik heb nog steeds mijn technischejongetjesgenen. Ik kijk nog steeds graag naar Discovery Channel (al gaat de kwaliteit van die zender wel achteruit), ik kan nog steeds lachen om flauwe wis- en natuurkunde grapjes. Als iets kapot gaat ben ik nog steeds niet te beroerd om het apparaat open te schroeven en trachten te repareren, met wisselend succes overigens. Ik heb een prima geheugen voor technische droge feitjes, handig op het werk. Als mijn band lek is dan kan ik ‘m plakken ook, dat is als ik een setje met bandenplakspullen in huis zou hebben. Dat kan ik allemaal nog, dat technisch inzicht is niet zomaar verdwenen. Dus ik ben ook nog steeds de persoon die men belt als er iets is met een computer of televisie. Ik hoor dat dan zo aan, probeer de situatie voor te stellen en antwoord dan: “Je moet dát knopje indrukken.” Ettelijke uren irritatie in een paar minuten opgelost. Ik zou volgens mij best aardig presteren op een helpdesk.

Maar, binair en derde gender. Ik zeg hierboven dat ik me zo’n twee derde vrouw voel. Daarna zeg ik dat ik nog steeds mijn kwaliteiten heb die als typisch mannelijk worden omschreven en dat ik in het sociale deel van mijn leven een beetje van allebei ben. Ik heb mijn denkbeelden even uitgezet in een grafiekje. Ik ben visueel ingesteld en dan maakt zo’n plaatje de boel al gelijk een stuk duidelijker dan alleen maar woorden. Nota bene: dit is een persoonlijke theorie, gebaseerd op mijn eigen gevoel zonder wetenschappelijke onderbouwing. Maar dat is het fijne van bloggen, je hoeft niet alles tot op het laatste cijfertje te onderbouwen met bronnen. Perfect is mijn grafiekje ook niet, want er is geen exacte 50-50 verdeling tussen mensen die zich man of vrouw voelen. Ook ga ik uit van gender in slechts één dimensie van vrouwelijk naar mannelijk, zoals ik zei: zelfs ’s werelds beste wetenschappers beperken het aantal dimensies waarin ze denken en geven toe dat multi-dimensionaal denken gewoon te moeilijk is.

Genderverdeling

De blauw en roze gekleurde vlakken stellen hen voor die zich prima kunnen schikken naar een binaire verdeling van geslachten  Zij voelen zich vooral mannelijk of vooral vrouwelijk en hebben slechts kleine afwijkingen van de maatschappelijke gendernormen. Die afwijkingen zijn dan niet groot genoeg om een gevoel van onbehagen te veroorzaken. Het grootste deel van de mensen past in die twee gekleurde vlakken, ik had ze misschien nog wel veel groter kunnen tekenen. In die maatschappelijke definities van een mannelijk en vrouwelijk gender deel ik niet alleen hen in die geboren zijn als het bijpassende geslacht. Ook transgenders die zich gewoon man of gewoon vrouw voelen, ongeacht het geboortegeslacht, schaar ik daaronder.

Het gaat mij om het grijs gebied. In dat grijze gebied vinden we hen die genderambigue genoemd kunnen worden. (De term en definitie geleend uit het SCP Rapport: ‘Worden wie je bent‘). Onder genderambigue verstaat men mensen die zich zowel man als vrouw voelen en ook mensen die zich geen van beide voelen. Voor het gemak neem ik die twee varianten samen als ik spreek over het derde gender.

De plek die een individu inneemt op deze omgekeerde bel-curve is geen vaststaand iets. Gender is geen vaststaand iets. Als transgender ben ik zelf van ergens halverwege het mannelijke heuveltje afgegleden en de vrouwelijke kant opgeklommen. Maar ik heb lang genoeg tussen die plekken in gevoeld. Ik heb ook gewenst dat we een androgyne maatschappij zouden hebben, dat ik de ene dag een meisje kon zijn en de andere dag een jongen. Gewoon naar gelang hoe ik me voelde die dag en wat me het beste uitkwam. Maar mijn gevoelens hebben zich ontwikkeld. Zo ergens rond mijn twintigste begon ik door te hebben dat er iets niet goed zat.  Niet geheel toevallig is dat in de levensfase waar de ontwikkeling van de hersenen hun voltooiing vinden. Lees Wij zijn ons brein van Dick Swaab er maar op na, Pas tussen het 21e en 23e levensjaar zijn onze hersens ‘af’. Met die kennis vind ik het ook niet raar dat ik pas zo laat dingen begon door te krijgen. Blijkbaar was daar een volledig ontwikkeld brein voor nodig om alle puzzelstukjes op hun plek te krijgen. In elk geval ik heb een vrij stabiele ontwikkeling langs de curve meegemaakt. Hoe meer ik mijzelf begon te begrijpen hoe verder ik het lijntje van rechts naar links volgde. Ik ben nu aangeland ergens in de buurt van dat rode lijntje in de linker helft.

Maar dat ik met een zo’n constante tred één kant op ga betekent niet dat anderen dat ook doen. Anderen blijven ergens in het grijze gebied hangen en voelen zich daar beter. Of ze hopsen van de ene plek op het lijntje naar een andere plek, zonder de curve te volgen. Ze vouwen als het ware het grafiekje dubbel en stappen zo over van de ene naar de andere kant gewoon hoe het hen uitkomt. Dat is een abstract concept, maatschappelijk worden we opgevoed met het idee van twee geslachten en dus genderidentiteiten en niet meer dan dat. Vaak verwijst men dan naar het dieren rijk: alle dieren zijn óf mannelijk, óf vrouw. Dus alles wat anders is, dat moet wel onnatuurlijk zijn.

Dat is niet zo. Om maar te beginnen met hermafrodiete slakken. Die bij een paring de geslachtsdelen naar keuze aanspreken. Evolutionair biologen onderscheiden bij diverse diersoorten meer dan twee genders. Bijvoorbeeld bij de Witkeelgors, een Amerikaanse Spreeuwensoort, is dat het geval. Daarin worden twee mannelijke varianten en twee vrouwelijke varianten onderscheiden. Van beide geslachten is er een agressieve variant en een zachtaardiger variant, die ook nog eens te onderscheiden zijn door de kleur van het verendek. Witkeelgorspaartjes bestaan eigenlijk altijd uit een agressief vrouwtje en een zachtaardig mannetje of andersom. Bij een complex organisme als de mens is het naar mijn idee niet vreemd en zeker niet onnatuurlijk om daar ook meerdere genders in te onderscheiden.

Onder mensen zijn er niet vier duidelijke genders te onderscheiden. Iedereen maakt zijn eigen ontwikkeling door, dat maakt dat iedereen zijn gender op een eigen manier beleefd. Het over grote deel kan prima leven met een binaire indeling, ook al voelen zij zich slechts grotendeels, maar niet volledig, man of vrouw. Er zijn genoeg breiende mannen en aan auto’s sleutelende vrouwen die zich prima voelen met de labels ‘man’ en ‘vrouw’. Echter zijn er ook individuen die zich buiten de binair voelen: geen man én geen vrouw of juist een beetje van allebei. Ik heb dat ook wel. Als ik me conformeren aan de binair dan stap ik liever naar de vrouwelijke kant, daar voel ik me veel prettiger en meer thuis. Maar ik voel me er ook een beetje tussen in hangen, in dat grijze gebied. Mijn fysiek is daar grotendeels debet aan. Mijn lijf vertoond nog genoeg mannelijke kenmerken en hoewel ze echt aanwezig zijn, vallen de vrouwelijke kenmerken nog niet heel erg op. Ik sluit dus ook zeker niet uit dat ik nog veel verder langs die curve omhoog klim en me lekker in dat roze deel ga nestelen.

Ergens zou ik het op dit moment best fijn vinden om een neutraal te kunnen zijn. Niet onzijdig, maar neutraal. Dat derde geslacht wordt best wel beschreven door zowel biologen als door psychologen, die daar ieder hun eigen insteek in hebben. Maar onze maatschappij is daar nog niet op ingesteld. Onze taal heeft er ook letterlijk geen worden voor, persoonlijk voornaamwoorden in de derde persoon enkelvoud ontbreken in zijn geheel. Als onzijdig is er alleen “het”, een woord dat onder genderambigue mensen niet bepaald als flatterend wordt ervaren. De pogingen tot nieuwe woorden die ik tot nu heb gezien, bijvoorbeeld zhij en zhaar, vind ik niet overtuigend en vooral heel kunstmatig klinken.  Bij gebrek aan neutrale alternatieven mag je me gewoon mevrouw noemen en naar me verwijzen als zij. Daar voel ik me onnoemelijk veel prettiger bij dan wanneer je meneer tegen me zegt. Een foutje of verspreken echt geen halsmisdaad hoor, maar je kan verwachten dat ik je wel zo af en toe verbeter.