82 steken

82 steken zo breed is mijn denkproces, 82 steken okergele super bulky acryl op naald nummer 10. Na mijn bezoek aan de plastisch chirurg, al bijna drie weken geleden, heb ik mijzelf nauwelijks de tijd gegund om rustig na te denken over mijn opties. Daarom ben ik afgelopen maandag maar begonnen met het breien van een sjaal. Niet zozeer vanwege het stuk textiel dat ik er aan overhoud, maar om mezelf stil te laten zitten en na te laten denken. Aan het einde gekomen van de eerste ‘one ball, one project’ bol breigaren is mijn sjaal pas op een derde van de beoogde lengte en mijn denkproces evenmin klaar.

Het denkproces.

Ik heb nu alle informatie die ik nodig heb om een keus te gaan maken. Ik weet wat de mogelijke complicaties zijn, ik ben op de hoogte van het risico op blaasontstekingen. Ik heb een beeld van de revalidatieperiode. In mijn hoofd ben ik nu alle voors en tegens tegen elkaar aan het afwegen.

Ik ben mezelf aan mezelf verantwoorden waarom ik al die negatieve dingen het waard vind om voor de operatie te kiezen. Waarom zou ik niet gewoon blij zijn met hoever ik nu al ben gekomen? Ik draag de kleren die ik wil. Ik heb lang haar. Mensen gebruiken mijn juiste voornaam en behandelen me zoals ik behandeld wil worden. Als het een beetje opschiet in de Eerste Kamer kan ik volgende zomer een nieuw paspoort krijgen waarop staat dat ik een vrouw ben. Waarom zou ik met dat alles geen genoeg nemen? Dat zou een hele boel tijd en moeite en pijn en nasleep en blaasontstekingen schelen.

Afgelopen week keek ik na het douchen naar beneden en zag ik mijn reflectie in de natte douchevloer. Ik zag mijn lijf vanuit het perspectief van mijn grote teen en dat beeld is blijven hangen. Ik zag een hybride lijf met penis én een paar borsten. Ik zag het geslacht waarmee ik ben geboren én dat wat ik werkelijk ben. Het voelde unheimisch om mezelf zo te zien.

Wat ik daar in die weerspiegeling zag klopte niet, een gevoel wat in het afgelopen jaar alleen maar sterker is geworden. In het begin van mijn transitie was ik eigenlijk alleen maar bezig met het sociale deel. Met de dingen die voor de buitenwereld zichtbaar waren. Nu dat zijn gangetje gaat komt er tijd vrij om bezig te zijn met dingen die niet voor de buitenwereld zichtbaar zijn. Er is tijd voor de details, tijd om na te denken over hoe ik mezelf wil zien, voelen en zijn. Waar ik een jaar geleden de gedachte aan een hybride lichaam niet erg vond, stoort het me steeds meer. Ik voel me steeds minder op mijn gemak met dát deel van mijn lichaam en die penis voelt meer en meer misplaatst.

Heb ik wel een keuze? Ik bezie de operatieve mogelijkheden dan wel als opties. Maar in hoeverre heb ik daar echt een vrije keuze in? Ik merkte het bij het uitzoeken van outfits voor een feestje komend weekend. Alleen thuis, voor de spiegel en verder niemand die meekijkt en oordeelt behalve ikzelf. Ik stoorde me aan die derde bobbel. Ook al kan ik hem behoorlijk camoufleren en valt niemand het op, ik weet dat ‘ie er is. Dat is al genoeg. Waar mijn sociale dysforie afneemt, wordt mijn lichamelijke dysfore gevoelens sterker.

Ik ga deze week maar weer terug naar de winkel voor extra breigaren. Hier gaat nog wel een bolletje of twee denkwerk inzitten.

Scumbag Brain

Scumbag brain, het is een bekende meme, is heel goed om tegen zere psychologische benen te schoppen. Vaak zijn het onschuldige dingen zoals die keren dat je een kamer inloopt en plots niet meer weet wat je daar nou komt doen. Of het niet meer op een woord kunnen komen terwijl je het wel weet. Maar soms is scumbag brain precies wat zijn naam zegt: een rotzak.

Scumbag brain social

Ik heb vaak genoeg te kampen met mijn eigen scumbag brain. Dan is het vooral dat hij de onzekerheidskaart speelt. Vooral als ik iets sociaals te doen heb en helemaal als ik er veel waarde aan hecht om er bij te zijn en er ook leuk uit te zien, dan kan onzekerheid plots komen opzetten. Ik noem het wel dysforie-aanvallen. Momenten waarop ik mezelf plots zó onzeker voel dat ik het liefst onder de dekens kruip en vooral de deur niet uit wil. De heftige aanvallen gaan gepaard met huilbuien, extreem onzeker voelen, angsten, en lichamelijke onrust. Waar ze precies vandaan komen weet ik niet maar meestal is er een wel een duidelijke trigger. Dat ik ineens een hintje baardschaduw zie in de spiegel bijvoorbeeld. 

Soms komen die aanvallen ook achteraf, dat is mij tijdens mijn vakantie overkomen. Na een behoorlijk druk weekend met onder andere Roze Maandag op de Tilburgse kermis heb ik een behoorlijke emotionele dip gehad. Die dip werd nog even kracht bij gezet door mijn scumbag brain die even alle dingetjes waar ik onzeker over ben even wist aan te wijzen op de foto’s waar ik opstond. “Je bent te lang!” en “Je hebt een te mannelijk postuur! en “Je bent een freak!” Dat werd niet geroepen door zomaar iemand op straat, maar dat kwam vanuit mijn eigen psyche. Het was het moment dat tot mij doordrong dat behalve ik het niet in mijn eentje hoef te doen, ik het gewoon niet in mijn eentje kan. Ik heb vorige week dan ook wat extra vaart gezet in het vinden van professionele begeleiding. Op die begeleiding moet ik nog een paar weken wachten. Tot die tijd zal ik nog even mijn eigen boontjes moeten doppen. Gelukkig heb ik wel veel steun aan vrienden en heb ik daar afgelopen week veel hulp van gekregen.

Toen ik afgelopen weekend mijzelf aan het klaarmaken was om naar een bruiloft te gaan begon mijn brein weer te wijzen naar wat dingen. Op dat moment kwam er in me op om die onzekerheden een naam te geven en ze zo te kunnen blokkeren. De memes waar populaire internetcultuur zo mee doorspekt is gaven mij daar een mooi handvat voor: scumbag brain. Door mijn onzekerheden zo een ‘gezicht’ te geven heb ik er dit weekend beter mee om kunnen gaan. Ik kan mijn onzekerheden op de ze manier gewoon keihard in de ballen schoppen. 

Het resultaat daarvan? Nou, dit: Foto’s van mijn trip naar Castlefest. Met een zeldzame foto waar ik zonder bril opsta. IMG_20130804_113100

Castlefestblog

Mijn poseerskills behoeven nog verbetering….

 

 

Twee portretten

Even op de foto gaan, het lijkt zoiets triviaals. Zoveel mensen gaan op de foto. Iedere dag opnieuw maken mensen foto’s van zichzelf, kijk maar naar facebook. Voor mij is op de foto gaan een big issue. In dit blog twee portretten en mijn gedachten erover.

Afgelopen zaterdag vierde een goede vriendin het openingsfeestje van haar nieuwe fotostudio. Uiteraard vieren fotografen feestjes met foto’s. Dus behalve gewoon een gezellig feestje was er ook mogelijkheid tot het laten maken van een portret zonder dat je er een hele shoot voor hoefde te boeken.

Ik heb nogal een haat-liefde verhouding met fotografie. Ik heb een hele uitgesproken voorkeur voor welke zijde van die gevoelige plaat ik sta, of het nu analoog is of digitaal maakt niet uit. Ik sta aan de achterkant! Ik houd niet van gefotografeerd worden. Ik snap ook echt niet hoe iemand nou oprecht blij kan zijn met een foto van zichzelf. Echt, die gedachte veroorzaakt bij mij kortsluiting. Oude foto’s van mezelf kijk ik ook niet graag terug. Of het nou geposeerde schoolfoto’s zijn of kiekjes of vakantiefoto’s. Ik houd er niet van, ook al heeft de fotograaf zijn best gedaan met het maken van flauwe fotografengrapjes om een spontane lach uit te lokken. Ik zie mijn eigen beeltenis liever niet vereeuwigd. Dat ik het toch doe of toesta is uit andere overwegingen, om toch een aandenken te hebben voor later bijvoorbeeld. Ik ben dan wel niet tevreden met mijn lichaam maar life goes on en daar hoort ook zo af en toe een foto bij.

Al ruim twee jaar geleden moest ik op mijn werk poseren voor een promotie foto, net als al mijn collega’s overigens. Op de foto met je favoriete product. Die foto’s worden nu gebruikt voor de marketing. Nu ik die foto terug zie, zie ik alles waarom ik mijn transitie ben ingestapt. Op die foto zie ik weliswaar de persoon die ik destijds ook zag als ik in de spiegel keek, maar ik zie niet mijzelf. Ik zie alleen maar het omhulsel waarin ik toen leefde.

Promofoto op het werk.

Dat was tot voor kort, onderwijl ben ik al heel wat verder. Ik zit beter in mijn vel, letterlijk. Dat heeft in mijn denken over foto’s een flinke ommekeer teweeg gebracht. Ik heb hier een paar maanden terug al eens een foto’tje van mijzelf laten zien, met daarbij de boodschap dat het voor het eerst was dat ik mijzelf niet vreselijk op een foto vond staan. Dat was een kiekje, gemaakt met mijn mobiele telefoon terwijl ik in de trein zat, even snel tussendoor gemaakt. Eigenlijk was het een beetje prutsen en spelen tegen de verveling waarvan het resultaat me wel aanstond.

De mogelijkheid die ik kreeg voor een goed en netjes geposeerd portret van mijzelf, van wie ik écht ben. Afgebeeld op een manier waarop ik mij goed voel. Heb ik niet gelijk aangegrepen. Sterker nog, ik heb de dag van te voren pas ’s avonds laat besloten om naar dat openingsfeestje te gaan. Wat resulteerde in het tegen middernacht nog even bijwerken van mijn wenkbrauwen. – Als ze niet gelijk zijn: ik schuif de verantwoording af op vermoeidheid, het was voor mij middenin een werkweek. 😉 – Ik heb tot het laatste moment getwijfeld en deelde mijn onzekerheden. Dat ik fotografe in kwestie, en in dit geval vooral zij mij al jaren kent heeft heel erg geholpen. Ze weet wat er speelt in mijn leven en wist me gerust te stellen en me over te halen om te komen.

Stiekem wilde ik eigenlijk erg graag en ik had ook bij de eerste aankondiging gelijk al een idee van wat ik wilde. Een foto van mijzelf, als mijzelf. Eentje die ik aan mijn ouders zou kunnen geven. Die bij hen op het dressoir zou kunnen. Niet ter vervanging van de oude schoolfoto van mij die er al jaren staat, maar ter aanvulling. Ik wist ook gelijk welke outfit ik ervoor aan wilde. Maar mijn onzekerheden namen de dagen na de uitnodiging weer eens fijn de overhand. Dus die geruststelling die ik kreeg was niet alleen welkom, maar ook heel hard nodig. Toen ik eindelijk op het laatste moment die knop had omgezet begon de voorpret. Ik kon niet wachten tot mijn werkdag om zou zijn en dat ik naar huis kon om mezelf op te frissen, spullen te pakken en richting de studio te vertrekken. Ik had er zin in en was nerveus, niet nerveus op manier zoals ik vroeger voor de schoolfotograaf was, ik was écht nerveus. Ik vond het eng en spannend en leuk tegelijk. Het was de eerste keer dat ik er naar uitkeek om op de foto te gaan.

Het schieten van het portret was eigenlijk vrij vlug gedaan. Met een nieuw record voor het ‘mij-op-de-foto-zetten-met-ópen-ogen’ volgens mij heb ik op niet een van de foto’s mijn ogen dicht gehad. Dat is nog wel eens anders geweest. Uiteindelijk één foto gekozen die ik kant en klaar zou gaan onvtangen en toen kon ik verder met het sociale deel van het feestje. Met mijzelf in een behoorlijke roes:  Ik had geposeerd voor een foto en ik vond het leuk! Ik was tevreden met de preview die ik op de camera mocht bekijken. Het hele gebeuren heeft ook mijn innerlijke narcist in mij doen ontwaken. Het is zoals ik veel mensen hoor over tatoeages, als je eenmaal eraan begint wil je er meer! Het resultaat:

Foto gemaakt door Michella Kuijkhoven – Chell’s View Fotografie.

Eindelijk snap ik dat mensen op de foto willen en daar graag naar terug kijken. Ik ben nu één van hen geworden. Op deze foto zie ik mijzelf, niet alleen maar het omhulsel waarin ik leef. Ik verafschuw mijn eigen beeltenis niet meer en dat is voor mij een hele nieuwe gewaarwording. Als je nog nooit tevreden bent geweest met een afbeelding van jezelf en dan bedoel ik niet ‘er gewoon niet leuk opstaan.’ Dan bedoel ik jezelf totaal niet kunnen herkennen in de persoon op de foto, soms walgen van je eigen lichaam. Ik kan wat dat betreft mijzelf goed inleven in wat een anorexiapatiënte voelt als ze in de spiegel kijkt: je ziet niet jezelf, je ziet niet de persoon die je bent. Lichaamsdysforie doet rare, heftige, dingen met je gedachten. Voor mij is dat gelukkig aan het veranderen.

Mijn lichaam is niet langer mijn gevangenis meer…