Privileges

Het is een term die in genderdiscussies veel wordt gebruikt:  privileges. Privileges zijn sociale, economische of politieke voordelen die het ene gender boven het ander heeft. Men spreekt vooral van male privilege. Aangezien mannen meer voordelen hebben dan vrouwen. Het glazen plafond is er een voorbeeld van, maar er zijn ook veel kleinere dagelijksere dingen, zoals broekzakken, baaldagen en kledingcomfort. Al werkt die laatste twee kanten op, er zijn wel zeker female privileges.

Ik moest hieraan denken nadat ik vorige week een dagje met vrienden op een campingveld had doorgebracht. Aan het einde van de dag op weg terug richting station bemerkte een van de aanwezigen de zakken op mijn jurk.

“Zijn dat zakken?!”
“Ja.”
“Kun je daar ook iets indoen?”
“Tuurlijk!” ik liet mijn telefoon in mijn zak glijden.
“Awesome!”

Zo kwam het gesprek op kleding en over het privilege van zakken en de mogelijkheid er iets in te stoppen. Het is zoiets wat je merkt als je ineens de kleding van beide genders kent en ze ook beide draagt of gedragen hebt. Herenkleding zit vol met zakken… ik herinner nog de pakken die ik op school en stage droeg. Tellen we even mee. Broek: twee voor en twee achter. Gilet: twee stuks. Colbert: borstzakje, twee aan de buitenkant, linker binnenzak, rechter binnenzak, lage binnenzak, pennenvakje. In totaal komen ik dan op 13 zakken in één. Dertien stuks! Geloof mij, als je in een hotel werkt dan gebruik je ze ook állemaal: pennen, blocnote, kelnersmes, sleutels, sigarenknipper, keycards, eventsheets, uitrijkaarten telefoon, extra theelepels, agecoins voor de sigarettenautomaat…  Nu werk ik al jaren niet meer in hotels, al die survival gear heb ik niet meer bij me. Alsnog is het gebrek aan zakken me duidelijk geworden.

Veel dameskleding heeft minder zakken, geen zakken of nepzakken waar er wel een klepje of rits is gemaakt, maar waar niets in kam. Als je dan al eens functionele zakken hebt: dan mag je er er niets in doen. Want de inhoud zou wel eens je silhouet kunnen ontsieren. Dat is nog zoiets wat me is opgevallen. Op een incidenteel aansluiten t-shirt na is mannenkleding vooral ruimvallend. Ruim genoeg om de eventuele aanwezigheid van minder begeerlijke lichaamsvormen te verhullen, of de hoeveelheid troep die in je zakken zit. Terwijl vrouwenkleding veel nauwsluitender pasvorm heeft. Vroeger kocht ik overhemden gebaseerd op de boordmaat en mouwlengte. Bij de betere winkels kon ik terecht voor ‘slim-fit’ zodat ik niet enorme hoeveelheden extra breedte ruimte worstelde, maar slechts een beetje extra ruimte had. Tegenwoordig koop ik bloesjes die mijn silhouet laten zien want ik ben best blij met mijn figuur, er zit zowaar vorm in.

Die kleding daar kan ik wennen, de tassen heb ik ook al gevonden. Maar de baaldagen blijven nog wel een obstakel. Op zo’n dag wilde ik nog wel eens mijn hoofd onder de kraan duwen, een slobberig t-shirt en ditto broek aantrekken en met stoppels van een paar dagen naar de supermarkt lopen voor de hoognodige boodschappen. Dat zit er tegenwoordig niet meer in. Mijn haar wassen, drogen en in het gareel krijgen kost me al snel een half uur, in plaats van 5 minuten, en zonder scheren de straat op is geen optie. Ik heb nog steeds zichtbare baardstoppels als ik ’s morgens uit bed kom. Mijn haar wassen hoeft niet dagelijks. Scheren helaas nog wel. De aanwezigheid van stoppels is voor mij een van de grootste bronnen van onzekerheid. Hoe onzichtbaar ze ook mogen zijn: ik voel ze, dat is al genoeg. Ik zorg er dus voor dat ik altijd wel iets in de vriezer heb, zodat ik op échte baaldagen thuis kan blijven en de straat niet op hoef. Privilege van niet-scheren: deels herwonnen! Hopelijk dat ik dat in de toekomst helemaal terugkrijg.

Het is niet zo dat ik alleen maar de male privileges opgeef. Ik krijg er ook female privileges voor terug. Je herinnert je vast wel de actie die aantal Zweedse treinmachinisten eerder deze zomer voerden? Uit protest tegen het feit dat ze in de warme cabine geen korte broek aan mochten omdat de uniformvoorschriften geen korte broeken toestaan zijn ze rokken gaan dragen. Het is iets wat wel vaker komkommernieuws is, een paar jaar geleden hadden de Nederlandse postbodes ook al bezwaar tegen de lange broek verplichting. Dat is een privileges wat hand in hand gaat met mijn transitie: als ik het echt té warm krijg kan ik onbezwaard met de benen bloot. Of ik het snel zal doen is een tweede. Die bewuste dag op dat campingveld was voor mij ook de eerste keer dat ik met blote knieën in het openbaar verscheen. Het klinkt niet als veel, maar ik schrijf het bij mijn persoonlijke overwinningen.

De zakken in kleding zal ik ook niet helemaal opgeven. Ook al mag ik ze van mijzelf niet helemaal afladen, soms zijn ze gewoon té praktisch. Zoals die vorige week op dat campingveld. Ik was blij met de zakken in mijn zomerjurk, zo had ik zonder mijn gebruikelijke jeans toch een plek om mijn ov-chipkaart weg te stoppen tijdens het overstappen en kon ik mijn medicijnen even kwijt zonder tijdens het eten op zoek te moeten naar mijn tas. Van sommige privileges is het lastig afscheid nemen.

Zak vol

Royale with cheese

Nu ik zo een tijdje aan de hormonen zit en mijn leven langzaam aan een nieuwe vorm begint te krijgen zijn het de kleine verschillen die beginnen op te vallen. “You know what the funniest thing ‘bout Europe is? It’s the little differences.” Van een boel zaken had ik wel verwacht dat ze anders zouden kunnen zijn, maar bij sommige zaken sta je eigenlijk gewoon niet stil en kom je pas gaande weg achter. Ik eet geen Quarter Pounders meer, ik eet tegenwoordig een Royale with Cheese. Nou ja, in theorie dan. Mijn fastfood consumptie is dramatisch gedaald sinds mijn vriezer altijd voorzien is van zelfgekookte kant-en-klaar maaltijden.

Mijn favoriete slaaphouding is mijn favoriete slaaphouding niet meer, door de groei van mijn borsten Vroeger sliep ik meest op mijn buik, mijn kussen opzij geduwd en vooral vlak op mijn matras. Dat is nu toch echt niet meer comfortabel. Ik draai en duw nu net zolang met kussens tot ik lekker lig, meestal is dat half op mijn zij. Om diezelfde twee redenen als mijn slaaphouding is het nu ook lastiger om grote zware dingen te dragen. Om de last zo makkelijk mogelijk te dragen houd je deze zo dicht mogelijk bij je lichaam. Nou ik heb al een aantal keren op mijn tanden moeten bijten om een kreet van pijn te onderdrukken. Zelfs de trap aflopen doe ik anders, dat vergt nu al enige behoedzaamheid.

Ik ben ook door schade en vooral schande wijs geworden waar de etiquetteregel over de vork of lepel naar je mond brengen (en niet andersom) vandaan komt. Een hap haar in mijn brinta tijdens een gehaast ontbijt heeft me voor eens en altijd van een slechte gewoonte afgeholpen. Dat lange haar zit me wel vaker in de weg. Met koken en lezen bijvoorbeeld, of gewoon op mijn werk. Gelukkig zijn daar haarspeldjes voor om het uit de weg te houden. Alleen bij het slapen, als ik die speldjes uit doe, vergt zo’n dot haar over je neus  als je gaat liggen nog gewenning.

Wat me ook enorm opvalt is het gebrek aan pukkeltjes en de ontzettend gave huid die ik aan de pillen heb overgehouden. Een verdwaalde mee-eter of puistje kom ik nog wel eens tegen, maar ze zijn een zeldzaamheid geworden. Een schril contrast met vroeger, toen mijn huid een onuitputtelijke bron van uitknijpbare narigheid was. Of zoals de fotografe opmerkte bij de foto die ze maakte (en die te zien is in mijn blogje Twee Portretten): “Check die huid! Dat is géén photoshop!” Voor je dan andere dingen gaat denken: de enige make-up die ik daar draag is wat mascara.

Kleding is nog zoiets waar ik kleine verschillen in heb gemerkt. Laatst had ik wat klusjes in huis te doen. Voor het gemak maar even een oude broek en oud shirt aangetrokken. Met mijn geschiedenis is het natuurlijk niet raar dat mijn oude kleding nog van de herenafdeling is gekomen. Dat ik dat zo lang heb kunnen dragen. Het is stug, laakt elke hint van een pasvorm, het rekt niet…. Het zit gewoon niet lekker. Na het klussen snel gedouched en vooral omgekleed. Dat mijn buikje, wat ik ook al had toen mijn BMI ruim onder de 20 lag, wat meer zichtbaar is neem ik wel op de koop toe.

Tot slot heb ik gemerkt dat ik mijn lichaam meer ben gaan waarderen. Vroeger had ik op een vrije dag al snel voldoende aan het een aantrekken van een willekeurige broek en shirt. Twee verschillende sokken? Dat ziet toch niemand. Tegenwoordig schep ik er voldoening in om ook op mijn vrije dag veel meer tijd en aandacht te besteden aan mijn persoonlijke verzorging en voorkomen. Gewoon voor mijzelf omdat het goed voelt. Zelfde geldt voor voeding. Ik maak me veel meer druk over gevarieerd eten met voldoende groenten, het liefste vers bereidt of anders zelf ingevroren maaltijden.

Van gevangenis naar tempel

Laatst voelde ik me schuldig over het feit dat ik vanwege het door willen klussen maar weer langs de snackbar ging voor een snelle hap. Die dag had ik mij eigenlijk voorgenomen fatsoenlijk te gaan koken, omdat ik al zoveel snel en ongezond eten ophad die week. Mijn beklag daarover werd door een vriendin beantwoord met een:  “Straks heb je álle tijd om te koken, je zit nu in een verhuizing.” Daarin moest ik haar gelijk geven, en ik stond niet veel later bij de snackbar op de hoek.

Vroeger zou ik daar heel niet moeilijk over gedaan hebben. Voedsel was brandstof dat lekker moest smaken, om gezond maalde ik niet veel. Zolang ik geen scheurbuik zou krijgen vond ik het wel goed en anders was een potje multivitaminen zo gehaald. Uitgebreid koken deed ik eigenlijk alleen als dat voor anderen was. Ook op andere punten van gezondheid maalde ik niet veel om mijn lijf. Het is een gevangenis, waarom zou daar überhaupt goed voor willen zorgen? Sporten deed ik niet aan, een blauwe maandag nog lid geweest van een sportschool. Ik ben daar nooit veel geweest, het was meer voor mijn ex dan voor mijzelf.

Nu ik op weg ben om lichamelijk mijzelf tot uiting te brengen vind ik mijn gezondheid veel belangrijker. Ik voel me schuldig als ik weinig gezond en gevarieerd eet. Ik heb serieuze plannen om ook het sporten weer op te pakken. Mijn gevangenis moet mijn tempel worden: mens sana in corpore sano zoals Juvenalis ooit dichtte. Die gezonde geest zijn de meningen wat over verdeeld maar dat zal niet lang meer hoeven duren. In de aankomende DSM-V zou genderdysforie niet meer als geestesziekte worden bestempeld. Dan moet dat lijf ook maar gezond, het krijgt door de medicatie die ik gebruik al meer dan genoeg te verduren. Laat ik er dan verder lief voor zijn en me als een goed eigenaresse gedragen.

Ik merk die verschuiving ook op andere vlakken ik ben véél ijdeler dan vroeger. Waar ik voorheen op mijn vrije dag een ouwe versleten slobberbroek en een vormeloos T-shirt aan trok, doe ik nu op mijn vrije dagen veel meer tijd besteden aan mijn voorkomen. Oók als ik nergens heen moet of geen bezoek verwacht. Ik kijk niet meer met afschuw in de spiegel naar mijzelf, zoals dat vroeger was. Ik zie nu mogelijkheden en veranderingen. Mijn lijf is niet meer iets lelijks wat maar zoveel mogelijk verborgen dient.

Schaduwkant is dat ik nu ook wel mijn foutjes meer zie. Met dit warme weer is me al een paar keer gevraagd of ik een badpak of bikini naar het strand of zwembad zou meenemen.  Dit zomerseizoen zal geen van beide zijn. Als ik naar een zwembad ga heb ik helemaal geen badkleding nodig, de laatste jaren zijn de enige zwembaden waar ik in gelegen heb die bij de sauna. In de zon mag ik toch al niet vanwege de laserontharing, alsof ik al zo’n zonaanbidder was met mijn snelle verbranden. Als ik nu dan nadenk om in badkleding ergens moet verschijnen is mijn eerste gedachte: “Dan zien ze mijn zwembandje!” Daar wil ik echt wel vanaf, dat buikje.

Niet dat ik nu keihard ga lijnen. Da’t is niet nodig. Je kan met gemak van een afstandje mijn ribben tellen en mijn heupbot steekt nog steeds uit.. Wel ga ik mijn gewicht in de gaten houden, het is niet abnormaal om van die medicatie flink wat kilo’s aan te komen, soms zelfs dubbele cijfers. Ik vind het al vervelend genoeg dat ik bij merken als Who’s that Girl al naar een maatje XL moet grijpen. Niet vanwege het getalletje of de lettertjes op het label, kleding maten zijn toch een volstrekt arbitrair iets. Het is vooral omdat ik nog wel in de leuke kleding wil blijven passen. Ik heb nu eenmaal wat bredere schouders en borstkas dan de ‘standaardvrouw’ (alsof die bestaat) die wordt gebruikt door de kledingindustrie, dus ik heb al snel wat meer ruimte nodig. Wat dat betreft vind ik het weer niet zo erg dat ik geen grote borsten zal krijgen.

Bijna roze muisjes

Afgelopen dinsdag een etentje met vrienden. Naderhand hoorde dat een partner van iemand had gevraagd over mij: “Ze ziet eruit als een meisje, kleedt als een meisje, maar klinkt als een jongen.” Die opmerking pak ik positief op. Het blijkt dus dat ik in mijn voorkomen flinke vooruitgang aan het boeken ben. Dat is vandaag ook wel gebleken, daarover later meer. Het bevestigt ook wel wat ik een week of twee geleden schreef in High Heel Tuesday. Niet gevreesd, dit gaat geen negatief klaagblogje worden.

Het was weer eens zover, ik moest me weer melden bij het Genderteam in het VUmc. Ik zit nu zo’n drie maanden in mijn ‘proeffase’ waarin ik testosteronblokkers gebruik. Met mijn vaste psych had ik afgesproken dat ik eerst drie tot zes maanden dat zo zou doen met na de eerste drie maanden een voortgangsgesprek. Dat was dus vandaag. Opgedirkt in een van mijn nieuwe zomerjurken naar het VUmc getogen. Ik heb bewust gekozen voor die met die hysterische in your face rood-groene print. Overigens wel nog met jeans eronder, mijn benen zijn niet alleen lang (en jurken dus automatisch kort) maar ze  zitten ook nog eens vol met butsen, krassen schrammen en blauwe plekken van het klussen.

Het gesprek met de psycholoog was een beetje apart. Vooral omdat ik een andere psych had dan tijdens mijn diagnose, zij is op verlof. Iemand die me dus nauwelijks kent en alleen een beetje mijn dossier heeft kunnen lezen. Of ik even kort kon uitleggen wie ik was en waar ik stond. Min of meer was dat een samenvatting van wat ik de afgelopen maanden heb geblogd: Door die androcur voel ik me echt een stuk beter. Ik zie vooruitgang in mijn proces. Ik kijk niet meer compleet vervuld van afschuw in de spiegel iedere morgen. Ik ben nog lang niet waar ik zijn wil. Tot nu toe brengen die medicatie vooral een ontmannelijking te weeg en nog niet zozeer een vervrouwelijking van mijn lichaam. Ook kwam ter sprake dat ik merk dat openheid gewoon werkt en helpt bij de acceptatie.

Maar het gesprek ging vooral over de toekomst. Dat ik voel dat ik verder kan met de volgende stap. Niet alleen omdat ik dat zelf graag wil. Ook omdat ik signalen krijg uit mijn omgeving, van mijn vrienden, collega’s en zelfs mijn werkgever. Wat dat betreft moet ik zeggen dat ik het erg getroffen heb met mijn werkomgeving. Ik heb nog geen onvertogen woord gehoord en inmiddels staat op zaken als roosters en notulen mijn meisjesnaam. Het geen waar ik nog wel wat tegenop zie is hoe klanten erop reageren, ook al heb ik daar wel vertrouwen in dat het goed komt. Ik ben eigenlijk veel meer nieuwsgierig of dat glazen plafond op mijn hoofd gaat vallen. Of ik inderdaad voor minder technisch wordt aangezien dan vroeger, want vrouw. Ik heb daar diverse voorbeelden van gelezen her en der op het web.

Uiteraard heeft dat gesprek zijn conclusie gehad. De pyscholoog gaat mij bij het eerst volgende team overleg voordragen voor de volgende stap. Dat soort beslissingen worden altijd door het team gezamelijk genomen, niet door een psycholoog individueel. Bij die voordracht geeft hij een positief advies mee. Begin augustus hoor ik dan de beslissing of ik wel of niet verder mag. Maar ondertussen staan er al wat nieuwe afspraken in mijn agenda. Waaronder die met de endocrinoloog, zodat de medicatie voorgeschreven kan worden. De timing komt mij eigenlijk prima uit. Ik heb dan het grootste deel van mijn verhuizing wel achter de rug maar zit op mijn werk nog in de rustige zomer periode vóór de najaarsdrukte. Dat ik nog even kan wennen aan het omver schoppen van  mijn hormoonhuishouding.

Behalve die met de endocrinoloog, heb ik ook een afspraak staan bij de KNO-arts. Gewoon een doorverwijzing geven naar een logopedist doen ze niet. Ik moet eerst langs de KNO voor medisch onderzoek naar mijn strottenhoofd en stembanden. Dat is over twee weken al. Ik ben gewaarschuwd dat het een vrij onprettig onderzoek is. Iets met opmeten van stembanden en camera’s en lampjes die m’n keel in moeten. Toch kijk ik er wel naar uit, dat bezoekje aan de KNO-arts moet de deur open gaan zetten naar logopedie en mogelijkheden om mijn stem beter bij mijn presentatie te laten passen.

Mijn middagje ziekenhuis heb ik afgesloten met een bezoek aan de radiologie afdeling. Om vastgesnoerd aan een tafel mijn botdichtheid te laten meten. Om een goede basiswaarde te hebben voor latere scans. De hormonen kunnen  mijn botdichtheid beïnvloeden en ik moet dus waken voor botontkalking. Vandaar die zogenaamde dexa-scan. Kwam er terloops nog achter dat ik 5 centimeter korter ben dan ik eigenlijk dacht. Gelukkig ben ik geen man, dan zou ik me héél druk kunnen maken over die 5 cm. Tenslotte nog even de vampieren van het lab tevreden moeten stellen met zes buisjes bloed. Ik kan je overigens uit ervaring vertellen dat geprikt worden in een arm waar je spierpijn hebt niet heel erg prettig is.

Dit alles zet mijn leven wel in een versnelling hoger. Ik moet mijn garderobe gaan vernieuwen. Mijn mannelijke werkkleding kan in de ban en ik moet gaan shoppen voor vrouwelijkere werkbare kleding. Ook mijn geboortekaartjesplan moet vaart in komen, dat ik maar iemand moet gaan vragen voor een mooi passend ontwerp. Dit blogje is dus nog geen beschuit met muisjes categorie. Maar die mijlpaal kan nooit ver meer weg zijn.

High Heel Tuesday

Mijn werkgever vroeg vandaag wanneer ik nu eens in zo’n hippe gekleurde broek op het werk zou verschijnen. “En dan iets met bloemetjes erbij.” Vooralsnog draag ik op mijn werk mijn oude kloffie, casual overhemden met korte mouwen en jeans. Dat is gemakszucht, dat is nog niet geschikte nieuwe werkkleding hebben, dat is angst.

Die angst zit ‘m vooral in iets wat ik zie als een van mijn volgende grote drempels; mijn stem. Ik kamp niet alleen met genderdysforie, maar ook met genderdysfonie. Mijn stem is letterlijk ontstemt met mijn gender. Ik ben helaas niet gezegend met een lichte stem. Ik ken zelf ook totaal geen technieken om mijn stem goed te kunnen gebruiken. Ik heb vroeger wel logopedie gehad, zover ik me kan herinneren was dat vooral vanwege het nasale in mijn stem. Maar dat is ook al ruim 20 jaar geleden. Als ik weer naar het VUmc ga moet ik maar eens even zorgen dat ik de verwijzing naar de foniater krijg.

Even tussendoor, dan heb je als medisch specialist toch wel het slechtst klinkende beroep gekozen. Stel je voor dat je naar in internationaal congres gaat en incheckt bij het hotel: “I’m here for the semi-annual congress on phoniatrics.” Ik zou daar als receptioniste toch met moeite mijn lach in kunnen houden en ik ben best wel wat gewend achter de receptie.

Via de foniater, die uiteraard zal gaan zeggen dat mijn stem inderdaad nogal mannelijk is. (Joh, echt waar? Daar was ik zelf nooit achtergekomen.) kan ik mijzelf dan wenden tot een logopedist voor stemtraining. Ik heb al eens geinformeerd naar zanglessen, maar er werd mij door de zanglerares geadviseerd om eerst te wachten tot ik met logopedie een eind op weg zou zijn. Zodat ik geen technieken aanleer, die ik later weer moet afleren. Het zangles idee staat daarom voorlopig nog even in de ijskast, ik begin eerst met logopedie.

Wat de resultaten van logopedie gaan zijn moet ik maar afwachten. Juist omdat ik (nog) weinig controle heb over mijn stem heb ik ook geen flauw benul over mijn dynamisch bereik. Dat dynamische bereik, ofwel van hoe laag tot hoog je stem kan klinken is niet de enige factor die een stem als mannelijk of vrouwelijk wordt beoordeeld. Intonatie en woordkeuze zijn andere belangrijke factoren waar je veel meer invloed op kan hebben dan op de toonhoogte. Die laatste wordt grotendeels beïnvloed door de klankkast die je keel, strottenhoofd en mondholte vormen. Daar is weinig aan te veranderen, stemverhogende operaties hebben niet meer effect dan logopedie zal hebben ze maken het alleen makkelijker. In zo’n operatie worden je stembanden strakker aangetrokken of ingekort, nadeel is dat je dynamisch bereik kleiner wordt aan de lage kant van het spectrum. Die operatie is niet bepaald risicoloos, de KNO-artsen betrokken bij het genderteam beschouwen het dan ook als een laatste redmiddel.

Sommigen leren om altijd in een falsetto te spreken, dat is een oplossing. Dat kan best aardig klinken, zoals youtube fenomeen Nick Pitera bewijst met zijn versie van ‘A whole new world‘. Je hoort wel goed dat die falsetto wat hijgerig en nasaal is.  Wat het voor mij de mogelijkheden en opties zijn, dat zal blijken uit het oordeeel van de foniater en logopedist.

Ik denk dat als ik mijn stem beter leer te gebruiken en een andere klank, in de breedste zin van het woord, kan geven dat ik dan een stuk zelfverzekerder in het leven sta. Mijn stem beschouw ik als een enorme rode vlag.  Het is iets waar ik zelf actief wat aan moet doen. Die lichamelijke veranderingen is een kwestie van iedere dag een paar pilletjes slikken en die hun werk laten doen. Die stem vergt oefening, veel oefening.

Er is nog zoiets wat oefening vergt: het lopen op hakken. Als je je hele leven op dat grote en vooral lage oppervlak van herenschoenen gelopen heb, dan is dat balanceren best wel lastig. Vooral omdat ook nog eens mooi en elegant te doen. Overigens garandeert het hebben van een paar jaar voorsprong geen resultaat. Ik zie dagelijks genoeg tienermeisjes en vrouwen met instabiele zwikkende enkels en bibberende beentjes die proberen op de enorme hoge modieuze Lady Gaga-esque hakken te lopen. Ja die schoenen zijn sexy, maar op de manier waarop sommigen erop lopen maakt het net zo sexy als een nijlpaard in lingerie. Ik blijf voorlopig nog wel wat oefenen, mogelijk aangevuld met wat bewegingscoaching. Waar is Miss J als je hem nodig hebt.

Nu vragen mensen mij wel eens of en waarom ik met mijn lengte op hakken zou gaan lopen. Mijn standaard antwoord daarop is: “Waarom niet? Hakken gaan om zoveel meer dan lengte.” Je hele houding en postuur veranderd, been- en bilspieren worden automatisch aangespannen wat ze een mooier aanzicht geeft. Voor de heren die niet snappen wat ik bedoel: ga maar eens 5 minuten op je tenen staan en voel de verzuring in de spieren branden!  Voor extra lengte heb ik echt geen hakken nodig, maar mijn postuur wordt instant verbeterd. Dagelijks schoeisel zal het met mijn werk ook niet worden. Ik werk in een winkel, ik sta en loop de hele dag. Dan prefereer ik toch echt platte, of in ieder geval lagere schoenen.

Als ik helemaal ‘om’ ben in het dagelijks leven, zal ik hakken vooral voor mijn vrije tijd beschouwen. Op mijn werk zijn die dingen niet praktisch, niet in de laatste plaats om klanten geen stijve nek te bezorgen. Tegenwoordig heb ik wel een vaste kantoordag, een dag die ik aan een bureau doorbreng. Waar ik zo af en toe eens achter vandaan komt. Na casual friday, kan ik een High Heel Tuesday invoeren. Dat zal niet volgende week zijn of de week erna, of die daarna. In elk geval niet eerder dan dat ik fatsoenlijk en zonder doodsangsten een trap op en vooral af kan.

Van de hak op de tak!

Normaal neem ik altijd rustig de tijd voor het schrijven van een blogje. Soms begin ik een paar dagen van te voren met een concept, andere keren heb ik een flinke en plotselinge bron van inspiratie en schrijf ik in één keer door de tekst. Maar vandaag zijn er even zoveel dingen gebeurd dat het een Van de hak op de tak wordt (wat trouwens ook een boek van Rien Poortvliet is). Mijn gedachten stuiteren zó in het rond dat ik het gewoon maar even hier neerzet. Hopelijk kalemeren mijn gedachten, die nu als een hand vol stuiterballen door mijn hoofd heen stuiteren, dan wat.

Het begon vanmorgen vroeg al met een tandartsbezoek, wortelkanaalbehandeling deel twee. Op zich viel het wel mee. Maar bijna een uur met zo’n vreselijk rubber lapje, alsof je op een ballon sabbelt, is toch niet echt prettig. Napijn is zo goed als afwezig gelukkig, na het eerste deel van de behandeling was dat wel anders. Volgende keer moet die kies nog één keer open en wordt de alles samen met een naastliggende kies, waar een gaatje zit, netjes afgewerkt met een permanente vulling.

Chick Happens!

Aansluitend ben ik naar Amsterdam getogen om wat voornemens uit mijn blog over Zomerkleding en Voortgangsdrempels ten uitvoer te brengen. Dat is gelukt! Het standaard winkelaanbod heb ik lekker links laten liggen. Ik ben gelijk doorgelopen naar de Negen Straatjes. Onderweg werd ik even afgeleid door de Gay&Lesbian Bookstore. Daar vond ik in één van de rekken deze kaart. Het is in twee woorden een aardige omschrijving van de achtbaan waarin ik nu zit. Ik ben lekker de Negen Straatje doorgewandeld op zoek naar Who’s that Girlgetipt door een collega. Eenmaal daarbinnen heb ik maar mijn gebruikelijke shop-techniek (zelf rondlopen en zoeken of ik wat vind) overboord gezet en gewoon gelijk om hulp gevraagd.

Goede zet! Voor ik het wist stond ik in een pashokje en werd zo ongeveer de halve winkel langs het gordijn aangereikt om te proberen. Ik heb weer gemerkt dat ik kleding echt aan moet zien. Dingen die me op het hangertje leuk leken waren soms vreselijk als ik het aan had en andersom ook. Ik heb nu zomerjurken gekocht waarvan ik op het eerste gezicht had gedacht dat ze echt mijlenver buiten mijn comfort zone zouden liggen. Welke dat zijn kan je zien op mijn Tumblr-Pagina.

Thuis gekomen vond ik post op de mat. Van de woningcorporatie waar ik mijn huis van koop: dat de datum voor de opleveringsinspectie en het passeren bij de notaris drie dagen eerder is dan voorzien. Aanvraag voor de vrije dag daarvoor is gelukkig gelijk goedgekeurd, dat scheelde al een beetje in de stress.

Om de dag nog even compleet te maken telefoon van het Genderteam. Dat ik weer verwacht wordt voor een aantal afspraken. Voortgangsgesprek bij de psycholoog,  controle bij de internist/endocrinoloog en een botdichtheidsmeting. Gelukkig plannen ze daar alles zoveel mogelijk op één dag. Helaas valt het precies midden in mijn klus/verbouw/verhuis periode, het kost me dus een dag waarin ik niks gedaan ga krijgen. Maar dit is gewoon belangrijk en heeft prioriteit.

Van mij mag deze dag wel om zijn…. Volgende keer weer een gewone blog met begin, middenstuk en slot.

Zomerkleding en voortgangsdrempels

Het is weer zomer, ook al laat de temperatuur het na een warme lente een beetje afweten. Zomer betekent de tijd van luchtige kleding, korte mouwen en blote benen. Al die zomerkleding is weer stof tot nadenken. Het zet mij voor een dilemma, een drempel die ik niet goed over durf. Ik voel mij nu een beetje half-om-half. Ik wil graag de vrouwelijke kant op in mijn voorkomen, vrolijke en vooral koele zomerjurken dragen, maar wordt helaas nog altijd standaard en meestal zonder aarzeling gemeneerd. Daardoor durf ik niet goed een expliciet vrouwelijker kledingstijl aan te meten en blijf ik hangen in min of meer androgyne nietszeggende t-shirts en driekwart lengte broeken. Dat geeft mij weer veel mannelijker voorkomen, men gaat meneer tegen me zeggen en het cirkeltje is weer rond.

Ergens zou ik het liefst een complete zomergarderobe aanschaffen in een vintage-fifities stijl. Merken als King Louie en Who’s that Girl (waar een collega me vandaag over tipte) vind ik echt helemaal geweldig. Polkadots, vrolijke felle kleuren, bloemenprintjes, the works. Maar dan  loop ik weer tegen die drempel aan: durf ik wel zulke opvallende kleding te dragen? Is het nog niet een stap te ver? Mijn onzekerheden en zelfbewustzijn nemen nu alweer een loopje met me.

That’s me! Na zo’n zes weken cyproteronacetaat.

Afgelopen week heb ik een stijltang gekocht om dat rare krullerige haar eens een beetje in het gareel te krijgen. Ik houd niet van mijn krullen, nooit van gehouden ook. Stijlen dus. Op verzoek van een vriendin die nieuwsgierig was naar het resultaat maakte ik deze foto. (Jawel, Fading Gender krijgt een gezicht.) En eerlijk gezegd is dit de eerste foto ooit waarvan ik zelf vind dat ik er leuk op sta.  terugkijkend is dat wel triest, maar ik leef in het heden en kijk liever vooruit. De veranderingen na een week of zes enkel cyproteronacetaat zijn nog klein maar zichtbaar, het geeft mijzelf een gevoel van vooruitgang. In reactie op deze foto kreeg ik diverse reacties op deze foto. Onder andere de tip om te experimenteren met haarbanden en een rechte pony, om zo mijn inhammen te camoufleren. Eentje kan ik wel verbergen met mijn eigen haar, ook die andere kant verbergen zal niet lukken zonder dat het een obvious comb-over wordt. Ik overweeg om in de toekomst het te laten opvullen met een transplantatie. De toekomst zal moeten uitwijzen of daar een noodzaak aan is.

Terug naar de zomerkleren. Dezelfde collega die mij over Who’s that Girl tipte, stelde ook al voor om iets van een bijpassende haarband te dragen. Dat strookt ook nog eens helemaal met de fifties look and feel van die kleding. Zo keren we ook weer terug naar waar ik dit blogje mee begon: die drempel over. Ik zal eens die stap moeten zetten om mijn voorkomen te veranderen. Dan niet alleen op besloten feestjes met vrienden de me gewoon accepteren voor wie ik ben en door het hele issue van transseksualiteit heen kijken. De keren dat ik buiten die comfortzone ben getreden is nog heel beperkt. Niet al te opvallende zwarte jurk met voor de ‘veiligheid’ nog een paar jeans eronder.

Die drempel moet ik over. Want als ik fulltime ga leven als mezelf, en me ook als vrouw zal moeten presenteren naar de buiten wereld zal ik nog niet enorm veel hulp hebben gehad van de medicatie. Ja, de anti-androgenen die ik slik zorgen voor een langzame ontmannelijking. Maar de echte vrouwelijke kenmerken komen pas naar voren als de oestrogenen beginnen in te werken. Het moment dat ik begin met oestrogenen, zal samenvallen met het moment dat ik full time ‘om’ ga. Ik zal het in het begin dus op eigen kracht moeten doen.

In de komende weken heb ik nog wat vrije tijd die ik niet hoef te besteden aan mijn nieuwe huis. Wellicht dat ik naar de Amsterdamse 9 straatjes afreis om wat kleding te shoppen en gewoon maar over die grote enge drempel heen moet stappen. Gelukkig zijn er nog gradaties tussen onopvallende karakterloze outfits en over de top frilly bloemetjes. Ondertussen ook opzoek naar een deskundige logopedist in de buurt.

Zomer in aantocht

De zomer is in aantocht. Het heeft even geduurd, na een late koude winter een vroege warme lente en daarna weer een lange periode met koude en veel regen. De eerste tekenen van echte lente en zomer zijn al te zien in de weerberichten. De temperaturen gaan voorzichtig wat omhoog en de voorspelde neerslag kans kruipt langzaam naar beneden. Nu heb ik al een legitieme reden om de zon te vermijden, toch kijk ik enigzins met gemengde gevoelens tegen het komende seizoen aan.

Direct zonlicht vermijden is niet zo’n probleem, of eigenlijk niet bruin worden. Dat lukt prima met een flesje factor 50 en desnoods een hoedje. Maar ik zal toch kleding aan moeten en ik zit nu in een overgangsperiode. Mijn lichaam is nog vrij mannelijk van vorm. Ik wordt ook nog steeds als zodanig ‘gelezen’ door buitenstaanders. Met dikke winterkleding zijn lichaams contouren, of het gebrek daaraan, nog prima te camoufleren. Met dunnere en strakkere zomerkleding is dat gewoon een stuk lastiger.

Flink shoppen is sowieso hard nodig, mijn garderobe is toe aan wat eigentijdse uitbreiding. Daar moet ik een balans in gaan vinden in waar ik mij fijn in voel, maar ook niet beschimpt in wordt. Dat is een lastige balans om te vinden. Ook al heb ik de benen er wel voor ;), de short-shorts en korte zomerjurkjes zullen het dit jaar nog wel niet worden. Ik zal het wat conservatiever, meer unisex moeten gaan houden.

Binaire symboliek

“Er zijn slechts 10 soorten mensen op deze wereld. Zij die binair snappen en zij die dat niet doen.”

Het is een flauw computer en wiskundigen grapje. Het getal 10 is de binaire notatie voor twee. De maatschappij houd van overzicht:  binair, of zwart-wit, denken is makkelijk. Je bent of vóór of tégen. Nuanceringen en tussenvormen zijn maar lastig. Je kan niet een beetje voor het één zijn en een beetje voor het ander, dan kan men je niet eenvoudig indelen in een groep.

Franklin Delano Roosevelt

Met gender of geslacht is het hetzelfde. Je bent óf een jongen óf een meisje. Iets ertussen in wordt niet geaccepteerd. Wordt je als kind geboren met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsdelen dan zal een chirurg er zo vlug mogelijk een mes inzetten om één van de twee te verwijderen. Want een kind wat geen duidelijk geslacht heeft dat kan natuurlijk niet. Neutraal is geen optie. Dat is al sinds mensenheugenis zo! Oh ja? Weet je dat zeker? Kijk eens naar het kind op de foto hiernaast: Het heeft lang haar. draagt een jurk en lakleren schoentjes; dat is natuurlijk een meisje. Fout! Dat is Franklin Delano Roosevelt, de Amerikaanse President ten tijde van de tweede wereld oorlog. In zijn jeugd, de foto is  uit 1884, was het heel normaal voor kinderen om tot hun 6e of 7e levensjaar genderneutrale kleren te dragen. Jurken waren voor jongens net zo normaal als voor meisjes. Die praktijk was nog gemeengoed tot ruim in de 20e eeuw, pas toen kwam er een duidelijke seksescheiding in kinderkleding. Alleen voor baby’s was kleding nog vrij neutraal, aangezien je niet van te voren wist of het een jongen of meisje zou worden. Dat zal halverwege de jaren ’80 veranderen, toen het mogelijk werd om al voor de geboorte op de hoogte te zijn van het geslacht. (Lees meer hierover in: When did girls start wearing pink? op de site van het Smithsonian Insititute)

Dat die genderbinair erg sterk is merk ik natuurlijk alle dagen opnieuw. Maar onlangs werd mij duidelijk hoe vroeg dat al begint. Ik was op zoek naar een felicitatie kaartje om een bevriend stel te feliciteren met de geboorte van hun dochter. Ik zocht naar een blauwe “Hoera, een meisje!” maar die bleken onvindbaar. Alle meisjeskaarten waren roze, alle jongenskaarten blauw. Neutrale kaarten vond ik evenmin. Zo vroeg begint het inprenten van maatschappelijke rolverdelingen al. In sommige culturen gaat dat nog een stapje verder. In Spanje is het vrij normaal dat meisjes al in de eerste levensmaanden oorbellen krijgen.

Ons leven, de maatschappij en cultuur staat bol van genderspecifieke symbolen. Sommigen zijn specifieker dan anderen, sommigen zijn meer cultuur gebonden dan anderen. Vrouwen dragen rokken én broeken, mannen alleen broeken. Behalve in Schotland en Indonesië en in diverse Arabische landen, en Steven Tyler en Dennis Rodman… Grote couturiers proberen regelmatig een mannenrok in de collectie te krijgen. Dit seizoen probeert men het zelfs met de mantyhose, een herenpanty.  Mannen mogen fietsen op dames- én herenfietsen, vrouwen alleen op een damesfiets. Tenzij het een racefiets is, die zijn er alleen met een standaard herenframe.

Zelfs onze taal niet goed raad met andere opties dan man of vrouw. Objecten kunnen nog wel onzijdig zijn. Maar het ontbreekt nogal aan persoonlijk voornaamwoorden die onzijdig zijn. Althans voor mensen in het enkelvoud. De meervoudsvormen zijn onzijdig. De onzijdige enkelvoud svormen worden voor volwassenen niet gebruikt, alleen voor kinderen. Ik herinner mijn lessen Duits nog: Der Mann, Die Frau, Das Kind. Binnen progressieve kringen die vrij denken over gender zijn er wel voorstellen gedaan voor politiek correcte termen. In het Engels wordt er wel gesproken over “zi” en “zer” als neutrale woorden voor hij/zij en hem/haar. Nederlandse varianten daarop heb ik nog niet gehoord.

Is een unisex maatschappij voor mij een utopie? Waarin alle genderspecifieke symbolen zijn verdwenen? Nee hoor. Dat lijkt me niets. Het overgrote deel van de bevolking voldoet aan het stereotype beeld en is prima in te delen in een verdeling van óf man óf vrouw. Ik ben een uitzondering die de regel bevestigd. Wat ik wel wens, is dat men minder moeilijk doet als iemand de grenzen van de genderbinair overschrijdt. Als meisjes met auto’s willen spelen, of jongens met poppen dan moet je dat niet tegen willen houden. Dat krampachtig vasthouden aan die zwart-witte tweedeling is nergens voor nodig, laat anderen lekker in hun waarde.

Kleren maken de man, niet de vrouw

Afgelopen woensdag was ik bij de mijn diagnose psychologe van het VUmc. Daar schreef ik al over in Coming out, stappen vooruit. Een van de vragen die ze mij die dag stelde hebben mij aan het denken gezet. Een analogie wat verder uit te bouwen. In het kader van ‘huiswerk’ is mij opgedragen om een vrouwelijkere zelfexpressie te exploreren en de bevindingen vast te leggen in mijn dagboek. Dat heb ik ook gedaan, in mijn gewone dagboek. Wat dagboeken betreft ben ik polyamoreus, ik houdt er meerdere op na.

Een van de belangrijkste bevindingen die ik deed tijdens die exploraties van een vrouwelijker zelfexpressie was dat ik me door wat simpele kledingstukken ineens een stuk beter thuisvoelde in mijn eigen lichaam. Nog niet eerder had ik mij zó thuisgevoeld in mijn lijf, zelfs. Ik vond het ineens niet meer zo vervelend om in de spiegel te kijken. Ik voelde mijzelf gewoon instant goed. Dat heb ik ook verteld tegen mijn psych. Die wist daarop een scherpe vraag te stellen: “Is dat dan genoeg, alleen kleding?”
Ik kon daarop direct en zonder nadenken “Nee! Maar het is wel een goed begin” op antwoorden. Ik heb er toe maar eens een leuke metafoor of analogie bijgesleept (is daar nog een verschil tussen?). Want ik ben gek op uitleggen in analogiën.

Zie het als verhuizen, je nieuwe woning opknappen voor dat je er gaat wonen. Dan ga je zoeken naar de kleuren die je op de muur wilt. De meubels in de kamers. De indeling en opstelling van die meubels. Een lichtplan voor de verlichting. Schilderijen aan de muur. Alles om er een thuis van te maken. Om het te maken tot een plek waar je jezelf veilig en thuis voelt. Zo zie ik het proces waar ik mee bezig ben ook. Ik ben nu druk aan het zoeken naar de stijl die bij me past. Ik heb nog meubelstukken nodig. Ik sta nog met een kleurenwaaier in mijn handen opzoek naar de juiste verftinten. Dat alles om mijn lijf zo in te richten dat ik me er thuis in voel. Ja, ik ben al druk aan het klussen. Dat voelt goed. Ik zie en voel de stappen die ik aan het maken ben met mijn lijf. Net zoals wanneer je bezig bent om de wansmaak van de vorige bewoners aan het overschilderen bent een huis met iedere kwast meer als thuis gaat voelen. Ik voel me meer dan ooit thuis in mijn eigen lijf. Maar het opknappen en klussen en verhuizen is bij lange na niet voltooid.

Dat ik, op mijn vrije dagen, kleding draag die onnoemelijk veel dichter bij mijn goevel draag dan wat ik inmiddels beschouw als werkkleding. Heeft me doen realiseren dat kleren mischien de man maken. Maar zeker niet de vrouw. Uiteindelijk zijn kleren slechts wat lappen stof die we om onze lijven draperen. Kleding kan je comfortabel laten voelen of zelfbewust. Je kan er een statement mee maken, zeggen waar je voor staat. Maar het blijven slechts kleren. Het gaat om wat er ín die kleren zit. Dat moet kloppen bij het gevoel.

Het klussen gaat hier voorlopig nog lekker door, want die verhuizing is nog lang niet voltooid. Mocht je jezelf geroepen voelen om ook een kwast ter hand te nemen en te helpen; laat je dan vooral niet tegenhouden. Alle hulp en positieve input is welkom! Al is het maar wat advies over het lampje in de hal.