Non-monogamie

“Je blogt toch over je transitie, waarom dan ineens iets over non-monogamie?” Nou, eigenlijk is dit heel erg gerelateerd aan mijn transitie, veel meer dan je zomaar zou denken. De medicatie die ik gebruik komt neer op een chemische castratie. Ook al is dat effect niet volledig betrouwbaar, het komt voor dat met gebruik van grote doses Androcur de potentie wel blijft. Bij mij was dat binnen twee wel weken verdwenen. Mijn gevoel daarentegen is niet uitgeschakeld. Ik heb daar al eens over geschreven en gezegd dat taart beter is dan seks. Die mening ben ik nog steeds toegedaan. In dat blog zeg ook dat ik heel erg monogaam ben, dat is zo’n anderhalf jaar later wel een beetje anders.

Voor ik verder ga een kleine disclaimer: dit blog heb ik geschreven vanuit mijn eigen ervaring en observaties. Non-monogamie is een zeer complex onderwerp. Dit blog is geenszins een volledig en objectief artikel over non-monogamie. Het gaat hier vooral over hoe ik het beleef.

Eerst even wat uitleg over wat ik bedoel met non-monogamie, hierin onderscheid ik twee grote belangrijke stromingen: de open relatie en polyamorie. Het concept van open relaties is wel redelijk bekend: een monogame relatie waarin de partners elkaar vrij laten om ook buiten de relatie dingen te doen die wat verder gaan dan een gebruikelijke vriendschap. Soms is dat slechts zoenen en soms is dat seks of een andere vorm van intimiteit. Ik ken ook voorbeelden van polyamorie. Polyamorie is een samentrekking van het Griekse poly en het Latijnse amor. Of die taalkundige fout nu bewust of onbewust is gemaakt door degene die het woord bedacht, daar zijn de meningen over verdeeld. In elk geval bieden polyamoreuze relaties ruimte voor meerdere partners. Dat kunnen driehoeksverhoudingen zijn, of de mogelijkheid dat partners elk meer dan één partner hebben.

Het onderscheid tussen een open relatie en een polyamoreuze relatie is een grijs gebied. Vaak hoor ik dat de open relaties meer gericht zijn op daden en lust, terwijl de poly variant volledige liefdesrelaties omvat. De exacte definities zijn voor iedereen anders en een strakke lijn ga ik er niet in trekken, voor die discussie zijn er op het web andere plekken. Voor het gemak noem ik het in dit blog dan ook non-monogame relaties.

Overigens: vreemdgaan is wat anders. Als je vreemdgaat doe je dingen buiten de relatie om zonder dat je partner er weet van heeft, of in elk geval er geen weet van zou mogen hebben. Voor mij is het belangrijk dat partners op de hoogte zijn en instemmen met een non-monogame situatie.

Waarom ik er dan hier op mijn blog over schrijf. De afgelopen jaren en mijn transitie hebben mijn ogen niet alleen (verder) geopend voor non-monogame relaties, ik maak er inmiddels ook deel van uit. Je zou kunnen zeggen dat het platonisch is, maar helemaal de lading dekken doet platonisch het niet. De vriendschappen gaan wel dieper dan een gewone vriendschap en kent ook meer intimiteit, maar het is geen verliefdheid. Ik ben niet verliefd. Maar een gewone vriendschap kan ik het ook niet meer noemen. Ik ben in de non-mono ook niet uit op iets wat op een traditionele relatie lijkt als in ‘huisje, boompje, beestje’. Voor het gemak noem ik het wel een date als we samen uitgaan of wat leuks gaan doen. Bij gebrek aan een beter woord dekt dat de lading dan nog het best.

Ondanks dat ik enorm veel bevrediging vind in het non-monogame gebeuren en het voor mij momenteel echt wel genoeg is, sluit ik niets uit voor in de toekomst. Ik sta er al heel anders in dan toen ik anderhalf jaar geleden schreef over aseksualiteit. Voorspellingen van mijn kant blijven uit. Het is zoals Arthur C. Clarke ooit omschreef: “Wees conservatief in je voorspellingen en ze zullen in no-time achterhaald zijn. Doe een juiste voorspelling en men zal je uitlachen om de absurditeit van je profetie.” In mijn transitie heeft dat zich al eerder bewezen. Dus ik houd me op de vlakte als het gaat over de toekomst, zeker als het iets complex als liefde en relaties gaat. Dat ik in de toekomst een ‘traditionele’ relatie ga hebben met samenwonen of trouwen sluit ik zeker niet uit. Hoe ik tegen die tijd over non-mono relaties denk zal de tijd moeten uitwijzen.

“Is het dan niet moeilijk om iemand te delen?” Hoor ik je nu welhaast denken. Nou, nee dat is het niet. Het vergt wat out-of-the-box denken, ook van mezelf. Maar ik kan mij prima vinden in de situatie die er nu is. Het verrijkt mijn leven enorm en ik voel geen concurrentie met andere partners. Juist omdat de connectie aan mijn kant van de relaties op een bepaalde manier specifiek is. Ik ken de andere partners en ik kan goed met ze overweg, dat helpt natuurlijk wel. Ik beschouw mijzelf als een secundair en in die rol voel ik mij prettig.

Dat behoeft wat uitleg: In de wereld van polyamorie world soms gesproken over de primaire en secundaire relaties. Overigens zijn die woorden ook in de wereld van non-monogamie toch wel controversieel te noemen. Niet iedereen zal ze gebruiken want hoewel het een duidelijke manier lijkt om de zwaarte van de relatie aan te duiden, geeft het ook een hint van rangorde tussen de partners en dat vind niet iedereen prettig. In mijn geval bedoel ik met primair een liefdesrelatie die gericht is op samenwonen en huwelijk. Met secundair bedoel ik een relatie die verder gaat dan vriendschap, verliefdheid in zich kan hebben maar niet als doel heeft om samen te leven. Ik kan er dan wel bij vertellen dat er zijn de volgens deze definitie meerdere primaire relaties hebben. Ook geeft iedereen zo zijn eigen invulling aan de concepten en staan de definities niet vast.

Terug naar mijn eigen situatie. Ik zie mijzelf als secundair en dat voelt goed. Ik betwijfel zelfs of ik het zou trekken om op dit moment in mijn leven een primaire of traditionele relatie te hebben. In mijn hoofd is er het nodige gaande, daar kan je dit blog op terug lezen. Mijn lichaam is aan het veranderen en daar gaat over een paar weken een enorme sprong voorwaarts in gemaakt worden. Ik ben heel erg veel met mijzelf bezig, en ik zou het niet raar vinden als ik niet eens de aandacht zou kunnen opbrengen die een primaire partner zou verdienen. Nu kan ik me gemakkelijk terugtrekken en alleen zijn als ik daar behoefte aan heb zonder (veel) rekening te moeten houden met een ander.

Het is allemaal wat onconventioneel, maar ach dat ben ik zelf toch al. Dan kan ik het er maar net zo goed van nemen. Ik ben ooit begonnen met dingen doen die goed voelen en mijn transitie in gegaan. Die lijn trek ik door naar andere aspecten in mijn leven: zolang het goed voelt ga ik door. Hoe complex de non-mono ook mag zijn, het voelt goed en dat is wat voor mij telt.

0 gedachten over “Non-monogamie

  1. Pingback: Nerveuze voorbereidingen | Fading Gender

Geef een reactie