Moet dat nou, die Gay Pride?

Ik hoor die vraag nog vaak gesteld worden als het over de Gay Pride gaat: “Moet dat nou?” Men vind het banaal, overdreven en overbodig, want homo’s hebben toch rechten? Mijn antwoord op die vraag: ‘Ja, dat moet!’ Zolang men de vraag blijft stellen of een gaypride nodig is, is die nodig. De vraag stellen is hem beantwoorden.

De Gay Pride, met als publiek hoogtepunt de bootjesparade door de Amsterdamse grachten heeft niet als doel vulgair te zijn. Het heeft als doel dat homo’s, lesbiennes en in steeds toenemende mate biseksuelen, transgenders en queers zichzelf zichtbaar maken. Ze nemen daarmee nog steeds een risico. Een risico op verbaal en fysiek geweld, risico om je baan te verliezen of geen baan te krijgen (ja, dat gebeurt in Nederland nog steeds), het risico om door je familie of gemeenschap verstoten te worden.

Waarom er dan geen hetero pride is, krijg ik dan nog regelmatig als wedervraag. Die hetero pride is er: 365 dagen per jaar. Elke dag kunnen hetero’s hand in hand lopen met hun partner of zoenen op het station zonder dat er ook maar een haan naar kraait.

Ik wordt daarentegen door een homoseksuele kennis gewaarschuwd dat ik met mijn Hema tompoucen t-shirt toch wel ‘een bepaalde boodschap uitdraag’. Hij gaat zelf naar de Canal Parade om te kijken, maar heeft me ook verteld dat hij zelfs onderweg  naar de grachten niet de hand van zijn partner niet durft vast te houden. Bang voor reacties.

Behalve transgender ben ik ook lesbisch en heb de beide keren dat ik een date in het openbaar zoende daar reacties op gekregen. Reacties van het soort die ik niet kreeg toen ik nog als jongen leefde en mijn (vrouwelijke)partner zoende. De laatste keer was op de roltrappen van het Utrechtse station aan het Jaarbeursplein. De zoen, een hele beschaafde, werd luidkeels aangemoedigd door gejoel vanaf de andere roltrap.

Tot op heden heb ik nooit veel behoefte gehad om deel te nemen aan de Gay Pride. Maar mijn eigen ervaringen, beide met een beschaafde zoen doet mij er anders over denken. De gebeurtenissen twee maanden geleden in Orlando maken dat gevoel nog sterker. Ik wil naar buiten treden. Ik ben trots op wie ik ben als lesbienne én als transgender.

Tijdens het schrijven aan dit blog kwam de inspiratie me pardoes aanwaaien. De NOS citeert uit een merkonderzoek naar de grootste evenement in Nederland dat de Gay Pride nog steeds niet is ingeburgerd en nog altijd veel weerstand oproept onder de Nederlandse bevolking. Het calvinistische adagium ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg!’ wordt daarbij van stal gehaald. Je mag best homo zijn, zolang je het maar niet in het openbaar doet en je vooral wel naar heteroseksuele normen vormt.

Maar ook meer specifiek voor transgenders is de pride nodig. Op het moment dat de Gay Pride in Amsterdam volop aan de gang is en de stad zich opmaakt voor de Canal Parade noemt Amsterdams VVD gemeenteraadslid Daniel van der Ree transissues op Twitter nog even”Onzin.” Je zou vandaag maar op de VVD-boot staan tijdens de parade, wetende dat die vrijheid uit de naam nogal kieskeurig wordt geïnterpreteerd.

Dit jaar moet ik tijdens de Pride evenementen werken, invallen voor mijn collega die extra hard moet dansen in mijn plaats. Maar met dank aan mijn broer die speciaal voor me naar Amsterdam is gegaan om een beetje Gay Pride naar mij te brengen:

wp-1470421274684.jpg

Want de Gay Pride is nodig, net zo lang tot iedereen met zijn/haar/hen partner(s) hand in hand over straat kan lopen en deze ook gewoon een afscheidszoen kan geven op het station. Net zo lang tot er niet meer opgekeken wordt van kinderen met twee vaders of twee moeders. Net zo lang tot gemeenteraadsleden transgenders geen onzin meer vinden. En vooral net zo lang tot de vraag ‘Moet dat nou?’ niet meer gesteld wordt.