No pants saturday & not so high heel sunday

Sinds een paar weken weken heb ik voor mijzelf de no-pants-saturday ingesteld. Dat was een van mijn persoonlijke drempels waar ik nog tegen aanliep. Wat vrouwelijkere kleding is best. Maar om dan ineens die broek achterwege te laten, best een beetje eng en naakt en confronterend. Ik zal je zeggen dat ik het best spannend vond, geen idee wat de reacties zouden zijn van collega’s of klanten. Want eerlijk is eerlijk, ik wordt nog vaak genoeg met meneer aangesproken op de werkvloer.

Ik heb geen wanklank gehoord. Niet van collega’s en niet van klanten. Ik kan me ook geen schuine blikken herinneren en heb niet gemerkt dat ik werd gemeden of mijn vakkennis voor minder werd genomen. Dat waren allemaal van die stress gedachten die vooraf door mijn hoofd gingen. Dat viel dus allemaal mee. Ik had aan het begin van de dag wel een WTF!-momentje: “Ik ben op mijn werk, en ik heb géén broek aan!” Besefte ik me op een gegeven moment. Blijkbaar was alles natuurlijk genoeg want minstens één collega is het niet eens opgevallen, die hoorde het een week later pas.

Nu kleed ik mijzelf vrij casual. De meeste uitbreidingen van mijn kleding kast komen uit de schappen van Who’s that Girl en het lokale alternatieve kledingboetiekje. Behoorlijk kleurrijk ook, die grijze muis die ik altijd was wil ik niet meer zijn. Dat verstoppen voor de buitenwereld, dat ligt achter mij. Het is nogal een verschil met vroeger, maar het blijft casual allemaal dat is waar ik mij prettig bij voel. Dan heb  ik ook een goed excuus om op comfortabele gympies te blijven lopen.

Het is bijna kerst op het werk en dat is de drukste tijd van het jaar, ik werk nu eenmaal in een kerstgevoelige business. Om het wat extra feestelijk te maken is er de traditie onder het personeel die laatste dagen voor de kerst om ook netjes gekleed aan het werk te gaan. Vroegâh streek ik een net overhemd, poetste ik mijn Dr. Martens een keertje extra op en was het wel gedaan.  -Ik ♥ Dr. Martens, zelfs op mijn diplomafoto van de Hotelschool sta ik met een paar 1914’s, kan prima onder driedelig zwart.-  Nu heb ik mijn hoge zwarte Docs hier nog steeds staan hoor, maar echt charmant staan die niet onder een kort (ja, heel kort!) cognackleurig jurkje. Dat werden dus een paar hakjes. Geen hoge, ik verwachtte een van de drukste dagen van het jaar, ik ben niet helemaal gek. Gewoon heel beschaafd laag en netjes. Desondanks toch een uitdaging,  een paar gewone gympies gingen mee voor-het-geval-dat.

Het werd een not-so-high-heel-Sunday. Ik heb het de hele dag erop volgehouden inclusief trappen op en af met dozen. Al pakte ik met de zwaarste onhandigste dingen toch wel de lift. Op schoenen die je niet gewend bent en die niet heel veel steun geven een trap af met een doos van ruim 10 kilo zonder dat je ziet waar je je voeten neerzet was me toch net een brug te ver. Voortijds uitdoen is niet in me opgekomen. Al had ik graag tussendoor ergens een kwartiertje gezeten, dat zat er helaas niet in. Kwestie van volhouden en doorzetten, dat is gelukt. Al was ik na werktijd wel blij dat ik mijn gympies weer aan kon.

De high-heel-tuesday, waar ik afgelopen zomer over filosofeerde, is er nog niet van gekomen. Dat voorzie ik in de niet zo verre toekomst wel gebeuren, ergens in het voorjaar, als het warm genoeg is om een koele fifities jurk aan te trekken. (Moet ik nog steeds een toffe librarian bij scoren, om in stijl te blijven en ik moet toch een nieuwe bril). Eerst verder met de huidige dingen. Morgen is er nog een dag werk voor de boeg en dan heb ik een paar dagen rust met kerst. Kunnen we het gewone leven weer beginnen, met nog een kleine onderbreking voor de jaarwisseling. Die zesdaagse werkweken eisen hun tol en als je daar dan ook maar gelijk eventjes wat persoonlijke grenzen verlegd is dat best energieslurpend.

No pants saturday & not so high heel sunday

Sinds een paar weken weken heb ik voor mijzelf de no-pants-saturday ingesteld. Dat was een van mijn persoonlijke drempels waar ik nog tegen aanliep. Wat vrouwelijkere kleding is best. Maar om dan ineens die broek achterwege te laten, best een beetje eng en naakt en confronterend. Ik zal je zeggen dat ik het best spannend vond, geen idee wat de reacties zouden zijn van collega’s of klanten. Want eerlijk is eerlijk, ik wordt nog vaak genoeg met meneer aangesproken op de werkvloer.

Ik heb geen wanklank gehoord. Niet van collega’s en niet van klanten. Ik kan me ook geen schuine blikken herinneren en heb niet gemerkt dat ik werd gemeden of mijn vakkennis voor minder werd genomen. Dat waren allemaal van die stress gedachten die vooraf door mijn hoofd gingen. Dat viel dus allemaal mee. Ik had aan het begin van de dag wel een WTF!-momentje: “Ik ben op mijn werk, en ik heb géén broek aan!” Besefte ik me op een gegeven moment. Blijkbaar was alles natuurlijk genoeg want minstens één collega is het niet eens opgevallen, die hoorde het een week later pas.

Nu kleed ik mijzelf vrij casual. De meeste uitbreidingen van mijn kleding kast komen uit de schappen van Who’s that Girl en het lokale alternatieve kledingboetiekje. Behoorlijk kleurrijk ook, die grijze muis die ik altijd was wil ik niet meer zijn. Dat verstoppen voor de buitenwereld, dat ligt achter mij. Het is nogal een verschil met vroeger, maar het blijft casual allemaal dat is waar ik mij prettig bij voel. Dan heb  ik ook een goed excuus om op comfortabele gympies te blijven lopen.

Het is bijna kerst op het werk en dat is de drukste tijd van het jaar, ik werk nu eenmaal in een kerstgevoelige business. Om het wat extra feestelijk te maken is er de traditie onder het personeel die laatste dagen voor de kerst om ook netjes gekleed aan het werk te gaan. Vroegâh streek ik een net overhemd, poetste ik mijn Dr. Martens een keertje extra op en was het wel gedaan.  -Ik ♥ Dr. Martens, zelfs op mijn diplomafoto van de Hotelschool sta ik met een paar 1914’s, kan prima onder driedelig zwart.-  Nu heb ik mijn hoge zwarte Docs hier nog steeds staan hoor, maar echt charmant staan die niet onder een kort (ja, heel kort!) cognackleurig jurkje. Dat werden dus een paar hakjes. Geen hoge, ik verwachtte een van de drukste dagen van het jaar, ik ben niet helemaal gek. Gewoon heel beschaafd laag en netjes. Desondanks toch een uitdaging,  een paar gewone gympies gingen mee voor-het-geval-dat.

Het werd een not-so-high-heel-Sunday. Ik heb het de hele dag erop volgehouden inclusief trappen op en af met dozen. Al pakte ik met de zwaarste onhandigste dingen toch wel de lift. Op schoenen die je niet gewend bent en die niet heel veel steun geven een trap af met een doos van ruim 10 kilo zonder dat je ziet waar je je voeten neerzet was me toch net een brug te ver. Voortijds uitdoen is niet in me opgekomen. Al had ik graag tussendoor ergens een kwartiertje gezeten, dat zat er helaas niet in. Kwestie van volhouden en doorzetten, dat is gelukt. Al was ik na werktijd wel blij dat ik mijn gympies weer aan kon.

De high-heel-tuesday, waar ik afgelopen zomer over filosofeerde, is er nog niet van gekomen. Dat voorzie ik in de niet zo verre toekomst wel gebeuren, ergens in het voorjaar, als het warm genoeg is om een koele fifities jurk aan te trekken. (Moet ik nog steeds een toffe librarian bij scoren, om in stijl te blijven en ik moet toch een nieuwe bril). Eerst verder met de huidige dingen. Morgen is er nog een dag werk voor de boeg en dan heb ik een paar dagen rust met kerst. Kunnen we het gewone leven weer beginnen, met nog een kleine onderbreking voor de jaarwisseling. Die zesdaagse werkweken eisen hun tol en als je daar dan ook maar gelijk eventjes wat persoonlijke grenzen verlegd is dat best energieslurpend.

Zomerkleding en voortgangsdrempels

Het is weer zomer, ook al laat de temperatuur het na een warme lente een beetje afweten. Zomer betekent de tijd van luchtige kleding, korte mouwen en blote benen. Al die zomerkleding is weer stof tot nadenken. Het zet mij voor een dilemma, een drempel die ik niet goed over durf. Ik voel mij nu een beetje half-om-half. Ik wil graag de vrouwelijke kant op in mijn voorkomen, vrolijke en vooral koele zomerjurken dragen, maar wordt helaas nog altijd standaard en meestal zonder aarzeling gemeneerd. Daardoor durf ik niet goed een expliciet vrouwelijker kledingstijl aan te meten en blijf ik hangen in min of meer androgyne nietszeggende t-shirts en driekwart lengte broeken. Dat geeft mij weer veel mannelijker voorkomen, men gaat meneer tegen me zeggen en het cirkeltje is weer rond.

Ergens zou ik het liefst een complete zomergarderobe aanschaffen in een vintage-fifities stijl. Merken als King Louie en Who’s that Girl (waar een collega me vandaag over tipte) vind ik echt helemaal geweldig. Polkadots, vrolijke felle kleuren, bloemenprintjes, the works. Maar dan  loop ik weer tegen die drempel aan: durf ik wel zulke opvallende kleding te dragen? Is het nog niet een stap te ver? Mijn onzekerheden en zelfbewustzijn nemen nu alweer een loopje met me.

That’s me! Na zo’n zes weken cyproteronacetaat.

Afgelopen week heb ik een stijltang gekocht om dat rare krullerige haar eens een beetje in het gareel te krijgen. Ik houd niet van mijn krullen, nooit van gehouden ook. Stijlen dus. Op verzoek van een vriendin die nieuwsgierig was naar het resultaat maakte ik deze foto. (Jawel, Fading Gender krijgt een gezicht.) En eerlijk gezegd is dit de eerste foto ooit waarvan ik zelf vind dat ik er leuk op sta.  terugkijkend is dat wel triest, maar ik leef in het heden en kijk liever vooruit. De veranderingen na een week of zes enkel cyproteronacetaat zijn nog klein maar zichtbaar, het geeft mijzelf een gevoel van vooruitgang. In reactie op deze foto kreeg ik diverse reacties op deze foto. Onder andere de tip om te experimenteren met haarbanden en een rechte pony, om zo mijn inhammen te camoufleren. Eentje kan ik wel verbergen met mijn eigen haar, ook die andere kant verbergen zal niet lukken zonder dat het een obvious comb-over wordt. Ik overweeg om in de toekomst het te laten opvullen met een transplantatie. De toekomst zal moeten uitwijzen of daar een noodzaak aan is.

Terug naar de zomerkleren. Dezelfde collega die mij over Who’s that Girl tipte, stelde ook al voor om iets van een bijpassende haarband te dragen. Dat strookt ook nog eens helemaal met de fifties look and feel van die kleding. Zo keren we ook weer terug naar waar ik dit blogje mee begon: die drempel over. Ik zal eens die stap moeten zetten om mijn voorkomen te veranderen. Dan niet alleen op besloten feestjes met vrienden de me gewoon accepteren voor wie ik ben en door het hele issue van transseksualiteit heen kijken. De keren dat ik buiten die comfortzone ben getreden is nog heel beperkt. Niet al te opvallende zwarte jurk met voor de ‘veiligheid’ nog een paar jeans eronder.

Die drempel moet ik over. Want als ik fulltime ga leven als mezelf, en me ook als vrouw zal moeten presenteren naar de buiten wereld zal ik nog niet enorm veel hulp hebben gehad van de medicatie. Ja, de anti-androgenen die ik slik zorgen voor een langzame ontmannelijking. Maar de echte vrouwelijke kenmerken komen pas naar voren als de oestrogenen beginnen in te werken. Het moment dat ik begin met oestrogenen, zal samenvallen met het moment dat ik full time ‘om’ ga. Ik zal het in het begin dus op eigen kracht moeten doen.

In de komende weken heb ik nog wat vrije tijd die ik niet hoef te besteden aan mijn nieuwe huis. Wellicht dat ik naar de Amsterdamse 9 straatjes afreis om wat kleding te shoppen en gewoon maar over die grote enge drempel heen moet stappen. Gelukkig zijn er nog gradaties tussen onopvallende karakterloze outfits en over de top frilly bloemetjes. Ondertussen ook opzoek naar een deskundige logopedist in de buurt.

Winkeldrempels

Met die diagnose op zak heb ik een lange weg te gaan. Hoe graag ik dat pad ook wil bewandelen, er zijn wel nog wat drempels die ik over zal moeten.

Door de buitenwereld word ik nog steeds ‘gelezen’ als man. Als men mij ziet en aanspreekt is het nog steeds “meneer”. Dat is voor mij dan wel weer een drempel met bijvoorbeeld kleding kopen. Ik voel mij erg bekeken. Want wat doet een man op de damesafdeling? Als mannen al kleding kopen voor hun partners, dan is het foute lingerie in de verkeerde maat. Dan zijn het niet broeken, jurken en truien, de gewone dagelijkse zaken. Als ik ga winkelen heb dan ook het liefste een vriendin mee, een alibi. Natuurlijk ook als extra paar ogen. Gelukkig kan ik terugvallen op meerdere personal shoppers.

Ik heb me niet de illusie dat ik volledig passabel zal worden, en volledig ‘stealth’ kan gaan leven. (Stealth is als vrouw door het leven gaan, zonder dat iemand het door heeft). Ik ben te laat met dit proces begonnen, ik heb al de pubertijd doorgemaakt. Het zal altijd wel te zien blijven dat ik als een jongen geboren ben. Dat is ook wel een van de redenen dat ik zo open probeer te zijn over mijn transitie.

Terug naar dat winkelen. Vooralsnog heb ik behalve enkele rare blik, nooit problemen of negatieve reacties gehad. Mijn ervaring is dat mensen accepterender zijn dan je op eerste gezicht zou denken. Vooral als je wat tekst en uitleg geeft over het proces waar je inzit. Maar daar heb ik ook niet altijd en in elke winkel zin in als je snel even wat wil shoppen.  Soms wil je gewoon rustig, onopvallend en op je gemak wat bij elkaar kunnen shoppen. Zonder vooroordelen, rare blikken of de aanname dat het cadeautjes zijn.