Het derde Gender

Ik besta niet. Ik kan niet bestaan. Dat is gewoon onmogelijk.

Als je binair denkt. Binair is niet allen iets voor computers het is ook iets maatschappelijks. Ik heb al eens eerder geschreven over binaire symboliek in de maatschappij en hoe dat van jongs af aan al opgelegd wordt. Sinds die tijd heb ik er best wel over nagedacht, er zijn ook andere dingen die mijn denken hierover hebben gevoed. Zoals recente nieuwsberichten over de kerstcatalogus van een Zweedse speelgoedketen. Ik ben niet heel erg thuis in wat er gaande is in het Zweedse maatschappelijke genderdebat, maar daar schijnt nogal wat over te doen te zijn. In elk geval heeft Top Toy besloten de rollen om te draaien, in de folder van dit jaar poseren meisjes met auto’s, treinen en Nerf-guns  en jongens met poppenhuizen, Barbie en Hello Kitty. Behalve een enorm goede marketingzet, als men het over de hele wereld over Top Toy heeft, dan heeft heel Zweden het er zeker ook over. Ik heb altijd geleerd van al mijn marketing docenten: “Het maakt niet hoe je genoemd wordt, als je maar genoemd wordt.” Nu is het een beetje cru om het zo zwart wit te stellen, maar daar wil ik het in dit blog juist over hebben.

Volgens de online versie van de Van Dale betekent binair dit:

bi·nair (bijvoeglijk naamwoord) 1 tweevoudig, tweedelig, zich in tweeën verdelend: binair cijfer cijfer in het binaire stelsel (nul of één)

Er zijn maar twee waarheden: 0 of 1 verder is er niets mogelijk. Overigens is alles relatief, want ik spreek rustig over ‘de binair’ als zelfstandig naamwoord. Maar dat zijn wel veel taal- en wiskundegrapjes in één zin. Er zouden twee geslachten zijn: mannelijk en vrouwelijk. Taalkundig kennen we nog een derde, onzijdig, maar dat wordt zeer zelden op mensen toegepast. Eigenlijk alleen maar op kinderen en dan ook alleen maar taalkundig. In de praktijk is een kind een jongen of meisje. Het is nog steeds de allereerste vraag die wordt gesteld over een pasgeboren baby. Die vraag, gesteld door een pas bevallen moeder, wordt in Monthy Pythons Meaning of Life vakkundig gepareerd met “I think it’s a bit early to start imposing roles on it, don’t you?” Maatschappelijk houden we heel erg vast aan die binaire verdeling, ook al zie ik op individueel niveau dat kinderen veel meer ruimte krijgen om zich te ontwikkelen buiten die stricte rol verdeling.

Ik dwaal af. Binair. Gender is volgens het klassieke maatschappelijk denken een binair. Er zijn maar twee opties. Volgens die denkwijze kan ik niet bestaan. Want ik identificeer als een beetje van allebei en ook een beetje geen van beide. Ik voel me ertussen in. Gender is geen binair, gender is geen setje grijstinten. Gender is een volledig kleurenspectrum. Zo’n spectrum met drie assen, misschien zelfs meer, maar denken in 4 dimensies moet je niet proberen, zelfs ’s werelds beste natuurkundigen doen dat niet omdat het te moeilijk is. Maar om even 16.777.216 genders te gaan onderscheiden is wat teveel gevraagd. Dus ik zou al lang blij zijn als men leert accepteren dat gender een glijdende schaal is met vrouwen en mannen als de twee uitersten dan ben ik al blij. Helemaal als er dan nog in gaat dat die plek die een persoon op die schaal inneemt van moment tot moment kan veranderen, al dan niet afhankelijk van externe factoren. Gender staat niet vast, vandaar ook de naam van dit blog: Fading Gender.

Wanneer je me vraagt of ik een [ ] man of [ ]vrouw ben, dan zou ik [x] overig aankruisen. Allebei en geen van beide. Ik voel mij niet een vrouw, ik voel mij ook niet een man. een collega vroeg me maanden geleden al wat het nu voor mij betekende om vrouw te voelen. Ik kan die vraag nog steeds niet beantwoorden, in elk geval niet volgens een binaire verklaring. Ik voel me mijzelf en daar past een vrouwelijk lichaam en expressie beter bij dan een mannelijk. Om het mijzelf en de mensen om me heen gewoon makkelijk te maken vind ik de definitie ‘vrouw’ ook prima. In het genderspectrum zit ik ook ver voorbij twee derde richting de vrouwelijke kant. Maar ik zal altijd  ‘mannelijke’ eigenschappen blijven houden. Of eigenlijk: eigenschappen die maatschappelijk gezien als mannelijk worden bestempeld.

Ik merk dat in mijn sociale omgang met anderen. Met vrouwen heb ik tegenwoordig hele andere gesprekken dan een slordige twee jaar geleden, over dingen die ze voorheen nooit tegen mij zeiden. Terwijl ik onder de mannen die ik al langer ken nog steeds een beetje ‘one of the boys’ ben. Ik heb het gevoel dat ik als een neutrale partij wordt gezien. Een vertrouweling die twee kanten van de medaille kent (of eigenlijk de tweede kant aan het leren kennen is) en daardoor min of meer onpartijdig is. Best raar, ik heb zo een uniek perspectief wat maar weinigen ooit te zien krijgen. Je leert zo ervaren dat mannen  en vrouwen over hele andere dingen en op een hele andere manier met elkaar praten. Al weet ik dat mannen best over  lichamelijke zaken en ongemakken kunnen praten, maar dan alleen in kleine groepjes vertrouwelingen en dan nog in bedekte termen. Al blijft het dan wel een stuk oppervlakkiger dan de dingen waar vrouwen het over hebben. Bijvoorbeeld: ik kondigde laatst aan dat ik overwoog te gaan hardlopen. Eén van mijn vriendinnen wees me direct op de mogelijke noodzaak van een sport-bh. Zelf had ik daar nog helemaal niet bij stilgestaan, er zijn zo van die dingen waar je niet op wordt voorbereid als je als jongen opgroeit.

Aan de andere kant: ik heb nog steeds mijn technischejongetjesgenen. Ik kijk nog steeds graag naar Discovery Channel (al gaat de kwaliteit van die zender wel achteruit), ik kan nog steeds lachen om flauwe wis- en natuurkunde grapjes. Als iets kapot gaat ben ik nog steeds niet te beroerd om het apparaat open te schroeven en trachten te repareren, met wisselend succes overigens. Ik heb een prima geheugen voor technische droge feitjes, handig op het werk. Als mijn band lek is dan kan ik ‘m plakken ook, dat is als ik een setje met bandenplakspullen in huis zou hebben. Dat kan ik allemaal nog, dat technisch inzicht is niet zomaar verdwenen. Dus ik ben ook nog steeds de persoon die men belt als er iets is met een computer of televisie. Ik hoor dat dan zo aan, probeer de situatie voor te stellen en antwoord dan: “Je moet dát knopje indrukken.” Ettelijke uren irritatie in een paar minuten opgelost. Ik zou volgens mij best aardig presteren op een helpdesk.

Maar, binair en derde gender. Ik zeg hierboven dat ik me zo’n twee derde vrouw voel. Daarna zeg ik dat ik nog steeds mijn kwaliteiten heb die als typisch mannelijk worden omschreven en dat ik in het sociale deel van mijn leven een beetje van allebei ben. Ik heb mijn denkbeelden even uitgezet in een grafiekje. Ik ben visueel ingesteld en dan maakt zo’n plaatje de boel al gelijk een stuk duidelijker dan alleen maar woorden. Nota bene: dit is een persoonlijke theorie, gebaseerd op mijn eigen gevoel zonder wetenschappelijke onderbouwing. Maar dat is het fijne van bloggen, je hoeft niet alles tot op het laatste cijfertje te onderbouwen met bronnen. Perfect is mijn grafiekje ook niet, want er is geen exacte 50-50 verdeling tussen mensen die zich man of vrouw voelen. Ook ga ik uit van gender in slechts één dimensie van vrouwelijk naar mannelijk, zoals ik zei: zelfs ’s werelds beste wetenschappers beperken het aantal dimensies waarin ze denken en geven toe dat multi-dimensionaal denken gewoon te moeilijk is.

Genderverdeling

De blauw en roze gekleurde vlakken stellen hen voor die zich prima kunnen schikken naar een binaire verdeling van geslachten  Zij voelen zich vooral mannelijk of vooral vrouwelijk en hebben slechts kleine afwijkingen van de maatschappelijke gendernormen. Die afwijkingen zijn dan niet groot genoeg om een gevoel van onbehagen te veroorzaken. Het grootste deel van de mensen past in die twee gekleurde vlakken, ik had ze misschien nog wel veel groter kunnen tekenen. In die maatschappelijke definities van een mannelijk en vrouwelijk gender deel ik niet alleen hen in die geboren zijn als het bijpassende geslacht. Ook transgenders die zich gewoon man of gewoon vrouw voelen, ongeacht het geboortegeslacht, schaar ik daaronder.

Het gaat mij om het grijs gebied. In dat grijze gebied vinden we hen die genderambigue genoemd kunnen worden. (De term en definitie geleend uit het SCP Rapport: ‘Worden wie je bent‘). Onder genderambigue verstaat men mensen die zich zowel man als vrouw voelen en ook mensen die zich geen van beide voelen. Voor het gemak neem ik die twee varianten samen als ik spreek over het derde gender.

De plek die een individu inneemt op deze omgekeerde bel-curve is geen vaststaand iets. Gender is geen vaststaand iets. Als transgender ben ik zelf van ergens halverwege het mannelijke heuveltje afgegleden en de vrouwelijke kant opgeklommen. Maar ik heb lang genoeg tussen die plekken in gevoeld. Ik heb ook gewenst dat we een androgyne maatschappij zouden hebben, dat ik de ene dag een meisje kon zijn en de andere dag een jongen. Gewoon naar gelang hoe ik me voelde die dag en wat me het beste uitkwam. Maar mijn gevoelens hebben zich ontwikkeld. Zo ergens rond mijn twintigste begon ik door te hebben dat er iets niet goed zat.  Niet geheel toevallig is dat in de levensfase waar de ontwikkeling van de hersenen hun voltooiing vinden. Lees Wij zijn ons brein van Dick Swaab er maar op na, Pas tussen het 21e en 23e levensjaar zijn onze hersens ‘af’. Met die kennis vind ik het ook niet raar dat ik pas zo laat dingen begon door te krijgen. Blijkbaar was daar een volledig ontwikkeld brein voor nodig om alle puzzelstukjes op hun plek te krijgen. In elk geval ik heb een vrij stabiele ontwikkeling langs de curve meegemaakt. Hoe meer ik mijzelf begon te begrijpen hoe verder ik het lijntje van rechts naar links volgde. Ik ben nu aangeland ergens in de buurt van dat rode lijntje in de linker helft.

Maar dat ik met een zo’n constante tred één kant op ga betekent niet dat anderen dat ook doen. Anderen blijven ergens in het grijze gebied hangen en voelen zich daar beter. Of ze hopsen van de ene plek op het lijntje naar een andere plek, zonder de curve te volgen. Ze vouwen als het ware het grafiekje dubbel en stappen zo over van de ene naar de andere kant gewoon hoe het hen uitkomt. Dat is een abstract concept, maatschappelijk worden we opgevoed met het idee van twee geslachten en dus genderidentiteiten en niet meer dan dat. Vaak verwijst men dan naar het dieren rijk: alle dieren zijn óf mannelijk, óf vrouw. Dus alles wat anders is, dat moet wel onnatuurlijk zijn.

Dat is niet zo. Om maar te beginnen met hermafrodiete slakken. Die bij een paring de geslachtsdelen naar keuze aanspreken. Evolutionair biologen onderscheiden bij diverse diersoorten meer dan twee genders. Bijvoorbeeld bij de Witkeelgors, een Amerikaanse Spreeuwensoort, is dat het geval. Daarin worden twee mannelijke varianten en twee vrouwelijke varianten onderscheiden. Van beide geslachten is er een agressieve variant en een zachtaardiger variant, die ook nog eens te onderscheiden zijn door de kleur van het verendek. Witkeelgorspaartjes bestaan eigenlijk altijd uit een agressief vrouwtje en een zachtaardig mannetje of andersom. Bij een complex organisme als de mens is het naar mijn idee niet vreemd en zeker niet onnatuurlijk om daar ook meerdere genders in te onderscheiden.

Onder mensen zijn er niet vier duidelijke genders te onderscheiden. Iedereen maakt zijn eigen ontwikkeling door, dat maakt dat iedereen zijn gender op een eigen manier beleefd. Het over grote deel kan prima leven met een binaire indeling, ook al voelen zij zich slechts grotendeels, maar niet volledig, man of vrouw. Er zijn genoeg breiende mannen en aan auto’s sleutelende vrouwen die zich prima voelen met de labels ‘man’ en ‘vrouw’. Echter zijn er ook individuen die zich buiten de binair voelen: geen man én geen vrouw of juist een beetje van allebei. Ik heb dat ook wel. Als ik me conformeren aan de binair dan stap ik liever naar de vrouwelijke kant, daar voel ik me veel prettiger en meer thuis. Maar ik voel me er ook een beetje tussen in hangen, in dat grijze gebied. Mijn fysiek is daar grotendeels debet aan. Mijn lijf vertoond nog genoeg mannelijke kenmerken en hoewel ze echt aanwezig zijn, vallen de vrouwelijke kenmerken nog niet heel erg op. Ik sluit dus ook zeker niet uit dat ik nog veel verder langs die curve omhoog klim en me lekker in dat roze deel ga nestelen.

Ergens zou ik het op dit moment best fijn vinden om een neutraal te kunnen zijn. Niet onzijdig, maar neutraal. Dat derde geslacht wordt best wel beschreven door zowel biologen als door psychologen, die daar ieder hun eigen insteek in hebben. Maar onze maatschappij is daar nog niet op ingesteld. Onze taal heeft er ook letterlijk geen worden voor, persoonlijk voornaamwoorden in de derde persoon enkelvoud ontbreken in zijn geheel. Als onzijdig is er alleen “het”, een woord dat onder genderambigue mensen niet bepaald als flatterend wordt ervaren. De pogingen tot nieuwe woorden die ik tot nu heb gezien, bijvoorbeeld zhij en zhaar, vind ik niet overtuigend en vooral heel kunstmatig klinken.  Bij gebrek aan neutrale alternatieven mag je me gewoon mevrouw noemen en naar me verwijzen als zij. Daar voel ik me onnoemelijk veel prettiger bij dan wanneer je meneer tegen me zegt. Een foutje of verspreken echt geen halsmisdaad hoor, maar je kan verwachten dat ik je wel zo af en toe verbeter.

Binaire symboliek

“Er zijn slechts 10 soorten mensen op deze wereld. Zij die binair snappen en zij die dat niet doen.”

Het is een flauw computer en wiskundigen grapje. Het getal 10 is de binaire notatie voor twee. De maatschappij houd van overzicht:  binair, of zwart-wit, denken is makkelijk. Je bent of vóór of tégen. Nuanceringen en tussenvormen zijn maar lastig. Je kan niet een beetje voor het één zijn en een beetje voor het ander, dan kan men je niet eenvoudig indelen in een groep.

Franklin Delano Roosevelt

Met gender of geslacht is het hetzelfde. Je bent óf een jongen óf een meisje. Iets ertussen in wordt niet geaccepteerd. Wordt je als kind geboren met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsdelen dan zal een chirurg er zo vlug mogelijk een mes inzetten om één van de twee te verwijderen. Want een kind wat geen duidelijk geslacht heeft dat kan natuurlijk niet. Neutraal is geen optie. Dat is al sinds mensenheugenis zo! Oh ja? Weet je dat zeker? Kijk eens naar het kind op de foto hiernaast: Het heeft lang haar. draagt een jurk en lakleren schoentjes; dat is natuurlijk een meisje. Fout! Dat is Franklin Delano Roosevelt, de Amerikaanse President ten tijde van de tweede wereld oorlog. In zijn jeugd, de foto is  uit 1884, was het heel normaal voor kinderen om tot hun 6e of 7e levensjaar genderneutrale kleren te dragen. Jurken waren voor jongens net zo normaal als voor meisjes. Die praktijk was nog gemeengoed tot ruim in de 20e eeuw, pas toen kwam er een duidelijke seksescheiding in kinderkleding. Alleen voor baby’s was kleding nog vrij neutraal, aangezien je niet van te voren wist of het een jongen of meisje zou worden. Dat zal halverwege de jaren ’80 veranderen, toen het mogelijk werd om al voor de geboorte op de hoogte te zijn van het geslacht. (Lees meer hierover in: When did girls start wearing pink? op de site van het Smithsonian Insititute)

Dat die genderbinair erg sterk is merk ik natuurlijk alle dagen opnieuw. Maar onlangs werd mij duidelijk hoe vroeg dat al begint. Ik was op zoek naar een felicitatie kaartje om een bevriend stel te feliciteren met de geboorte van hun dochter. Ik zocht naar een blauwe “Hoera, een meisje!” maar die bleken onvindbaar. Alle meisjeskaarten waren roze, alle jongenskaarten blauw. Neutrale kaarten vond ik evenmin. Zo vroeg begint het inprenten van maatschappelijke rolverdelingen al. In sommige culturen gaat dat nog een stapje verder. In Spanje is het vrij normaal dat meisjes al in de eerste levensmaanden oorbellen krijgen.

Ons leven, de maatschappij en cultuur staat bol van genderspecifieke symbolen. Sommigen zijn specifieker dan anderen, sommigen zijn meer cultuur gebonden dan anderen. Vrouwen dragen rokken én broeken, mannen alleen broeken. Behalve in Schotland en Indonesië en in diverse Arabische landen, en Steven Tyler en Dennis Rodman… Grote couturiers proberen regelmatig een mannenrok in de collectie te krijgen. Dit seizoen probeert men het zelfs met de mantyhose, een herenpanty.  Mannen mogen fietsen op dames- én herenfietsen, vrouwen alleen op een damesfiets. Tenzij het een racefiets is, die zijn er alleen met een standaard herenframe.

Zelfs onze taal niet goed raad met andere opties dan man of vrouw. Objecten kunnen nog wel onzijdig zijn. Maar het ontbreekt nogal aan persoonlijk voornaamwoorden die onzijdig zijn. Althans voor mensen in het enkelvoud. De meervoudsvormen zijn onzijdig. De onzijdige enkelvoud svormen worden voor volwassenen niet gebruikt, alleen voor kinderen. Ik herinner mijn lessen Duits nog: Der Mann, Die Frau, Das Kind. Binnen progressieve kringen die vrij denken over gender zijn er wel voorstellen gedaan voor politiek correcte termen. In het Engels wordt er wel gesproken over “zi” en “zer” als neutrale woorden voor hij/zij en hem/haar. Nederlandse varianten daarop heb ik nog niet gehoord.

Is een unisex maatschappij voor mij een utopie? Waarin alle genderspecifieke symbolen zijn verdwenen? Nee hoor. Dat lijkt me niets. Het overgrote deel van de bevolking voldoet aan het stereotype beeld en is prima in te delen in een verdeling van óf man óf vrouw. Ik ben een uitzondering die de regel bevestigd. Wat ik wel wens, is dat men minder moeilijk doet als iemand de grenzen van de genderbinair overschrijdt. Als meisjes met auto’s willen spelen, of jongens met poppen dan moet je dat niet tegen willen houden. Dat krampachtig vasthouden aan die zwart-witte tweedeling is nergens voor nodig, laat anderen lekker in hun waarde.