Als een litteken

Dit blog gaat over suïcidaliteit, als je dat een moeilijk onderwerp vindt sla je deze wellicht beter over.

In de film lijkt het allemaal zo makkelijk: je loopt naar iemand die op het randje staat toe, praat een beetje op hem in, bied een sigaretje aan en kletst hem nonchalant van het randje af. De werkelijkheid was voor mij vandaag anders: ik bevroor en raakte geëmotioneerd.

Na een check-up vanmorgen in het VUmc en een lunch in het park liep ik door Amsterdam. Bij de Torontobrug zag ik iemand over de reling uitkijken, zijn rugzak naast zijn voeten en iemand naast hem. Een voet ging er omhoog, op de eerste stang van de reling, een tweede werd erbij gezet. Ik hield mijn pas in, kijkend naar wat er voor me afspeelde.

Die eerste voet ging nog een stang omhoog. De intentie van de klimmer was duidelijk, die stond daar niet voor het uitzicht over de Amstel. Ik bevroor. Ik kon niet wegkijken, ik kon niet doorlopen en ik kon niet helpen. Een eerste voorbijganger sprong van zijn fiets, liep naar de klimmer en pakte zijn arm. Op een afstand zag ik hoe hij op hem in begon te praten. En tweede voorbijganger pakte haar telefoon en belde 112, een auto stopte, een passerende wegenwacht zette met zijn auto en pylonnen de rijbaan af.

Voor ik het doorhad waren er vier man, vier toevallige voorbijgangers die de moed hadden erop af te gaan. Bezig om de klimmer van de reling af te krijgen. Het kostte hen moeite, veel moeite om de radeloze naar een veilige plek te tillen en hem op de grond te houden.

Ik stond daar nog steeds te kijken. Bevroren. Tranen stonden in mijn ogen. Ook al kende ik de klimmer niet: het raakte me. Wat me nu zo verdrietig maakte weet ik niet: Dat iemand zo ten einde raad is dat hij een duik in de Amstel als oplossing ziet. Dat er wildvreemden waren die de moed en goedheid hadden om hem van die reling af te trekken. Dat bemoeials zijn keuze om een einde te maken aan zijn leven dwarsboomden. Het kwam dichtbij.

Na een paar hele lange minuten arriveerde politie. Nog steeds op een afstand zag ik hoe de agenten op de man inpraatten. Het duurde even voor hij geboeid werd afgevoerd, ik hoop naar een goede crisisdienst. De helpers schudden elkaar de hand en lostten langzaam weer in het doorgaande verkeer op. Het enige dat ik heb bijgedragen is de fiets van één van de helpers opvangen toen deze omviel en steviger tegen de brugreling neerzetten.

Op een bankje langs het water probeerde ik het vooral te laten bezinken. Emotioneel, met tranen in mijn ogen en trillende handen. Het was zo dicht bij, niet alleen in afstand, ook in mijn hoofd. Ik heb er nooit naar gehandeld, ik ben nooit zelfs maar richting die reling gelopen. Maar suïcidale gedachten zijn als een litteken. Hoe goed het ook geneest, altijd zal je het blijven zien en soms doet het nog even pijn.

Op mijn hoede

Ik ben altijd op mijn hoede, ieder moment dat ik buiten de veiligheid van mijn eigen huis ben. Als ik dan veilig thuis ben, ben ik nog steeds bezig met het bedenken van scenario’s over wat er fout kan gaan en hoe mensen op mijn voorkomen of persoon zullen gaan reageren. Vooral vlak voor ik de deur uit ga weten mijn angsten zich te manifesteren, helemaal als ik weer eens een drempel aan het overwinnen en een volgende stap aan het maken ben.

Waarom dat zo is, geen idee. Ik heb nog nooit transfoob geweld meegemaakt. Ik ben nooit bedreigd om wie ik ben. Ik kan me zelfs niet heugen dat ik onheus ben bejegend of dat er nare dingen naar me werden geroepen op straat. Maar dan aangestaard worden, of wat onverstaanbaar gefluister achter mijn rug is het nog nooit geweest. Toch ben ik op mijn hoede. Het afgelopen jaar heeft mijn fight or flight instinct overuren gedraaid in het inschatten van situaties, bedenken van scenario’s en het zoeken naar vluchtmogelijkheden mocht het misgaan, maar het is nooit nodig gebleken.

Waarom ik dan toch zo op mijn hoede ben? Ik hoor en lees te veel verhalen van dat het wel mis gaat. Regelmatig zie ik nieuwsberichten langskomen over transgenders die te maken hebben met fysiek of verbaal geweld of zelfs worden gemarteld en vermoord. Puur vanwege het feit dat ze transgender zijn. Ook op bijvoorbeeld fora en social media kom ik wekelijks voorbeelden tegen van agressie en pesterij in zowel online als offline. Dan begin ik nog niet eens over de xenofobe reacties onder nieuwsberichten over transgenders.

Dat op mijn hoede zijn uitte zich bijvoorbeeld in mijn schoenkeuze. De bruiloft een paar weken terug was voor mij de eerste keer dat ik in het openbaar schoenen aanhad waarop ik niet à la minute weg kon rennen. Echt waar, ik zocht mijn schoenen een jaar lang uit op hun geschiktheid voor vluchten. Om dan schoenen aan te trekken waarop efficiënt rennen niet zou lukken (je zal me voorlopig niet zien aan de startlijn van een Hoge Hakken Race) heeft me best wel even moeite en de nodige bedenkingen gekost. Ik heb overwogen om gympen aan te trekken voor onderweg, en pas op locatie van schoenen te wisselen, uiteindelijk koos ik ervoor sterker te zijn dan mijn onzekerheid en angsten.

De afgelopen weken heb ik best wel wat stappen vooruit gemaakt in mijn transitie. Vooral in het gevecht met mijn scumbag brain. Laatst benoemde ik mijn angsten als mijn twee Boze Toverfeeën genaamd Onzekerheid en Negatief Zelfbeeld. Het gevecht dat ik met dat stelletje voer wordt steeds vaker beslist in mijn voordeel en langzamerhand begin ik mij steeds zekerder te voelen als de persoon die ik ben. Ik ga meer ontspannen de deur uit en heb meer en en meer plezier in de dingen die ik doe. Nog steeds ben ik op mijn hoede, maar kan ik makkelijker genieten van wat er gaande is zonder constante angst en het uitkijken naar vluchtmogelijkheden, dat voelt goed.