Utrecht Canalpride

Uit onvrede met de vercommercialisering van de Amsterdamse Canalpride waardoor het voor kleine organisaties niet meer te doen is om daar mee te varen is er in Utrecht een nieuwe Canalpride ontstaan. Gisteren was de eerste, en ik was erbij. Op een boot.

Boot nummer 7 van de Meerminners was een bescheiden bootje, met een iets te bescheiden muziekinstallatie. Met 28 man (m/v/anders) vertegenwoordigden we de niet-monogame kant van seksuele diversiteit. Daarover is nog vooral veel onwetendheid, ik merk dat iedere keer weer als ik het over mijn verschillende love interests heb. “Weten ze de dan van elkaar?” is dan altijd de meest gestelde vraag. Meestal gevolgd door een: “Maar wil je dan niet trouwen?” Over die relationship escalator en hoe ik daarin sta lees je binnenkort meer.

Het was best spannend. De Amsterdamse Gaypride is een groots en bekend evenement. Deze Utrechtse editie was niet alleen kleinschalig opgezet, maar vooral minder bekend. Zou er wel publiek op af komen, of moesten we het doen met het winkelend publiek in langs de Oude gracht. Bij het vertekpunt aan het Sterrenburg heerste al een gezellige drukte. Grote en kleine boten, muziek, ballonnen en alles dat bij een Canalpride hoort. Langs de kant en op de bruggen over de Singel stond al veel publiek.

DSC_0053

Martinusbrug over de Catharijnesinge

Ook langs de Oude Gracht waren de werven, bruggen en de kades volgepakt met publiek. Het was een succes!

DSC_0057

Langs de Oude Gracht

Volgend jaar wil ik zeker weer mee doen. 16 juni 2018, de datum voor de volgende Utrechtse Canalpride, staat al in mijn agenda. Op welke boot ik dan sta? Geen idee, genoeg lettertjes van de LGBTQIA+ waar ik bij hoor.

 

 

Seksueel geweld, de Godwin onder de ad hominems

Het was een bewogen weekje in medialandschap: NRC en Volkskrant stonden op tegen het seksisme en de verkrachtingsverheerlijking van GeenStijl. Ondertussen gebruikte het Parool verkrachting als omschrijving voor Elzasser pizza’s die ze niet zo lekker vonden, om nog maar even te laten zien hoe gemakkelijk er over seksueel geweld wordt gedacht. 

GeenStijl

Het begon met een column in het NRC en mondde uit in dit pamflet dat Volkskrant en NRC publiceerden ondertekend door ruim honderd vrouwelijke journalisten, columnisten en andere opiniemakers. Onder de titel ‘Beste adverteerders op GeenStijl en Dumpert, u betaalt mee aan vrouwenvernedering’ vragen opstellers Loes Reijmer, Esma Linnemann en Rosanne Hertzberger aan adverteerders of ze beseffen dat ze met hun marketingbudgetten geïnstitutionaliseerde vrouwenhaat financieren. Of brands als de Belastingdienst, De Efteling, Defensie en Grolsch dat wel in hun imago vinden passen. Een aantal adverteerders hebben hun advertenties op GeenStijl en Dumpert inmiddels ingetrokken.

De redactie en reaguurders van GeenStijl stonden natuurlijk op hun achterste benen door deze vorm van dwangcensuur. Oproepen tot een boycot. Bedreiging van het vrije woord. Inperking van hun vrijheid van meningsuiting. Het is door de fuchsia gekleurde bril van GeenStijl allemaal heel oneerlijk. Voor het gemak gingen ze daarbij even voorbij aan hun eigen acties in het verleden. Zoals deze: Zwarte Piet-boycot sloopt HEMA volledig. Waar er vol trots wordt gerapporteerd dat hun ‘boycot een succes is’ en dat ‘HEMA totaal is gesloopt’.  Maar nu GeenStijl een georganiseerd weerwoord krijgt zijn ze, om even in hun eigen bewoordingen te blijven, helemaal huilie.

Ook elders, bijvoorbeeld op de Frontpage van FOK! – Leuk forum, maar de frontpage lijkt een liefdesbaby van Stormfront en GeenStijl, onder luide aanmoediging door eigenaar Danny.- werd GeenStijl met hand en tand verdedigd. Want je moet kunnen zeggen wat je wilt, want dat is vrijheid van meningsuiting. Net als op GS is op de Fok! FP “Daar moet een piemel in!” een uitstekend argument tegen iedere door een vrouw geuit standpunt. Reageren op inhoud is onnodig, gewoon even verkrachten, dan houdt ze haar mond wel. Verkrachting en online seksuele intimidatie is een wapen dat veelvuldig wordt ingezet.

Het Verdrag van Genève vermeld systematisch als wapen ingezette verkrachting onder de noemer misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden. Vrouwen die hun mening geven in columns, kranten, online, bij politieke bijeenkomsten of op social media worden bedreigd met iets dat de VN classificeert als misdaden tegen de menselijkheid, laat dat maar even inzinken.

Fantasie

“Seksuele vrijheid? Verkrachtingsfantasieën delen is ook vrijheid!” Nee, jouw vrijheid houdt op waar die van mij begint. Ik heb in de GeenStijl verdediging zelfs het Fifty shades of Grey argument gehoord: “Al die Viva vrouwen zwijmelen toch van verkrachting?” Ook niet, en als ze dat al wel doen dan is dat onder duidelijke voorwaarden en met instemming. Maar het begrip consent, instemming, ligt nog steeds erg moeilijk bij vooral het hetero mannelijk deel van de maatschappij.  

Tenslotte verschuilen ze zich achter “Het zijn maar woorden op internet.” Het privilege druipt er vanaf. Pesten is ook alleen maar woorden op internet, schoolplein, briefjes of werkvloer. Toch drijft het regelmatig de slachtoffers tot wanhoop die uitmondt in zelfmoord. Het woord is machtiger dan het zwaard, niet beseffen wat de schade van ‘woorden’ kan zijn getuigt van het privilege nooit gepest te zijn. Ze snappen gewoon niet wat het vernietigende effect kan zijn van constant zulke dingen op je afgevuurd te krijgen.

Ik vraag me af of zulke mannen ook zo tegen hun moeder, vrouw of dochter praten. Of ze hun naasten ook zo bestoken met verkrachtingsfantasieën. En als ze dat tegen geliefden niet doen, waarom dan niet? Want het is toch zo normaal om met dergelijke ‘argumenten’ iemand de mond te snoeren.  

Verkrachtte flammkuchen

In dezelfde week schreef het Parool in weekendbijlage PS een artikeltje over flammkuchen (achter betaalmuur), de hippe Elzasser pizzavariant met zure room in plaats van tomatensaus. Daarin de zinsnede: “…en dat vervolgens naar hartenlust mag worden verkracht met allerhande fantasie ingrediënten…” Want iets verkracht noemen is namelijk hetzelfde als zeggen dat je een gerecht niet lekker vindt.

Vuurkoek op een plankje, Parool 6 mei 2017

Verkracht gebruiken als zomaar een beschrijving is vergelijkbaar schelden met kanker: taal technisch is het correct, maar het heeft een bepaalde lading. Voor veel, heel veel, mensen is het de harde realiteit dat ze het hebben meegemaakt en ziet wat het doet met henzelf of hun omgeving. Seksuele intimidatie is iets wat dagelijks gebeurd. Wat er zo slecht is aan dergelijk gebruik van het woord wist de vriendin die me op het artikel wees goed uit te leggen als antwoord op de vraag wat er zo erg aan is:

Normalisering van kwetsende/gewelddadige taal. Door het woord op deze manier losjes te gebruiken bagatelliseer je (de impact van daadwerkelijke) verkrachtingen. Zulk casual taalgebruik support het heersende sociale systeem waarin seksueel geweld niet serieus genomen wordt, waarin mensen er niet voor uit durven te komen dat ze verkracht zijn, omdat ze bang zijn voor leugenaar te worden uitgemaakt, of te horen krijgen dat ze zich “gewoon” over hun trauma heen moeten zetten. Een systeem waarin aangifte doen maar al te vaak niet tot vervolging leidt, laat staan veroordeling, of waarin je letterlijk in je gezicht wordt uitgelachen door de dienstdoende politieagent.

Door verkrachting te gebruiken als omschrijving in een culinaire recensie bagatelliseert Parool de impact van het woord. Als het iets is dat je met eten in de kroeg doet, dan zal het heus niet zo erg zijn. Alsof het net zoiets als je teen stoten is; pijnlijk genoeg om het even uit te schreeuwen, maar de volgende dag alweer vergeten. Dat is verkrachting dus niet. Ik heb het zelf nooit meegemaakt, ik kan mezelf slechts een vage voorstelling van die ervaring maken. Maar ik heb genoeg vrouwen om heen die het wel overkomen is en die daar jaren later nog steeds last van hebben. Door het opgelopen trauma dat sluimert. Door het idee dat de dader onbestraft is gebleven. Doordat ze niet geloofd werden. Zelfs doordat ze als slachtoffer zelf de schuld kregen.

Verkrachting is iets ernstigs, het wordt niet voor niets tot oorlogsmisdaden (en oorlogswapens) gerekend. Daar moet je niet zomaar lichtvoetig over praten al je die kroegsnack niet lekker vindt. En je moet het al helemaal niet gebruiken als argument in een discussie om iemand waarmee je het niet eens bent de mond te snoeren. Als je dat doet ben je geen haar beter dan een willekeurige oorlogsmisdadiger. Seksueel geweld als argument is de Godwin onder de ad hominems: “Als een vrouw haar mening geeft op het internet zal ze de mond worden gesnoerd met de dreiging van seksueel geweld.”

Edit: Ondertussen doen reaguurders hun best om mijn punt te bewijzen met praktijkvoorbeelden door mentions te sturen dat ik te lelijk ben om verkracht te worden:

Quod erat demonstrandum

Logical Fallacy Referee

Catcalling

Het is één van de privileges die ik heb ingeleverd toen ik in transitie ging: verschoond blijven van catcalling. Het nageroepen worden op straat om hoe je eruit ziet. Vanmorgen gebeurde het me op weg naar werk.

Toen ik nog als jongen leefde kon ik zo ongeveer alles aantrekken wat ik wilde zonder dat ik er opmerkingen over zou horen op straat. Slecht zittend pak, te strakke of te wijde spijkerbroek, verwassen t-shirts. Zolang het geen Borat-style mankini is kom je als man eigenlijk met alles wel weg.

Sinds ik mezelf als vrouw ben gaan presenteren is dat anders. Men verwacht dat ik me vrouwelijk kleed en dat ik make-up gebruik. Dingen die ook wel doe, steeds vaker zelfs, maar alleen als ik daar zin in heb. Want zo ben ik, en zou had ik me ook gedragen als ik gewoon met een beter passend lijf geboren zou zijn. Dan zou ik me ook richting de tomboy kant van het spectrum hebben gepresenteerd.

Nog steeds 0 posing skills.

Niet vandaag, vandaag droeg ik één van mijn favoriete jurken. Niet zo figure hugging als sommige andere van mijn pencildresses, wel aansluitend en comfortabel. En strak genoeg dat ik ‘m wat op trek op de fiets. Ik voel me goed in die jurk, en als ik me niet lekker voel dan trek ik ‘m ook echt niet aan. Vandaag voelde ik me dus goed, ook al was ik aan de late kant, dus haar in een snelle staart en geen make-up.

Op de fiets op weg naar mijn werk vanmorgen werd ik nageroepen: “Heeey, dat ziet er lekker uit!” Ik fietste stoïcijns door zonder op of om te kijken, ik was laat. De rest van de dag vroeg ik me af; wat gaat er in de hoofd van zo’n man om? -Ja man, ik probeer zo min mogelijk seksistisch te zijn. Maar ik ben nog nooit door een vrouw zomaar nageroepen.- Waarom zou iemand zoiets roepen? Verwachtte hij dat ik zou stoppen voor een praatje, dat hij daarmee een date zou scoren? Op zijn minst vriendelijk zou bedanken voor dat geweldige compliment?

Het is zo gewoon, het is best triest dat dit normaal gevonden wordt. Blijkbaar ben je als vrouw alleen maar op de wereld om het mannelijk deel van de mensheid te plezieren in de ogen van sommige mannen. Waar is dat ooit mis gegaan in de culturele evolutie, welk voordeel voor de overleving van de soort heeft het om zulke memen* in stand te houden? Het is blijkbaar niet normaal om als vrouw mannen na te fluiten of na te roepen dat het een lekker ding is. Of nog erger: dat ie eens lief moet lachen. Het wordt wel normaal gevonden om dat als man naar vrouwen te doen.

Tot zo’n 5 jaar geleden, toen ik begon met mezelf vrouwelijker presenteren, heb ik nooit hierbij stilgestaan. Het is me ook nooit opgevallen dat het gebeurde. Als ik er al eens van hoorde dacht ik dat het wel mee zou vallen met hoe vaak het voorkwam en àls het al eens gebeurde, dan was dat toch heus niet zo erg? Nu ik zelf catcalls naar me toe geslingerd krijg denk ik daar anders over. Vind zo iemand zelf dat het complimenteus is, en zou hij werkelijk niet door hebben hoe creepy zoiets over komt? Ik vind het al vijf jaar een raar fenomeen.

*Memen, memes in het Engels is een afgeleide van het woord genen. Het is de culturele tegenhanger van het genetisch materiaal: zichzelf voortplantende ideeën of opvattingen.

Verkiezingen 2017 – kleur bekennen

Op het moment dat ik dit blog schrijf is het grote slotdebat op de NOS nog gaande. Zelf heb ik er niets van gezien omdat ik de twee maandelijkse Gendertalk discussieavond leidde. Ook daar waren de verkiezingen een belangrijk thema: welke partijen zijn een veilige keuze als je LGBTQIA+ (ik zal verder LGBT+ als korte versie gebruiken) een belangrijk thema vindt. Daarin was toch wel een duidelijke trend gaande, ook omdat alle aanwezigen Gayvote de stemwijzer van COC hadden doorgenomen.

Aan het begin van de campagneperiode had ik het plan om mijn eigen stemwijzer te maken met de belangrijkste LGBT+ standpunten van de verschillende partijen. Maar toen zag ik dus Gayvote, dat maakte het leven mij een stuk makkelijker.

De belangrijkste boodschap die ik met dit blog wil geven: Ga stemmen! en doe dat op een partij met inhoud. Stem alsjeblieft niet op een poppulist om ‘een signaal af te geven’. Een signaal afgeven doe je met een doordachte stem op een partij die een fatsoenlijk programma in elkaar heeft gezet. Ik mag het dan fundamenteel oneens zijn met de VVD en vinden dat we met de plannen van de SGP 150 jaar terug in de tijd gaan. Ik kan het met die partijen tenminste fundamenteel en inhoudelijk oneens zijn. Daar valt mee te debatteren en te discussiëren en er is mee te polderen. Ik ben een groot voorstander van onze meer-partijen democratie: als we allemaal wat water bij de wijn doen, dan komen we er allemaal beter uit.

Mijn stemadvies? Het liefst zie ik natuurlijk stemmen op D66 en Groen Links, als je het mij vraagt zouden die twee de dominante partijen in de coalitie moeten worden. Ik beken kleur: Nieuw Paars zie ik best zitten. Op het tweede niveau staan bij mij progressieven: de Piratenpartij, Partij voor de Dieren en Artikel 1. Terwijl de Partij van de Arbeid en de Socialistische Partij daar weer een stapje onder komen, conservatief maar acceptabel. De niveau’s daar onder vullen bij mij de VVD met de drie christelijke partijen en helemaal onderaan de populisten Denk, GeenPeil, Voor Nederland en Forum voor de Democratie met de PVV als een historisch dieptepunt.

Mijn eigen stem? Het moge duidelijk zijn dat ik liberaal-progressief-groen ben. Ik heb tot het laatste moment getwijfeld tussen D66 en Groen Links. Maar ik ga hier toch wat eigen belang stemmen en dan weegt de zorg en het eigen risico me zwaar. In januari rekende ik uit dat ik dit jaar twee maandsalarissen, ofwel 16,7% van mijn inkomen aan zorgpremie en eigen risico uit ga geven. Dat mag wel iets minder.

Ik kan me niet herinneren dat de verkiezingen me ooit eerder zo bezig hebben gehouden. Zelfs niet tijdens de moeizame kabinetsformatie van Rutte I in 2010. Toen mijn Belgische collega en ik elkaar ’s ochtends begroetten met “Hebben jullie al een regering. Nee? Wij ook niet.” Dit voelen voor mij als de belangrijkste verkiezingen die ik ooit heb meegemaakt en daarom ga ik morgen om 21.00 naar het stembureau hier in de wijk om de stemmen te helpen tellen.

Mijn politieke voorkeur heb ik hierboven al gegeven. Daar mag je jezelf iets van aantrekken of niet. Maar alsjeblieft: stem met inhoud en wees geen “enz.”

Edit: De kleur die ik zelf beken? Het zijn er 6 en ik laat de eikentattoo op mijn linkerarm even voor zich spreken. 

Deadnaming

Onlangs kreeg ik van mijn ouders een vondst die mijn moeder had gedaan bij het opruimen. Het zilveren armbandje met mijn naam dat ik als kind zijnde droeg. Mijn oude naam, van vroeger, toen ik nog een jongetje was.

Zilveren armband

Mijn oude naam

Mensen die me in de afgelopen jaren hebben leren kennen vragen me er wel eens naar: hoe ik vroeger heette. Best raar eigenlijk die interesse naar iets wat voor hen niet relevant is. Dat iemand vraagt naar hoe ik aan mijn huidige voornaam ben gekomen vind ik veel interessanter: niet iedereen krijgt de kans zelf een voornaam en roepnaam te bedenken. Ik herinner me nog de aangifte van mijn nieuwe naam bij de gemeente: De ambtenaar backspacede het voornaamveld leeg, draaide het scherm nog iets verder naar me toe en keek me met een grote grijns aan. “Wat mag ik voor je invullen?”

Als je me vraagt hoe ik aan mijn huidige naam kom, dan zal ik je ook gewoon vertellen dat het gebaseerd is op de naam die ik met mijn geboorte meekreeg. Ik vindt het een mooie naam en ben er blij mee. Maar als je me direct vraagt naar mijn oude naam gaan de hakken in het zand.

Deadnaming heet dat in het Engels: een transpersoon bij de oude naam noemen. Dat iemand die me voor mijn transitie heeft leren kennen zich verspreekt vind ik niet erg. Maar iemand die bewust mijn oude naam gebruikt, terwijl deze beter weet, ervaar ik als een grove belediging. Dan respecteer je mij als persoon niet. Het argument dat het te moeilijk is gaat niet op, elke keer dat Prince zijn artiestennaam veranderde ging de wereld daar zonder slag of stoot in mee.

Daarom viel me de berichtgeving rondom de gratie Chelsea Manning me vorige week ook zo op. Alle nieuwsoutlets maakten er een punt van om niet alleen te berichten over de mensonterende omstandigheden van haar gevangenschap maar ook wat haar oude naam was. De NOS ging zelfs zover om in het nieuwsbericht een keer het woord hij te gebruiken. Na deze tweet van mij en de nodige retweets daarvan is het bericht later aangepast.

Benoemen dat Manning een transvrouw is, vind ik voor het nieuwsbericht relevant. De weigeringen van de Amerikaanse Defensie om haar in gevangenschap toegang te geven tot noodzakelijke medische bijstand is een aantal keren in het nieuws geweest. De rechter bestempelde die weigeringen als onrechtmatig en oordeelde dat Manning ook in gevangenschap haar in transitie moest kunnen gaan. Ik snap dus dat de genderdysforie van Manning in de berichten werd genoemd. Echter zag ik in alle nieuwsberichten haar deadname genoemd worden. Waarom? Ik heb geen idee.

Het blijft een terugkomend thema hier: dat ik open ben over mijn transitie is een bewuste keuze geweest. Ik kan het me permitteren en zet dat graag in om de mensen om me heen voor te lichten. Zodat de maatschappij voor lotgenoten die nog wel in de kast zitten uit angst voor de gevolgen het iets makkelijker krijgen.

Als je mij er op een nette manier naar vraagt dan krijg je gewoon antwoord op de vraag wat mijn vroegere naam is. Voor mezelf gebruik ik de term deadname niet, ik heb vrede met alles wat er voor mijn transitie is gebeurd en accepteer mijn oude naam als deel van mezelf. Trek dat echter niet zomaar door naar andere transgenders. Als ze willen dat je hun vroegere naam of deadname weet dan vertellen je ze het zelf wel.

Mocht je je nieuwsgierigheid echt niet kunnen bedwingen; vraag dan eerst of die persoon die informatie met je wilt delen en respecteer een negatief antwoord. “Zou ik mogen weten bij welke naam je vroeger werd genoemd?” komt heel anders over dan “Hoe heette je voor je transitie?” Met die eerste variant laat je het aan de persoon zelf veel meer ruimte om zelf te bepalen of ze hun oude naam te delen. Accepteer ook een nee als antwoord, als iemand een deadname niet wil geven, dan hebben ze daar vast een goede reden voor. Kleine moeite, groot gebaar.

Somatische zorgstandaard Transgenderzorg

Regelmatig hoor ik online de klaagzangen van mijn lotgenoten over de lange wachttijden, de stugge houding van het VUmc en de weerbarstigheid van zorgverzekeraars.Toen er deze zomer een oproep verscheen voor mensen die deel willen uitmaken van de focusgroep voor de werkgroep voor het opstellen van een somatische zorgstandaard voor transgenderzorg heb ik me aangemeld. Ik wil graag iets terugdoen voor de maatschappij en mijn lotgenoten nu ik door mijn transitie heen ben.

De werkgroep somatische zorgstandaard transgenderzorg is opgericht op initiatief van de Nederlandse Zorgautoriteit om de eenvoudige reden dat er geen standaarden zijn aan de hand waarvan gehandhaafd kan worden. Ook de NZa kreeg de nodige signalen dat het niet goed ging met de transgenderzorg in Nederland, de patiëntenstop van het VUmc in 2014 was een van de bekende druppels. Maar zolang de NZa niets heeft om op terug te vallen kunnen ze ook niet handhaven. Daarom de roep om een nationale zorgstandaard.

De eigenlijke werkgroep bestaat uit vertegenwoordigers van alle medische disciplines die zich bezighouden met transgenderzorg. Daarbij zijn onder andere chirurgie, endicrinologie en psychologie maar ook de huisartsen zijn vertegenwoordigd in de werkgroep. En uiteraard is er vertegenwoordiging vanuit Patiëntenvereniging Transvisie. Die vertegenwoordiging wordt ondersteund door een focusgroep een aantal transgenders waar ik dan weer deel van uit maak.

Het doel is een duidelijke zorgstandaard, die een wettelijke basis heeft. Niet zo vrijblijvend als de Standards of Care van de WPATH (World Professional Association for Transgender Health) die artsen en psychologen onderling hebben opgesteld als eigen richtlijn. Deze standaard moet bestaande ziekenhuisprotocollen van VUmc en UMCG vervangen zodat er eenduidigheid is in transgenderzorg in Nederland. Daarmee is het gelijk een stap tot het openbreken van de transgenderzorg voor meer marktwerking. Een nationale standaard maakt het voor zorgaanbieders makkelijker om gestructureerd transgenderzorg aan te bieden. Dat is op dit moment het grootste struikelblok: de hoge mate van centralisatie.

Op dit moment verloopt het grootste deel van de transgenderzorg in Nederland via het UMCG in Groningen voor de noordelijke provincies en het VUmc in Amsterdam voor de rest van het land. Voor jongeren is er nog een genderteam in het Leidse LUMC, dat nauwe banden heeft met het VUmc. Verder zijn er maar een handvol psychologen en artsen die zich aan het onderwerp wagen. Veruit het overgrote deel verwijzen je in een reflex naar het ‘Kennis & Zorgcentrum Genderdysforie’ zoals het VUmc genderteam officieel heet. De hoop is dat een nationale somatische zorgstandaard decentralisatie op gang brengt. Bijvoorbeeld meerdere academische ziekenhuizen die een eigen multi-disciplinair genderteam opzetten. Of dat zelfs medisch specialisten in regionale ziekenhuizen en vrijgevestigde psychologen ondersteuning kunnen gaan bieden.

Dergelijke decentralisatie haalt niet alleen de bottleneck weg die wordt veroorzaakt door centralisatie van de zorg. Het maakt het leven voor transgenders zelf een stuk makkelijker. Bijvoorbeeld:  Ik moet nu nog altijd naar Amsterdam om mijn bloedwaarden te laten controleren. Zo’n consult behelst doorgaans niet meer dan de vraag of alles goed gaat, even op de weegschaal en de bloeddruk meten en bloed laten prikken bij het lab. Geen enkele reden dat dat niet kan bij de endocrinoloog in het ziekenhuis aan het einde van de straat. Nu woon ik nog in de buurt van Amsterdam, maar als je in Vlissingen woont, kost dat je de hele dag voor een consult van 10 minuten.

Uiteraard zetten we als focusgroep ook in op verbetering van de transgenderzorg, gebasseerd op voortschrijdend inzicht. Toen het VUmc genderteam werd opgericht was het uniek in de wereld. In middels worden we links en rechts ingehaald door andere landen, waar hier nog op oude protocollen wordt gewerkt. Het is de wet van de remmende voorsprong. Belangrijk uitgaanspunt in de verbetering is het invoeren van een model dat veel meer is gebaseerd op zelfbeschikking ofwel informed consent.

Het proces van het opstellen van zulke zorgstandaarden is traag. Er wordt vanuit gegaan dat het nog zeker een jaar duurt, maar ik verwacht zelf eerder dat we er tot in 2018 mee bezig zullen zijn. Het is belangrijk dat er gedegen werk verricht wordt, de uiteindelijke zorgstandaard vormt straks de wettelijke basis die de NZa kan gebruiken bij handhaving. Niet alleen waar het gaat om zorgaanbieders, maar ook zorgverzekeraars.

Ben ik mijn plek wel waard?

De reacties onder nieuwsberichten over transgender gerelateerde onderwerpen, ik probeer ze niet te lezen. Maar soms, soms is mijn nieuwsgierigheid sterker dan goed voor me is. Zoals ook afgelopen week onder een nieuwsbericht over Chelsea Manning, die in hongerstaking is geweest om medische transitie af te dwingen.

Even in het kort wat context: Chelsea Manning is een klokkenluider die via Wikileaks een groot aantal militaire documenten naar buiten bracht. Daarvoor heeft ze terecht gestaan voor landverraad en zit ze in de gevangens. Daar heeft ze recht op medische bijstand bij haar transitie. Dat is haar onthouden, ze is ervoor naar de rechter gestapt en die rechter stelde haar in het gelijk. Vervolgens is de medische zorg haar alsnog geweigerd waarna ze in hongerstaking ging.

Onder dat nieuwsbericht een aantal reacties, waaronder deze twee:

“Doe dat maar als hij uit de bak komt”
“Op eigen kosten”

Ik zou graag zeggen dat dit me koud laat. Dat ik weet dat dit toetsenbordhelden zijn die bij wijze van hobby dit soort teksten onder nieuwsberichten plaatst. Ik stel me zo voor dat het 16 jarige pubers zijn die net het concept van een mening leren kennen. Of verzuurde nimby’s. Ik zou graag vol overtuiging kunnen zeggen dat dit maar een kleine hard schreeuwende minderheid is. Ik zou graag zeggen dat het van me afglijdt alsof ik dagelijks baad in Teflon. Maar het laat me niet koud, het raakt me wél en ontlokte deze drie tweets:

waarde.PNG

Het voelt als een niet aflatende stroom van haat en van pesten die op mij wordt afgevuurd. Ook al is het niet direct aan mij gericht. Keer op keer zie ik onder nieuwsberichten dit soort opmerkingen verschijnen. Dat raakt me. Zeker in deze tijden waar er zoveel maatschappelijke en politieke discussie over zorgkosten wordt gevoerd. Ik vrees gewoon weg dat de onderbuik van het internet zijn zin krijgt en dat de vergoedingen voor genderdysforie nog verder worden beperkt. De ‘reaguurders’ lijken maar vaak te denken dat het een soort luxe kwaaltje is. Ze zien in de regel liever dat transgenders met een dosis antipsychotica en een spuit Haldol in hun donder worden opgesloten in een kamertje met zachte muren. -Daarbij even niet beseffend hoe duur zulke psychiatrische zorg is.-  En als je dan wel een transitie wil: betaal maar lekker zelluf.

Dat soort reacties laten me niet koud en doen me serieus afvragen of ik echt zo ongewenst ben in deze maatschappij. Gelukkig zijn er dan altijd mensen om me heen om mijn vertrouwen in de samenleving weer een beetje terugbrengen. Die me in laten zien dat ik niet ongewenst ben en niet iemands plekje inneem. Zoals Humon in een van haar recente cartoons ook wist te tekenen.

spacehumon

Room for you too – Humon Comics

– Ik kan Humon erg aanraden, ze publiceert ook het geweldige (en soms onnavolgbare, want context) Scandinavia and the world. Steun haar door het kopen van merchandise of door haar te volgen via Patreon. – 

Mocht je nou een keer iemand zo’n opmerking als hierboven zien of horen maken, spreek hen erop aan. Want als ik dat doe heeft dat geen zin. Ze zullen vast zeggen dat het onschuldig is zo op internet, of tijdens de kringverjaardag. Ze zullen zeggen dat het niemand schaad, of dat ze het niet zo bedoelen. Maak hen duidelijk dat dat niet zo is en dat ze er wel mensen pijn mee doen. Dat ze mensen zoals ik ongewenst doen voelen, of tot last van hun naasten. Zeg hen dat dergelijke uitspraken schade aanrichten en zeker wel gevolgen kunnen hebben.

 

 

#MissingType

Deze week lanceerde bloedbanken in de wereld de hashtag #MissingType. Ze zijn op zoek naar meer bloeddonoren met de specifieke bloedgroepen A, B en O. Er is in de afgelopen 10 jaar een daling van 30% in de donoren te zien, in Nederland blijft die daling volgens de NOS en bloedbank Sanquin beperkt tot 20%. Vooral onder jonge donoren hebben vrouwen de overhand en zijn ze opzoek naar mannelijke donoren. Want mannen mogen 5 keer per jaar doneren, in tegenstelling tot vrouwen die slechts 3 maal in een jaar een halve liter mogen aftappen.

Waar die schifting vandaan komt? Ik heb geen idee. Sanquin heeft mij al eerder laten weten een definitie van geslacht uit het jaar kruik te hanteren. Zo mocht ik voor mijn transitie geen seks hebben gehad met een man, maar na mijn geslachtswijziging was dat geen probleem. De bepalende factor is? De Basisregistratie Personen: het lettertje achter geslacht op je identiteitskaart bepaald of de bloedbank je behandeld als man of vrouw. Volstrekt arbitrair en in geen enkele wijze onderbouwd door medische of biologische factoren.

Van een vrouwelijke bloeddonor hoorde ik dat vrouwen minder vaak zouden mogen doneren omdat na een menstruatie de hemoglobinewaarde lager zou zijn. Maar als dat zo is, dan is het criterium niet een letter op je ID-kaart, maar ‘x dagen geleden ongesteld’. Ik ken een boel vrouwen, niet alleen transvrouwen die nooit menstrueren. Daarentegen ken ik ook voorbeelden van mannen die dat wel doen.

Zou het soms lichaamsmassa zijn, omdat je teveel volume kwijt raakt in een jaar? Ik ben prima materiaal voor full-contact sporten als rugby of roller derby en verplaats meer water dan menig man die vaker mag doneren dan ik. In dat geval zou het criterium gebaseerd moeten zijn op lichaamsgewicht, of -omvang.

Of het voor het bloed daadwerkelijk uitmaakt weet ik niet. Maar ik kan me voorstellen dat het in bepaalde gevallen nodig is om te weten of de bloeddonor XX of XY chromosomen heeft. Of dat het bloed is gegeven door iemand met testikels en prostaat, of juist met baarmoeder en eierstokken. Zulke dingen zouden een verschil kunnen maken, al rijkt mijn medische kennis over geslachten niet ver genoeg om daarover te oordelen. Daar vraagt Sanquin niet naar, enkel het juridische geslacht is naar eigen zeggen van belang.

Een opmerking die ik op Twitter maakte hierover kwam niet een duidelijk antwoord op. Op doorvragen van mijn kant heeft Sanquin niet meer gereageerd:

Ik ben trouwens blij dat ik de Social Media persoon van Sanquin niet ben. Ze hebben de nodige hoon over zich uitgestort gekregen over het uitsluiten van homo’s die in het afgelopen jaar seks hebben gehad met een andere man. Opmerkingen daarover werden door Sanquin vanuit een ivoren toren beantwoord. Dat ze internationaal geldende regels toepassen snap ik, maar de empathie met welwillende potentiële donoren die op basis van hun geaardheid worden uitgesloten was ver te zoeken. Zoals Fleur het op Twitter zegt:

Ik snap dat beleid eerlijk gezegd niet meer zo goed. Het is een regel die stamt uit de tijd dat HIV/Aids nog de mysterieuze homoziekte was. Toen men nog niet goed begreep wat het was en hoe de verspreiding kon worden voorkomen.

Anno 2016 is het zo dat je als monogame homo minstens een jaar geen seks meer mag hebben gehad met een man. Ben je een heteroseksuele man en heb je vorige week een onbeschermde one night stand gehad met een vrouw? Dan telt dat niet als een riscocontact volgens deze vragenlijst (.pdf) van Sanquin. Zolang je er maar niet voor hebt betaald, mag je bloed doneren. Ben je als man al jaren met je mannelijke partner samen, zijn jullie strikt monogaam en regelmatig getest op o.a. HIV en hepatitis C en vrij van deze ziekten? Dan ben je nog steeds een onacceptabel risico volgens de bloedbank.

Het beleid van Sanquin is weliswaar al soepeler dan in veel andere landen, daar geld vaak nog de levenslange uitsluiting van homo’s als donor. Het is echter gewoon niet meer van deze tijd om mensen op basis van geaardheid uit te sluiten als donor. Helemaal als je bedenkt dat bij het bepalen van geaardheid wordt uitgegaan van een arbitrair (en achterhaald) gegeven als juridisch geslacht. Het wordt tijd dat de bloedbanken hun denkbeelden bijstellen aan de moderne tijdsgeest, daarbij archaïsch seksisme loslaat en daarbij de donoren gaat behandelen als individu in plaats cliché.

 

Moet dat nou, die Gay Pride?

Ik hoor die vraag nog vaak gesteld worden als het over de Gay Pride gaat: “Moet dat nou?” Men vind het banaal, overdreven en overbodig, want homo’s hebben toch rechten? Mijn antwoord op die vraag: ‘Ja, dat moet!’ Zolang men de vraag blijft stellen of een gaypride nodig is, is die nodig. De vraag stellen is hem beantwoorden.

De Gay Pride, met als publiek hoogtepunt de bootjesparade door de Amsterdamse grachten heeft niet als doel vulgair te zijn. Het heeft als doel dat homo’s, lesbiennes en in steeds toenemende mate biseksuelen, transgenders en queers zichzelf zichtbaar maken. Ze nemen daarmee nog steeds een risico. Een risico op verbaal en fysiek geweld, risico om je baan te verliezen of geen baan te krijgen (ja, dat gebeurt in Nederland nog steeds), het risico om door je familie of gemeenschap verstoten te worden.

Waarom er dan geen hetero pride is, krijg ik dan nog regelmatig als wedervraag. Die hetero pride is er: 365 dagen per jaar. Elke dag kunnen hetero’s hand in hand lopen met hun partner of zoenen op het station zonder dat er ook maar een haan naar kraait.

Ik wordt daarentegen door een homoseksuele kennis gewaarschuwd dat ik met mijn Hema tompoucen t-shirt toch wel ‘een bepaalde boodschap uitdraag’. Hij gaat zelf naar de Canal Parade om te kijken, maar heeft me ook verteld dat hij zelfs onderweg  naar de grachten niet de hand van zijn partner niet durft vast te houden. Bang voor reacties.

Behalve transgender ben ik ook lesbisch en heb de beide keren dat ik een date in het openbaar zoende daar reacties op gekregen. Reacties van het soort die ik niet kreeg toen ik nog als jongen leefde en mijn (vrouwelijke)partner zoende. De laatste keer was op de roltrappen van het Utrechtse station aan het Jaarbeursplein. De zoen, een hele beschaafde, werd luidkeels aangemoedigd door gejoel vanaf de andere roltrap.

Tot op heden heb ik nooit veel behoefte gehad om deel te nemen aan de Gay Pride. Maar mijn eigen ervaringen, beide met een beschaafde zoen doet mij er anders over denken. De gebeurtenissen twee maanden geleden in Orlando maken dat gevoel nog sterker. Ik wil naar buiten treden. Ik ben trots op wie ik ben als lesbienne én als transgender.

Tijdens het schrijven aan dit blog kwam de inspiratie me pardoes aanwaaien. De NOS citeert uit een merkonderzoek naar de grootste evenement in Nederland dat de Gay Pride nog steeds niet is ingeburgerd en nog altijd veel weerstand oproept onder de Nederlandse bevolking. Het calvinistische adagium ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg!’ wordt daarbij van stal gehaald. Je mag best homo zijn, zolang je het maar niet in het openbaar doet en je vooral wel naar heteroseksuele normen vormt.

Maar ook meer specifiek voor transgenders is de pride nodig. Op het moment dat de Gay Pride in Amsterdam volop aan de gang is en de stad zich opmaakt voor de Canal Parade noemt Amsterdams VVD gemeenteraadslid Daniel van der Ree transissues op Twitter nog even”Onzin.” Je zou vandaag maar op de VVD-boot staan tijdens de parade, wetende dat die vrijheid uit de naam nogal kieskeurig wordt geïnterpreteerd.

Dit jaar moet ik tijdens de Pride evenementen werken, invallen voor mijn collega die extra hard moet dansen in mijn plaats. Maar met dank aan mijn broer die speciaal voor me naar Amsterdam is gegaan om een beetje Gay Pride naar mij te brengen:

wp-1470421274684.jpg

Want de Gay Pride is nodig, net zo lang tot iedereen met zijn/haar/hen partner(s) hand in hand over straat kan lopen en deze ook gewoon een afscheidszoen kan geven op het station. Net zo lang tot er niet meer opgekeken wordt van kinderen met twee vaders of twee moeders. Net zo lang tot gemeenteraadsleden transgenders geen onzin meer vinden. En vooral net zo lang tot de vraag ‘Moet dat nou?’ niet meer gesteld wordt.

Federale overheid neemt stelling tegen Bathroom Bills

De federale overheid neemt stelling tegen de Bathroom Bills en daagt North Carolina voor de rechter. Huffington Post Queer Voices opent zo:

image

Als je het nieuws een beetje volgt heb je vast al gehoord over de Bathroom Bill in North Carolina. Zo niet, dan raad ik je aan mijn blog ‘Geen porno voor jou’ hierover te lezen. Behalve vanuit de hoek van LGBT-organisaties is er nu ook commentaar van Loretta Lynch, een North Carolinian en vooral de attorney general, de federale procureur-generaal, die een aanklacht in heeft gediend tegen de staat North Carolina.

In de persconferentie verwijst Lynch naar een aantal belangrijke zaken uit de geschiedenis van de VS, waaronder Brown v. Board of Education. In die rechtzaak heeft het Hooggerechtshof een einde gemaakt aan rassenscheiding in het Amerikaanse onderwijs. Ze noemt de maatschappelijke integratie van transgenders een van de volgende belangrijke stappen in de belofte van gelijke rechten voor iedereen, de belofte waarop de Amerikaanse staat is geschoeid.

Wat mij enorm heeft geraakt is deze passage:

Let me also speak directly to the transgender community itself. Some of you have lived freely for decades, and others of you are still wondering how you can possibly live the lives that you were born to lead. But no matter how isolated, no matter how afraid, and no matter how alone you may feel today, know this, that the Department of Justice and indeed the entire Obama administration want you to know that we see you, we stand with you, and we will do everything we can to protect you going forward.

Ik woon niet eens in dat land en ben nogal onder de indruk van deze speech. Als transgender behoor je tot een kleine minderheid. Eentje die niet erg vocaal is, uit angst voor afwijzing of geweld, of omdat men compleet wil breken met hun verleden. De rechten van transgenders worden pas sinds kort bevochten en ook pas sinds kort erkend. Zelfs in Nederland is het pas twee jaar dat de sterilisatie-eis is komen te vervallen.

Dat iemand in een invloedrijke positie als federaal procureur-generaal zo openlijk en uit naam van de regering zegt dat ze je steunen en je zaak willen bevechten is bijzonder. Pink News noemt het: één van de meest Pro-LGBT speeches in de geschiedenis van de Amerikaanse politiek. Het is een gebaar van steun, het omarmen van de LGBT-gemeenschap en in deze zaak de Trans-gemeenschap in het bijzonder spreekt van erkenning. Erkenning van de problemen die je als transgender ervaart en bovenal de erkenning van jezelf als volwaardig mens.

De hele speech van Lynch kan je lezen op de site van the Department of Justice of bekijken op Youtube: