Ooit, als ik later groot ben

Afgelopen week vulde ik een vragenlijst in over niet-conventionele relaties. Niet gek dat ik daar naar gevraagd wordt met mijn non-monogame platonische relatieconstructie. Tussen die vragen stond ook nog een vraag over hoe ik over de toekomst denk. Toen besefte ik me dat ik de afgelopen jaren heel erg in het nu heb geleefd. Ik heb zelfs kunnen stellen dat voor mij alles na volgende week ‘ver weg is’ en alles na volgende maand ‘ooit, als ik later groot ben’.

De afgelopen jaren heeft mijn leven heel erg in het teken gestaan van mijn transitie. Elke keer leefde ik naar een volgende stap toe. Van de intake naar de diagnose, van de diagnose naar de real-life fase en van de real-life fase naar chirurgische ingrepen. Een heel duidelijk uitgestippeld plan voor wat ik daarna met mijn leven zou willen heb ik nooit gehad. Verder dan een vage richting komt het bij mij niet.

Nou praat ik vaak John Lennon na met zijn “Life is what happens whilst you’re busy making other plans.” Maar nu ga ik me ineens heel filosofisch afvragen of ‘plannen maken’ een voorwaarde is voor het leven om te gebeuren. Wat nou als je geen andere plannen maakt, gebeuren er dan wel dingen, doet leven dan nog steeds zijn ding? Als je geen plannen hebt kunnen ze ook niet doorkruist worden. De afgelopen tijd zijn er genoeg dingen gebeurd. Mooie dingen, fijne dingen. Life happened, om het zo maar te zeggen.

Over de afgelopen tijd had ik nog wel enige plannen, ook al waren dat steeds aan mijn transitie gerelateerde doelen. Voor de toekomst heb ik geen concrete plannen. Het meest ver vooruit geplande ding in mijn agenda is mijn vakantie in juni. Vier maanden in de toekomst. Helemaal ‘als ik later groot ben’ is het het niet, vier maanden is te overzien. Vier maanden is de tijd die het heeft geduurd tot ik na mijn operatie weer kon fietsen. Ik kan me dus wel voor de geest halen hoe lang vier maanden duren. (Lang, heel erg lang!).

Het gevoel dat ik geen plannen heb, geen concreet beeld van hoe mijn toekomst eruit gaat zien, of hoe ik zou willen dat die eruit gaat zien boezemt me wel een beetje angst in. Het algemene doel dat ik de afgelopen jaren had, mijn transitie doormaken, is nu wel zo’n beetje behaald. ‘Klaar’ zal ik er nooit mee zijn, mijn transitie zal altijd een onderdeel van mijn leven zijn. Ik zal mezelf ook altijd zien als een transgender persoon. Maar de grote tussenstations heb ik behaald. Ik sta nu in de stationshal van het leven, ingecheckt met voldoende saldo om alle mogelijke bestemmingen te bereiken maar zonder een goed idee in welke trein te stappen.

Ik begin te beseffen dat het ‘ooit, als, ik later groot ben’ nu is. Ook al heb ik er nog steeds moeite mee om mijzelf als volwassene te zien. Voor mijn gevoel ben ik nog maar net tiener-af met mijn hele volwassen leven nog voor de boeg. Dat zou me tien jaar jonger maken dan ik werkelijk ben. Dat ik de dertig al ben gepasseerd is nog steeds niet tot me doorgedrongen. Als ik plannen voor later wil maken dan zal ik dat toch moeten gaan doen, ooit is al begonnen. Ik wil het niet op mijn geweten hebben dat het leven maar werkeloos op een bankje in het park zit omdat ik het leven geen plannen geef die ze kan doorkruisen.

Of toch niet? Kan ik mijn leven verder gaan zonder concrete doelen? Is het voldoende om te weten welke windrichting ik op wil gaan, zonder een vastgesteld reisschema? Gewoon op de eerste de beste trein stappen die ongeveer in die richting gaat en dan zien waar ik uiteindelijk terecht kom.

Beide keuzes zijn vatbare opties. Van beide kan ik niet inschatten hoe waardevol ze zijn en wat ze me zullen bieden. Het door Baz Luhrman onsterfelijk gemaakte advies van Mary Schmich op dit punt het beste. Ik ben tenslotte the clas of ’99. 

Don’t feel guilty if you don’t know what you want to do with your life… the most interesting people I know didn’t know at 22 what they wanted to do with their lives, some of the most interesting 40 year olds I know still don’t.

Of ik luister naar ander advies van Scmich en luister ik daarom niet naar haar advies? Ga ik dan toch vragen om een spoorboekje? Zodat ik een reisplan op kan stellen. Alle opties staan open, het hoeft niet direct, ik kan ook de volgende trein afwachten, er zullen er meer rijden. In elk geval zal ik me er geen zorgen om maken.

Don’t worry about the future; or worry, but know that worrying is as effective as trying to solve an algebra equation by chewing bubblegum.

Antwerpen Centraal - Foto: Wylderice, via Pixabay

Antwerpen Centraal – Foto: Wylderice, via Pixabay

 

Praten over het verleden

Ik vind het best moeilijk om te praten over mijn verleden. Vooral over mijzelf uit die verleden tijd praten is lastig. Ik merk dat ik ga struikelen over hoe ik mijzelf aanduid. “Toen ik nog als jongen leefde…” is politiek correcter dan “Toen ik nog man was.” Nu hoor ik gelijk het trans* (let op dat sterretje, dat moet ,dat is een wildcard om inclusive te doen) activisme boos worden: “Je bent nooit een man geweest! Je was van binnen altijd al wie je bent! Alleen de buitkant klopte nog niet!” Hoop politiek correct geblabla. ’t Beestje moet een naam hebben en zolang dat respectvol en niet kwetsend is vind ik het prima.

Ik heb in mijn leven mijn stinkende best gedaan te leven als jongen. Dat ging mij behoorlijk goed af, zo goed zelfs dat ik het zelf geloofde en het best wel lastig is geweest omdat af te schudden. Zoals ik al eerder heb verteld: ik ambieer niet om volledig stealth te gaan en te breken met mijn verleden. Dus dat verleden is er en ik wil best wel eens anekdotes en ervaringen delen. Dat vergt dan soms wat extra uitleg omdat anders de context ontbreekt of het referentiekader nog niet klopt. Is wel eens lastig. Ook al maak ik geen geheim van hoe ik in elkaar zit, het is soms onprettig en confronterend om het steeds uit te moeten leggen. Ik merk de laatste tijd dat ik dan soms ook maar gewoon niets zeg.

Soms is dat jammer. Want er zijn nu eenmaal foto’s uit mijn jeugd of anekdotes die het delen waard zijn. Soms is het niet van belang om te melden als welk gender ik leefde en soms wel. Soms is het ook gewoon te zien, zoals op die foto’s. Of op film. Onlangs is er een oude familie home-video boven komen drijven, van een jaar of 25 geleden. Hoewel ik daar bij mijn oude naam genoemd wordt en ik duidelijk een jongetje ben, ik bén dat wel. Het is een deel van mij en mijn verleden. Dat ik die film graag weer een jaar of tien zie verdwijnen vooraleer ‘ie ooit weer wordt vertoont is gewoon omdat ik mezelf nog niet oud genoeg voel om niet meer gegeneerd te zijn om babyfoto’s. (Ben je daar ooit oud genoeg voor?) Het is niet omdat ik mijn verleden wil verdoezelen.

Dat ik weinig mensen uit mijn verleden spreek vind ik soms wel jammer. Ik heb niet echt een hecht contact met klasgenoten van vroeger bijvoorbeeld. Sinds de komst van facebook, linked-in, twitter en andere sociale media vind je er steeds wel terug. – Al kwam ik een examengenoot van de middelbare school onlangs tegen op een feestje een eind buiten de regio. – Meestal krijg ik dan een ZOMGWTFBBQ!!1!-bericht. Soms ook niet, dan krijg ik de ‘verbaasd me nu helemaal niets’-reactie. Aan de andere kant, ik zou niet goed weten hoe ik mijzelf zou presenteren op een reünie van bijvoorbeeld mijn HBO-opleiding. Ik heb niet eens het een in de sector en opleiding gebruikelijke mantelpakje en mijn driedelig zwart van destijds trek ik echt niet meer aan. Nou is de snit van dat pak ook al niet meer van deze tijd, dus dat is opzichzelf al een no-no.

Voorlopig richt ik me gewoon op mijzelf zonder al te veel nadenken over dingen waar niet nagedacht over hoeft te worden. Het energiegebrek speelt me nog parten. Dat merkte ik gisteravond weer na een dag sociaal doen. Zelfs de kleine halve liter koffie met 150 milligram cafeïne (die maten van Starbucks zijn best groot) wisten me niet wakker te houden. Geen zorgen voor de toekomst, behalve dat ik mezelf moet herinneren het nodige te doen voor mijn blog van het komende weekeinde, dan heb ik weer iets leuks in de planning.

Edit: Ik maak er geen gewoonte van om mijn blogs inhoudelijk te wijzigen nadat ik ze heb gepost. Maar nog geen uur na het posten hoor ik Baz Luhrmann op de radio:

Enjoy the power and beauty of your youth; oh nevermind; you will not understand the power and beauty of your youth until they have faded. But trust me, in 20 years you’ll look back at photos of yourself and recall in a way you can’t grasp now how much possibility lay before you and how fabulous you really looked….You’re not as fat as you imagine.

Don’t worry about the future; or worry, but know that worrying is as effective as trying to solve an algebra equation by chewing bubblegum. The real troubles in your life are apt to be things that never crossed your worried mind; the kind that blindside you at 4pm on some idle Tuesday.

Enjoy your body. Use it every way you can… Don’t be afraid of it, or what other people think of it.  It’s the greatest instrument you’ll ever own…

Baz Luhrmann – Everybody’s free (to wear sunscreen)

Oh, en ik wás “The class of ’99.” Krijgt zo’n liedje, een hit van 14 jaar geleden, ineens heel veel meer betekenis…