Vijf ziekenhuismaaltijden

Mijn leven draait grotendeels om eten. Mijn studie had ermee te maken en het werk dat ik sindsdien doe draait ook om lekker eten. Ik schijn een foodie te zijn, al kan ik op zijn tijd ook enorm genieten van een maaltje bij de Burger King of een frikadel speciaal. Een van de dingen waar ik dan ook enorm tegen op zag van het hele ziekenhuiscircus was het eten. In de hotelwereld waar ik vandaan kom hebben ze geen hoge pet op van de instellingskeuken. Zout-, smaak- en liefdeloos bereid voedsel wat vooral functioneel is, ‘lekker’ is niet belangrijk.

Vooral de warme maaltijden. Het ontbijt en lunch had ik niet veel vrees voor. Daar hield ik het gewoon bij brood, yoghurt en beschuit. Uiteraard met het beleg in van die monoverpakkingen waarvan de inhoud totaal niet strookt met het gebruiksdoel. Kuipjes boter voor anderhalve boterham. Hagelslag voor twee beschuitjes en de pindakaas voor tweederde boterham. Die verhoudingen begreep ik in mijn hoteltijd ook al nooit, op geen enkele mogelijkheid kom je ermee uit. Je houdt altijd over, of je pakt een tweede verpakking, waarvan je dan weer de helft overhoud als je je boterham fatsoenlijk hebt gesmeerd.

De koude maaltijden waren mijn angst niet, de warme wel. Bij eten in het ziekenhuis heb ik van die visioenen van grote instellingskeukens, met smakeloos eten en alles volledig tot snot gekookt want het moet natuurlijk vooral makkelijk te verteren zijn en kauwen optioneel. Ik moet echter bekennen, dat het me alles is meegevallen. De maaltijden waren goed op smaak. De groenten fris van kleur met nog structuur gaar gestoomd. De rauwkost was fris en knapperig en verre van verlept. Het enige wat me tegenviel was het vlees. Dat was wel door en door gaar. Een mes was niet nodig, kauwen maar een klein beetje. Alleen de jus, daar moest je echt afblijven. Ik weet niet wat daarin heeft gezeten, maar vleesjus was het in elk geval niet.

Van vier van de vijf maaltijden – zaterdagavond na de operatie had niet bepaald trek, iets met narcoses en pijnstillers – die ik at had heb ik foto’s. Lamsvlees met aardappelpuree. Bami met kip en loempia. Zuurkool, met gelukkig géén unox worst. En op de laaste dag vis met rösti.
image

Van de eerste maaltijd op vrijdagavond kan ik mijn eigen foto niet meer terugvinden, maar vanuit een andere hoek heb ik wel deze hiernaast. Het onverwachte eten, want ik dacht dat ik die avond al nuchter moest blijven, bestond uit een plakje varkensfilet van een formaat waarvan ik er twee op één boterham leg, gekookte aardappel en doperwtjes. Alle dagen heb ik er wat rauwkost bij genomen, gelukkig kon je daar voor kiezen. Wat ik wel miste was een fruitoptie als dessert. Meestal had je keuze uit vla, kwark of ijs. Slechts één keer heb ik een stuk fruit gekregen in dat ziekenhuis, een appel na de vis.

wpid-PhotoGrid_1396255419712.jpg

Laatste ronde Androcur

De Google Doodle van vandaag deed me eraan herinneren dat het morgen (8 maart) Internationale Vrouwendag is. Dat deed me ook herinneren dat het inmiddels al twee jaar geleden is dat ik met dit blog en Facebook mijn grote coming out had. Ik zat destijds er al een beetje tegen aan te hikken en vond de betekenis van die dag wel een leuke aanleiding om op die dag mijn Open Brief te publiceren via Facebook.

Googledoodle

Google Doodle van 7 maart.

Vandaag is ook de dag dat ik voor het laatst Androcur heb genomen. Dit middel, dat de opname van testosteron in het lichaam blokkeert, zal ik nooit meer hoeven nemen. Over een paar weken zullen de organen die het overgrote deel van mijn testosteron aanmaken bij de patholoog in een petrischaaltje liggen voor onderzoek naar mogelijke afwijkingen. Dat ik nu al stop met deze medicijnen, met de oestrogeen ben ik een paar weken terug al gestopt, heeft te maken met de effecten ervan op de bloedstolling. Het spul moet uit mijn bloed zijn voor ik onder het mes ga. Het zal de komende wel wat lastig kunnen zijn met een hormoonhuishouding alweer uit balans is, van het stoppen met de oestrogeen heb ik ook de gevolgen gemerkt. Ik hoop niet dat ik nóg meer puistjes krijg, ik vind drie tegelijk echt wel meer dan voldoenden. Gelukkig zal het in elk geval van tijdelijke aard zijn.

wpid-img_20140307_193433.jpg

De laatste keer cyproteron-acetaat.

Ik ben heel erg blij dat ik van de Androcur af ben. Behalve dat het gewoon een belasting is voor mijn systeem, vooral de lever, heeft het ook nare bijwerkingen. Zoals ik vorige week ook al schreef: ik heb moeite met het op peil houden van mijn stemming. Dat schrijf ik echt toe aan de depressieve werking die een veelvoorkomende bijwerking van dit middel is. Ik ben ook benieuwd of ik in de toekomst weer iets van een libido ga hebben. Daar is sinds ik begon met de Androcur niets meer van over. De tijd zal het leren, ik wacht geduldig af.

Naar de operatie kijk ik met gemengde gevoelens uit. Aan de ene kant ben ik er heel blij mij dat het gaat gebeuren. Ook al besef ik pas relatief kort hoeveel het voor mij betekent. Het idee van mijn toekomstige anatomie alleen al geeft mij een bepaalde vorm van rust.

Aan de andere kant zie ik er ook enorm tegenop. Niet alleen de herstelperiode, maar ook de ziekenhuisopname zelf. De laatste keer dat ik opgenmomen ben geweest was voor het knippen van mijn amandelen en ik weet niet eens meer of ik überhaupt heb moeten overnachten in ziekenhuis. Het zal zo’n 25 jaar geleden geweest zijn dat dat gebeurde, toen had ik nog een iets andere beleving van de wereld dan nu. De opname zal dit keer een kleine week zijn. Een week in een vreemde omgeving, met ziekenhuiseten en zonder de gemakken en privacy van thuis. Al zal ik wel zorgen voor iets met internet zodat ik verslag kan doen van het herstel en vooral mijn gedachten van me af schrijven.

Schrijven is voor mij altijd een goede manier om mijn gedachten te ordenen. Al helpt het de laatste weken minder goed om mijn gedachten tot rust te laten komen. De operatie legt zoveel beslag op mijn denken dat ik het knap van mezelf vind dat ik ook nog normaal kan denken en functioneren. Als iemand een adres je voor een gedachten-aderlating weet, houd ik me aanbevolen.