Dé vraag

Het is dé vraag. De ultieme vraag. De vraag die alle andere vragen overbodig maakt. Maar het is niet de vraag of je trek hebt in een drankje.

Afgelopen week was het weer zover, iemand die nog niet van de hoed en de rand wist vroeg naar wat dingen over mijn transitie. Ik heb haar leren kennen ná mijn coming-out en ze vroeg naar wat dingen.  Dan komt toch weer de vraag die iedereen schijnt bezig te houden, of althans alle cis-mensen (cis betekent niet-trans) die ik tegenkom. Het is verreweg de meest gestelde vraag als het om mijn transitie gaat. Of ik me ook “ga laten opereren?” Met opereren doelen ze dan op de geslachtsaanpassende operatie. Ik snap niet zo goed wat nu die grote obsessie is die mensen met mijn genitaliën hebben, ik vraag aan anderen ook niet of hun binnenste schaamlippen ook echt kleiner zijn dan de buitenste of aan mannen of ze links- of rechtsdragend zijn en eventueel besneden. Maar aan transgenders lijkt het normaal om te vragen naar hun geslachtsorganen. Het is een vraag die mij in ieder geval veel gesteld wordt.

Een fragment uit Monthy Phytons Meaning of Life  zette me aan het denken en een theorie doen vormen:

De kersverse moeder vraagt, met haar benen nog in de beugels of haar zojuist geboren kind een jongen of meisje is, waarop de arts antwoord dat het nog een beetje vroeg is om het kind een rol op te dringen.

Dáár zit hem volgens mij de kneep. Voor mij, en heel veel transgenders die ik gesproken heb is het de normaalste zaak van de wereld om gender (hoe ik mij voel) en geslacht (mijn anatomie) als twee totale verschillende dingen te zien. In mijn open brief leg ik dit uit aan de hand van een genderbreadpoppetje.  Over het algemeen ervaren mensen die kampen met enige vorm van genderdysforie de maatschappelijke genderrol, gekoppeld aan het geboortegeslacht, als opgedrongen of opgelegd van buiten af. Ik realiseer mij dat  transgenders de regel bevestigende uitzondering zijn. Welke regel? De regel dat gender en geslacht onlosmakelijk aan elkaar verbonden zijn. Dat je genitaliën niet alleen je rol in de biologische voortplanting bepalen, maar ook je interesses en voorkeuren.

In de moderne westerse maatschappij, althans het liberale en progressieve deel daarvan heeft inmiddels wel door dat voorkeur losstaat van geslacht. Men kan accepteren dat een man liever een relatie heeft met een andere man en een vrouw met een andere vrouw. Het besef dat ook geslacht en gender twee ongerelateerde factoren in iemands persoonlijkheid zijn, dat moet nog doordringen tot het collectieve denkpatroon. Wat ik niet raar vind het concept van een gender is nogal abstract en niet tastbaar.

Ik theoretiseer dus dat men pas de overgang van man naar vrouw of van vrouw naar man kan zien zodra een plastisch chirurg het mes gezet heeft in wat er tussen de benen zit. Alsof dát het begin is van het nieuwe leven. Net zoals de wetgever daar nog zo over denkt, je kan pas je paspoort laten aanpassen nadat je onvruchtbaar gemaakt bent door de dokter. Als je er ook zo over denkt dan kan ik je verbeteren: eventuele operaties aan de primaire geslachtsorganen worden pas ver in het proces uitgevoerd. Eigenlijk is het de afsluiting van het traject. Er zijn genoeg transseksuelen die ervoor kiezen die grote operatie, om uiteenlopende redenen, helemaal niet te ondergaan.

Nog een theorie, die ik hoorde van een andere transgender toen we het hierover hadden. – Ja, wij transen praten over jullie cis-mensen, achter jullie rug om. Eén en al roddel en achterklap, voor het echte wij-zij gevoel. 😛 – Hij kwam met het fysieke op de proppen. Snijden in vlees is makkelijker te bevatten dan vage psychologische begrippen. Het is tastbaar, fysiek en makkelijk van buitenaf zichtbaar. Althans, als ik je zou toelaten om de inhoud ondergoed te bekijken.

Daar komen we op een ander punt:

Afkomstig van www.thegenderbook.com

Veel transgenders vinden dat gevraag naar hun genitaliën not-done. Ikzelf zit er niet zo mee, mits de vraag wordt gesteld uit oprechte interesse. Mij vragen naar dit soort dingen is overigens wel geheel op eigen risico. Ik geef op alles een antwoord, en schrik daar niet in terug om een en ander plastisch of beeldend uit te leggen. Er staat niet voor niets een fotoverslag van mijn bezoek aan het masturbatorium op dit blog te lezen.

Voor mij zou het niet de eerste vraag zijn die ik zou stellen, mijn insteek is anders. Voor mij persoonlijk is het veel belangrijker dat de zaken die voor iedereen zichtbaar zijn veranderen. Wat er ‘daar beneden’ gebeurt is minder belangrijk voor mij. Zeker nu ik door de Androcur simpelweg impotent ben geworden. Dat maakt het een stuk afstandelijker moet ik zeggen. Ik ben me minder bewust van mijn penis dan van mijn kleine teen, het zit aan mijn lichaam vast maar ik ben er nu helemaal niet meer aan gehecht.

Om de vraag te beantwoorden: waarschijnlijk wel. Het is trouwens iets wat pas ergens aan het einde van mijn traject zit, niet aan het begin ergens van. De kers op de appelmoes, het toetje, het puntje op de I. Het moment van grote omslag en mijn nieuwe start ligt in de zeer nabije toekomst. Ik ben al bezig aan de opmaat.

Nu ben ik benieuwd, terugkomend op de inleiding: waarom stellen zovelen nu juist de vraag of  ik me ga laten opereren. Is het die link tussen gender en geslacht die men legt? Is het dat plastische fysieke concept wat makkelijker te begrijpen is? Of heeft die vraag een hele andere drijfveer?

Niet zoveel gestelde vragen

Op mijn Coming out FAQ kreeg ik wat intelligente vragen als reactie. Best wel diepgaande van een haast filosofische aard, met een vleugje feministische ondertoon. Om die vragen in mijn FAQ erbij te plakken vind ik niet recht doen aan de gedachte erachter. Het zijn ook niet bepaald voor de hand liggende oppervlakkige vragen die de meesten hebben als ik vertel waar ik mee bezig ben. Daarom een apart blogje met de niet zoveel gestelde vragen. Met dank aan The Smitten Immigrant voor haar intellectuele prikkels! Het was nog wel best pittig om te beantwoorden.

Ben je van plan jezelf bewust op een niet-fysieke manier vorm te geven als vrouw? (ik doel dan bijvoorbeeld op het omgaan met maatschappelijke pressie en sociale contacten enzo).

Absoluut! Sterker nog, ik ben daar al voorzichtig mee begonnen. Ik doe minder moeite om een meer mannelijk imago uit te stralen. Ik ben steeds opener over interesses die door de maatschappij als typisch vrouwelijk worden bestempeld. Bijvoorbeeld media consumptie in de vorm van TV-programma’s en lectuur. Mijn hobby’s, breien bijvoorbeeld, ook al is breien hernieuwd hip en zelfs onder mannen ook populairder aan het worden nog steeds zijn mannen die openlijk durven breien zeer zeldzaam. Ik associeer die hobby en interesse in handwerken die ik altijd heb gehad met mijn vrouwelijke genderidentiteit. Over de gehele linie heb ik steeds meer vrede met de vrouwelijke interesses die ik heb en voel ik mij er ook steeds beter bij om daar open over te zijn.

Als mijn transitie een verschuiving in sociale contacten teweeg brengt, dan laat ik dat gewoon gebeuren. Ik heb me mijn hele leven toch al comfortabeler gevoeld met vrouwen in de buurt, dan net mannen. Die verschuiving zal niet zo groot zijn, verwacht ik.

Welke delen van jouw persoonlijkheid komen, denk jij, meer of beter tot uitdrukking naarmate je transitie vordert?

Mijn interesses, mijn emoties en mijn kwetsbaarheid. Ik heb om mijn emoties een muur opgebouwd, een muur van Berlijnse proporties. Zeggen dat ik een binnenvetter ben is nogal een undertstatement. Ook al ben ik vrij en open opgevoed, vanuit de maatschappij krijg je toch mee dat je als jongen sterk en stoer moet zijn. Dat je niet vertederd mag zijn door iets schattigs. Dat je niet mag huilen om een droevige film. Dat je niet mag gillen bij een enge film. Je mag hooguit blij zijn, of boos emoties zolang je maar geen emoties toont die op kwetsbaarheid lijken. Die emotiemuur hoop ik langzaam af te kunnen breken en terug te kunnen brengen tot een schappelijk tuinhekje.

Nu ik plannen aan het maken ben voor het inrichten van mijn nieuwe woning. Merk ik ook dat ik daar anders tegen aan ben gaan kijken. Dat ik meer ga durven mijn innerlijk naar buiten te brengen in de vorm van interieur keuze. Een muur in de slaapkamer roze verven bijvoorbeeld, is een idee wat ik in mijn hoofd heb. Gewoon omdat het kan, omdat ik het mooi vind. Ik merk dat ik mij bij dat soort gedachten steeds prettiger voel. Dat ik niet meer het gevoel heb dat soort voorkeuren te moeten verbergen, omdat het niet van mij verwacht wordt door de buitenwereld.

Kort gezegd denk ik dat juist de ‘zachte’ delen van mijn persoonlijkheid meer en meer tot uitdrukking gaan komen naar mate mijn transitie vordert. De delen die van jongens wordt verwacht verborgen te blijven, die hoef ik niet meer te verstoppen. Dat idee, dat vooruitzicht voelt bevrijdend.

Hoe denk je over en hoe voel je je als je denkt aan de positie die aan transmannen en transvrouwen is gegeven in de Nederlandse maatschappij? Ben je bang voor uitstoting en vooroordelen?

Afgaande op de reacties die ik tot nu toe heb gekregen ben ik niet bang voor uitstoting door mijn naasten. Wel bang voor vooroordelen, daarover schreef ik ook al over in Glazen plafond. De ervaringen van andere transgenders zijn zo, dat de vooroordelen toch altijd de kop op steken. Mijn werkgever heeft me gewaarschuwd dat er best wel eens grappig bedoelde opmerkingen gemaakt zullen worden op de werkvloer bijvoorbeeld. Zolang het niet als een directe aanvallende belediging bedoeld is, zal ik dat ook oppakken met voldoende zelfspot. Als ik de opmerking écht niet prettig vind, zal ik proberen diegene uit te leggen hoe zoiets over kan komen.

De posititie van transvrouwen en -mannen in de Nederlandse maatschappij behoeft nogwel wat verbetering. Redelijk recent is nog de discussie over lichamelijke integriteit als je het geslacht in je paspoort wil laten veranderen. Daarvoor dien je nog steeds een medische verklaring te hebben dat je onvruchtbaar gemaakt bent. Wat dat betreft ben je als transgender in dit land nog een tweederangs burger. Als ik kijk naar reacties op transgendergerelateerde nieuwsberichten word ik nogal eens verdrietig wat ik zie. Helaas is er nog best veel xenofobie en onbegrip in de maatschappij. Dat maakt ogenschijnlijk simpele dingen voor mij best lastig, denk aan naar het toilet gaan of jezelf ergens moeten legitimeren.

Hoe voel je je in verhouding tot het vrouwelijke schoonheidsideaal? (en dan bedoel ik niet: denk je dat je eraan beantwoordt, maar meer: denk je dat naarmate je verder transitioneert, je daar gevoeliger voor wordt, meer of minder bewust mee omgaat, etc.)

Ik moest bij deze vraag terugdenken aan de film The Devil Wears Prada waar de tirannieke hoofdredactrice van een modetijdschrift commentaar geeft op de anti-modieuze houding van een nieuwe medewerkster:

“This… stuff’? Oh. Okay. I see. You think this has nothing to do with you. You go to your closet and you select… I don’t know… that lumpy blue sweater, for instance because you’re trying to tell the world that you take yourself too seriously to care about what you put on your back. But what you don’t know is that that sweater is not just blue, it’s not turquoise. It’s not lapis. It’s actually cerulean. And you’re also blithely unaware of the fact that in 2002, Oscar de la Renta did a collection of cerulean gowns. And then I think it was Yves Saint Laurent… wasn’t it who showed cerulean military jackets? I think we need a jacket here. And then cerulean quickly showed up in the collections of eight different designers. And then it, uh, filtered down through the department stores and then trickled on down into some tragic Casual Corner where you, no doubt, fished it out of some clearance bin. However, that blue represents millions of dollars and countless jobs and it’s sort of comical how you think that you’ve made a choice that exempts you from the fashion industry when, in fact, you’re wearing the sweater that was selected for you by the people in this room from a pile of stuff.

Ik ben gevoelig voor maatschappelijke schoonheidsidealen en mode trends. Dat is naar mijn idee inherent aan het hele idee dat ik medische behandelingen wil ondergaan om  de dysforie over mijn lichaam weg te nemen. Als ik mij niets van schoonheidsidealen aan zou trekken, dan zou ik me ook niet druk maken over mannelijke lichamelijke trekken zoals mijn dikke wenkbrauwen,  lichaamsbeharing, postuur en houding, manier van bewegen, gebruik van make-up, et cetera.

Nu ik steeds verdere stappen zet naar een vrouwelijkere zelfexpressie merk ik ook dat ik meer en meer aandacht ga hebben voor mijn uiterlijk en kleding keuze en ik daar kritischer mee omga. Veel kritischer dan ik ben in ‘jongetjesmodus’. Een outfit moet ineens compleet zijn met bijpassende accessoires. Schoenen moeten passen bij de sokken en beenbedekking. Ik maak me steeds meer druk om kleine dingen en ik wordt steeds gevoeliger voor de wens om in het maatschappelijk vrouwelijk schoonheidsideaal te passen, maar daar voel ik mij goed bij. Het geeft gemoedsrust en een gevoel van op mijn plek voelen.  Naarmate ik verder transitioneer denk ik dat dat alleen nog maar sterker gaat worden en dat ik er gevoeliger voor ga zijn en om eerlijk te zijn: I’m liking every bit of it! Het gevoel van in het keurslijf van een maatschappelijk schoonheidsideaal  geperst te worden voelt bevrijdend. Het voelt alsof er ineens recht wordt gedaan aan mijn innerlijk.

Dus ja, ik ben steeds gevoeliger aan het worden voor het maatschappelijk vrouwelijk schoonheidsideaal en ik wordt me er steeds bewuster van. Maar ik vind dat niet zo erg.

Coming out FAQ

Als ik vertel over mijn situatie krijg ik vaak dezelfde vragen terug. Ik heb ze verzameld in deze Frequently Asked Questions. Mocht je nog meer vragen hebben: stel ze gerust.

Hoe ga je heten?

Ik zal gewoon de vrouwelijke versie van mijn huidige naam gebruiken. Daar kan ik prima mee leven, dat is het makkelijkste voor iedereen die mij kent en ik hoef nergens anders aan te wennen. Daarnaast, ik kan mezelf wel Jozefien gaan noemen, maar ik voel me helemaal geen Jozefien.

Moeten we nu hij of zij zeggen?

Het liefste zij of haar natuurlijk. Maar ik ga er echt geen heet hangijzer van maken als er een “hij” valt. Waarom zou ik? Overigens, als je weet dat iemand een transgender is, en je weet niet zeker hoe hij of zij aangesproken wil worden: vraag het.

De liefde en relaties, die eh…. nou eh…. val je nu op…. hoe zit het met je geaardheid?

Ik voel mijzelf aangetrokken tot vrouwen. In zekere zin kan je concluderen dat ik lesbisch ben. Als basis voor geaardheid ga ik uit van mijn genderidentiteit, niet mijn geboortegeslacht. Ik heb me in mijn leven nooit aangetrokken gevoeld tot mannen. Dat zal ook niet veranderen door het proces dat ik doorloop. Ook al denken veel mensen dat met je een geslachtsverandering ineens je geaardheid verandert, die twee staan volledig los van elkaar.

Maar als je op vrouwen valt, is dat niet verwarrend, kun je dan niet makkelijker blijven zoals je bent?

Dat is zeker verwarrend. Het is ook een van de zaken die mij heel erg over mijzelf hebben doen twijfelen. Want als je met een mannelijk lichaam op vrouwen valt, dan klopt het toch zou je denken. Pas toen ik door kreeg  dat seksuele voorkeur en genderidentiteit volledig los van elkaar staan snapte ik het. Om de vraag te beantwoorden: nee het is niet makkelijker om te blijven zoals ik ben.

Je had een relatie, was zij op de hoogte?

Ja, toen onze relatie nog een oppervlakkige vriendschap was wist ze het al. Dat we uit elkaar zijn gegaan heeft dan ook andere redenen.

Was je vroeger, als kind, ook al meisjesachtig?

In bepaalde opzichten wel. Ik hield niet van voetbal, maar dat is nu ook weer niet heel bijzonder. Ik bracht mijn woensdagmiddagen door op het lokale creaclubje als enige jongen tussen een groep meisjes en had het daar uitstekend naar mijn zin. Ik ben wel als jongen opgevoed, maar gelukkig was er wat ruimte voor mijzelf. Achteraf gezien vind ik het wel jammer dat ik die signalen zelf niet eerder heb opgepikt.

Wanneer maak je het verschil tussen “jezelf willen verkleden” en “in het verkeerde lichaam zitten”?

Dat onderscheid maak je door te doen. Dat gewoon verkleden is voor mij niet genoeg. Ja het helpt, maar dan nog is er een onvrede met mijn lichaam. Ken je het gevoel ergens op bezoek te zijn en graag naar huis te willen? Dat gevoel, altijd de hele dag onafgebroken, en dat over je eigen lichaam.

Hoe ver ga je met dit proces, laat je jezelf helemaal ombouwen?

Even tussendoor: ‘ombouwen’ klinkt zo lomp, je zult het een transgender nooit horen gebruiken. Sterker nog, de meesten vinden het een grove belediging. Ik ga door en verder zolang ik mij er goed bij voel. De dingen aanpassen die iedereen dagelijks ziet vind ik het belangrijkste. Of ik de laatste geslachtsaanpassende operatie ga laten uitvoeren weet ik nog niet zeker. Ik neig naar wel. Gelukkig heb ik daar nog wel even bedenktijd voor.

Verandert je persoonlijkheid ook?

Nee, of tenminste ik word géén ander persoon. Mijn innerlijk blijft hetzelfde, alleen de verpakking zal een beetje veranderen. Ik zal wel meer uiting durven en gaan geven aan wie ik eigenlijk ben en het kleine beetje macho gedrag dat ik vertoon van me afschudden, dat is toch maar een masker. Maar ik word er niet ineens minder technisch van bijvoorbeeld. Hooguit zal ik wat emotioneler worden door inwerking van hormonen.

Naar welk toilet ga je?

Dat is nog best een moeilijke keuze. Ik heb mijn hele leven geleerd dat ik de deur met het smalle poppetje moet hebben, en niet die met dat brede. Er is in de transgenderwereld een behoorlijk debat over neutrale toiletten. In de praktijk blijkt dat welke deur je ook kiest, er altijd mensen zijn die daar problemen mee hebben. Het lijkt zo iets onbenulligs, maar het is iets waar heel erg veel transgenders moeite mee hebben. Ik zal de deur nemen waar ik mijzelf op dat moment het veiligst bij voel.

Wat houdt de behandeling precies in?

Het traject wat ik doorloop bij het VUmc Genderteam bestaat uit verschillende fasen. Het begint met een uitgebreide diagnostiek waar je door een psycholoog compleet binnenstebuiten wordt gekeerd. Dit duurt zo’n zes tot tien maanden. Daarop aansluitend volgt medisch onderzoek om te zien of je lichaam de behandeling aankan. Als dat allemaal in orde is krijg je “groen licht” wat betekent dat er medicatie voorgeschreven wordt en de reallife fase van één jaar begint. Als dat jaar om is, en je ondertussen niet bedacht hebt, dan kom je op de wachtlijst voor verdere operaties.

Krijg je van de medicijnen ook een andere stem?

Helaas niet. Wat testosteron in de puberteit met mijn lichaam gedaan heeft is niet om te draaien. Mijn strottenhoofd (de delen van je keel die je stem bepalen)  hebben zich gevormd. Met stemtraining en logopedie kan ik mijn stem anders leren gebruiken. Grappig detail: toonhoogte is niet de belangrijkste factor die bepaalt of een stem mannelijk of vrouwelijk wordt gevonden. Intonatie en woordkeuze hebben daar een veel grotere invloed op, en juist die dingen kun je gelukkig wél veranderen.

Wat doen die medicijnen dan wél?

De medicatie komt in twee delen. Het eerste is een middel dat de aanmaak en werking van het mannelijk hormoon testosteron blokkeert en het tweede is een synthetische vorm van vrouwelijk hormoon. Dat heeft als gevolg dat bijvoorbeeld kaal worden wordt geremd maar ook een drogere huid. Ook zal de vetverdeling en verhouding spier/vetmassa veranderen. Eigenlijk is het een ultrasterke versie van de pil, de “Diane 35” on steroids zogezegd

Wat een gedoe allemaal, moet dat nou?

Dit soort gevoelens kies je niet, ik zou het ook liever niet hebben. Maar het is er nu eenmaal, en ik heb wel een keus om met die gevoelens iets te doen. Dat is kiezen voor mijzelf en mijn persoonlijk geluk. Stel je voor dat je jezelf absoluut niet thuis voelt in je eigen lichaam. Dat je nooit gewoon jezelf kan zijn. Dat is waar ik tegenaan loop. Vergelijk het met een beugel: scheve tanden rechtzetten is vaak een langdurig en vervelend proces, wat niet noodzakelijk is om te kunnen overleven. Toch vinden we het normaal. Nu ik meer in contact sta met mijn innerlijk voel ik mij steeds beter. Dus ja, het moet.

Zijn het alleen mannen die vrouw willen worden?

Nee, er zijn ook genoeg meisjes en vrouwen die zich niet thuis voelen in hun lichaam en daar graag iets aan doen. Het is echter wel zo dat ze minder opvallen en velen ze zich op andere manieren weten te schikken in hun lot. Maar de aanmeldingen voor man-naar-vrouw en vrouw-naar-man gaan bij het genderteam gelijk op tegenwoordig.