Emotionele eerste hulp

Als we een snee hebben, plakken we een pleister, op een schaafwond sprayen we Sterilon – “Heus, het doet écht geen zeer!” Ik heb het mijn moeder vaak horen zeggen als ik weer eens op de wasmachine zat. – en als we een arm breken melden we ons dezelfde dag nog in het ziekenhuis voor een röntgenfoto en gips. Als we kiespijn hebben, dan zitten we spoedig in de stoel van een tandarts, hoe bang we ook voor de beste medicus zijn. Alle fysieke verwondingen en kwaaltjes verzorgen we, we hebben EHBOtrommeltjes in huis, op het werk en zelfs in de auto voor het geval er iets mocht gebeuren.

Maar wat als we een emotionele wond oplopen, wat doen we dan? Helemaal niks! Het moet minstens het emotionele equivalent van een acute blindedarmontsteking zijn, willen we eens naar de huisarts toe voor psychische bijstand. Pas als we er écht niet meer omheen kunnen zoeken we hulp. In ons arsenaal ontbreekt het aan emotionele hygiëne en emotionele EHBO. De kleinste psychishe wondjes kan je nog best negeren, net zoals hun fysieke tegenhanger genezen ze vanzelf wel. Maar de grotere zullen we toch moeten ontsmetten en beplakken met een pleister als we een ontsteking en littekens willen voorkomen. Toch doen we dat niet, we laten zaken op hun beloop en negeren het probleem in de hoop dat het vanzelf over gaat.

Ook ik kan niet de eerste steen werpen als het om deze dingen gaat. Want ook ik heb lang mijn emotionele blessures genegeerd. Toen ik ze wel durfde te erkennen heb ik alsnog een tijd gehoopt dat het wel vanzelf over ging. Uiteindelijk zag ik gelukkig in dat ik het in mijn eentje echt niet ging redden en ik gewoon wat hulp van buitenaf nodig heb.

De olifant in de kamer

De engelse taal kent een uitdrukking the elephant in the room, de olifant in de kamer, daar duiden ze problemen mee aan die te groot zijn om omheen te kijken, maar toch genegeerd worden. Emotioneel gezien is genderdysforie mijn olifant, de olifant in mijn bovenkamer. Dat dier heeft in de afgelopen jaren eindelijk een mooi ruim buitenverblijf gekregen. Ik heb er een groot deel van mijn leven mee gekampt en het heeft ook best geduurd voor ik überhaupt zag dat er een olifant was.

Nu die olifant weg is kan ik de kamer zélf zien, en die kamer is een rommeltje. Lange tijd is de slechte staat van mijn kamer onzichtbaar geweest omdat er een groot grijs dier in stond. Sommige rommel is door de olifant veroorzaakt, andere rommel staat er los van, maar kon niet aangepakt worden omdat er een olifant in de weg stond. Nu het dier weg is kan ik mijn kamer opruimen en dat ik waar ik nu mee bezig ben.

Mentale gebroken arm

Als ik het moet vergelijken met een fysieke blessure zou ik zeggen dat ik het mentale equivalent van een gebroken arm heb. Niet iets ernstigs of levensbedreigends, maar zonder professionele hulp zal het nooit goed genezen. Onderwijl kan je ook best functioneren, zij het dat sommige dingen behelpen zijn en heel af en toe iets gewoon niet lukt. Bij mij uit dit in stemmingsproblemen: ik sombere periodes, de ene keer heftiger dan de andere keer.  Een vriendin noemde het laatst mijn jarenlange winterdepressie. Dat is een rake beschrijving: want het gaat inderdaad zo op en neer en mijn stemming wordt beïnvloed door externe factoren.

Die gebroken arm zet zichzelf niet netjes recht, net zoals mijn stemmingsproblemen wat hulp nodig hebben om op de juiste manier te verdwijnen. Ik heb daarvoor hulp van een psycholoog waarmee ik bezig ben met ACT, Acceptance and Commitment Therapy. In deze therapie richt ik me vooral op het leren omgaan met externe factoren, vooral de negatieve en die op de juiste wijze accepteren. Dit bevalt me uitstekend, het leert me om beter met teleurstellingen om te gaan door ze te verwelkomen in mijn leven, in plaats van koste wat het kost te vermijden. Het klinkt wat tegenstrijdig, maar ik heb nu al veel baat bij deze levenshouding. Al lukt het me nog lang niet altijd even goed, het is ook gewoon lastig om je grootste pijnen in je leven te omarmen.

Al met al ben ik blij dat ik tóch eindelijk professionele hulp heb gezocht, ik kan het iedereen aanraden. Ik weet uit ervaring dat die drempel heel erg hoog is om overheen te stappen. Er rust in de maatschappij nog een groot stigma op psychische problemen. Ofwel je wordt niet serieus genomen en je klachten gebagatelliseerd. Tegen mensen die kampen met depressieve klachten wordt vaak genoeg gezegd dat ze ‘gewoon lekker vrolijk mee moeten doen’. Geloof mij: het is niet zo makkelijk, soms is uit je bed komen en jezelf aankleden gewoon teveel gevraagd. Als er niet gebagatelliseerd wordt, dan drukt men wel een flink stempel op zij die ervoor uit durven komen dat ze mentaal even niet zo fit zijn.

Psychische pleisters

Mocht je ergens mee zitten, jezelf in je mentale vinger hebben gesneden, of zijn gestruikeld en een flinke schram op je emotionele knie hebben: Psycholoog Guy Winch heeft op TED alvast 7 gereedschappen voor emotionele eerste hulp, om in je verbandtrommel te stoppen. In zijn TED Talk gaat hij er nog wat dieper op in. Deze voordracht van Winch is ook mijn inspiratie geweest voor deze blogpost.

Mocht je er in je eentje nou niet uit komen: schroom niet om hulp te vragen. Dat kan bijvoorbeeld een goede vriend zijn waarmee je kan praten. Soms is iets delen al heel verhelderend, omdat je door het moeten uitleggen van je probleem je gedachten al op een rijtje zet. Als je er dan nog niet uit komt: je huisarts weet raad. Veel huisartsenpraktijken hebben tegenwoordig een Praktijkondersteuner GGZ. Met kleine kwetsuren kunnen zij je vaak al helpen en als dat niet voldoende is weten ze je de juiste richting op te wijzen.

De rollen in mijn leven

Zo’n transitie doe je niet zomaar even. Zelfs als je geen ogenschijnlijke lastige mentale bagage hebt, of met andere problemen kampt. Tornen aan iets wat onze samenleving ziet één van de meest basale en belangrijkste persoonskenmerken heeft zo zijn weerslag. Niet alleen fysiek maar ook psychisch. Mijn huisarts heeft het vanaf begin af aan al gezegd: “Dit kan je niet alleen, zorg dat je wat extra bijstand van een psycholoog hebt.” Eigenwijs en slecht in om hulp vragen als ik ben heb ik dat lang uitgesteld. Zelfs op momenten dat het eigenlijk echt niet meer ging. Uiteindelijk heeft het tot afgelopen najaar geduurd tot ik weer bij een psycholoog op de bank zat.

Bijna heb ik die gang naar een psycholoog weer afgeblazen. Ik had me aangemeld en in de wachttijd tot het eerste gesprek ging het eigenlijk steeds beter met me. Gevoelsmatig had ik een onkreukbaar goed humeur. Ik heb me serieus afgevraagd of mijn collega’s stiekem happy pills door mijn koffie roerden. Zo licht en vrij en zonnig en vrolijk voelde ik in mijn hoofd, ik vond het bijna eng. Achteraf gezien ben ik blij dat ik niet weer afgehaakt ben en gewoon mijn psycholoog ben blijven bezoeken. In december begon mijn mentale veerkracht af te nemen en zo begin februari heb ik toch wel weer een behoorlijk dal bereikt.

Je zou je dus kunnen afvragen of die uren bij een psycholoog dan zoveel zin hebben gehad. Dat hebben ze zeker. Ik kon dan wel niet voorkomen dat ik afgleed naar een emotioneel dal, maar ik gleed dit keer. Ik stortte niet, zoals a eerdere keren, in een emotioneel ravijn. Ik had dus niet veel controle op wat er gebeurde, maar wel hoe dat verliep en kon mijn remmen nog inknijpen om zonder al teveel kleerscheuren beneden aan te komen.

Mijn psycholoog heeft me duidelijk kunnen maken waar deze problemen vandaan komen en vooral hoe ik ermee om kan gaan. Een onderdeel daarvan is alle negatieve gedachten een naam te geven, iets waar ik al voor ik bij de psycholoog zat al mee was begonnen toen ik Scumbag Brain beschreef. Ik heb zo nog een paar andere van die rollen in mijn leven weten te identificeren, hier heb je ze op een rijtje:

Mijn Regenwolk. Gewone sombere gedachten of slechte humeuren. Regenwolken zijn in mijn hoofd net zo normaal als in het weer. Ze horen bij het leven, iedereen ervaart ze wel eens en ze mogen er ook best zijn. Zo’n wolk werpt een schaduw op alles in het leven, soms is het voor een paar uur en soms is dat voor een paar weken. Op sommige momenten lukt het me niet meer om voorbij die schaduw te zien. Regenwolken worden meestal veroorzaakt door verschillende kleine dingen die opstapelen en elkaar versterken.

Scumbag Brain. Al mijn onzekerheden en angsten noem ik Scumbag Brain. Mijn eigen hersenen zijn soms de rotzak die tegen zere beentjes schopt op momenten dat ik zoiets het minst kan gebruiken. Het grote verschil met mijn regenwolkje is dat SB altijd met iets heel concreets naar voren komt, een directe trigger heeft. Scumbag Brain kan wel zo’n regenwolk veroorzaken of extra grauw maken, als hij me niet al in een emotioneel ravijn duwt.

De Floor Supervisor. Ik heb een achtergrond in het hotelwezen, daar heb je floor supervisors: medewerkers die controleren of de hotelkamers wel goed zijn schoongemaakt. Voor mij zijn dit al mijn ‘moeten gedachten’, die vooral huishoudelijk van aard zijn. De afwas moet weg, het huis moet gestofzuigd, de was moet opgevouwen, de boodschappen moeten gedaan, en het fornuis moet glimmen. Pas als dat alles klaar is mag ik wat leuks gaan doen. Mijn Floor Supervisor kan een hele verlammende werking hebben: als ik op een vrije dag niet op gang kom dan voel ik me aan het eind van de dag slecht over het feit dat mijn huis niet spic-en-span is én dat ik niet iets waardevols of leuks gedaan heb.

Het Spookje. Dit zijn mijn aller duisterste en naarste gedachten, dingen waar ik ook niet graag over praat. Laat ik zeggen dat door Het Spookje ik begrip kan opbrengen voor zaken als suïcide en auto-mutilatie. Ik hebt ook wel eens het suïcide spookje genoemd, maar die naam gebruik ik liever niet meer. Het Spookje heb ik gelukkig al heel erg lang niet meer gezien en deze mag voor mij ook voor altijd wegblijven.

Het benoemen van deze rollen heeft me geholpen om bewust te worden van die gedachten. Door die gedachten een passende naam te geven heb ik ook een handvat om er iets mee te doen. Soms is dat er keihard tegenin gaan, ik heb al vaker gezegd dat ik Scumbag Brain graag in zijn ballen schop (ja, hij is een jongetje), en soms ga ik er ook mee in gesprek. Vooral sinds ik die Floor Supervisor een naam heb gegeven kan ik met haar nog wel eens tot een consensus komen.

Die gedachten een naam geven is ook makkelijker voor mensen om me heen. Dat als ik niet lekker in mijn vel zit, dat ik gewoon kan zeggen dat het bewolkt is, of dat SB vervelend doet. Gewoon helder en niet al teveel om de hete brij heen draaiend zonder gelijk zware woorden te hoeven gebruiken.

Als je nu afvraagt waar ik ben gebleven in dit overzicht dan doe je dat terecht. Dat is een van de belangrijkste dingen waar ik nu mee bezig ben. Zoals mijn psycholoog het omschreef: “Je bent zolang bezig geweest met hoe de buitenwereld je zag dat je het contact met jezelf bent verloren.” Dat contact ben ik nu weer aan het terugwinnen, stapje voor stapje. Zodat die vier bovenstaande rollen niet meer de boventoon voeren maar dat ikzelf die opsomming aanvoer.

Je hoeft het niet alleen te doen

Al ruim jaar ben ik bezig met mijn transitie. April vorig jaar begon ik met medicatie en mijn Real Life Exeperience startte in augustus, die loopt inmiddels ook al bijna ten einde. Al die tijd heb ik steun en bijstand gekregen van vrienden en famillie, maar verdere psychische bijstand heb ik niet gehad. Wat dat betreft heb ik het al die tijd alleen gedaan. Als je dan afvraagt wat ik iedere drie maanden bij de psycholoog van het Genderteam doe, dat is vooral evaluatie van de Real Life Experience. Echte begeleiding geven ze daar bewust niet. Die keus is gemaakt omdat ze het team psychologen zoveel mogelijk transgenders willen laten helpen. Als dan veel van die gesprekstijd op gaat aan intensieve begeleiding dan zullen de lange wachtlijsten alleen maar langer worden.

De afgelopen tijd heb ik last gehad van vermoeidheid, lusteloosheid en een sombere stemming. In zodanige mate dat het mijn dagelijkse leven behoorlijk begon te beïnvloeden. Toen ik een maand geleden bij de endocrinoloog zat heb ik daarom ook aangedrongen op dat uitgebreide bloedonderzoek, waar verder geen bijzonderheden zijn geconstateerd. Geen wonderpilletje helaas. Ik keek daarom behoorlijk uit naar het voortgangsgesprek bij de psycholoog dat voor vandaag in mijn agenda geschreven staat.

Eigenlijk stond er een ander onderwerp voor het gesprek van vandaag op het programma (daarover zometeen meer), maar dit onderwerp was nu belangrijker. Ook de psycholoog bij het Genderteam wist geen wondermiddel. We hebben het gehad over dingen die aan de somberheid bijdragen zoals de eenzaamheid waar ik mee kamp. Maar de conclusie was toch eigenlijk simpel: het is gewoon te veel om in je eentje te behappen. Het advies van mijn psychologe was dan ook niet anders wat vrienden me ook al hadden ingefluisterd: je hoeft het niet alleen te doen.

Die transitie die ik nu doormaak, het is een van de heftigste en ingrijpende dingen die je met je leven kan doen. Genderexpressie is één van de meest basale dingen die je als mens definiëren, en maatschappelijk is het een van de belangrijkste. Het komt nog voor huidskleur of religie bijvoorbeeld. Als ik het zo bekijk, vind ik het bizar dat ik het zover heb gered zonder totale mental breakdown. Tot nu heb ik het zoeken naar een lokale psycholoog altijd afgehouden, vooral omdat ik geen zin had in nóg een behandelaar erbij. Het kost me al zoveel tijd om ze allemaal af te gaan. Maar het is nu gewoon nodig. Ik heb een adres van een lokale psychologe gekregen, die bekend is bij het Genderteam. Ik hoop dat zij ruimte heeft, anders zou een willekeurige psycholoog ook kunnen. Het gaat niet zozeer om de genderdysforie-gerelateerde zaken zelf, meer om de dingen die eromheen hangen.

Dan het onderwerp dat eigenlijk op de agenda stond om te bespreken: mijn Real Life Experience (RLE) loopt over een maand en drie dagen ten einde. Het was de bedoeling om vandaag te praten over het hoe nu verder, dat is slechts kort aan bod gekomen. Wat ik in elk geval weet: mijn RLE krijgt de official stamp of approval. Of tenminste, mijn psychologe geeft in het team overleg een positief advies om verder te kunnen gaan met operatieve ingrepen. We hebben wel even gesproken over wat opties, maar dat zal in een volgend gesprek uitgebreider aan bod komen. De belangrijkste boodschap: ik hoef me niet te laten opjagen. Als ik een operatie nog even wil uitstellen omdat ik me er nog niet klaar voor voel dan is dat geen probleem.

In elk geval was ik vandaag toe aan comfort food: macarons! Die behalve als troost ook een beetje ter viering zijn.

wpid-1373023443849.jpg

Lente in een potje

In iets meer dan een week tijd heb ik weer een volledig rondje langs de medici en paramedici die ik bezoek in verband met mijn transitie. Het begon bij de endocrinoloog van  het genderteam, de huidtherapeute voor het verwijderen van mijn baardhaar, logopediste en om het af te maken een voortgangsgesprek met de psycholoog bij het VU. Met recht een rondje te noemen dus.

Bij de endocrinoloog was er nieuws, maar dat had ik al verwacht te gaan krijgen. Een goed half jaar geleden is mijn botdichtheid gemeten, die bleek erg laag te zijn. Zodanig laag dat de arts het nodig vond om het vitamine D niveau te meten in mijn bloed. Vitamine D is nodig om calcium op te nemen uit voedesel. Het zit veel in vis en het lichaam maakt het zelf ook aan onder invloed van UV-B straling, zonlicht dus. De uitslag van die bloedtesten  kreeg ik vorige week. Zoals al was te verwachten was de hoeveelheid vitamine D in mijn bloed veel te laag. Behalve herhaalrecepten voor de hormonen kreeg ik dit keer ook een recept mee voor een vitamine D supplement in een flinke dosis. Nu dacht ik dat mijn andere pillen klein zijn, deze zijn nauwelijks zichtbaar. Ik heb er voor het vergelijk eentje tussen mijn andere pillen en een stuiver gelegd.

Androcur - Progynova - Devaron

Androcur – Progynova – Devaron

Ik slik die miniscule kruimels nu een week en merk duidelijk effect. Niet dat mijn botten sterker voelen, want de opbouw daarvan duurt maanden tot zelfs jaren en je voelt daar toch niets van. Het voelt alsof ik al een week dagelijks in de zon zit. Ik heb rondgezocht op internet en er zijn inderdaad aanwijzingen dat vitamine D ook van invloed is op stemming en in verband wordt gebracht winterdepressie. Ik heb altijd ontkent dat ik last heb van dat soort winterdipjes en roep dan dat ik last heb van lentevrolijk. Want dat merk iedere lente wel weer. Als de dagen langer worden gaat mijn stemming er ook wat vooruit. Nu ik die voedingsupplementen slik voel ik datzelfde, maar dan in veelvoud. Misschien verbeeld ik het me of is het gewoon een placebo-effect, maar ik heb lente in een potje.

Het bezoek aan de psycholoog was best een beetje spannend. Naar ik begreep heeft het genderteam extra geld gekregen om de achterstanden en lange wachtlijsten weg te werken. De wachttijd voor diagnose was tot voor kort nog zo’n 18 maanden, dat schijnt nu nog ‘slechts’ 8 maanden te zijn. Daardoor zijn er wat verschuivingen in het team en heb ik een andere psycholoog toegewezen gekregen. Dat is toch wennen en opnieuw kennis maken, afwachten of het een beetje klikt. Maar alles goed en wel, sowieso zie ik nu toch maar eens in de drie maanden een psycholoog om de voortgang bij te houden.

Er is ook voortgang! Het afgelopen half jaar is er niet heel veel bijzonders gebeurd, ik slikte braaf mijn pillen en zag en voelde mijn lichaam veranderen. Dat ging langzaam maar gestaag. Vooral mensen die ik niet vaak zie merken de verschillen op. Het ging rustig vooruit dus, zonder echte bijzonderheden. De laatste datum op mijn tijdlijn is November, binnenkort kan ik daar weer een datum aan toe gaan voegen. Nog meer permanent ontharen, nu in het operatiegebied.

Het genderteam heeft extra fondsen gekregen nu de zorgverzekeraars en de politiek eindelijk hebben ingezien dat wachttijden van 18 maanden van aanmelding tot diagnose toch wel erg veel is. Ook voor de operatieve ingrepen zijn er meer operatiekamers beschikbaar. Ik hoop dat dit structureel opgepakt gaat worden. In elk geval nu de wachtlijsten krimpen wordt er meer vaart gezet achter dingen die de voortgang in de weg kunnen staan. Voor dat ik de geslachtsveranderende operatie zou kunnen doen moet het haar in het operatiegebied permanent verwijderd worden. Ik zal even kort uitleggen waarom dat nodig is. De volgende uitleg is wat plastisch, je bent gewaarschuwd.

Bij een vaginoplastiek wordt er zoveel mogelijk  huid van de geslachtsdelen gerecycled om een neo-vagina te creëren. Van de scrotum huid worden na het verwijderden van de teelballen de grote schaamlippen gemaakt. De penishuid word gebruikt voor het vormen van de schede (het inwendige deel) en soms ook kleine schaamlippen. Van een deel van de eikel en zenuwen wordt een clitoris gevormd. Er zijn wat variaties op de toegepaste methoden, onder andere afhankelijk van de hoeveelheid huid die er voorhanden is, maar dit is in grote lijnen hoe het werkt. Kort gezegd word de penis binnenstebuiten naar binnen geduwd. Om te voorkomen dat er inwendig haar groeit, dat kan zorgen voor ontstekingen en andere narigheid, moet het haar dat groeit de gebruikte huid worden verwijderd.

Dat verwijderen gaat net zoals het haar in gezicht en hals ook met een laser. Dat weglaseren van mijn baardgroei is redelijk pijnlijk. Gelukkig is de pijn slechts van korte duur en prima te verdragen. Hoe dat met het ontharen in genitaal gebied gaat zijn durf ik niet te zeggen. Als het vergelijkbaar is met een brazillian dan is het prima te verdragen. Als het net zo pijnlijk is als het harsen van haar op de buik of borst, dan wordt het tandjes op elaar. Net zoals met mijn baardhaar neemt dat een aantal behandelingen die steeds een week of zes tussentijd nodig hebben. Op tijd beginnen is dus het devies. Volgende week verwacht ik de machtiging van het VUmc te ontvangen, zodat het ook financieel afgewikkeld kan worden, daarna kan ik een afspraak gaan maken.

Voorwaarts!

De paden op, de lanen in! Ik ben aardig bezig om stappen vooruit te zetten, toevallig in dezelfde week als de Nijmeegse Vierdaagse.

Om te beginnen ben ik na tweeënhalve week vakantie weer aan het werk gegaan. Voortbordurend op het goede nieuws dat ik kreeg van de psycholoog vorige week ben ik ook gewoon zélf mijn nieuwe naam gaan gebruiken als ik de telefoon opneem en om mails te ondertekenen. Beetje onwennig de eerste dag nog, maar het voelt gewoon goed. Dat een aantal collega’s al ook consequent zijn omgeschakeld vind ik heel erg fijn. Ik denk dat daar na mijn vakantie mee beginnen wel een juist moment voor is geweest.

Afgelopen dinsdag heb ik dus dat andere goede nieuws van klinisch logopedist en de KNO-arts gekregen. Ik moet dan nog wel een afspraak gaan maken bij een logopediste in de buurt. Snel doen en in gang zetten. Hoe eerder, hoe beter. Dat ik na, of mischien al vóór, mijn verhuizing terecht kan. Al zal er vast nog wel een vakantie overheen gaan verwacht ik zo en die verhuizing zal ook snel genoeg zijn, mijn huis schiet aardig op.

Ondertussen heb ik mijn geboortekaartjes plan ook in gang gezet. Ik heb een ontwerpster opdracht gegeven wat te ontwerpen. De standaard kaartjes voldoen écht niet voor mijn situatie, buiten dat ik het aanbod van de geboortekaartjeswebsites die ik gezien echt vind ontbreken aan smaak. Wat het dan wel  gaat worden, houd ik nog even voor mij. Het zal vlug genoeg in brievenbussen door het land gaan verschijnen.

Tenslotte vanmorgen nog een sessie bij het lasercentrum gehad. Dat ik me daar twee dagen voor niet mag scheren vind ik altijd maar niks. ook al groeit er steeds minder aan baardhaar. Ik vind het nog altijd teveel en voel me ongemakkelijk met stoppels. Om maar eens goed huis te houden is dat laserapparaat een standje of wat omhoog gegaan. Dat heb ik wel even gevoeld. De lichtpulsen zelf kwamen al flink harder aan en naderhand ook napijn gehad. Ik weet gelijk weer waarom ik geen zonaanbidder ben, het voelt exact hetzelfde als door de zon verbrand zijn. Het gloeit nu nog steeds.

Dit voorwaartse momentum wil ik vasthouden. Het gaat wat snel, maar het voelt goed en ik vind dat je je gevoel moet volgen. Ook als het gaat om behoefte voelen aan wat extra after-sun.

 

 

Bijna roze muisjes

Afgelopen dinsdag een etentje met vrienden. Naderhand hoorde dat een partner van iemand had gevraagd over mij: “Ze ziet eruit als een meisje, kleedt als een meisje, maar klinkt als een jongen.” Die opmerking pak ik positief op. Het blijkt dus dat ik in mijn voorkomen flinke vooruitgang aan het boeken ben. Dat is vandaag ook wel gebleken, daarover later meer. Het bevestigt ook wel wat ik een week of twee geleden schreef in High Heel Tuesday. Niet gevreesd, dit gaat geen negatief klaagblogje worden.

Het was weer eens zover, ik moest me weer melden bij het Genderteam in het VUmc. Ik zit nu zo’n drie maanden in mijn ‘proeffase’ waarin ik testosteronblokkers gebruik. Met mijn vaste psych had ik afgesproken dat ik eerst drie tot zes maanden dat zo zou doen met na de eerste drie maanden een voortgangsgesprek. Dat was dus vandaag. Opgedirkt in een van mijn nieuwe zomerjurken naar het VUmc getogen. Ik heb bewust gekozen voor die met die hysterische in your face rood-groene print. Overigens wel nog met jeans eronder, mijn benen zijn niet alleen lang (en jurken dus automatisch kort) maar ze  zitten ook nog eens vol met butsen, krassen schrammen en blauwe plekken van het klussen.

Het gesprek met de psycholoog was een beetje apart. Vooral omdat ik een andere psych had dan tijdens mijn diagnose, zij is op verlof. Iemand die me dus nauwelijks kent en alleen een beetje mijn dossier heeft kunnen lezen. Of ik even kort kon uitleggen wie ik was en waar ik stond. Min of meer was dat een samenvatting van wat ik de afgelopen maanden heb geblogd: Door die androcur voel ik me echt een stuk beter. Ik zie vooruitgang in mijn proces. Ik kijk niet meer compleet vervuld van afschuw in de spiegel iedere morgen. Ik ben nog lang niet waar ik zijn wil. Tot nu toe brengen die medicatie vooral een ontmannelijking te weeg en nog niet zozeer een vervrouwelijking van mijn lichaam. Ook kwam ter sprake dat ik merk dat openheid gewoon werkt en helpt bij de acceptatie.

Maar het gesprek ging vooral over de toekomst. Dat ik voel dat ik verder kan met de volgende stap. Niet alleen omdat ik dat zelf graag wil. Ook omdat ik signalen krijg uit mijn omgeving, van mijn vrienden, collega’s en zelfs mijn werkgever. Wat dat betreft moet ik zeggen dat ik het erg getroffen heb met mijn werkomgeving. Ik heb nog geen onvertogen woord gehoord en inmiddels staat op zaken als roosters en notulen mijn meisjesnaam. Het geen waar ik nog wel wat tegenop zie is hoe klanten erop reageren, ook al heb ik daar wel vertrouwen in dat het goed komt. Ik ben eigenlijk veel meer nieuwsgierig of dat glazen plafond op mijn hoofd gaat vallen. Of ik inderdaad voor minder technisch wordt aangezien dan vroeger, want vrouw. Ik heb daar diverse voorbeelden van gelezen her en der op het web.

Uiteraard heeft dat gesprek zijn conclusie gehad. De pyscholoog gaat mij bij het eerst volgende team overleg voordragen voor de volgende stap. Dat soort beslissingen worden altijd door het team gezamelijk genomen, niet door een psycholoog individueel. Bij die voordracht geeft hij een positief advies mee. Begin augustus hoor ik dan de beslissing of ik wel of niet verder mag. Maar ondertussen staan er al wat nieuwe afspraken in mijn agenda. Waaronder die met de endocrinoloog, zodat de medicatie voorgeschreven kan worden. De timing komt mij eigenlijk prima uit. Ik heb dan het grootste deel van mijn verhuizing wel achter de rug maar zit op mijn werk nog in de rustige zomer periode vóór de najaarsdrukte. Dat ik nog even kan wennen aan het omver schoppen van  mijn hormoonhuishouding.

Behalve die met de endocrinoloog, heb ik ook een afspraak staan bij de KNO-arts. Gewoon een doorverwijzing geven naar een logopedist doen ze niet. Ik moet eerst langs de KNO voor medisch onderzoek naar mijn strottenhoofd en stembanden. Dat is over twee weken al. Ik ben gewaarschuwd dat het een vrij onprettig onderzoek is. Iets met opmeten van stembanden en camera’s en lampjes die m’n keel in moeten. Toch kijk ik er wel naar uit, dat bezoekje aan de KNO-arts moet de deur open gaan zetten naar logopedie en mogelijkheden om mijn stem beter bij mijn presentatie te laten passen.

Mijn middagje ziekenhuis heb ik afgesloten met een bezoek aan de radiologie afdeling. Om vastgesnoerd aan een tafel mijn botdichtheid te laten meten. Om een goede basiswaarde te hebben voor latere scans. De hormonen kunnen  mijn botdichtheid beïnvloeden en ik moet dus waken voor botontkalking. Vandaar die zogenaamde dexa-scan. Kwam er terloops nog achter dat ik 5 centimeter korter ben dan ik eigenlijk dacht. Gelukkig ben ik geen man, dan zou ik me héél druk kunnen maken over die 5 cm. Tenslotte nog even de vampieren van het lab tevreden moeten stellen met zes buisjes bloed. Ik kan je overigens uit ervaring vertellen dat geprikt worden in een arm waar je spierpijn hebt niet heel erg prettig is.

Dit alles zet mijn leven wel in een versnelling hoger. Ik moet mijn garderobe gaan vernieuwen. Mijn mannelijke werkkleding kan in de ban en ik moet gaan shoppen voor vrouwelijkere werkbare kleding. Ook mijn geboortekaartjesplan moet vaart in komen, dat ik maar iemand moet gaan vragen voor een mooi passend ontwerp. Dit blogje is dus nog geen beschuit met muisjes categorie. Maar die mijlpaal kan nooit ver meer weg zijn.

Geboortekaartje

Over drie weken moet ik weer naar het genderteam in het VUmc. Zoals ik al zei in mijn van de hak op de tak post eerder deze week, ben ik gebeld dat er weer drie afspraken voor mij in de agenda waren gezet. Gelukkig wel allemaal op de zelfde dag en redelijk kort achter elkaar. Die dag valt natuurlijk wel precies in de periode die ik had uitgetrokken voor mijn aanstaande verhuizing. Wat dat betreft is het een verloren dag. Ik weet uit ervaring dat die bezoekjes aan het VU aardig wat energie kosten.

Wat heb ik dan allemaal te doen, dat er drie afspraken op dezelfde dag zijn ingeboekt?

Allereerst is er een voortgangsgesprek met een psycholoog. De afgelopen 2 maanden heb ik anti-androgenen genomen. Behalve wat lichamelijke uitwerkingen heeft dat spul ook psychische effecten. Al vallen die bij mij erg mee. Ik heb van de bijwerkingen enkel last van een beetje vermoeidheid. De andere uitwerkingen zijn positief en de impotentie deert me echt helemaal niks. Ik vind het ergens zelfs een verademing en een bevrijding. Eerlijk gezegd heb ik mij nooit zo prettig gevoeld, met een vooruitzicht dat dat alleen nog maar bergopwaarts zal gaan als mijn uiterlijk meer gaat lijken op mijn innerlijk.

Dan mag ik langs de afdeling radiologie voor een botscan. Met een zogenoemde DEXA meting wordt er gekeken naar mijn botdichtheid. Osteoporose kan een bijwerking zijn van de veranderende hormoonhuishouding. Op zich is het geen groot bezwaar, als er adequaat gehandeld wordt zijn problemen te voorkomen. Voldoende lichaamsbeweging en voedingssupplementen met vitamine D en calcium en veel beweging schijnen al een enorm verschil te maken. Maar dan moet je het wel in de gaten houden, vandaar nu die scan om mijn basiswaarden vast te stellen. Wat ik heb begrepen van het alwetende internet is die scan min of meer een röntgenfoto is van de onderrug. Valt dus wel mee.

Als dagafsluter mag ik nog langs bij de endocrinoloog. In ieder geval voor een nieuw recept cyproteron-acetaat, ik ben bijna door mijn eerste voorraad heen. Waarschijnlijk ook een kleine medische controle van gewicht, bloeddruk en hartslag. Ik vermoed dat de vampieren van het laboratorium nog wel een paar buisjes van mijn bloed gaan lusten. Daar hebben ze niets over gezegd aan de telefoon. Maar ach, ik heb daar nooit moeite mee gelukkig.

Gisteren besefte ik ineens iets. Met mijn psycholoog heb ik afgesproken dat ik zou beginnen met eerst alleen anti-androgenen en als dat goed zou gaan later er ook oestrogenen bij zou gaan nemen.  Die ‘proefperiode’ zou drie tot zes maanden duren. Die drie maanden zijn nu haast om. Het is natuurlijk allemaal in overleg, maar het zou best kunnen dat ik over drie weken niet met één, maar met twee recepten naar huis ga. Dat betekent dat de volgende stap wel eens erg dicht bij kan zijn, best eng en spannend. Ook al leef ik er al jaren naar toe, het komt nu gewoon heel dicht bij.

Ik ben wel voornemens om te wachten met het nemen van een nieuwe hormoonmix tot na mijn verhuizing. Ik heb een hoop te doen voordat ik mijn appartementje kan gaan bewonen. Al dat geregel en geplan en geklus brengen me al genoeg stress en kosten me al genoeg energie. Dan heb ik graag dat mijn lichaam een beetje voorspelbaar reageert. Ik zit niet te wachten op extra moodswings, minder energie of andere onvoorspelbaarheden als ik mijn badkamer aan het betegelen ben.

Die volgende stap in mijn transitie zit eraan te komen. Of het nu volgende maand al is, of over drie maanden. Het betekent dat ik werk moet gaan maken van mijn geboortekaartjesidee. Ik heb al eerder gesproken over het idee om een soort weder-geboortekaartje te gaan versturen om mijn overstap te symboliseren. Maar daar heb ik eigenlijk nog geen echte acties voor ondernomen. Ik heb alleen nog maar wat rondgeneusd op sites met geboortekaartjes. Maar daar heb ik gewoon helemaal niets gevonden wat mij aanspreekt. Als ik echt een passend en leuk kaartje wil hebben, dan zal ik toch wat moeten laten ontwerpen.