Passabiliteit

Het is een woord, een concept, waar ik voordat ik aan mijn transitie begon veel over nadacht en me zorgen om maakte: passabiliteit Eigenlijk heb ik er sinds ik aan de medicatie zit er niet meer bewust over nagedacht. Maar onbewust beïnvloed het bijna alles wat ik doe. Het lijkt soms een doel op zich te worden, dat passabel zijn, in plaats van een middel om mijn doel, mijzelf uiten als wie ik ben, te bereiken.

Het is weer zo’n stukje trans-jargon wat ik even zal uitleggen. Passabiliteit komt vanuit het engels, het betekent in dit opzicht zoveel als: voldoende of doorgaan als. Met passabel zijn wordt er bedoeld dat men je aanziet voor het gender dat je bent. Dat de lichamelijke kenmerken zover zijn veranderd dat het geboortegeslacht niet meer opvalt en men je leest als hoe je je voelt. Daar sluit de term ‘stealth’ bij aan. Stealth gaat nog een stapje verder dan passabel. Bij stealth ziet men je geboortegeslacht en alle bijkomende kenmerken niet meer en houdt je ook je trans-zijn verborgen. Sommigen gaan daar ver in, inclusief breken met vrienden, verhuizen naar een andere stad en een nieuwe baan.

Zelf streef ik stealth zijn niet na. Ik heb geen zin om te breken met mijn vrienden, het zijn mensen die mij van begin af aan gesteund hebben. Aan verhuizen heb ik echt een pesthekel en ik heb de afgelopen jaren, ook voor de komende tijd, mijn verhuisquotum wel opgemaakt. Een nieuwe baan zoeken zie ik ook niet zitten. Niet alleen vanwege de crisis, ik heb het ook gewoon naar mijn zin op mijn werk en een werkgever die me de ruimte geeft om mezelf te zijn.

Wat ik eigenlijk wel jammer vind is het gemak waarmee ik mijn nieuwe identiteitskaart kreeg. Twee weken terug heb ik al een vergelijking van mijn oude en nieuwe paspoortfoto laten zien. De ambtenaar die mijn aanvraag opnam heeft alleen maar een moment bedenkelijk naar mijn pasfoto’s gekeken maar geen vragen gesteld over de M die achter geslacht staat. Bij het ophalen zijn er evenmin vragen gesteld, terwijl er juist een paar dagen in het nieuws was dat er bij de uitgifte van identiteitsbewijzen beter gecontroleerd moest worden omdat er zoveel identiteitsfraude wordt gepleegd. Blijkbaar zie ik er nog mannelijk genoeg voor uit.

Zodoende plotpe passabiliteit als begrip weer eens op. Wat is passabel, en wanneer ben ik het genoeg? Is het ooit genoeg? Ik heb gelezen en inmiddels ook wel ervaren dat ‘men’ je ‘leest’, een combinatie van factoren maakt dat de persoon tegenover je oordeelt of ze je als man of vrouw benaderen. Het is een beetje als Vrouwe Justitia: ze is geblinddoekt en zal zonder aanziens des persoons oordelen. Gaat de weegschaal de ene kant op: man en de andere kant: vrouw. Onder die factoren zijn onder andere stem, kleding, haardracht, lichaamsvorm, gezichtsvorm en vast nog een boel andere dingen waarop wij onbewust de andere classificeren. Mensen die ik persoonlijk ken zijn niet geblinddoekt, zij negeren de weegschaal en gaan af op mij als persoon. Als ook de geblinddoekten tot een afgewogen conclusie komen die strookt met wat je probeert uit te stralen dan ben je passabel.

Dan vraag ik me nog af wanneer het genoeg is en vooral hoever ik moet gaan. Het is makkelijk om passabiliteit als doel na te gaan streven, in plaats van als een middel om je doel te bereiken. Mijn doel is mijn leven te kunnen leiden zoals wie ik ben, als ik passabel ben zal dat best een stuk makkelijker zijn. Maar ik ben nog altijd van mening dat ik vooral mijzelf moet blijven en vooral niet teveel moet gaan leven naar de verwachtingen die anderen van mij hebben. Ik zie het gebeuren: transen die doorschieten, die zo hun best doen en het er zo dik bovenop leggen dat het ze niet meer hunzelf zijn. Ik zal bijvoorbeeld niet zo snel zware make-up dragen. Zo ben ik gewoon niet, ik zou ook niet doen als ik gewoon als meisje geboren was. Ik denk dat ik in dat geval zelfs een behoorlijke tomboy zou zijn geweest: in bomen klimmen tijdens het prinsesje spelen, zoiets.

De transitie gaat langzaam en in sommige opzichten zal ik altijd nog mijn jongenskantjes houden. Gisteren vroeg een klant ernaar, ze merkte op dat ik duidelijk aan het veranderen ben, maar vroeg zich af of ik soms ‘ertussen in’ wil blijven hangen. Dat is niet mijn insteek, maar ik heb er wel voor gekozen mijn transitie geleidelijk te laten verlopen en vooral mijzelf te blijven. Daar voel ik mij het prettigst bij. Ik wil me niet laten opleggen hoe ik moet zijn.