de Volkskrant: "mensen kan je ombouwen"

Volkskrant Magazine heeft dit weekend, zaterdag 24 januari, een groot artikel gewijd aan de Thaise chirurg Dr. Preecha, een van de pioniers op het gebied van vaginaplastiek. De Volkskrant noemt hem ‘De Vaginakoning’ een ere-titel die ik gezien de staat van dienst van deze arts best kan begrijpen.

Op de voorpagina meent de Volkskrant wel even alle trans vrouwen even te moeten kwetsen door ze te vergelijken met een levenloos voorwerp:

Volkskrant 24012015

Ombouwen, dat doe je met een garage waar je een hobbykamer van maakt. Dát is ombouwen. Of als je een mod-chip in je Playstation gameconsole soldeert zodat je er illegaal gekopieerde games op kan spelen, dat is ook ombouwen. Ik ben een mens; geen garage en evenmin een spelcomputer. Ik ben geopereerd of ik heb een gestlachtsaanpassende behandeling ondergaan. Een prima alternatieve kop op de voorpagina: John Schoorl ontmoet de Thaise chirurg die 4000 trans vrouwen opereerde. Dat had zo op het zelfde stukje krant gepast.

Hoofdredacteur van Expreszo Wouter van Dijke schreef gister al een sterk opiniestuk op de site van Expreszo zelf. Daar staat ook het antwoord van  Volkskrant hoofdredacteur Philippe Remarque, die ziet niets denigrerends in het gebruik van het woord ombouwen als je spreekt over mensen:

Dan zit er nog een wetenschappelijke onjuistheid in. Volgens de meest gangbare theorieën (theorie in de wetenschappelijke zin van het woord) wordt onze genderidentiteit al vroeg in de hersenen vastgelegd. Onder andere Nederlandse neurobioloog Dick Swaab (die ook homoseksualiteit in de hersenen aantoonde) doet hier veel onderzoek naar. gezien de medische consensus dat iemands identiteit niet veranderd kan, of mag, worden en het lichaam wel ben je als als trans vrouw je hele leven vrouw (of andersom als trans man), niet pas na een behandeling. De hersenen zijn het al sinds vóór de geboorte, ook al snap je pas op latere leeftijd waar het nu fout zit. Ik was 21 toen het kwartje viel, anderen begrijpen zichzelf op jongere leeftijd al.

Dan het artikel zelf, dat opent met deze zin in de eerste alinea:

De grote Israëliër die een vrouw gaat worden, ligt met de benen opgetrokken onder een operatiedoek, alleen zijn verdoofde hoofd is zichtbaar.

Even een lekker negatief cliche beeld als ijsbreker: grote man die vrouw gaat worden om dan nog even het omslagpunt bij de operatie te leggen. Misgendering, noemt men dat in de Engelse taal. Soms is dat een verspreking waar men niets aan kan doen. In dit geval ziet het eruit als een bewuste poging om te choqueren. Gewoon om het stuk een lekker pakkende intro te geven, de bijkomende schade en de voorbeeldfunctie van het medium is blijkbaar van ondergeschikt belang.

Terwijl het helemaal niet zo moeilijk is om respect te schrijven over het onderwerp: Ascha Ten Broeke, wetenschapsjournalist, schrijver én columnist bij Volkskrant, schreef op haar blog een korte stijlhandleiding voor journalisten. Hoofdredacteur Remarque kan in de leer bij zijn eigen columnist. Ten Broeke geeft zes simpele regels die je als journalist, of redacteur, houvast geven bij het schrijven van een artikel over transgenders. Deze zes regels mogen van mij zo worden overgenomen door de stijlgidsen van de diverse media.

Ten Broeke gaat in haar regels nog net iets verder dan ikzelf. Het woord transgender als zelfstandig naamwoord gebruiken heeft niet mijn voorkeur, maar zelf doe ik het ook. Het is een concessie waar ik mee kan leven. Ik vergelijk het met het gebruik van diabetici (mensen die diabetes hebben), autisten (mensen met een stoornis op het autistisch spectrum), blinden (mensen met een visuele beperking). Het is niet ideaal, want je vereenzelvigt mensen zo heel makkelijk met hun probleem. Ik heb het zelf vaak gezegd: ik heb genderdysforie, ik ben niet mijn genderdysforie.

Het artikel op zich is eigenlijk een prima en interessant stuk over een van de pioniers op het gebied van vaginaplastiek. Taalgebruik is soms enigszins platvloers, maar dat is een persoonlijke stijlvoorkeur, kan ik niet een probleem van maken. Het valt me op dat op een paar keer de schrijver zijn best doet om de juiste voornaamwoorden te gebruiken. Hij belicht ook de transitie als een langdurig proces waar een chirurgische ingreep slechts een deel van is.

Het leest heel erg alsof het ooit een prima artikel was, totdat er een sensatiebeluste redacteur erin heeft zitten strepen. Om een lekker pakkende en kwetsende kop op de voorpagina te hebben, en een fijn negatief stereotiep in de eerste alinea. Nu ik ook de reactie van Volkskrant hoofdredacteur Philippe Remarque op de kritiek ken, reken ik hem de beledigende kop en de kwetsende elementen direct aan. 

Toevoeging 26 januari: 

Ondanks herhaaldelijk aandringen via twitter van mij en vele anderen geeft Remarque geen reactie. Hij blijft dus hangen in zijn mening: “IK VIND het niet denigrerend, dus IS het ook niet denigrerend.” Daarmee blijf hij comfortabel hangen in onwetendheid en zijn blanke hetero cis-man privileges, met nóg minder respect voor transgenders dan ‘ie met zijn voorpagina al liet blijken.

Ik wil dit niet!

Soms krijg ik wel eens het gevoel dat ‘men’ denkt dat ik dit allemaal maar voor mijn lol doe. Juist, ik vind het gewoon heel gezellig zo’n maandelijks praatuurtje bij de psycholoog. Die keuzes die voor de rest van mijn leven onomkeerbare lichamelijke gevolgen hebben, och dat doet iedereen toch. De hele werking van je endocrine systeem door de war gooien, peanuts! Je hele sociale leven op de kop zetten en compliceren is geen probleem. Voor jezelf drempels op de arbeidsmarkt opwerpen, maakt niet uit!  Al die drempels en onzekerheden over de meest basale dingen in je leven overwinnen dat doen we toch allemaal?

Ik doe dit echt niet vrijwillig of omdat ik het leuk vindt. Mijn XX chromosoom, dat mijn fysieke geslacht bepaald, heeft gewoon een pootje te weinig meegekregen ergens in een celdeling. Nou ja, poep gebeurd, “When life gives you lemons, you make lemonade.” En meer van die cliché’s Gelukkig is de medische wereld er inmiddels van overtuigd dat het onethisch is om iemands persoonlijkheid volledig te onderdrukken. In plaats daarvan wordt genderdysforie gezien als iets lichamelijks. Lichamen hebben geen gevoel, geen emotie dus daar kunnen we wel aan sleutelen. Lichamen kan je ombouwen (Ha, ik zei het O-woord!!) zodat het fysieke beter bij het geestelijke past. Wat dat betreft zie ik genderdysforie niet anders als geboren worden met een hazenlip, of een extra vinger. Een fysiek defect dat gerepareerd dient.

Sommige mensen zien de stappen die ik zet als een keuze. Daar hebben ze gelijk in, als je kiezen tussen je leven lang zeker ongelukkig zijn of een goede kans hebben om wél te gelukkig te zijn en je thuis te voelen in je eigen lichaam een keuze noemt. Ik vind het niet een keuze, ik vind het ‘het beste van het leven proberen te maken. Kinderen nemen, nog zo’n lifetime commitment met een boel gevolgen, dat is in mijn ogen wél een keuze. Maar daar hoor je zelden iemand over. Zeggen dat iemand beter géén kinderen neemt, om wat voor reden dan ook, is al helemaal not done. Maar blijkbaar is het tegen transgenders zeggen dat ze hun gekozen pad beter niet bewandelen bon-ton. Ik heb dat ‘advies’ al meerdere malen gekregen.

Ik had veel zelf ook oneindig veel liever zonder al die complicerende factoren geboren geworden. Gewoon in een situatie waar geslacht en gender wel op één lijn zitten. Dat had mijn leven een stuk eenvoudiger gemaakt in deze maatschappij met haar strikte genderbinaire denkbeelden. Dat had een heleboel onzekerheid gescheeld en mij niet zo’n negatief zelfbeeld gegeven. Gelukkig heb ik een vriendengroep die niet alleen in grijstinten maar zelfs in een volledig kleurenspectrum denkt als het gaat zaken als om persoonlijkheid, geaardheid en gender. Dat maakt mijn leven wel een heel stuk dragelijker.

Het doel dat ik wil bereiken is voor mij duidelijk. Dat doel wil ik ook echt bereiken. Dat hele proces waar ik door heen moet, dat kan ik missen als kiespijn. Echt, ik wil dit allemaal niet. Maar toch doe ik het!