Seksueel geweld, de Godwin onder de ad hominems

Het was een bewogen weekje in medialandschap: NRC en Volkskrant stonden op tegen het seksisme en de verkrachtingsverheerlijking van GeenStijl. Ondertussen gebruikte het Parool verkrachting als omschrijving voor Elzasser pizza’s die ze niet zo lekker vonden, om nog maar even te laten zien hoe gemakkelijk er over seksueel geweld wordt gedacht. 

GeenStijl

Het begon met een column in het NRC en mondde uit in dit pamflet dat Volkskrant en NRC publiceerden ondertekend door ruim honderd vrouwelijke journalisten, columnisten en andere opiniemakers. Onder de titel ‘Beste adverteerders op GeenStijl en Dumpert, u betaalt mee aan vrouwenvernedering’ vragen opstellers Loes Reijmer, Esma Linnemann en Rosanne Hertzberger aan adverteerders of ze beseffen dat ze met hun marketingbudgetten geïnstitutionaliseerde vrouwenhaat financieren. Of brands als de Belastingdienst, De Efteling, Defensie en Grolsch dat wel in hun imago vinden passen. Een aantal adverteerders hebben hun advertenties op GeenStijl en Dumpert inmiddels ingetrokken.

De redactie en reaguurders van GeenStijl stonden natuurlijk op hun achterste benen door deze vorm van dwangcensuur. Oproepen tot een boycot. Bedreiging van het vrije woord. Inperking van hun vrijheid van meningsuiting. Het is door de fuchsia gekleurde bril van GeenStijl allemaal heel oneerlijk. Voor het gemak gingen ze daarbij even voorbij aan hun eigen acties in het verleden. Zoals deze: Zwarte Piet-boycot sloopt HEMA volledig. Waar er vol trots wordt gerapporteerd dat hun ‘boycot een succes is’ en dat ‘HEMA totaal is gesloopt’.  Maar nu GeenStijl een georganiseerd weerwoord krijgt zijn ze, om even in hun eigen bewoordingen te blijven, helemaal huilie.

Ook elders, bijvoorbeeld op de Frontpage van FOK! – Leuk forum, maar de frontpage lijkt een liefdesbaby van Stormfront en GeenStijl, onder luide aanmoediging door eigenaar Danny.- werd GeenStijl met hand en tand verdedigd. Want je moet kunnen zeggen wat je wilt, want dat is vrijheid van meningsuiting. Net als op GS is op de Fok! FP “Daar moet een piemel in!” een uitstekend argument tegen iedere door een vrouw geuit standpunt. Reageren op inhoud is onnodig, gewoon even verkrachten, dan houdt ze haar mond wel. Verkrachting en online seksuele intimidatie is een wapen dat veelvuldig wordt ingezet.

Het Verdrag van Genève vermeld systematisch als wapen ingezette verkrachting onder de noemer misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden. Vrouwen die hun mening geven in columns, kranten, online, bij politieke bijeenkomsten of op social media worden bedreigd met iets dat de VN classificeert als misdaden tegen de menselijkheid, laat dat maar even inzinken.

Fantasie

“Seksuele vrijheid? Verkrachtingsfantasieën delen is ook vrijheid!” Nee, jouw vrijheid houdt op waar die van mij begint. Ik heb in de GeenStijl verdediging zelfs het Fifty shades of Grey argument gehoord: “Al die Viva vrouwen zwijmelen toch van verkrachting?” Ook niet, en als ze dat al wel doen dan is dat onder duidelijke voorwaarden en met instemming. Maar het begrip consent, instemming, ligt nog steeds erg moeilijk bij vooral het hetero mannelijk deel van de maatschappij.  

Tenslotte verschuilen ze zich achter “Het zijn maar woorden op internet.” Het privilege druipt er vanaf. Pesten is ook alleen maar woorden op internet, schoolplein, briefjes of werkvloer. Toch drijft het regelmatig de slachtoffers tot wanhoop die uitmondt in zelfmoord. Het woord is machtiger dan het zwaard, niet beseffen wat de schade van ‘woorden’ kan zijn getuigt van het privilege nooit gepest te zijn. Ze snappen gewoon niet wat het vernietigende effect kan zijn van constant zulke dingen op je afgevuurd te krijgen.

Ik vraag me af of zulke mannen ook zo tegen hun moeder, vrouw of dochter praten. Of ze hun naasten ook zo bestoken met verkrachtingsfantasieën. En als ze dat tegen geliefden niet doen, waarom dan niet? Want het is toch zo normaal om met dergelijke ‘argumenten’ iemand de mond te snoeren.  

Verkrachtte flammkuchen

In dezelfde week schreef het Parool in weekendbijlage PS een artikeltje over flammkuchen (achter betaalmuur), de hippe Elzasser pizzavariant met zure room in plaats van tomatensaus. Daarin de zinsnede: “…en dat vervolgens naar hartenlust mag worden verkracht met allerhande fantasie ingrediënten…” Want iets verkracht noemen is namelijk hetzelfde als zeggen dat je een gerecht niet lekker vindt.

Vuurkoek op een plankje, Parool 6 mei 2017

Verkracht gebruiken als zomaar een beschrijving is vergelijkbaar schelden met kanker: taal technisch is het correct, maar het heeft een bepaalde lading. Voor veel, heel veel, mensen is het de harde realiteit dat ze het hebben meegemaakt en ziet wat het doet met henzelf of hun omgeving. Seksuele intimidatie is iets wat dagelijks gebeurd. Wat er zo slecht is aan dergelijk gebruik van het woord wist de vriendin die me op het artikel wees goed uit te leggen als antwoord op de vraag wat er zo erg aan is:

Normalisering van kwetsende/gewelddadige taal. Door het woord op deze manier losjes te gebruiken bagatelliseer je (de impact van daadwerkelijke) verkrachtingen. Zulk casual taalgebruik support het heersende sociale systeem waarin seksueel geweld niet serieus genomen wordt, waarin mensen er niet voor uit durven te komen dat ze verkracht zijn, omdat ze bang zijn voor leugenaar te worden uitgemaakt, of te horen krijgen dat ze zich “gewoon” over hun trauma heen moeten zetten. Een systeem waarin aangifte doen maar al te vaak niet tot vervolging leidt, laat staan veroordeling, of waarin je letterlijk in je gezicht wordt uitgelachen door de dienstdoende politieagent.

Door verkrachting te gebruiken als omschrijving in een culinaire recensie bagatelliseert Parool de impact van het woord. Als het iets is dat je met eten in de kroeg doet, dan zal het heus niet zo erg zijn. Alsof het net zoiets als je teen stoten is; pijnlijk genoeg om het even uit te schreeuwen, maar de volgende dag alweer vergeten. Dat is verkrachting dus niet. Ik heb het zelf nooit meegemaakt, ik kan mezelf slechts een vage voorstelling van die ervaring maken. Maar ik heb genoeg vrouwen om heen die het wel overkomen is en die daar jaren later nog steeds last van hebben. Door het opgelopen trauma dat sluimert. Door het idee dat de dader onbestraft is gebleven. Doordat ze niet geloofd werden. Zelfs doordat ze als slachtoffer zelf de schuld kregen.

Verkrachting is iets ernstigs, het wordt niet voor niets tot oorlogsmisdaden (en oorlogswapens) gerekend. Daar moet je niet zomaar lichtvoetig over praten al je die kroegsnack niet lekker vindt. En je moet het al helemaal niet gebruiken als argument in een discussie om iemand waarmee je het niet eens bent de mond te snoeren. Als je dat doet ben je geen haar beter dan een willekeurige oorlogsmisdadiger. Seksueel geweld als argument is de Godwin onder de ad hominems: “Als een vrouw haar mening geeft op het internet zal ze de mond worden gesnoerd met de dreiging van seksueel geweld.”

Edit: Ondertussen doen reaguurders hun best om mijn punt te bewijzen met praktijkvoorbeelden door mentions te sturen dat ik te lelijk ben om verkracht te worden:

Quod erat demonstrandum

Logical Fallacy Referee

Callcenterblues

Update: NRC heeft op nette wijze inhoudelijk gereageerd op dit voorval. Onderaan lees je daar meer over.

De nrc.next heeft nu een nieuw abonnement, met een Iphone 6+ en een bijpassende speciaal op dat toestel afgestemde editie van de krant. Dat willen ze natuurlijk aan de man (m/v/o) brengen, en wie bel je dan: juist zij die eerder een abonnement hebben gehad. Bij het callcenter kunnen ze niet ruiken dat ik een verstokte Google fangirl ben en eerder op Windows Phone overstap dan op iOS. Na een paar mislukte pogingen (als je mij wilt berijken is een e-mail of IM toch echt het snelst) nam ik eindelijk mijn telefoon op. Dat gesprek ging ongeveer zo:

“Spreek ik met de heer D.F. Gender?”
“Nee.”
“Is meneer D.F. Gender bij u bekend?”
“Ja.”
“Leeft meneer D.F. Gender nog?”
“Leven is een groot woord.”
“Bent *u* meneer D.F. Gender?”
“Ik ben *mevrouw* D.F. Gender.”
“Tuut, tuut, tuut, tuut…”

Hij hing zomaar op, zonder het gesprek af te sluiten of zich te verontschuldigen was de verbinding verbroken. Vind ik nogal een lompe reactie van callcentermedewerker. Ik kan niet helpen dat hij alleen maar gesloten vragen stelt. Bij mijn communicatietrainingen leerde ik het al: gesloten vragen resulteren in gesloten antwoorden. Natuurlijk wel reuze handig als je een vooraf opgesteld script of stroomdiagram moet volgen. Dan zijn open vragen ineens heel moeilijk en lastig. Als je een antwoord krijgt dat niet in je script past moet je na gaan denken. Blijkbaar was dat té moeilijk en brak bij de callcenter medewerker in kwestie dusdanige paniek uit dat hij iets deed dat hij als het goed is geleerd heeft nooit te mogen doen: ophangen.

Dat je dan niet weet hoe te reageren vind ik niet zo erg. Ik maak dat wel vaker mee, die onzekerheid bij gesprekspartners. Je hoort de aarzeling in hun stem of de nerveuze blik in hun ogen. Maar meestal proberen ze er een beetje omheen te praten of laten een ongemakkelijke stilte vallen. Ik ben inmiddels zeer bedreven om mensen in die situaties op hun gemak te stellen. Openheid en er zelf relaxed mee omgaan helpen daar goed bij. Nu geef ik toe dat ik in dit geval ook niet op mijn liefst ben geweest. Maar die callcentermedewerker had zich op zijn minst kunnen verontschuldigen of het gesprek afsluiten.

Het voorval leverde op mijn Facebook al het nodige gegrinnik op van vrienden en collega’s. Normaal gesproken moet je best moeite doen om van telemarketeers af te komen en zelf ophangen doen ze helemaal zelden. Na van het voorval gewag te maken op twitter (en wat retweets en bijval) kreeg ik vanmiddag een soort van verontschuldiging namens de nrc.next redactie.

 

Update 7 november:
De klantenservice van NRC heeft ook gereageerd op mijn tweets:

Hierop volgde een vriendelijk en sympahtiek e-mailtje in mijn inbox. In dat mailtje krijg ik een net excuus aangeboden. Daarbij nog een gratis weekje krant, op papier of op mijn telefoon. Want een Android app hebben ze ook bij de nrc.next.

De excuses zijn aanvaard. Nu bedenken of mijn weekje duiding en achtergronden digitaal of op papier wens te ontvangen.