Dapper?

Vanavond is de derde aflevering van Arie Boomsma’s documentaire ‘Hij is een Zij’ op tv. Over dat programma heb ik al veel goede reacties gekregen van vrienden, collega’s en familie. En ik heb er niet eens aan meegewerkt. Maar zoals ik twee weken terug ook al schreef vind ik het zelf ook een heel sterk programma. De heftigheid van een transitie en de impact die het op iemand heeft wordt goed en integer in beeld gebracht. Het is ook echt een aanrader om te kijken.

“Als het een keus was, dan zou ik ‘m niet maken.”

De reactie die ik veel krijg, ook al in het verleden is dat mensen mij dapper vinden, of moedig, of knap dat ik het aandurf om de transitie in te gaan. Maar ik vind mijzelf helemaal niet zo dapper. Ik zal het uitleggen. ‘Dapper’ impliceert dat er een keus is en een alternatief om het niet te doen. Een ridder kan ervoor kiezen om de queeste naar de schone deerne aan een volgende over te laten, ridders genoeg. Anders zijn er altijd nog Ogers die de draak kunnen verslaan. Zoals Bo het in het programma Hij is een Zij verwoordt, dat is precies hoe het voor mij ook voelt: “Als het een keus was, dan zou ik ‘m niet maken.” Ze spreekt deze woorden tijdens haar coming-out voor haar klas. Lang geleden heb ik hier ook al eens over geschreven in ‘Ik wil dit niet!’. Als ik die keus had dan zou ik ‘m ook niet nemen. Dan zou ik de zware queeste lekker aan een andere noeste ridder overlaten. Maar helaas is er niemand anders dan ikzelf die op avontuur moet. You may call me Princess Charming.

Met dat moedig en dapper vind ik het dus wel meevallen. Ik zal nooit ontkennen dat het makkelijk is om te leven met genderdysforie. Want dat is het niet. Grappen die de impact ervan bagatelliseren zijn ook de enige waar ik echt boos om kan worden. Daar heb ik gewoon niet genoeg zelfspot voor om naar gewoon mee te lachen. Maar ik zit nu eenmaal met dat verkeerde lichaam opgescheept en ik probeer er gewoon het beste van te maken. Gelukkig heb ik daar in mijn omgeving ruime steun bij. Het helpt echt heel erg dat familie, vrienden en collega’s er goed en begripvol mee omgaan. Het doet me minder een freak of nature voelen, ik voel me door hen gesteund en gewaardeerd als mens en persoon, niet als curiosum.

“If life gives you lemons, you make lemonade.” Zegt men in het Engels. Dat is wat ik doe: het beste ervan maken. Ik kan er niet voor kiezen om geen genderdysforie te hebben. Het beste is in mijn geval mijn persoonlijkheid volgen en mijn lichaam daar op aan te passen. en dat wordt gelukkig mogelijk gemaakt door de medische wetenschap. Ook al heb ik al een boel angsten te overwonnen en zullen er nog wel wat te overwinnen zijn, ik vind dat het met dapper wel meevalt. Maar ik snap dat het er van buitenaf uitziet als moedig om aan een van de meest basale kenmerken van je bestaan te sleutelen. Ons geslacht is tenslotte nog steeds het eerste in je leven waarmee je geïdentificeerd wordt, tegenwoordig zelfs al voor je geboorte.

Of dat dapper en moedig is? Vanuit een maatschappelijk referentiekader vast wel, voor mij voelt het gewoon als (over)leven.

Ups en downs

Ik heb zo mijn  ups en downs en die laten zich heel erg typisch kenmerken. Tijdens de ups voel ik mij goed, kan ik alles hebben en vind ik moeilijkheden slechts uitdagingen. De downs staan vooral in het teken van onzekerheid en extreme zelfbewustheid over mijn lichaam. Momenteel heb ik dus zo’n down. Ik weet ook wel hoe het komt hoor. Er zijn in mijn privéleven wat dingen gebeurd en gaande die ik mij nogal aantrek. Ik wordt daar sip van en dat heeft weer weerslag op mijn algehele stemming en gevoel.

Wat ik vooral vervelend vind is de onzekerheid die met zo’n downer gepaard gaat. Ik voel me dan extreem bewust over álle kleine dingetjes aan mijn lichaam die me niet zinnen, ook dingen die niemand ziet en waar alleen ik weet van heb. Dan vliegt al mijn zelfverzekerdheid zo het raam uit. Soms is die onzekerheid zó erg dat ik zelfs begin te twijfelen of ik wel het goede pad ben ingeslagen. Gelukkig hoef ik dan maar heel even te denken aan het alternatief om te beseffen dat ik inderdaad op de juiste manier bezig ben. Ondanks die geruststelling blijft onzekerheid op deze momenten overheersen.

Niets liever wil ik dan terug in mijn schulp kruipen. Niet opvallen, niet gezien worden. Terug naar de grauwe non-persoonlijkheid die ik vroeger was. Binnenblijven, onder een deken en vooral niet met de buitenwereld geconfronteerd worden. Het is dan heel verleidelijk om ook alle sociale contacten uit de weg te gaan.

Zo ook gisteren. Gisteren had ik een feestje met vrienden. Al maanden geleden is dat georganiseerd en is er een locatie gehuurd. Ik heb heel erg op het punt te staan om het op het laatste moment af te zeggen, omdat ik me emotioneel niet lekker voelde. Niet gaan is natuurlijk makkelijk. Gewoon bed in duiken en daar mokken dat ik nooit leuke dingen doe, het is de weg van de minste weerstand. Uiteindelijk ben ik toch gegaan. Ik heb mezelf opgepept en moed ingesproken om wél te gaan. Ik kan dat behoorlijk goed trouwens: mooi weer spelen als ik me somber voel. Zo sterk zelfs dat ik het uiteindelijk ook zelf geloof. Dat is een vaardigheid die ik gaandeweg heb opgedaan. Als je jezelf niet thuisvoelt in je eigen lichaam dan is het makkelijk om in een depressie te raken. Dat heb ik altijd willen voorkomen en dat is me ook wel gelukt.

Gelukkig maar dat ik gegaan ben. Ik heb een hele fijne avond gehad, ook al was ik niet op mijn best, vrolijkst en praterigst. De knuffels deden me goed, het sociale contact natuurlijk ook. Leuke aan dit soort evenementen: ik kom mensen tegen die ik niet heel regelmatig zie. Sommigen zie ik eens in de paar maanden in levende lijve. Hen valt het op dat mijn uiterlijk veranderd. De complimenten daarover waar een enorme opsteker voor mijn gemoedstoestand. Ik heb die down alweer kunnen ombuigen in een voorzichtig stijgende lijn.