Paars notitieboekje

Het was weer een driemaandelijkse check-up bij het Genderteam. Eén dag met twee afspraken en vier wachtkamers. Bij de arts niets bijzonders, behalve dat ik nog op de hoge dosis cyproteron-acetaat (de testosteron blokker) blijf. Waar ik nog 100 mg per dag slik, is het nieuwe standaard regime waarmee ze beginnen 50 mg per dag. Ik heb een tijdje 50mg geslikt, maar toen zelfs collega’s opmerkten dat mijn baardschaduw zichtbaarder werd heb ik de dosis weer verhoogd. Verder nog op de weegschaal (ik ben minder aangekomen dan ik dacht) en bloeddruk meten (zoals altijd aan de hoge kant). Ik vind die automatische bloeddrukmeters maar niets. In alle bezoeken bij het VUmc is er tot nu toe maar één arts geweest die ambachtelijk met stethoscoop en handblaasbalgje mijn bloeddruk mat. Een kwartier later stond ik weer buiten met recepten voor de komende drie maanden.

Het gesprek bij de psycholoog was exemplarisch voor hoe mijn gedachten momenteel zijn: van de hak op de tak en totale chaos. Mijn psychologe had duidelijk moeite om het gesprek een bepaalde richting op te sturen. We hebben het vooral gehad over operaties en mijn angsten en andere factoren die spelen in mijn afweging. Ik heb vooral heel veel behoefte aan goede voorlichting. De dingen die je leest op het internet zijn sterk gekleurd door de persoonlijke ervaring. Daarnaast is de situatie van anderen vooral niet die van mij.

Na mijn vorige bezoek aan het genderteam wist ik al dat ik door zou kunnen gaan naar de volgende fase van het traject. Ik maakte ergens op een forum de opmerking dat ik me nu maar eens moest gaan inlezen in de materie. Er werd me gelijk toegebeten waarom ik dat niet al lang gedaan heb. Wat ik al die tijd op wachtlijsten en tijdens diagnose dan allemaal gedaan had, werd me gevraagd. Ook toen al wist ik het nodige over de operatie, de methoden die gebruikt worden en wat er allemaal bij komt kijken. Maar dat is algemene informatie, de standaard patiënteninformatiebrochure bijvoorbeeld. Dat is niet concreet op mij van toepassing.

Voor die concrete informatie die specifiek op mij van toepassing is, daar is het nu tijd voor. Komende maandag is er de informatieavond over de operatie. Ik hoop daar een boel informatie te kunnen halen en me aan de hand daarvan te kunnen voorbereiden op een gesprek met de chirurg. Want ook dat kreeg ik vandaag mee: een afspraak met de plastisch chirurg. Over een maand een eerste consult, vooral bedoelt om meer informatie te vergaren om uiteindelijk een goede afweging te kunnen maken.

SRS notitieboekje

Speciaal voor dit doel heb ik een nieuw notitieboekje gekocht, een fijne paarse Moleskine. Eentje voor aantekeningen en gedachten en eigenlijk alles wat er met de SRS samenhangt. SRS is een afkorting die vaker langs gaat komen op dit blog. Het is een handige afkorting voor de Engelse term voor de geslachtsaanpassende operatie: Sexual Reassignment Surgery. Vaak genoeg zal ik spreken over dé operatie, als ik het daar over heb dan zal ik daarmee dus die geslachtsaanpassende operatie bedoelen. Aankomende maandag zal ik vast het nodige aan aantekeningen maken. Dat zullen de nodige gaan zijn, ik voorzie een half hoorcollege. Mijn notities overnemen of het paarse notitieboekje inzien is op eigen risico. 😉

Donorschap

Ik ken meerdere bloeddonoren. Een aantal hebben me aangespoord om me ook te melden bij de bloedbank om te doneren. Nu heb ik niet de begeerde heilige graal van bloedgroepen, maar ik zou er mensen mee kunnen helpen. Een onbarmhartige goede daad, goed voor de karma. Overigens: ik geloof niet in in iets hogers, meer denk wel dat karma een kern van praktische waarheid heeft. Als je een ‘goed mens’ bent dan zal de kans dat je aansluiting vind bij andere ‘goede mensen’ ook groter zijn.

lbert Bridge [CC-BY-SA-2.0], via Wikimedia Commons

Albert Bridge, via Wikimedia Commons

Nu slik ik best zware medicijnen. Behalve dat er een flinke dosis hormonen en hormoonblokkers in zit hebben ze ook invloed op mijn bloedstolling. Ik vroeg me daarom af of ik wel bloed zou mogen geven. Ik heb er een mailtje richting de bloedbank aan gewaagd en een antwoord kwam snel: De medicatie of transseksualitet is geen bezwaar. Wel een bezwaar zou zijn als ik vóór de geslachtsverandering seksueel contact met mannen zou hebben gehad. Over ná de geslachtsverandering wordt niet gesproken over seks met mannen, blijkbaar is het dan geen probleem meer. Overigens: ik snap de motivatie achter deze uitsluitingen, het is een kwestie van statistiek en kansberekening en met die argumentatie kan ik prima leven.

De bloedbank heeft geen medische bezwaren tegen mijn bloed. Wel een administratief. Ik mag geen bloed geven als Mevrouw Fading Gender: “Verder geldt voor de bloedbank het geslacht zoals geregistreerd bij de burgerlijke stand.” stond er in de e-mail. Toen ik dat las gingen bij mij de hakken in het zand, Aangezien ik nog steeds een M in mijn paspoort heb staan, en dat voorlopig niet kan en mag laten veranderen, mag ik alleen maar bloed geven als Meneer Fading Gender. Daar heb ik geen zin in. Als het systeem mij niet wil accepteren als wie ik ben, waarom zou ik het systeem dan helpen met een daad als bloeddonorschap?

Voor de duidelijkheid: ik heb er geen probleem mee dat er een aantekening bij mijn bloed komt dat het DNA een XY-chromosoom heeft in plaats van een XX-chromosoom. Ik kan me best voorstellen dat zoiets medische gevolgen kan hebben bij bloedtransfusie en dus belangrijke informatie is. Echter als die geslachtsvermelding is gebaseerd op een arbitrair administratief gegeven en niet een medische noodzaak dan staat het me tegen en gaan mijn principes zwaarder wegen dan het doen van een goede daad.

Zodra het systeem mij erkent om wie ik ben of als iemand goede argumenten aandraagt om me over te halen, dan denk ik nog eens opnieuw na over donorschap. Zoals het er nu voorstaat overweeg ik niet om me aan te melden bij de bloedbank.

Duracell of toch merk X

duracell

Ken je ze nog, de trommelkonijntjes? Stuk voor stuk houden ze ermee op, behalve het konijntje met een Duracell batterij. Dat konijntje gaat maar door en door en door. Ik zou graag willen dat ik zo’n Duracell konijntje was en onverstoord door kon trommelen, maar helaas. Ik moet het doen met merk X.

Het lijkt een beetje in tegenspraak met wat ik een paar weken terug schreef. Dat was nogal een jubelverhaal hoe goed ik me voelde na een wijziging van medicatie. Het is inderdaad een enorm verschil. Maar nog steeds voel ik me niet de oude. Ik ben nog steeds snel moe, sneller dan ik gewend ben. Ik moet ook nog steeds keuzes maken in de dingen die ik doe en die ik moet laten. Dat is niet van harte, maar ik weet dat een Verstandig™ gewoon nodig is om niet volledig in te storten en weekend compleet te kunnen afschrijven.

Vrijdag heb ik weer een gesprek met de psycholoog bij het Genderteam. Ik kijk daar wel naar uit. Mijn behoefte aan een goed gesprek en scherpe inzichten is groot. Vooral nu ik de uitslagen van dat acht buisjes tellende bloedonderzoek heb: “Geen bijzonderheden, alle waarden zijn normaal.” De ‘deze vitaminepill is jouw Duracellbatterij’-oplossing waar ik stiekem op hoopte is er dus niet. Ik zal mijn energie op andere manieren moeten vergaren, of wennen aan het vaker moeten kiezen waar ik mijn energie voor gebruik.

 

 

Duracell of toch merk X

duracell

Ken je ze nog, de trommelkonijntjes? Stuk voor stuk houden ze ermee op, behalve het konijntje met een Duracell batterij. Dat konijntje gaat maar door en door en door. Ik zou graag willen dat ik zo’n Duracell konijntje was en onverstoord door kon trommelen, maar helaas. Ik moet het doen met merk X.

Het lijkt een beetje in tegenspraak met wat ik een paar weken terug schreef. Dat was nogal een jubelverhaal hoe goed ik me voelde na een wijziging van medicatie. Het is inderdaad een enorm verschil. Maar nog steeds voel ik me niet de oude. Ik ben nog steeds snel moe, sneller dan ik gewend ben. Ik moet ook nog steeds keuzes maken in de dingen die ik doe en die ik moet laten. Dat is niet van harte, maar ik weet dat een Verstandig™ gewoon nodig is om niet volledig in te storten en weekend compleet te kunnen afschrijven.

Vrijdag heb ik weer een gesprek met de psycholoog bij het Genderteam. Ik kijk daar wel naar uit. Mijn behoefte aan een goed gesprek en scherpe inzichten is groot. Vooral nu ik de uitslagen van dat acht buisjes tellende bloedonderzoek heb: “Geen bijzonderheden, alle waarden zijn normaal.” De ‘deze vitaminepill is jouw Duracellbatterij’-oplossing waar ik stiekem op hoopte is er dus niet. Ik zal mijn energie op andere manieren moeten vergaren, of wennen aan het vaker moeten kiezen waar ik mijn energie voor gebruik.

 

 

De Diagnose voor de Diagnose

Het begon allemaal als een soort uitdaging: “Dan ga je toch als meisje verkleed!” werd er gegrapt in de voorpret naar een feestje toe. Ik laat me met dat soort uitdagingen niet kennen en ben daarop ingegaan. Nog steeds maak ik er graag een grapje van als iemand me een raar voorstel doet: “Is dat een uitdaging? Pas op hè, je weet wat er de vorige keer van gekomen is!” Ik kan de precieze datum niet achterhalen, maar de bewijzen die ik terug kan vinden in mijn e-mail wijzen erop dat het in de zomer of najaar van 2005 geweest moet zijn. Het was de eerste keer dat ik een rok en kousen aantrok en een pruik opzette. Ervan uitgaande dat er een hoop lol zou gaan volgen die avond, maar de uitwerking was wat anders dan verwacht. Het verkleden voelde namelijk helemaal niet grappig of spannend. Het voelde gewoon goed. Toen is het kwartje bij mij gevallen, al is er nog een lange periode voorbij gegaan voordat ik me aanmeldde bij het genderteam.

Dat ik de afgelopen weken zoveel heb gewerkt aan mijn tijdlijn en bezig ben geweest met zoeken naar de exacte datums van bepaalde gebeurtenissen moest ik ook heel erg denken aan de tijd die vooraf ging aan dat bewuste telefoontje naar het genderteam. Voordat ik ook daadwerkelijk belde had ik persoonlijk al een hele lange gedachtengang doorlopen en mijn eigen diagnose gesteld. Ik heb ooit horen zeggen dat je niet naar het genderteam stapt voor het stellen van een diagnose, maar voor het bevestigen ervan. Deels klopt dat wel, maar de diagnostische fase is voor mijn persoonlijke denkproces heel erg waardevol geweest.

Het feestje dat ik verkleed ging werd gevolgd door een volgende en nog een en nog een, ik weet niet meer hoe vaak het nu uiteindelijk geweest is dat ik me verkleed heb. Maar door het feestje is er in mijn hoofd iets in gang gezet. Ik vond het blijkbaar leuk om een jurk te dragen, dus ik was een travestiet. Zo heb ik lang over mijzelf gedacht, maar eenmaal opgang gebracht denderde die gedachtentrein voort over de kronkelende rails door mijn psyche. Was het wel genoeg om alleen op zaterdagavonden en feestjes zo af en toe mijn alter-ego Daniëlle naar boven te laten komen? Wilde ze meer? Lang heb ik nog geprobeerd om het binnen de perken te houden. Maar dat alter-ego liet zich steeds moeilijker weerhouden, ze wilde meer! Meer! Meer!

Ik vroeg me af hoe ik dat gevoel tegemoet kon komen: moest ik dan verder als over-the-top drag-queen? Nee, dat was niet de oplossing. Daar voelde ik me totaal niet prettig bij. Wel zocht ik wat vreemdere uithoeken op qua kleding en kwam ik in aanraking met Japanse subculturen en EGL, Elegant Gothic Lolita. Ik ben behoorlijk actief geweest in de Nederlandse lolita scene. Ik bezocht meetings, heb een tijd lang het forum gemodereerd. Aan dat alles heb waardevolle ervaringen en vrienden overgehouden. Mijn ex-partner heb ik via de kleding leren kennen evenals de kunstenares die mijn geboortjekaartje heeft ontworpen. Stuk voor stuk herinneringen die ik nooit meer zou willen missen. Ook al ben ik niet meer actief in de scene en heeft mijn kledingsmaak een andere stijlperiode opgezocht, helemaal vergeten ben ik het niet, je hoeft slechts in het hol van het juiste sociale-mediakonijn te kruipen om er bewijs van te vinden in het wonderlijke internetland.

De tijd na dat feestje heb ik heel veel en heel diep nagedacht over wat die gevoelens nou betekenden. In het begin kwam al de optie transgender naar boven. Dat heb ik genegeerd. Ik was een jongen en voelde me aangetrokken tot meisjes. Dat lichaam moest wel kloppen. Ik speelde vroeger met lego en treinen en meccano. Allemaal dingen waardoor ik genderdysfoore gevoelens destijds als niet legitiem bestempelde. Daarna heb ik nog een periode de wens gehad tot volstrekte androgeeniteit, gewoon de ene dag als meisje doorbrengen, de andere dag als jongen. Naar gelang wat die dag het beste uitkwam.

Uiteindelijk kon ik het gewoon niet meer negeren. Travestie was het niet. Androgeen zijn was niet voldoende. Ik kan niet zeggen of er nu een directe aanleiding is geweest waardoor de afweging in mijn hoofd alsnog is doorgeslagen naar genderdysfoor. In mijn herinneringen vind ik geen aha-erlebnis die daarmee samenhangt. Het zal een proces zijn geweest, een ontwikkeling die mij uiteindelijk hebben gezet tot het aanmelden bij het genderteam.

Als je jezelf bij het genderteam meldt heb je eigenlijk zelf al uitgemaakt dat je genderdysfoor bent. Ik wel in elk geval. Ik ging er echt heen om mijn eigen diagnose te bevestigen, elk bezoek voelde als een examen. Bewijzen dat je bent wie je bent. Alsof je moet bewijzen dat je de stof beheerst en net zoals met schoolexamens was het wachten op een telefoontje met een uitslag om te horen of je geslaagd bent.

Toch voelen de maanden die de diagnostische fase duurde niet als verloren tijd. Ja, op momenten wilde ik graag sneller en verder met de volgende stap. Maar over het algemeen heb ik heel veel gehad aan de gesprekken met mijn psychologe. Ze wist goede vragen te stellen, gaf denkhuiswerk op, allemaal dingen die mijn mentale proces hebben geholpen. Al die dingen waarover ik heb moeten nadenken hebben mij voorbereid om de volgende stappen te zetten, kleine stappen. Eerst testosteronblokkers en pas een paar maanden later die hormonen erbij. Ik ben blij dat ik die optie heb gekozen en niet pats-boem in één keer de full-monty ben gegaan. Dat tussenstapje gaf me tijd om te denken en mentaal klaar te maken voor hetgeen wat zou gaan komen.

Dat een mentale voorbereiding op wat komen gaat nodig is heb ik ook gemerkt toen ik een maand terug te horen kreeg dat ik moest beginnen met de fysieke voorbereidingen op een operatie. Die grote stap kwam ineens heel snel heel dichtbij. Terwijl dat altijd iets was wat heel erg ver weg was. Ooit. Als. Wanneer.  Voordat ik doordrongen was van het feit dat dat nog makkelijk een jaar, zo niet langer, gaat duren waren een paar weken verder. Dat is waar ik mentaal nu heel erg mee bezig ben: voorbereiden op de mogelijkheid van een operatie.

Het Lichaam spreekt

De stappen die ik zet zijn geen makkelijke. Het hele proces wat ik doorloop is zeer ingrijpend in mijn leven en beïnvloed het in alle facetten. Om een idee te geven van mijn innerlijke strijd; een dialoog tussen mijn lijf en mijn brein die ieder de voors en tegens voorstellen.

“Hey, Brein!”

“Ja, Lijf wat is er?”

“Wat is er allemaal aan de hand? Er gebeuren hier rare dingen! Ik heb al een paar keer mezelf laten prikken en bloed moeten afstaan. Huid zegt dat ze droger is geworden, Penis lijkt al maanden in coma, Lever klaagt dat ‘ie harder moet werken en tweeling Tepel doet me een partij raar. Ik snap er niks meer van.”

“Oh dat, ja eh dat… ehm… ik… eh ik moet je wat vertellen.”

“Waarom doe je daar zo aarzelend over? We kennen elkaar al ons hele leven. Je weet toch dat je me alles kan vertellen.”

“Nou Lijf het ligt nogal gevoelig.”

“Gevoelig, hoe gevoelig wil je het hebben moet ik Hand in Arm laten knijpen? Dat is pas gevoelig.”

“Nee, nee dat is niet nodig hoor. Je hebt me vaak genoeg laten weten wat gevoelig is. Het ligt anders en ik vind het heel moeilijk om je dit te vertellen. Je zei het zelf al we zijn al zooo lang samen.”

“Voor de draad ermee!”

“Ik, eh… Ik ben niet zo gelukkig met je!”

“Je bedoeld het eczeem van Huid? Daar heb ik zelf ook genoeg last van, we weten niet beter. Dat is toch niet zo’n probleem?”

“Nee, dat bedoel ik niet. Het is anders. Ik voel me niet thuis in je.”

“WAT!?!?! en ik heb al die jaren zo goed voor je gezorgd met leuke dingen doen en feestjes terwijl ik eigenlijk te moe was en lekker eten en… en… Dit kan je toch niet menen? Sloof je jezelf eens uit voor iemand. Tsk!”

“Jij kan er zelf ook niets aan doen. Echt niet. Ik ben ook heel erg dankbaar voor alles wat we samen hebben meegemaakt, dat ben ik heus niet vergeten. Maar er zit gewoon ergens iets niet goed: jij bent een jongetje en ik… ik niet.”

“En wat dacht je daar aan te gaan doen? Verhuizen kan je niet, de laatste keer dat ik Discovery Channel keek zag ik nog niets over hersentransplantaties.”

“Nee, verhuizen kan ik niet dat weet ik. Ik kan hooguit wat aanpassingen aan jou doen.”

“Aan mij? Wacht! Stop! Halt! Omdat het  mene…euh mevrouw niet zint moet IK er maar voor boeten?  Ik heb daar heus wel van gehoord hoor, wat die dokters dan doen. Eerst stoppen ze je vol met pillen die enge bijwerkingen hebben en dan komt er zo’n chirurg die Testikels er zomaar afhakt en om nog maar niet te beginnen over wat die knakker met Penis doet! Echt niet! Vergeet het maar! Je zoekt het maar uit en gaat maar praten met zo’n speciale dokter voor jouw soort. D’r zit vast een steekje los bij je”

“Dat praten heb ik al gedaan Lijf. Met een psycholoog heet dat, met drie zelfs. Ze hebben me helemaal binnenstebuiten gekeerd en ik heb ook wat doktoren voor jou gesproken. Vandaar dat ze bloed van je moesten hebben. We zijn erover uit dat ik wél met je verder moet leven, maar dat ik inderdaad dingen aan je wil veranderen. Dat is een eenzijdige beslissing, dat weet ik. Maar we leven niet in een democratie, ik heb nog altijd het laatste woord en de leiding. Zonder mij zal jij ook niet meer functioneren en dat zou het alternatief zijn: dat ik ermee nok.”

“Ja maar… Ik moet het allemaal doorstaan, jij zit er warmpjes bij daarboven.”

“Nou, heus ik heb ook genoeg te leiden en ongemak van dit alles hoor. Laat ik je uitleggen wat er nu gaat gebeuren, het is al begonnen zelfs. Dat Huid droger is en Penis niets meer van zich heeft laten horen komt door die pillen die ik je laat slikken. ”

“Wacht even. Je bent al begonnen zonder mij iets te vragen? Hoe durf je! Verrader!”

“Ik voelde me niet  goed, ik voelde me niet veilig en niet thuis. Ik durfde het niet tegen je te zeggen.”

“Je maakt het jezelf niet beter op zo…”

“Hoe zal ik het zeggen: je voelde als een gevangenis. Je weet toch het gevoel van kleding die te krap is? Nou dat een beetje maar dan altijd. Dat deed me gewoon te veel pijn, voor mij kon het echt niet langer.”

“Niet bepaald complimenteus. Maar ik snap een beetje wat je bedoeld. Maar toch ik voel me nogal bedrogen. Jíj bent niet happy dan ga je zomaar een beetje aan mij sleutelen?”

“Sorry, ik snap dat je het vervelend vindt. Het was misschien niet de beste aanpak. Maar ik ben me de afgelopen maanden al veel beter gaan voelen en veel meer op mijn gemak.”

“Ja, jij wel. Ik heb alleen maar de nadelen. In mij gaan ze snijden, niet in jou.”

“Zo moet je het niet zien. We zullen er als geheel beter van worden écht waar.”

“Ja, ja. Eerst zien en dan geloven.”

“Nou laat me even uitpraten. Heb je niet al gemerkt dat ik beter voor je aan het zorgen ben en je af en toe verwen met sauna’s en massages en fijne zeepjes en scrubs en meer van dat al. Dat deed ik vroeger nooit, weet je nog. Ik noemde daarnet dat leven in jou als leven in een soort gevangenis is. Dat wil ik niet meer, ik wil leven in een tempel. Tempels moeten geëerbiedigd en verzorgd worden. Daar ga ik zorg voor dragen. Ja, jij zal het zwaar te verduren krijgen dat weet ik. Maar samen krijgen we er zoveel voor terug, ook jij. Vooralsnog doen we het rustig aan. Ik heb speciaal voor jou ervoor gekozen om die pillen in twee etappes te gaan nemen. Zodat jij het niet in een keer zo zwaar te verduren zou hebben. Voor die chirurg hoef je voorlopig nog niet bang te zijn. Dat duurt nog zeker een jaar of twee voor het zover is. Daar kunnen we ons samen rustig op voorbereiden.”

“Dat doet niets af aan dat Testikels mij gaan verlaten, op een nogal niet lieve manier.”

“Die zijn helaas het grote slachtoffer. Maar ik laat ze niet helemaal zonder iets bereikt te hebben vertrekken. Weet je nog die paar keren in dat ziekenhuis, met dat kamertje. Ik heb toen sperma laten invriezen. We zijn het met elkaar eens dat we geen kinderen willen, ik ben dan ook wel aan het overwegen om het te doneren aan een ander. Ik ken een draagmoeder, haar daden hebben mij laten zien hoe je met zulke dingen anderen enorm veel levensgeluk kan schenken. Voor ons was het een kleine moeite, zij is negen maanden zwanger.”

“Dat vind ik wel een prettige gedachte ja. Dat je dat op die manier wil doen, dan heb ik er niet voor niets zoveel aandacht aan besteed al die jaren.”

“Zie, dan zijn Testikels er niet voor niets geweest, ik zou zal ze ook heel erg missen. Sterker nog, het hele idee van dat we beter bij elkaar gaan passen dat vind ik nog steeds onwerkelijk. Je begon net al over Tepels, dat ze raar doen. Dat is ook een gevolg van de medicijnen. Jij zal op den duur niet alleen wat kwijt raken, er zullen ook dingen bijkomen. Letterlijk, dat handje vol overtollige cellen zal zich gaan doen ontwikkelen tot Borsten. Daarom voelt het zo raar, dat is nu aan het groeien. Ik weet dat het wat ongemak is voor je, maar ik doe mijn best om eraan te denken dat gaat al steeds beter.”

“Hmz… Ik weet nog niet zo goed wat ik hievan moet vinden Brein. Het is nogal wat, wat je me verteld en wat je met me aan het uitspoken bent. Ik vind het jammer dat je niet eerder hiermee bent gekomen.”

“Nogmaals sorry daarvoor Lijf. Je zult zien dat het de moeite waard gaat zijn wat we allemaal samen door moet en maken.”

“Eerst zien dan geloven. Al moet ik wel zeggen dat je de laatste tijd al inderdaad beter voor me aan het zorgen bent. Al maakt het er voor mij nog niet makkelijker op.”

“Voorlopig doen we het rustig aan. De medicatie is nu compleet en de effecten zijn al merkbaar.”

“Ja, dat heb ik gemerkt. Wil je nou eens voorzichtig zijn met tegen dingen aanleunen en schouderbanden van tassen en ruwe handdoeken? Tepels zijn gevoelig hoor!”

“Ik zal er om denken. Ik krijg die signalen óók weet je nog? Zenuwbanen enzo. Belangrijk voor jou om te weten is dat de medicatie nu zijn werk doet. Jij zal langzaam wat veranderen maar er komt voorlopig niks meer bij of af en die scalpel is nog héél ver weg. Voorlopig krijg ik het even op mijn bord met emoties die moeilijker onder controle zijn te houden. Oh, en logopedie natuurlijk, ik moet moeite doen om Stem goed aan te sturen dat kost me een boel aandacht en concentratie. Het is dus niet zo dat jij álle nadelen hebt en ik alleen maar de voordelen. Al geef ik toe: je hebt het zwaar. Ik beloof goed voor je te zorgen.”

“Aan die belofte zal ik je houden!”

 

Van gevangenis naar tempel

Laatst voelde ik me schuldig over het feit dat ik vanwege het door willen klussen maar weer langs de snackbar ging voor een snelle hap. Die dag had ik mij eigenlijk voorgenomen fatsoenlijk te gaan koken, omdat ik al zoveel snel en ongezond eten ophad die week. Mijn beklag daarover werd door een vriendin beantwoord met een:  “Straks heb je álle tijd om te koken, je zit nu in een verhuizing.” Daarin moest ik haar gelijk geven, en ik stond niet veel later bij de snackbar op de hoek.

Vroeger zou ik daar heel niet moeilijk over gedaan hebben. Voedsel was brandstof dat lekker moest smaken, om gezond maalde ik niet veel. Zolang ik geen scheurbuik zou krijgen vond ik het wel goed en anders was een potje multivitaminen zo gehaald. Uitgebreid koken deed ik eigenlijk alleen als dat voor anderen was. Ook op andere punten van gezondheid maalde ik niet veel om mijn lijf. Het is een gevangenis, waarom zou daar überhaupt goed voor willen zorgen? Sporten deed ik niet aan, een blauwe maandag nog lid geweest van een sportschool. Ik ben daar nooit veel geweest, het was meer voor mijn ex dan voor mijzelf.

Nu ik op weg ben om lichamelijk mijzelf tot uiting te brengen vind ik mijn gezondheid veel belangrijker. Ik voel me schuldig als ik weinig gezond en gevarieerd eet. Ik heb serieuze plannen om ook het sporten weer op te pakken. Mijn gevangenis moet mijn tempel worden: mens sana in corpore sano zoals Juvenalis ooit dichtte. Die gezonde geest zijn de meningen wat over verdeeld maar dat zal niet lang meer hoeven duren. In de aankomende DSM-V zou genderdysforie niet meer als geestesziekte worden bestempeld. Dan moet dat lijf ook maar gezond, het krijgt door de medicatie die ik gebruik al meer dan genoeg te verduren. Laat ik er dan verder lief voor zijn en me als een goed eigenaresse gedragen.

Ik merk die verschuiving ook op andere vlakken ik ben véél ijdeler dan vroeger. Waar ik voorheen op mijn vrije dag een ouwe versleten slobberbroek en een vormeloos T-shirt aan trok, doe ik nu op mijn vrije dagen veel meer tijd besteden aan mijn voorkomen. Oók als ik nergens heen moet of geen bezoek verwacht. Ik kijk niet meer met afschuw in de spiegel naar mijzelf, zoals dat vroeger was. Ik zie nu mogelijkheden en veranderingen. Mijn lijf is niet meer iets lelijks wat maar zoveel mogelijk verborgen dient.

Schaduwkant is dat ik nu ook wel mijn foutjes meer zie. Met dit warme weer is me al een paar keer gevraagd of ik een badpak of bikini naar het strand of zwembad zou meenemen.  Dit zomerseizoen zal geen van beide zijn. Als ik naar een zwembad ga heb ik helemaal geen badkleding nodig, de laatste jaren zijn de enige zwembaden waar ik in gelegen heb die bij de sauna. In de zon mag ik toch al niet vanwege de laserontharing, alsof ik al zo’n zonaanbidder was met mijn snelle verbranden. Als ik nu dan nadenk om in badkleding ergens moet verschijnen is mijn eerste gedachte: “Dan zien ze mijn zwembandje!” Daar wil ik echt wel vanaf, dat buikje.

Niet dat ik nu keihard ga lijnen. Da’t is niet nodig. Je kan met gemak van een afstandje mijn ribben tellen en mijn heupbot steekt nog steeds uit.. Wel ga ik mijn gewicht in de gaten houden, het is niet abnormaal om van die medicatie flink wat kilo’s aan te komen, soms zelfs dubbele cijfers. Ik vind het al vervelend genoeg dat ik bij merken als Who’s that Girl al naar een maatje XL moet grijpen. Niet vanwege het getalletje of de lettertjes op het label, kleding maten zijn toch een volstrekt arbitrair iets. Het is vooral omdat ik nog wel in de leuke kleding wil blijven passen. Ik heb nu eenmaal wat bredere schouders en borstkas dan de ‘standaardvrouw’ (alsof die bestaat) die wordt gebruikt door de kledingindustrie, dus ik heb al snel wat meer ruimte nodig. Wat dat betreft vind ik het weer niet zo erg dat ik geen grote borsten zal krijgen.

Geboortekaartje

Over drie weken moet ik weer naar het genderteam in het VUmc. Zoals ik al zei in mijn van de hak op de tak post eerder deze week, ben ik gebeld dat er weer drie afspraken voor mij in de agenda waren gezet. Gelukkig wel allemaal op de zelfde dag en redelijk kort achter elkaar. Die dag valt natuurlijk wel precies in de periode die ik had uitgetrokken voor mijn aanstaande verhuizing. Wat dat betreft is het een verloren dag. Ik weet uit ervaring dat die bezoekjes aan het VU aardig wat energie kosten.

Wat heb ik dan allemaal te doen, dat er drie afspraken op dezelfde dag zijn ingeboekt?

Allereerst is er een voortgangsgesprek met een psycholoog. De afgelopen 2 maanden heb ik anti-androgenen genomen. Behalve wat lichamelijke uitwerkingen heeft dat spul ook psychische effecten. Al vallen die bij mij erg mee. Ik heb van de bijwerkingen enkel last van een beetje vermoeidheid. De andere uitwerkingen zijn positief en de impotentie deert me echt helemaal niks. Ik vind het ergens zelfs een verademing en een bevrijding. Eerlijk gezegd heb ik mij nooit zo prettig gevoeld, met een vooruitzicht dat dat alleen nog maar bergopwaarts zal gaan als mijn uiterlijk meer gaat lijken op mijn innerlijk.

Dan mag ik langs de afdeling radiologie voor een botscan. Met een zogenoemde DEXA meting wordt er gekeken naar mijn botdichtheid. Osteoporose kan een bijwerking zijn van de veranderende hormoonhuishouding. Op zich is het geen groot bezwaar, als er adequaat gehandeld wordt zijn problemen te voorkomen. Voldoende lichaamsbeweging en voedingssupplementen met vitamine D en calcium en veel beweging schijnen al een enorm verschil te maken. Maar dan moet je het wel in de gaten houden, vandaar nu die scan om mijn basiswaarden vast te stellen. Wat ik heb begrepen van het alwetende internet is die scan min of meer een röntgenfoto is van de onderrug. Valt dus wel mee.

Als dagafsluter mag ik nog langs bij de endocrinoloog. In ieder geval voor een nieuw recept cyproteron-acetaat, ik ben bijna door mijn eerste voorraad heen. Waarschijnlijk ook een kleine medische controle van gewicht, bloeddruk en hartslag. Ik vermoed dat de vampieren van het laboratorium nog wel een paar buisjes van mijn bloed gaan lusten. Daar hebben ze niets over gezegd aan de telefoon. Maar ach, ik heb daar nooit moeite mee gelukkig.

Gisteren besefte ik ineens iets. Met mijn psycholoog heb ik afgesproken dat ik zou beginnen met eerst alleen anti-androgenen en als dat goed zou gaan later er ook oestrogenen bij zou gaan nemen.  Die ‘proefperiode’ zou drie tot zes maanden duren. Die drie maanden zijn nu haast om. Het is natuurlijk allemaal in overleg, maar het zou best kunnen dat ik over drie weken niet met één, maar met twee recepten naar huis ga. Dat betekent dat de volgende stap wel eens erg dicht bij kan zijn, best eng en spannend. Ook al leef ik er al jaren naar toe, het komt nu gewoon heel dicht bij.

Ik ben wel voornemens om te wachten met het nemen van een nieuwe hormoonmix tot na mijn verhuizing. Ik heb een hoop te doen voordat ik mijn appartementje kan gaan bewonen. Al dat geregel en geplan en geklus brengen me al genoeg stress en kosten me al genoeg energie. Dan heb ik graag dat mijn lichaam een beetje voorspelbaar reageert. Ik zit niet te wachten op extra moodswings, minder energie of andere onvoorspelbaarheden als ik mijn badkamer aan het betegelen ben.

Die volgende stap in mijn transitie zit eraan te komen. Of het nu volgende maand al is, of over drie maanden. Het betekent dat ik werk moet gaan maken van mijn geboortekaartjesidee. Ik heb al eerder gesproken over het idee om een soort weder-geboortekaartje te gaan versturen om mijn overstap te symboliseren. Maar daar heb ik eigenlijk nog geen echte acties voor ondernomen. Ik heb alleen nog maar wat rondgeneusd op sites met geboortekaartjes. Maar daar heb ik gewoon helemaal niets gevonden wat mij aanspreekt. Als ik echt een passend en leuk kaartje wil hebben, dan zal ik toch wat moeten laten ontwerpen.

Lijfelijke veranderingen

Voor iemand die niet bij is met het geslacht waarmee ze geboren is, ben ik eigenlijk best tevreden over mijn lichaam. Als men wel eens vraagt wat ik aan mijn lichaam zou willen veranderen, dan weet ik daar nooit heel goed een antwoord op. Je behalve the obvious dan. Natuurlijk wil ik borsten en heupen en een taille. Hoewel ik die laatste al een beetje heb, maar ik ‘m meestal (vooral op mijn werk) verberg onder loszittende kleding. Dat zal nog wel even duren, maar uiteindelijk moeten die dingen wel gaan komen, onder invloed van medicatie.

Vroeger had ik als standaard antwoord op die vraag: “Mijn huid.” Die is nu aan het veranderen. Ik ben altijd gezegend geweest met wat een onzuivere huid heet. Altijd last van pukkels en scheerirritatie en mee-eters en puistjes. Ik heb ooit eens make-up advies gehad en toen is zo ongeveer mijn halve gezicht groen gemaakt met concealer om die roodheid maar te maskeren. Geen succes dus. Nu zou dat een heel stuk minder zijn.

Wat ik ook graag wil veranderen is mijn baardgroei. Ook daar ben ik nu mee bezig. Deze morgen heb ik een tweede sessie laser-ontharing gehad om van mijn baardgroei af te komen. Voor wie er niet bekend is met de techniek: ze schieten laserpulsen op je huid af die de haarwortels verbranden. Het haarzakje is daarna niet, of veel minder in staat om een nieuwe haar te vormen. Ik zei verbranden, dat betekend dus dat je zo’n 20 minuten lang de geur van je eigen verschroeide haar mag opsnuiven. Aan de ene kant niet heel erg prettig, maar aan de andere kant is het de geur van succes. Pijnloos is het ook niet, al zit ik er meer mee dat ik me twee dagen niet heb mogen scheren om genoeg stoppel te hebben voor de laser.

Andere dingen die ik graag anders zou zien aan mijn lijf: dat buikje weg. Het gekke is dat je mijn ribben van een afstandje kunt tellen, ik kan niet zeggen dat ik dik ben. Het beetje vet dat ik heb, en dat is niet veel,  heeft besloten zich te verzamelen op mijn buik. Waar ik ook soms van baal, vooral in de winter, zijn mijn lange armen. Mouwen van jassen zijn gewoon heel vaak te kort waardoor ik koude polsen en handen krijg. Gelukkig zijn de afgelopen seizoenen gebreide armwarmers vrij gangbaar geweest in het modebeeld.

Wat ik eigenlijk het meest vervelende aan mijn lijf vind is mijn schoenmaat. Op zich is die in prima verhouding tot mijn lichaamslengte. Ik vind mijn voeten er niet enorm groot uitzien. Maar met maatje 43 (en soms 44) is het kopen van schoenen een uitdaging. De gangbare damescollecties gaan vaak tot maat 41 of 42. Er zijn wel leuke schoenen in maat 43 of 44 te vinden, maar de keus is  een stuk beperkter zowel in modellen als in prijscategorie. Ik zal nooit bij zo’n goedkope schoenoutlet slagen voor een tientje voor een paar schoenen die een half seizoen mee kunnen. Ik ben veroordeeld tot degelijke schoenen, die vooral ook een degelijke prijs hebben. Als mijn schoenmaat gewoon maar twee maten kleiner zou zijn, dat zou het leven een stuk vereenvoudigen.

Een laatste wat ik aan mijn lichaam zou willen veranderen is mijn houding. Door mijn lengte heb ik al snel de neiging om mijn schouders naar voren te laten hangen en wat krom te lopen. Een hele goede vriendin van mij zij laatst al tegen me: “Jij MOET hakken, dat is goed voor je!” Nu ben ik al lang zat, dus daarvoor hoef ik het niet te doen. Maar ik zal me er ook niet door laten tegenhouden. Hakken staan voor zoveel meer dan alleen maar wat langer lijken. Ze veranderen je houding, doen beenspieren aanspannen en geven een boost aan zelfverzekerdheid. Het er mooi op lopen vergt alleen nog enige oefening. Maar als ik zo wel eens naar de zwikkende enkels om me heen kijk op het station of in de stad ben ik daar niet de enige in. Ik wil sowieso nog wel eens langs iets van een bewegingscoach, die bestaan vast. Mijn manier van lopen, staan, mijn algehele lichaamshouding, waar ik mijn handen laat. Die dingen zijn voor mij een constante bron van zelfbewustzijn, op de negatieve manier.

Een puistje!

Vanavond zag ik er één in de spiegel, een puistje! Zo’n ouderwetsche met een wit kopje. Niet zo groot en vies als die je soms in Youtube filmpjes ziet.  – Echt ga maar kijken, youtube staat vol met puist- en abcesuitknijpfilmpjes. Het aantal keren dat ze bekeken worden liegen er niet om, hoe smeriger hoe beter lijkt het. – Maar het was een compleet écht puistje daar onderaan mijn kin. Dat deed mij iets beseffen, mijn huid is sinds mijn pubertijd niet bepaald zuiver en vrij van ongeregeldheden geweest. Nu is dat anders, zo anders dat een puistje gewoon opvalt en uitblinkt in eenzaamheid.

Ik slik nu bijna een maand mijn medicatie. Ik ben toe aan de laatste strip van mijn eerste partij en heb afgelopen week al mijn herhalingsrecept laten vullen. Dat was nog niet eenvoudig. de apothekersassistente snapte al niet dat er op het receptpapiertje mevrouw stond. Terwijl ze met mijn naam, voorletters en geboortedatum alleen een meneer in het systeem hadden. Of het een probleem was als er op de doosjes ook meneer zou staan. Nee hoor, dat zijn dingen die ik nog moet veranderen, maar er zijn ergere dingen in het leven. Al heb ik gehoord dat sommige transgenders heel erg fel op dat soort zaken zijn. Ik ben daar niet zo moeilijk in. Zeker nu niet, ik moet immers toch echt zélf de apotheker vragen om die M in het systeem in een V te veranderen. Als ze dat niet wordt gevraagd, hou zouden ze het moeten weten?

Nadat die eerste verwarring was opgelost, kwam het tweede probleem. Die medicijnen waren niet voorradig. Het is een vrij zeldzaam voorgeschreven medicijn met slechts een paar hele specifieke doeleinden en ze kunnen ook nog eens vrij heftige vervelende bijwerkingen hebben. Ik had al wel een beetje verwacht dat een lokale dorpsapotheek het niet op voorraad zou hebben. De boel moest dus besteld worden, wat een dag of twee zou kosten. Gelukkig was ik op tijd en had ik nog voldoende voorraad om die dagen te overbruggen.

Wat merk ik er nu van, van die pillen? Die pukkels en puistjes dus! Of beter het gebrek daaraan. Mijn huid is een stuk minder vet, minder rode vlekken, minder mee-eters, minder puistjes en minder ingroeiende of ontstekende baardharen. Terwijl ik me nog steeds dagelijks scheer. Ik ben ineens een heel stuk minder interessant voor de make-up fabrikanten als het om concealer gaat. Wél schuifel ik langzaam de doelgroep voor dag- en nachtcrèmes  binnen. “You win some, you lose some.” Pleegt men aan de overkant te zeggen. Ik vind het niet erg. Liever wat smeren dan die lelijke rode vlekken in mijn gezicht.

Mijn huid is ook al merkbaar zachter geworden van structuur, het is nog geen perzikhuidje, maar verschil is waarneembaar. Dat had ik in krap een maand tijd niet verwacht. Tenslotte zijn mijn baardharen langzamer gaan groeien. Toen de huidtherapeute zei dat ik voor een lasersessie 2 of 3 dagen niet moest scheren, zodat er genoeg stoppel zou zijn, verklaarde ik haar een beetje voor gek. Maar ze heeft wel gelijk gekregen, ik schat zo in dat de groeisnelheid zo ongeveer gehalveerd is. Mijn five o’clock shadow is er tegen 5 vijf uur in de ochtend pas.

Heb ik dan helemaal geen last van vervelende bijwerkingen? Eigenlijk niet. In ieder geval niet die hele heftige angstaanjagende die in de bijsluiter staan. Ik ben wat sneller moe de laatste dagen. Dat is het wel. Gewoon op tijd naar bed en genoeg koffie in de morgen. Dan kom ik de dag wel door.