Mijn gevangenis

Ik leef al mijn hele leven in een gevangenis; een gevangenis gevormd door mijn eigen lichaam. Met de maatschappij als cipier. Die gevangenis houdt mijn innerlijk gevangen en heeft een nette hoge muur om haar heen gebouwd, zodat ze maar niet naar buiten kan. Voordat ik wist dat het ook anders kon, was dat niet eens zo erg. Maar sinds ik eenmaal op verlof ben geweest en van de vrijheid geproeft heb, valt het me zwaar om terug mijn cel in te moeten voor het dagelijks leven.

De maatschappelijke discussie over de zogenaamde luxe van de Nederlandse gevangenissen laaien zo af en toe weer op. Onlangs zag ik een aflevering van het TV-programma Buch in de Bajes. Nederlandse gevangenissen lijken geenszins op wat wordt vertoont in Locked-Up Abroad, wat in beeld brengt hoe gevangenissen in bijvoorbeeld zuid-oost Azië en Zuid-Amerika, er van binnen uitzien. Wel hoor je van de gedetineerden waar Menno Buch mee spreekt dat niet de aan- of afwezigheid van luxe het in de gevangenis zitten zwaar maakt, maar het gebrek aan vrijheid. Dat je niet kan doen wat je wilt, wanneer je dat wilt en op de manier waarop je dat wilt. Aan dat gevoel, dat gebrek aan vrijheid, kan ik relateren. Ik heb verder namelijk wel alle luxe die ik zou kunnen wensen, maar geen vrijheid. Zonder die vrijheid is die luxe weinig waard.

Mijn gevangenis weerhoud mij ervan om me te kunnen en durven uiten zoals ik dat wil. Bepaalde gevoelens en interesses aan de buiten wereld tonen, dat is eng en moeilijk. Die beperkingen ervaar ik dagelijks, in allerlei kleine dingen. Dingen waar anderen, die geen genderdysforie hebben, waarschijnlijk niet eens over nadenken. Dingen als het kopen van kleding, keuze in accessoires, publieke toiletten, keuze in tijdschriften (krijg ik standaard de vraag of het een cadeautje is) naar de kapper, of een schoonheidsspecialist gaan. Bij die laatste twee heb ik no zo ongeveer een vaste openingszin: “Ik ben transseksueel, en streef naar een vrouwelijker voorkomen…..” Over het algemeen uit dat in een aangenaam gesprek over mijn proces. Maar daar wil ik toch wel vanaf. Ik wil aangezien worden voor wíe ik ben niet voor wát ik ben. Als ik zin heb om de Viva te lezen, of de Elle, of een ander tijdschrift dat ik nooit las. Dan is dat niet omdat ik daar plotseling interesse in heb gekregen, dan is dat omdat ik nu begin uiting aan die interesses te durven geven.

Ik wil eigenlijk maar één ding: gewoon kunnen zijn wie ik ben. In alle vrijheid, zonder beperkingen, zonder rare blikken, zonder commentaar. Ik heb nu al 29 jaar in mijn gevangenis geleefd, ik vind het genoeg! Ik heb er genoeg van dat er maatschappelijk wordt bepaald wat ik allemaal wel en niet mag. Het einde van mijn straf komt in zicht en zo af en toe heb ik al proefverlof, na bijna 30 jaar zonder echte vrijheid om mezelf te kunnen zijn. Ondanks dat al die vrijheid me best angst inboezemt heb ik genoeg van mijn gevangenis. Ik laat me niet meer terug stoppen. Ik laat niemand mijn regime verzwaren en ik laat zeker niet toe dat mijn straf wordt verlengd. Ik wil mijn gevangenis uit!

Verhuisplannen

Over een maand krijg ik de sleutel van mijn nieuwe appartementje. Vers gerenoveerd dus zonder vervelende nalatenschappen van vorige bewoners. Zoals die baby-diarreebruine muur, waar vijf (!) lagen extra dekkende verf overheen moesten om het toonbaar te maken, in mijn vorige woning. Het wordt de eerste keer dat ik een woning zonder enige beperkingen, buiten de bouwkundige dan, kan inrichten. Ik hoef alleen maar rekening te houden met mijn eigen smaak en wensen. Dat geeft vrijheid, maar ook wel keuzestress. Om die stress te beperken koop ik zoveel mogelijk bij de Ikea, dan blijft het nog een beetje overzichtelijk.

Ik heb al heel wat gebrainstormd over mijn toekomstige inrichting. Hoofdzakelijk de planning van mijn keuken, daar heeft al veel meer tijd en energie ingezeten als alle andere ruimten bij elkaar. Het is maar waar je prioriteiten liggen. Nu het allemaal dichterbij komt toch ook maar eens gaan nadenken over de rest van het interieur. Gelukkig heb ik daar in grote lijnen al een plan voor. Ik houd van rust, ik kan een hele dag thuis zijn, bezig met huishoudelijke zaken zonder muziek, radio of tv. Stilte is fijn. Maar ook visueel houd ik van stilte. De basis voor mijn woonkamer zal dan ook wit zijn. Witte muren, wit plafond, witte kasten. Grootste punt van twijfel is de vloer: lichtgrijs, middengrijs of donkergrijs. De kleuren breng ik er wel in met accessoires, kussentjes en dingen aan de muur.

Dan mijn slaapkamer. Helaas is die te klein voor een hemelbed. Mogelijk neem ik zelfs helemaal geen bedombouw, maar slechts een losse boxspring op pootjes. Dat is nog even te bezien en afhankelijk van de uiteindelijke exacte indeling. Verder wordt er minstens één muur roze. Toverwoord is eigenlijk wel prinsessenslaapkamer. Is dat compensatie gedrag? JA! Absoluut! Vroeger heb ik dat nooit gehad. Nu haal ik dat gewoon in. De exacte kleur roze uitzoeken wordt nog lastig, laatst was ik bij een bouwmarkt glurend naar de verfstaaltjes: er zijn een he-le-boel kleuren roze. Had ik het niet over keuze stress? Al weet ik al wel zeker dat ik géén van de Disneyprinsessen wil. Zeker de laatste generatie is gewoon van ná mijn tijd. Misschien dat ik opzoek ga naar een poster van Alice in Wonderland.

Nu ik alleen maar rekening heb te houden met mijzelf ga ik me ook niet meer laten leiden door maatschappelijke conventies over wat ‘hoort’ of past. Al een paar maanden geleden zag ik in een etalage deze Nijntje lampen. Ik was er gelijk verliefd op. Minstens één wil ik er voor in mijn huiskamer, de grote. Als vloerlamp (grote Nijn is 80 cm hoog) of op een dressoir. Dat moet zich nog gaan uitwijzen. Maar dat er eentje komt staat wel vast.  Ik heb me al lang genoeg geconformeerd aan hoe ik zou moeten zijn, ik ben daar wel klaar mee.