Sauna

Aankomend weekeinde heb ik een dagje sauna geboekt met vrienden. Zin in! Het is lang geleden dat ik naar een sauna ben geweest. Een dagje ontspannen, zweten, bubbelen, scrubben en weken, ik kijk er echt naar uit. Tijdens het reserveren zag ik op de site van de sauna ook iets over badkledingdagen, een collega hoorde ik er laatst ook over.

Van badkledingdagen heb ik het nut niet zo heel erg ingezien. Ik ben altijd naar gewone naaktsauna’s geweest. De enige keren dat ik met enige vorm van bedekking in een sauna heb gezeten was tijdens mijn stage, waar personeel gebruik mocht maken van wat heette de ‘Leisure Club’. Ik heb daar nogal wat uren na het werk in bubbelbaden gezeten, tot het moment dat ik er zelfs spierpijn aan over hield. Ook in het minuscule zweethokje dat voor sauna doorging heb ik aardig wat tijd doorgebracht. Daar wel in een zwembroek en echt lekker vind ik het niet met iets aan. Ik heb ook gehoord van sauna’s waar de sauna naakt is en de baden gekleed. Moet je steeds je natte zwemkleding aan het aantrekken. *ril*

Badkleding brengt nog een boel andere vragen met zich mee. Ten eerste: wat trek ik dan aan? Het type lange zwembroeken wat ik droeg voel ik mijzelf niet prettig bij. Ieniemienie bikini’s zullen ‘m ook niet worden. Wat ik dan ook kies, mijn fysiek is momenteel gewoon raar. Mijn lichaamsvet is zich aan het verplaatsen. Borstgroei is zichtbaar maar stelt nog niet veel voor. Als mijn haar nat is vallen mijn inhammen extra op. Badkleding maakt de boel alleen maar gecompliceerder, ik ga gewoon naakt. Stuk eenvoudiger en comfortabeler. Wat anderen denken zal mij echt totaal niets uitmaken.

 

Royale with cheese

Nu ik zo een tijdje aan de hormonen zit en mijn leven langzaam aan een nieuwe vorm begint te krijgen zijn het de kleine verschillen die beginnen op te vallen. “You know what the funniest thing ‘bout Europe is? It’s the little differences.” Van een boel zaken had ik wel verwacht dat ze anders zouden kunnen zijn, maar bij sommige zaken sta je eigenlijk gewoon niet stil en kom je pas gaande weg achter. Ik eet geen Quarter Pounders meer, ik eet tegenwoordig een Royale with Cheese. Nou ja, in theorie dan. Mijn fastfood consumptie is dramatisch gedaald sinds mijn vriezer altijd voorzien is van zelfgekookte kant-en-klaar maaltijden.

Mijn favoriete slaaphouding is mijn favoriete slaaphouding niet meer, door de groei van mijn borsten Vroeger sliep ik meest op mijn buik, mijn kussen opzij geduwd en vooral vlak op mijn matras. Dat is nu toch echt niet meer comfortabel. Ik draai en duw nu net zolang met kussens tot ik lekker lig, meestal is dat half op mijn zij. Om diezelfde twee redenen als mijn slaaphouding is het nu ook lastiger om grote zware dingen te dragen. Om de last zo makkelijk mogelijk te dragen houd je deze zo dicht mogelijk bij je lichaam. Nou ik heb al een aantal keren op mijn tanden moeten bijten om een kreet van pijn te onderdrukken. Zelfs de trap aflopen doe ik anders, dat vergt nu al enige behoedzaamheid.

Ik ben ook door schade en vooral schande wijs geworden waar de etiquetteregel over de vork of lepel naar je mond brengen (en niet andersom) vandaan komt. Een hap haar in mijn brinta tijdens een gehaast ontbijt heeft me voor eens en altijd van een slechte gewoonte afgeholpen. Dat lange haar zit me wel vaker in de weg. Met koken en lezen bijvoorbeeld, of gewoon op mijn werk. Gelukkig zijn daar haarspeldjes voor om het uit de weg te houden. Alleen bij het slapen, als ik die speldjes uit doe, vergt zo’n dot haar over je neus  als je gaat liggen nog gewenning.

Wat me ook enorm opvalt is het gebrek aan pukkeltjes en de ontzettend gave huid die ik aan de pillen heb overgehouden. Een verdwaalde mee-eter of puistje kom ik nog wel eens tegen, maar ze zijn een zeldzaamheid geworden. Een schril contrast met vroeger, toen mijn huid een onuitputtelijke bron van uitknijpbare narigheid was. Of zoals de fotografe opmerkte bij de foto die ze maakte (en die te zien is in mijn blogje Twee Portretten): “Check die huid! Dat is géén photoshop!” Voor je dan andere dingen gaat denken: de enige make-up die ik daar draag is wat mascara.

Kleding is nog zoiets waar ik kleine verschillen in heb gemerkt. Laatst had ik wat klusjes in huis te doen. Voor het gemak maar even een oude broek en oud shirt aangetrokken. Met mijn geschiedenis is het natuurlijk niet raar dat mijn oude kleding nog van de herenafdeling is gekomen. Dat ik dat zo lang heb kunnen dragen. Het is stug, laakt elke hint van een pasvorm, het rekt niet…. Het zit gewoon niet lekker. Na het klussen snel gedouched en vooral omgekleed. Dat mijn buikje, wat ik ook al had toen mijn BMI ruim onder de 20 lag, wat meer zichtbaar is neem ik wel op de koop toe.

Tot slot heb ik gemerkt dat ik mijn lichaam meer ben gaan waarderen. Vroeger had ik op een vrije dag al snel voldoende aan het een aantrekken van een willekeurige broek en shirt. Twee verschillende sokken? Dat ziet toch niemand. Tegenwoordig schep ik er voldoening in om ook op mijn vrije dag veel meer tijd en aandacht te besteden aan mijn persoonlijke verzorging en voorkomen. Gewoon voor mijzelf omdat het goed voelt. Zelfde geldt voor voeding. Ik maak me veel meer druk over gevarieerd eten met voldoende groenten, het liefste vers bereidt of anders zelf ingevroren maaltijden.

Keuzestress

Ik houd niet van kiezen. Dat ik voor mijn nieuwe woning álle meubels bij de Ikea haal is niet alleen maar omdat het zo handig en goedkoop is: het beperkt de opties. Minder keuzes is minder keuzestress. Dat heb ik in restaurants net zo,  ik houd niet van menukaarten met meer dan drie voor-, hoofd- en nagerechten. Ook omdat ik uit ervaring weet dat een grotere keuze de kwaliteit er meestal niet beter op maakt. Als ik een vers schepijsje wil bestellen val ik meestal terug in de geijkte combinatie: chocolade, citroen en yoghurt zonder slagroom.

Dus ik woon straks fijn in een Ikeashowroom. De vloer, de meubels, de keuken, het bed, het matras, de garderobekasten. Het komt allemaal uit de grote blauwe blokkendoos met gele letters. Jammer dat ze géén verf verkopen, anders had ik die daar óók gekocht. Overigens ben ik nog opvallend weinig van de iconische inbusboutjes tegen gekomen. Het is toch voornamelijk met van die platte ronde schijven die de boel aan elkaar vast klemmen. Die zullen vast een naam hebben, ik ken ze vooral als onderdeelnummer #110630 en #114613.

Die keuzestress heb ik voor de grootste keuze in mijn leven nooit gehad. Wat nog maar eens bevestigt dat het helemaal geen keuze is. Als al niet eens kan kiezen welke smaak ijs ik wil. Zou ik dan zomaar kunnen kiezen om voortaan maar als het andere geslacht door het leven te gaan. Neuh. Zoals ik het al eens eerder schreef is dit helemaal geen keuze en wil ik helemaal niet aan de hormonen en mijn leven op zijn kop zetten en meer van dat al. Toch doe ik dat, om mijn gevoel te volgen. Ik bezie mijn genderdysforie als een lichamelijke afwijking die verholpen kan worden. Vergelijkbaar met polydactylie waar er ook wat overtollige lichaamsdelen zijn.

Door het proces wat mijn leven op zijn kop aan het zetten is doe ik wel tal van bijzondere en zeldzame ervaringen op. Naar veel ben ik gewoonl erg nieuwsgierig, of ik dat glazen plafond op mijn hoofd ga krijgen bijvoorbeeld. Maar het brengt ook weer andere keuzestress met zich mee, angst voor gevolgen groter dan een ijsje dat niet lekker is. Gevolgen die al eerder zijn uitgedraaid op verbaal en zelfs fysiek geweld. Ook al heb ik dat zelf nooit meegemaakt en heb ik tot nu toe eigenlijk alleen positieve reacties gehad. Dus vanuit persoonlijke ervaring heb ik helemaal geen reden om bang te zijn. Toch zijn die angsten er en brengen ze een enorme onzekerheid mee.

Die angsten draaien vooral rondom plaatsen waar ik mijn anatomie niet (makkelijk) kan verbergen, of waar nog erg territoriaal wordt gedaan om het fysiek scheiden van de beide sekses: gescheiden toiletten en kleedkamers.

Al vroeg laatst iemand of ik nog wel naar de sauna zou durven. Daar heb ik niet zoveel moeite mee. Zeker nu het nog makkelijk is en mijn lichaam toch nog redelijk mannelijk eruitziet. Wanneer ik verder ben en dus bijvoorbeeld een andere vetverdeling heb en de borstgroei op gang gekomen is zou ik er zelf ook niet zo mee zitten. In de sauna is iedereen gelijk en vooral naakt. Of je nu mannelijke en vrouwelijke kenmerken op verschillende personen ziet of  samen in één persoon moet niet zoveel uitmaken vind ik. Ik herinner me  nog mijn eerste sauna bezoek, waar ik mij een seconde of drieënhalf lang afvroeg waarom er maar één kleedkamer was…

Daar waar de naaktheid gescheiden is moet ik weer gaan kiezen. Neem ik het deurtje wat past bij mijn biologie, of het deurtje dat past bij mijn psyche. Liefst het laatste natuurlijk, al was het alleen maar vanwege die toffe superhelden cape.

Dan moet ik ineens een keuze gaan maken en gaan nadenken over dingen waar de meeste mensen nimmer ook maar een moment in hun leven bij stil zullen staan. Om die reden vermijd ik openbare toiletten ook zoveel mogelijk. Ook al werd ik laatst door een straatventer aangesproken met “Mevrouw” (ik zou haast om die reden alleen al een abonnement bij ‘m hebben afgenomen). Als dat shirt en die broek uitgaat dan veranderd dat al vrij snel. Dat weerhoudt mij om te gaan sporten. Ik ben niet het type dat met Learn to Run op de ipod gaat hardlopen, ik heb niet eens een ipod. Van zelfdiscipline loop ik niet over en heb gewoon een goede stok achter de deur nodig. In de vorm van groepslessen volgens een vast schema bijvoorbeeld. Als ik dan behalve wat conditie opbouw ook nog wat kan werken aan mijn houding en lenigheid is dat natuurlijk mooi meegenomen. Maar dan kom je weer uit bij sportscholen met kleedkamers, waar je dan moet gaan kiezen. Een collega met wie ik in gesprek was en waar dit in ter sprake kwam pareerde mijn angst: “Dan kies je toch zeker wel de dameskleedkamer!” Alsof het de normaalste zaak van de wereld was, wat dat betreft heb ik het enorm getroffen met mijn werkkring. Dat nam mijn angst wel deels weg, maar niet helemaal.

Als ik ga sporten, dan zal ik hier nog eens goed over na moeten denken. Deurtje met of zonder cape? Die keuzestress is nog lang niet verdwenen.

Lijfelijke veranderingen

Voor iemand die niet bij is met het geslacht waarmee ze geboren is, ben ik eigenlijk best tevreden over mijn lichaam. Als men wel eens vraagt wat ik aan mijn lichaam zou willen veranderen, dan weet ik daar nooit heel goed een antwoord op. Je behalve the obvious dan. Natuurlijk wil ik borsten en heupen en een taille. Hoewel ik die laatste al een beetje heb, maar ik ‘m meestal (vooral op mijn werk) verberg onder loszittende kleding. Dat zal nog wel even duren, maar uiteindelijk moeten die dingen wel gaan komen, onder invloed van medicatie.

Vroeger had ik als standaard antwoord op die vraag: “Mijn huid.” Die is nu aan het veranderen. Ik ben altijd gezegend geweest met wat een onzuivere huid heet. Altijd last van pukkels en scheerirritatie en mee-eters en puistjes. Ik heb ooit eens make-up advies gehad en toen is zo ongeveer mijn halve gezicht groen gemaakt met concealer om die roodheid maar te maskeren. Geen succes dus. Nu zou dat een heel stuk minder zijn.

Wat ik ook graag wil veranderen is mijn baardgroei. Ook daar ben ik nu mee bezig. Deze morgen heb ik een tweede sessie laser-ontharing gehad om van mijn baardgroei af te komen. Voor wie er niet bekend is met de techniek: ze schieten laserpulsen op je huid af die de haarwortels verbranden. Het haarzakje is daarna niet, of veel minder in staat om een nieuwe haar te vormen. Ik zei verbranden, dat betekend dus dat je zo’n 20 minuten lang de geur van je eigen verschroeide haar mag opsnuiven. Aan de ene kant niet heel erg prettig, maar aan de andere kant is het de geur van succes. Pijnloos is het ook niet, al zit ik er meer mee dat ik me twee dagen niet heb mogen scheren om genoeg stoppel te hebben voor de laser.

Andere dingen die ik graag anders zou zien aan mijn lijf: dat buikje weg. Het gekke is dat je mijn ribben van een afstandje kunt tellen, ik kan niet zeggen dat ik dik ben. Het beetje vet dat ik heb, en dat is niet veel,  heeft besloten zich te verzamelen op mijn buik. Waar ik ook soms van baal, vooral in de winter, zijn mijn lange armen. Mouwen van jassen zijn gewoon heel vaak te kort waardoor ik koude polsen en handen krijg. Gelukkig zijn de afgelopen seizoenen gebreide armwarmers vrij gangbaar geweest in het modebeeld.

Wat ik eigenlijk het meest vervelende aan mijn lijf vind is mijn schoenmaat. Op zich is die in prima verhouding tot mijn lichaamslengte. Ik vind mijn voeten er niet enorm groot uitzien. Maar met maatje 43 (en soms 44) is het kopen van schoenen een uitdaging. De gangbare damescollecties gaan vaak tot maat 41 of 42. Er zijn wel leuke schoenen in maat 43 of 44 te vinden, maar de keus is  een stuk beperkter zowel in modellen als in prijscategorie. Ik zal nooit bij zo’n goedkope schoenoutlet slagen voor een tientje voor een paar schoenen die een half seizoen mee kunnen. Ik ben veroordeeld tot degelijke schoenen, die vooral ook een degelijke prijs hebben. Als mijn schoenmaat gewoon maar twee maten kleiner zou zijn, dat zou het leven een stuk vereenvoudigen.

Een laatste wat ik aan mijn lichaam zou willen veranderen is mijn houding. Door mijn lengte heb ik al snel de neiging om mijn schouders naar voren te laten hangen en wat krom te lopen. Een hele goede vriendin van mij zij laatst al tegen me: “Jij MOET hakken, dat is goed voor je!” Nu ben ik al lang zat, dus daarvoor hoef ik het niet te doen. Maar ik zal me er ook niet door laten tegenhouden. Hakken staan voor zoveel meer dan alleen maar wat langer lijken. Ze veranderen je houding, doen beenspieren aanspannen en geven een boost aan zelfverzekerdheid. Het er mooi op lopen vergt alleen nog enige oefening. Maar als ik zo wel eens naar de zwikkende enkels om me heen kijk op het station of in de stad ben ik daar niet de enige in. Ik wil sowieso nog wel eens langs iets van een bewegingscoach, die bestaan vast. Mijn manier van lopen, staan, mijn algehele lichaamshouding, waar ik mijn handen laat. Die dingen zijn voor mij een constante bron van zelfbewustzijn, op de negatieve manier.