Royale with cheese

Nu ik zo een tijdje aan de hormonen zit en mijn leven langzaam aan een nieuwe vorm begint te krijgen zijn het de kleine verschillen die beginnen op te vallen. “You know what the funniest thing ‘bout Europe is? It’s the little differences.” Van een boel zaken had ik wel verwacht dat ze anders zouden kunnen zijn, maar bij sommige zaken sta je eigenlijk gewoon niet stil en kom je pas gaande weg achter. Ik eet geen Quarter Pounders meer, ik eet tegenwoordig een Royale with Cheese. Nou ja, in theorie dan. Mijn fastfood consumptie is dramatisch gedaald sinds mijn vriezer altijd voorzien is van zelfgekookte kant-en-klaar maaltijden.

Mijn favoriete slaaphouding is mijn favoriete slaaphouding niet meer, door de groei van mijn borsten Vroeger sliep ik meest op mijn buik, mijn kussen opzij geduwd en vooral vlak op mijn matras. Dat is nu toch echt niet meer comfortabel. Ik draai en duw nu net zolang met kussens tot ik lekker lig, meestal is dat half op mijn zij. Om diezelfde twee redenen als mijn slaaphouding is het nu ook lastiger om grote zware dingen te dragen. Om de last zo makkelijk mogelijk te dragen houd je deze zo dicht mogelijk bij je lichaam. Nou ik heb al een aantal keren op mijn tanden moeten bijten om een kreet van pijn te onderdrukken. Zelfs de trap aflopen doe ik anders, dat vergt nu al enige behoedzaamheid.

Ik ben ook door schade en vooral schande wijs geworden waar de etiquetteregel over de vork of lepel naar je mond brengen (en niet andersom) vandaan komt. Een hap haar in mijn brinta tijdens een gehaast ontbijt heeft me voor eens en altijd van een slechte gewoonte afgeholpen. Dat lange haar zit me wel vaker in de weg. Met koken en lezen bijvoorbeeld, of gewoon op mijn werk. Gelukkig zijn daar haarspeldjes voor om het uit de weg te houden. Alleen bij het slapen, als ik die speldjes uit doe, vergt zo’n dot haar over je neus  als je gaat liggen nog gewenning.

Wat me ook enorm opvalt is het gebrek aan pukkeltjes en de ontzettend gave huid die ik aan de pillen heb overgehouden. Een verdwaalde mee-eter of puistje kom ik nog wel eens tegen, maar ze zijn een zeldzaamheid geworden. Een schril contrast met vroeger, toen mijn huid een onuitputtelijke bron van uitknijpbare narigheid was. Of zoals de fotografe opmerkte bij de foto die ze maakte (en die te zien is in mijn blogje Twee Portretten): “Check die huid! Dat is géén photoshop!” Voor je dan andere dingen gaat denken: de enige make-up die ik daar draag is wat mascara.

Kleding is nog zoiets waar ik kleine verschillen in heb gemerkt. Laatst had ik wat klusjes in huis te doen. Voor het gemak maar even een oude broek en oud shirt aangetrokken. Met mijn geschiedenis is het natuurlijk niet raar dat mijn oude kleding nog van de herenafdeling is gekomen. Dat ik dat zo lang heb kunnen dragen. Het is stug, laakt elke hint van een pasvorm, het rekt niet…. Het zit gewoon niet lekker. Na het klussen snel gedouched en vooral omgekleed. Dat mijn buikje, wat ik ook al had toen mijn BMI ruim onder de 20 lag, wat meer zichtbaar is neem ik wel op de koop toe.

Tot slot heb ik gemerkt dat ik mijn lichaam meer ben gaan waarderen. Vroeger had ik op een vrije dag al snel voldoende aan het een aantrekken van een willekeurige broek en shirt. Twee verschillende sokken? Dat ziet toch niemand. Tegenwoordig schep ik er voldoening in om ook op mijn vrije dag veel meer tijd en aandacht te besteden aan mijn persoonlijke verzorging en voorkomen. Gewoon voor mijzelf omdat het goed voelt. Zelfde geldt voor voeding. Ik maak me veel meer druk over gevarieerd eten met voldoende groenten, het liefste vers bereidt of anders zelf ingevroren maaltijden.

Vol verwachting…

Terugbellen zijn ze bij het Genderteam niet heel sterk in. Afgelopen vrijdag zou ik gebeld worden om me te informeren van het besluit van het teamoverleg. Of er geen bezwaren zijn van de andere psychologen of artsen die ook mijn dossier met alle gespreksverslagen en uitslagen van testen en bloedonderzoek te zien krijgen. De psycholoog met wie ik dat voortgangsgesprek had zou een positief advies geven in het overleg. Heb ondertussen ook al een dexa-scan (botdichteidsmeting) en een stemonderzoek bij de KNO-arts gehad en een afspraak bij de endocrinoloog voor aanstaande vrijdag op zak.

Toch drukt het op me, ik ben er zelf 99% zeker van dat het advies postief gaat zijn. Er blijft een kleine kans dat een van de psychologen ergens in het dossier een bezwaar vind of een arts een contra-indicatie ziet in mijn bloedwaarden. Dat kan het proces blokkeren, of voor uitstel zorgen. De kans daarop is miniem en feitelijk afwezig, de zekerheid is dat ook: afwezig. Ik vind het slordig dat als er wordt toegezegd dat er gebeld wordt dit dan niet gebeurd. Het gaat hier om grote ingrijpende zaken. Het is niet een bevestiging van een internetabonnement wat je hebt afgesloten. Het is iets wat grote ingrijpende gevolgen heeft voor de rest van mijn leven. Zal niet de eerste keer zijn dat ik zelf maar even achter dit soort dingen aan moet bellen.

Ondertussen ga ik zelf gewoon lekker verder met mijn transitie en mijn lichaam denkt daar ook  zo over. Gisteren wist mijn lijf me even duidelijk te maken dat dameskleding toch echt van dunnere, soepelere stof gemaakt is en berekend op het dragen  meerdere laagjes, vooral op twee specifieke plaatsen. Om het geheel netjes en vooral kuis te houden toch last-minute een hemdje aangetrokken. Als dat een voorbode is van hoe ik ga reageren op het volgende pakket hormonen dan heb ik straks geen klagen, ook al zal ik dan eerder aan bh’s moeten dan verwacht. Merkte ook al op dat ik hoognodig naar de kapper moet, de scheiding in mijn haar klopt niet meer. Ik heb er een gewoonte van gemaakt om die scheiding vanuit één van mijn inhammen te leggen. Dat wordt steeds lastiger, die inhammen beginnen langzaam wat dicht te groeien. Mijn kapsel vergt interventie van een goede kapper. In elk geval: de androcur doet zijn werk, mijn angst voor kaal worden is gesust.

Zomerkleding en voortgangsdrempels

Het is weer zomer, ook al laat de temperatuur het na een warme lente een beetje afweten. Zomer betekent de tijd van luchtige kleding, korte mouwen en blote benen. Al die zomerkleding is weer stof tot nadenken. Het zet mij voor een dilemma, een drempel die ik niet goed over durf. Ik voel mij nu een beetje half-om-half. Ik wil graag de vrouwelijke kant op in mijn voorkomen, vrolijke en vooral koele zomerjurken dragen, maar wordt helaas nog altijd standaard en meestal zonder aarzeling gemeneerd. Daardoor durf ik niet goed een expliciet vrouwelijker kledingstijl aan te meten en blijf ik hangen in min of meer androgyne nietszeggende t-shirts en driekwart lengte broeken. Dat geeft mij weer veel mannelijker voorkomen, men gaat meneer tegen me zeggen en het cirkeltje is weer rond.

Ergens zou ik het liefst een complete zomergarderobe aanschaffen in een vintage-fifities stijl. Merken als King Louie en Who’s that Girl (waar een collega me vandaag over tipte) vind ik echt helemaal geweldig. Polkadots, vrolijke felle kleuren, bloemenprintjes, the works. Maar dan  loop ik weer tegen die drempel aan: durf ik wel zulke opvallende kleding te dragen? Is het nog niet een stap te ver? Mijn onzekerheden en zelfbewustzijn nemen nu alweer een loopje met me.

That’s me! Na zo’n zes weken cyproteronacetaat.

Afgelopen week heb ik een stijltang gekocht om dat rare krullerige haar eens een beetje in het gareel te krijgen. Ik houd niet van mijn krullen, nooit van gehouden ook. Stijlen dus. Op verzoek van een vriendin die nieuwsgierig was naar het resultaat maakte ik deze foto. (Jawel, Fading Gender krijgt een gezicht.) En eerlijk gezegd is dit de eerste foto ooit waarvan ik zelf vind dat ik er leuk op sta.  terugkijkend is dat wel triest, maar ik leef in het heden en kijk liever vooruit. De veranderingen na een week of zes enkel cyproteronacetaat zijn nog klein maar zichtbaar, het geeft mijzelf een gevoel van vooruitgang. In reactie op deze foto kreeg ik diverse reacties op deze foto. Onder andere de tip om te experimenteren met haarbanden en een rechte pony, om zo mijn inhammen te camoufleren. Eentje kan ik wel verbergen met mijn eigen haar, ook die andere kant verbergen zal niet lukken zonder dat het een obvious comb-over wordt. Ik overweeg om in de toekomst het te laten opvullen met een transplantatie. De toekomst zal moeten uitwijzen of daar een noodzaak aan is.

Terug naar de zomerkleren. Dezelfde collega die mij over Who’s that Girl tipte, stelde ook al voor om iets van een bijpassende haarband te dragen. Dat strookt ook nog eens helemaal met de fifties look and feel van die kleding. Zo keren we ook weer terug naar waar ik dit blogje mee begon: die drempel over. Ik zal eens die stap moeten zetten om mijn voorkomen te veranderen. Dan niet alleen op besloten feestjes met vrienden de me gewoon accepteren voor wie ik ben en door het hele issue van transseksualiteit heen kijken. De keren dat ik buiten die comfortzone ben getreden is nog heel beperkt. Niet al te opvallende zwarte jurk met voor de ‘veiligheid’ nog een paar jeans eronder.

Die drempel moet ik over. Want als ik fulltime ga leven als mezelf, en me ook als vrouw zal moeten presenteren naar de buiten wereld zal ik nog niet enorm veel hulp hebben gehad van de medicatie. Ja, de anti-androgenen die ik slik zorgen voor een langzame ontmannelijking. Maar de echte vrouwelijke kenmerken komen pas naar voren als de oestrogenen beginnen in te werken. Het moment dat ik begin met oestrogenen, zal samenvallen met het moment dat ik full time ‘om’ ga. Ik zal het in het begin dus op eigen kracht moeten doen.

In de komende weken heb ik nog wat vrije tijd die ik niet hoef te besteden aan mijn nieuwe huis. Wellicht dat ik naar de Amsterdamse 9 straatjes afreis om wat kleding te shoppen en gewoon maar over die grote enge drempel heen moet stappen. Gelukkig zijn er nog gradaties tussen onopvallende karakterloze outfits en over de top frilly bloemetjes. Ondertussen ook opzoek naar een deskundige logopedist in de buurt.