Dapper?

Vanavond is de derde aflevering van Arie Boomsma’s documentaire ‘Hij is een Zij’ op tv. Over dat programma heb ik al veel goede reacties gekregen van vrienden, collega’s en familie. En ik heb er niet eens aan meegewerkt. Maar zoals ik twee weken terug ook al schreef vind ik het zelf ook een heel sterk programma. De heftigheid van een transitie en de impact die het op iemand heeft wordt goed en integer in beeld gebracht. Het is ook echt een aanrader om te kijken.

“Als het een keus was, dan zou ik ‘m niet maken.”

De reactie die ik veel krijg, ook al in het verleden is dat mensen mij dapper vinden, of moedig, of knap dat ik het aandurf om de transitie in te gaan. Maar ik vind mijzelf helemaal niet zo dapper. Ik zal het uitleggen. ‘Dapper’ impliceert dat er een keus is en een alternatief om het niet te doen. Een ridder kan ervoor kiezen om de queeste naar de schone deerne aan een volgende over te laten, ridders genoeg. Anders zijn er altijd nog Ogers die de draak kunnen verslaan. Zoals Bo het in het programma Hij is een Zij verwoordt, dat is precies hoe het voor mij ook voelt: “Als het een keus was, dan zou ik ‘m niet maken.” Ze spreekt deze woorden tijdens haar coming-out voor haar klas. Lang geleden heb ik hier ook al eens over geschreven in ‘Ik wil dit niet!’. Als ik die keus had dan zou ik ‘m ook niet nemen. Dan zou ik de zware queeste lekker aan een andere noeste ridder overlaten. Maar helaas is er niemand anders dan ikzelf die op avontuur moet. You may call me Princess Charming.

Met dat moedig en dapper vind ik het dus wel meevallen. Ik zal nooit ontkennen dat het makkelijk is om te leven met genderdysforie. Want dat is het niet. Grappen die de impact ervan bagatelliseren zijn ook de enige waar ik echt boos om kan worden. Daar heb ik gewoon niet genoeg zelfspot voor om naar gewoon mee te lachen. Maar ik zit nu eenmaal met dat verkeerde lichaam opgescheept en ik probeer er gewoon het beste van te maken. Gelukkig heb ik daar in mijn omgeving ruime steun bij. Het helpt echt heel erg dat familie, vrienden en collega’s er goed en begripvol mee omgaan. Het doet me minder een freak of nature voelen, ik voel me door hen gesteund en gewaardeerd als mens en persoon, niet als curiosum.

“If life gives you lemons, you make lemonade.” Zegt men in het Engels. Dat is wat ik doe: het beste ervan maken. Ik kan er niet voor kiezen om geen genderdysforie te hebben. Het beste is in mijn geval mijn persoonlijkheid volgen en mijn lichaam daar op aan te passen. en dat wordt gelukkig mogelijk gemaakt door de medische wetenschap. Ook al heb ik al een boel angsten te overwonnen en zullen er nog wel wat te overwinnen zijn, ik vind dat het met dapper wel meevalt. Maar ik snap dat het er van buitenaf uitziet als moedig om aan een van de meest basale kenmerken van je bestaan te sleutelen. Ons geslacht is tenslotte nog steeds het eerste in je leven waarmee je geïdentificeerd wordt, tegenwoordig zelfs al voor je geboorte.

Of dat dapper en moedig is? Vanuit een maatschappelijk referentiekader vast wel, voor mij voelt het gewoon als (over)leven.

Zorgverzekeringen

Het is zover, de eerste spotjes die me proberen over te halen om over te stappen op een andere zorgverzekering zijn weer op de radio. Maar als ik de verhalen om me heen hoor denk ik niet dat zorgverzekeraars me graag als klant zien komen. Nu moet ik zeggen dat ik met mijn eigen zorgverzekeraar nooit moeite heb om mijn declaraties vergoed te krijgen, bij andere bedrijven is dat lastiger. Namen noemen ga ik hier niet noemen. Mocht je als werknemer van een verzekeraar, ministerie of zorgautoriteit je aangesproken worden, dan mag je de hand in eigen boezem steken.

Wat declaraties betreft ben je als transgender niet eens bijzonder duur voor een zorgverzekeraar. Ik gebruik voor zo’n 50 euro aan medicijnen in de maand. (Ofwel ik betaal 7 maanden per jaar mijn medicatie zelf, uit mijn eigen risico). De bezoekjes aan de huidtherapeut zijn zo’n 150 euro per keer en die hebben een maximum. Dan heb ik nog de kosten die direct door het VUmc gedeclareerd worden. Zoals de driemaandelijkse controles bij de endocrinoloog en bloedtesten. De operatie zelf kost inclusief opname en nazorg niet meer dan een doorsnee hartoperatie.

De psychologen schitteren door afwezigheid in de bovenstaande opsomming. Voor de diagnose en psychologische begeleiding betalen de zorgverzekeraars in Nederland helemaal niets. Door het ontbreken van DBC-codes (Diagnose Behandel Combinatie, het systeem waar alle vergoedingen in zijn vastgesteld) bestaat genderdysforie niet in zorgverzekeringsland. De hormoonbehandeling gaat de boeken in als een schildklieraandoening en de geslachtsaanpassende operatie is ineens een behandeling tegen kanker. Voor de diagnostiek is er blijkbaar niet zo’n creatieve oplossing gevonden, de psychologen van het genderteam worden betaald uit de algemene middelen van het ziekenhuis.

Voor transgenders is het soms enorm moeilijk om hun declaraties uitbetaald te krijgen. De callcentermedewerkers lezen standaard scripts voor waar alleen de meest voorkomende kwalen in genoemd worden. Hetzelfde geld voor de medewerkers van de declaratieafdelingen. Als je vragen stelt die specifiek gaan over transgender-gerelateerde behandelingen dan krijg je in de meeste gevallen te horen dat die zorg niet binnen de basisverzekering valt.

Vooral de declaraties voor ontharing zijn berucht, zowel die voor het gelaat als die voor het operatiegebied. Het is zelfs zo erg dat de rekeningen voor het ontharen van het operatiegebied worden betaald door het VUmc. De huidtherapeut stuurt de factuur naar het ziekenhuis en krijgt zo zijn geld. Waarom deze weg? Verzekeraars doen té moeilijk met het betalen van deze rekeningen. Als de ontharing niet voltooid is kan de operatie geen doorgang vinden. Dit kan een bedreiging vormen de operatieplanningen en zelfs de kostbare operatietijd verspillen. 

Het gevecht om de declaraties voor gelaatsontharing uitbetaald te krijgen moet je wel zelf aangaan met de verzekeraar. Niet dat het iets is wat in een aanvullend pakket zit: het College voor Zorgverzekeringen heeft bepaald dat deze behandelingen moeten worden vergoed uit de basisverzekering (als zijnde een misvorming die afschrikwekkend is voor de buitenwereld). Om het iets makkelijker te maken stuurt het Genderteam hiervoor een brief met een diagnose naar de verzekeraar waaruit een toestemming zou moeten voortkomen. Voor mij was dat inderdaad genoeg. Maar voorbeelden van declaraties die na de toestemming door de verzekeraar voor de behandelingen alsnog worden geweigerd hoor ik vaak genoeg. Soms helpt dan een boze brief te sturen en het citeren van uitspraken van het CvZ. Andere keren is het nodig om er een rechtsbijstand bij te betrekken. Verzekeren tegen je verzekeraar, het is soms nodig.

Ik heb zelf nog geen problemen gehad met declaraties. Eén klein administratief dingetje met het overzetten van een polis, maar dat was met een telefoontje en een week geduld opgelost. Maar de frustratie bij anderen is vaak groot. De wachttijden bij het Genderteam zijn lang. Ik hoorde onlangs in het nieuws dat een wachttijd van 20 weken al onacceptabel zou zijn. Ik heb 15 maanden, ruim 60 weken, op een inhoudelijke afspraak moeten wachten. Als je dan eindelijk zover bent dan is dat gevecht tegen de zorgverzekering moeten voeren heel erg ontmoedigend. Enerzijds ben ik blij dat het Genderteam en het VUmc zich in rare administratieve bochten wringt om de zorg te kunnen bieden. Anderzijds is het bizar dat dit nodig is, terwijl deze zorg gewoon in de basisverzekering valt.

Een jaar out

Internationale Vrouwendag afgelopen vrijdag markeerde de dag dat ik precies een jaar daarvoor publiekelijk uit de kast kwam. Met een eenvoudig facebook berichtje en daarin de link naar de Open Brief op dit blog bracht ik mijn ‘dingetje’ in de openbaarheid. Mensen in mijn zeer nabije omgeving waren al op de hoogte, maar mijn wijdere sociale kringen nog niet. Met dit berichtje heb ik even de effectiviteit van het sociale netwerken op de proef gesteld. Ik kan wel stellen dat die netwerken prima hun taak hebben vervuld.Coming out

Een week na mijn coming out heb ik er al over gepost: over de bergen positieve reacties die ik kreeg. Via facebook, via e-mail, in persoon, alle reacties waren postitief. Ergens was ik best wel bang voor negatieve reacties. Ik had ervaringen gehoord over mensen die verstoten werden door hun familie, hun baan verloren, vrienden kwijt raakten. Internet is een zegen, maar soms kan je er beter niet komen. Net zoals je niet wat symptomen van een kwaaltje dat je hebt moet intikken in Google: je gaat altijd dood. Ook al heb je slechts een ingegroeide haar. Met coming-outs gaat het net zo: zeg je sociale leven en je baan en je familie en zelfs je veilige woonomgeving maar gedag.

Het tegendeel is waar. Ik werk nog steeds, ik heb een eigen huis, ik heb prima contact met familie, mijn vriendenkring is er nog steeds. Ook na een jaar zit ik nog steeds te wachten op een negatieve reactie. Slechter dan neutraal ter kennisgeving aannemen is het niet geweest. Vooral veel lof en steun en admiratie is mij het afgelopen jaar ten deel gevallen. Ik ben maar gestopt met wachten.

Ergens had ik helemaal niet zo publiekelijk uit de kast willen komen. Bij iedere andere aandoening had ik het lekker op de vlakte kunnen houden en alleen in relevante situaties ter sprake kunnen brengen. In de eerste alinea noem ik mijn genderdysforie een dingetje, voor mij is het dat niet maar als je een stap achteruit doet en naar het grote geheel kijkt is het niet meer dan dat. Zoveel mensen hebben een dingetje. Ik ken mensen die depressief zijn, verschillende varianten van het autistisch spectrum, burn-outs, reuma, fibromyalgie, kanker, diabetici… Allemaal dingen die persoonlijk heel ingrijpend zijn en het nodige vergen om mee te leven. Ik heb in dat rijtje de genderkaart getrokken met mijn dingetje. Helaas is kent de neuro-biologische afwijking die ik heb een behandeling die nogal opvalt. De medische wetenschap vind het onethisch om iemands persoonlijkheid te veranderen, dus veranderen we de verpakking. Voor die nieuwe verpakking moet je mensen waarschuwen. Het is net als bij het nieuwe Mona-toetje, daarvan worden over de verpakking ook hele reclamecampagnes opgezet.

Mijn blog is dat ook wel: een reclamecampagne voor mijn nieuwe verpakking. Het is in eerste instantie een manier van verwerken. Het schrijven helpt mij heel erg goed om mijn gedachten op een rij te zetten. Dat bericht van vorige week over de ontharing en operatie was voor mij heel therapeutisch. Het is ook narcistische zelfbevlekking, de WordPress statistiekenpagina is een van mijn favorieten. Maar ik schrijf ook voor anderen. Als bron voor informatie voor lotgenoten. Voor geïnteresseerden die meer willen weten over wat een transitie behelst.

Uit dat laatste vloeit voort dat ik graag meer acceptatie in de samenleving kweek. Persoonlijk mag ik alleen maar positieve reacties hebben gehad, dat is helaas niet standaard. Onder nieuwsberichten met genderdysforie als onderwerp zie ik nog vaak xenofobe opmerkingen staan. Dat gaat van: niet goed wijs, hij/zij zal altijd een man/vrouw blijven, ze moeten het lekker zelf betalen, aanstellerij… Let er maar eens op. Al kom ik tegenwoordig steeds vaker bondgenoten tussen die opmerkingen tegen, mensen die de xenofobie verbaal te lijf gaan. Vanuit deze insteek vind ik het ook meer dan uitstekend dat mensen reageren, liken, tweeten en retweeten en linkjes doorsturen.

Humor, herkenning én een boodschap

Via twitter kwam ik een fragment tegen uit het Belgische TV-programma Villa Vanthilt, een late-night talk show door Marcel Vanthilt op het Belgische net één. Het is een interview met Fran Bambust over het boek wat ze schreef. In een paar minuten zag en hoorde ik een heleboel herkenning, humor en een boodschap. Enfin, kijk het eerst maar even:

Frans boodschap: Er zijn te weinig probleemvrije transen met gezicht. Ze noemt zelf dat de transen die in de media komen meestal één van de vier P’s zijn: Pathetisch geval, Psycho of Prostituee zijn. (De vierde P mag je zelf terughoren in het filmpje.) Omgekeerd: er zijn nauwelijks transen in de media met een positieve uitstraling. Als ik in gesprek ben met iemand over mijn genderdysforie dan komt al snel “Kelly, je weet wel… die van big brother” ter sprake. Niet bepaald het rolmodel wat ik in gedachten had. Ik ben wat dat betreft ook blij dat Valentijn de Hingh regelmatig opduikt in de media. De publieke coming-out van Lana Wachowski (die samen met broer Andy o.a. The Matrix en V for Vendetta regisseerde) heb ik ook bejubeld. Succesvolle transen zullen veel meer begrip kweken in de maatschappij dan de vier P’s.

Ik snap het wel, de meeste transen duiken als hun transitie op zijn einde loopt de anonimiteit in. ‘Stealth’ noemen ze dat. Ze willen niet meer opvallen of herkend worden als trans en gewoon worden genomen voor wie ze zijn: man of vrouw zonder te worden herinnerd aan dat ene foutje in hun genen. Ik kan dat wel begrijpen hoor, op een gegeven moment heb je die periode afgesloten. Maar dat betekent wel dat er gewoon nauwelijks mensen zijn die een voorbeeld kunnen geven en een spokesperson zijn voor ‘ons transen’. Dan blijven de aandachtstrekkers over en die zetten meestal niet een heel positief beeld neer. Vandaar ook dat ik dit blog schrijf. ik ben gewoon open over wat er aan de hand is en waar ik mee bezig ben. De openheid werkt en als ik via dit blog ook maar een handjevol mensen iets kan leren dan is voor mij een doel bereikt. Stiekem hoop ik er wel een beetje op om ‘ontdekt’ te worden. Maar als het bij een handjevol blijft, dan vind ik het ook best.

Ik vind persoonlijkheden zoals Fran geweldig. Het boek wat ze heeft geschreven heb ik (nog) niet gelezen maar wat ik begrijp uit het interview en de beschrijving gaat het vooral over het laten zien dat er mensen anders kunnen zijn en over het bijbrengen van verdraagzaamheid. In het programma komt ze in elk geval als iemand met gevoel voor humor en zelfspot dat kan ik echt waarderen. Haar boek Plafondmeisje is te krijgen bij de boekhandel.

Dé vraag

Het is dé vraag. De ultieme vraag. De vraag die alle andere vragen overbodig maakt. Maar het is niet de vraag of je trek hebt in een drankje.

Afgelopen week was het weer zover, iemand die nog niet van de hoed en de rand wist vroeg naar wat dingen over mijn transitie. Ik heb haar leren kennen ná mijn coming-out en ze vroeg naar wat dingen.  Dan komt toch weer de vraag die iedereen schijnt bezig te houden, of althans alle cis-mensen (cis betekent niet-trans) die ik tegenkom. Het is verreweg de meest gestelde vraag als het om mijn transitie gaat. Of ik me ook “ga laten opereren?” Met opereren doelen ze dan op de geslachtsaanpassende operatie. Ik snap niet zo goed wat nu die grote obsessie is die mensen met mijn genitaliën hebben, ik vraag aan anderen ook niet of hun binnenste schaamlippen ook echt kleiner zijn dan de buitenste of aan mannen of ze links- of rechtsdragend zijn en eventueel besneden. Maar aan transgenders lijkt het normaal om te vragen naar hun geslachtsorganen. Het is een vraag die mij in ieder geval veel gesteld wordt.

Een fragment uit Monthy Phytons Meaning of Life  zette me aan het denken en een theorie doen vormen:

De kersverse moeder vraagt, met haar benen nog in de beugels of haar zojuist geboren kind een jongen of meisje is, waarop de arts antwoord dat het nog een beetje vroeg is om het kind een rol op te dringen.

Dáár zit hem volgens mij de kneep. Voor mij, en heel veel transgenders die ik gesproken heb is het de normaalste zaak van de wereld om gender (hoe ik mij voel) en geslacht (mijn anatomie) als twee totale verschillende dingen te zien. In mijn open brief leg ik dit uit aan de hand van een genderbreadpoppetje.  Over het algemeen ervaren mensen die kampen met enige vorm van genderdysforie de maatschappelijke genderrol, gekoppeld aan het geboortegeslacht, als opgedrongen of opgelegd van buiten af. Ik realiseer mij dat  transgenders de regel bevestigende uitzondering zijn. Welke regel? De regel dat gender en geslacht onlosmakelijk aan elkaar verbonden zijn. Dat je genitaliën niet alleen je rol in de biologische voortplanting bepalen, maar ook je interesses en voorkeuren.

In de moderne westerse maatschappij, althans het liberale en progressieve deel daarvan heeft inmiddels wel door dat voorkeur losstaat van geslacht. Men kan accepteren dat een man liever een relatie heeft met een andere man en een vrouw met een andere vrouw. Het besef dat ook geslacht en gender twee ongerelateerde factoren in iemands persoonlijkheid zijn, dat moet nog doordringen tot het collectieve denkpatroon. Wat ik niet raar vind het concept van een gender is nogal abstract en niet tastbaar.

Ik theoretiseer dus dat men pas de overgang van man naar vrouw of van vrouw naar man kan zien zodra een plastisch chirurg het mes gezet heeft in wat er tussen de benen zit. Alsof dát het begin is van het nieuwe leven. Net zoals de wetgever daar nog zo over denkt, je kan pas je paspoort laten aanpassen nadat je onvruchtbaar gemaakt bent door de dokter. Als je er ook zo over denkt dan kan ik je verbeteren: eventuele operaties aan de primaire geslachtsorganen worden pas ver in het proces uitgevoerd. Eigenlijk is het de afsluiting van het traject. Er zijn genoeg transseksuelen die ervoor kiezen die grote operatie, om uiteenlopende redenen, helemaal niet te ondergaan.

Nog een theorie, die ik hoorde van een andere transgender toen we het hierover hadden. – Ja, wij transen praten over jullie cis-mensen, achter jullie rug om. Eén en al roddel en achterklap, voor het echte wij-zij gevoel. 😛 – Hij kwam met het fysieke op de proppen. Snijden in vlees is makkelijker te bevatten dan vage psychologische begrippen. Het is tastbaar, fysiek en makkelijk van buitenaf zichtbaar. Althans, als ik je zou toelaten om de inhoud ondergoed te bekijken.

Daar komen we op een ander punt:

Afkomstig van www.thegenderbook.com

Veel transgenders vinden dat gevraag naar hun genitaliën not-done. Ikzelf zit er niet zo mee, mits de vraag wordt gesteld uit oprechte interesse. Mij vragen naar dit soort dingen is overigens wel geheel op eigen risico. Ik geef op alles een antwoord, en schrik daar niet in terug om een en ander plastisch of beeldend uit te leggen. Er staat niet voor niets een fotoverslag van mijn bezoek aan het masturbatorium op dit blog te lezen.

Voor mij zou het niet de eerste vraag zijn die ik zou stellen, mijn insteek is anders. Voor mij persoonlijk is het veel belangrijker dat de zaken die voor iedereen zichtbaar zijn veranderen. Wat er ‘daar beneden’ gebeurt is minder belangrijk voor mij. Zeker nu ik door de Androcur simpelweg impotent ben geworden. Dat maakt het een stuk afstandelijker moet ik zeggen. Ik ben me minder bewust van mijn penis dan van mijn kleine teen, het zit aan mijn lichaam vast maar ik ben er nu helemaal niet meer aan gehecht.

Om de vraag te beantwoorden: waarschijnlijk wel. Het is trouwens iets wat pas ergens aan het einde van mijn traject zit, niet aan het begin ergens van. De kers op de appelmoes, het toetje, het puntje op de I. Het moment van grote omslag en mijn nieuwe start ligt in de zeer nabije toekomst. Ik ben al bezig aan de opmaat.

Nu ben ik benieuwd, terugkomend op de inleiding: waarom stellen zovelen nu juist de vraag of  ik me ga laten opereren. Is het die link tussen gender en geslacht die men legt? Is het dat plastische fysieke concept wat makkelijker te begrijpen is? Of heeft die vraag een hele andere drijfveer?

Twee doosjes en een dilemma

Twee doosjes met kleine witte tabletjes. Ze zien er zo onbenullig uit. Dat tweemaal daags zo’n klein pilletje zoveel verschil kan maken. Met het slikken ervan moet ik nog even wachten. Ik heb nog een fijn dilemma om komend weekend over na te denken: Wil ik ooit nog kinderen? 

Het bezoek aan de endocrinoloog van vandaag stelde weinig voor. Korte anamnese: “Rook je? Ben je ergens allergisch voor? Heb je ergens last van? Gebruik je nog andere medicijnen? Zijn er tromboseklachten in de famillie?” Even op de weegschaal, bloedruk meten, naar mijn hart en ademhaling luisteren. Vervolgens nog even de bloedwaarden doorgenomen van het bloed dat ik een paar weken terug heb achtergelaten. Hormoon- en stollingswaarden zijn normaal en mijn lever en nieren werken uitstekend.  Fysiek stelde het dus allemaal weinig voor. Daarna nog wat uitleg gehad over de medicatie. Wat de gevolgen en bijwerkingen van zijn.

Het gesprek werd vervolgd met een verklaring. Een soort contract dat ik heb moeten ondertekenen waarin te kennen geef wat voor gevolgen de medicatie zullen gaan hebben. Dat ik goed heb nagedacht over deze stap en dat ik besef dat ik voor verdere behandeling aan eisen van het VUmc genderteam moet voldoen. Netjes in drievoud ondertekent en voila: een recept, te verzliveren bij de ziekenhuisapotheek naast de ingang. Daar kreeg ik de twee doosjes met pillen.

Als ik de vraag of  ik ooit nog kinderen wil met “Nee” beantwoord kan ik vanavond na de maaltijd mijn eerste tabletje slikken.  Maar is het antwoord “Ja” of “Misschien” dan moet ik wachten tot het nodige genetisch materiaal is veilig gesteld. Als ik die medicatie eenmaal gebruik dan zal de kwaliteit en productie ervan in een zeer rap tempo achteruit gaan. Ik ben behoorlijk overtuigd dat ik géén kinderen wil. Tijdens mijn vorige relatie overwoog ik al sterilisatie omdat dat het meest betrouwbare voorbehoedsmiddel is. Maar contact met iemand die draagmoeder wil worden hebben me aan het denken gezet om een en ander eventueel te doneren. Volgens mijn eerste ingeving kon ik het beste het zekere voor het onzekere nemen. Maar dat is helaas niet kosteloos. Het invriezen van sperma valt niet onder de basisverzekering, de initiële kosten van zo’n € 400,- dienen uit eigen zak voldaan te worden. Plus de jaarlijkse bijdrage (ongeveer € 30,- om het vat met vloeibare stikstof te vullen). Als ik er gebruik van maak is dat natuurlijk een kleine prijs voor een boel geluk. Maar de ervaring bij het genderteam is dat uiteindelijk maar weinigen (als in één persoon in de afgelopen paar jaar) ook daadwerkelijk het materiaal weer opvragen voor gebruik.

Ergens in de loop van de week volgt er ook nog een stapel papierwerk. Een brief om naast mijn paspoort te houden en om bij instanties mijn situatie te kunnen uitleggen en wat informatie over doorverwijzing naar huidtherapeuten en logopedisten. Dan kan ik gaan beginnen met een volledige aanpak van mijn probleem.

Ik wil dit niet!

Soms krijg ik wel eens het gevoel dat ‘men’ denkt dat ik dit allemaal maar voor mijn lol doe. Juist, ik vind het gewoon heel gezellig zo’n maandelijks praatuurtje bij de psycholoog. Die keuzes die voor de rest van mijn leven onomkeerbare lichamelijke gevolgen hebben, och dat doet iedereen toch. De hele werking van je endocrine systeem door de war gooien, peanuts! Je hele sociale leven op de kop zetten en compliceren is geen probleem. Voor jezelf drempels op de arbeidsmarkt opwerpen, maakt niet uit!  Al die drempels en onzekerheden over de meest basale dingen in je leven overwinnen dat doen we toch allemaal?

Ik doe dit echt niet vrijwillig of omdat ik het leuk vindt. Mijn XX chromosoom, dat mijn fysieke geslacht bepaald, heeft gewoon een pootje te weinig meegekregen ergens in een celdeling. Nou ja, poep gebeurd, “When life gives you lemons, you make lemonade.” En meer van die cliché’s Gelukkig is de medische wereld er inmiddels van overtuigd dat het onethisch is om iemands persoonlijkheid volledig te onderdrukken. In plaats daarvan wordt genderdysforie gezien als iets lichamelijks. Lichamen hebben geen gevoel, geen emotie dus daar kunnen we wel aan sleutelen. Lichamen kan je ombouwen (Ha, ik zei het O-woord!!) zodat het fysieke beter bij het geestelijke past. Wat dat betreft zie ik genderdysforie niet anders als geboren worden met een hazenlip, of een extra vinger. Een fysiek defect dat gerepareerd dient.

Sommige mensen zien de stappen die ik zet als een keuze. Daar hebben ze gelijk in, als je kiezen tussen je leven lang zeker ongelukkig zijn of een goede kans hebben om wél te gelukkig te zijn en je thuis te voelen in je eigen lichaam een keuze noemt. Ik vind het niet een keuze, ik vind het ‘het beste van het leven proberen te maken. Kinderen nemen, nog zo’n lifetime commitment met een boel gevolgen, dat is in mijn ogen wél een keuze. Maar daar hoor je zelden iemand over. Zeggen dat iemand beter géén kinderen neemt, om wat voor reden dan ook, is al helemaal not done. Maar blijkbaar is het tegen transgenders zeggen dat ze hun gekozen pad beter niet bewandelen bon-ton. Ik heb dat ‘advies’ al meerdere malen gekregen.

Ik had veel zelf ook oneindig veel liever zonder al die complicerende factoren geboren geworden. Gewoon in een situatie waar geslacht en gender wel op één lijn zitten. Dat had mijn leven een stuk eenvoudiger gemaakt in deze maatschappij met haar strikte genderbinaire denkbeelden. Dat had een heleboel onzekerheid gescheeld en mij niet zo’n negatief zelfbeeld gegeven. Gelukkig heb ik een vriendengroep die niet alleen in grijstinten maar zelfs in een volledig kleurenspectrum denkt als het gaat zaken als om persoonlijkheid, geaardheid en gender. Dat maakt mijn leven wel een heel stuk dragelijker.

Het doel dat ik wil bereiken is voor mij duidelijk. Dat doel wil ik ook echt bereiken. Dat hele proces waar ik door heen moet, dat kan ik missen als kiespijn. Echt, ik wil dit allemaal niet. Maar toch doe ik het!