Een jaar out

Internationale Vrouwendag afgelopen vrijdag markeerde de dag dat ik precies een jaar daarvoor publiekelijk uit de kast kwam. Met een eenvoudig facebook berichtje en daarin de link naar de Open Brief op dit blog bracht ik mijn ‘dingetje’ in de openbaarheid. Mensen in mijn zeer nabije omgeving waren al op de hoogte, maar mijn wijdere sociale kringen nog niet. Met dit berichtje heb ik even de effectiviteit van het sociale netwerken op de proef gesteld. Ik kan wel stellen dat die netwerken prima hun taak hebben vervuld.Coming out

Een week na mijn coming out heb ik er al over gepost: over de bergen positieve reacties die ik kreeg. Via facebook, via e-mail, in persoon, alle reacties waren postitief. Ergens was ik best wel bang voor negatieve reacties. Ik had ervaringen gehoord over mensen die verstoten werden door hun familie, hun baan verloren, vrienden kwijt raakten. Internet is een zegen, maar soms kan je er beter niet komen. Net zoals je niet wat symptomen van een kwaaltje dat je hebt moet intikken in Google: je gaat altijd dood. Ook al heb je slechts een ingegroeide haar. Met coming-outs gaat het net zo: zeg je sociale leven en je baan en je familie en zelfs je veilige woonomgeving maar gedag.

Het tegendeel is waar. Ik werk nog steeds, ik heb een eigen huis, ik heb prima contact met familie, mijn vriendenkring is er nog steeds. Ook na een jaar zit ik nog steeds te wachten op een negatieve reactie. Slechter dan neutraal ter kennisgeving aannemen is het niet geweest. Vooral veel lof en steun en admiratie is mij het afgelopen jaar ten deel gevallen. Ik ben maar gestopt met wachten.

Ergens had ik helemaal niet zo publiekelijk uit de kast willen komen. Bij iedere andere aandoening had ik het lekker op de vlakte kunnen houden en alleen in relevante situaties ter sprake kunnen brengen. In de eerste alinea noem ik mijn genderdysforie een dingetje, voor mij is het dat niet maar als je een stap achteruit doet en naar het grote geheel kijkt is het niet meer dan dat. Zoveel mensen hebben een dingetje. Ik ken mensen die depressief zijn, verschillende varianten van het autistisch spectrum, burn-outs, reuma, fibromyalgie, kanker, diabetici… Allemaal dingen die persoonlijk heel ingrijpend zijn en het nodige vergen om mee te leven. Ik heb in dat rijtje de genderkaart getrokken met mijn dingetje. Helaas is kent de neuro-biologische afwijking die ik heb een behandeling die nogal opvalt. De medische wetenschap vind het onethisch om iemands persoonlijkheid te veranderen, dus veranderen we de verpakking. Voor die nieuwe verpakking moet je mensen waarschuwen. Het is net als bij het nieuwe Mona-toetje, daarvan worden over de verpakking ook hele reclamecampagnes opgezet.

Mijn blog is dat ook wel: een reclamecampagne voor mijn nieuwe verpakking. Het is in eerste instantie een manier van verwerken. Het schrijven helpt mij heel erg goed om mijn gedachten op een rij te zetten. Dat bericht van vorige week over de ontharing en operatie was voor mij heel therapeutisch. Het is ook narcistische zelfbevlekking, de WordPress statistiekenpagina is een van mijn favorieten. Maar ik schrijf ook voor anderen. Als bron voor informatie voor lotgenoten. Voor geïnteresseerden die meer willen weten over wat een transitie behelst.

Uit dat laatste vloeit voort dat ik graag meer acceptatie in de samenleving kweek. Persoonlijk mag ik alleen maar positieve reacties hebben gehad, dat is helaas niet standaard. Onder nieuwsberichten met genderdysforie als onderwerp zie ik nog vaak xenofobe opmerkingen staan. Dat gaat van: niet goed wijs, hij/zij zal altijd een man/vrouw blijven, ze moeten het lekker zelf betalen, aanstellerij… Let er maar eens op. Al kom ik tegenwoordig steeds vaker bondgenoten tussen die opmerkingen tegen, mensen die de xenofobie verbaal te lijf gaan. Vanuit deze insteek vind ik het ook meer dan uitstekend dat mensen reageren, liken, tweeten en retweeten en linkjes doorsturen.

Twee portretten

Even op de foto gaan, het lijkt zoiets triviaals. Zoveel mensen gaan op de foto. Iedere dag opnieuw maken mensen foto’s van zichzelf, kijk maar naar facebook. Voor mij is op de foto gaan een big issue. In dit blog twee portretten en mijn gedachten erover.

Afgelopen zaterdag vierde een goede vriendin het openingsfeestje van haar nieuwe fotostudio. Uiteraard vieren fotografen feestjes met foto’s. Dus behalve gewoon een gezellig feestje was er ook mogelijkheid tot het laten maken van een portret zonder dat je er een hele shoot voor hoefde te boeken.

Ik heb nogal een haat-liefde verhouding met fotografie. Ik heb een hele uitgesproken voorkeur voor welke zijde van die gevoelige plaat ik sta, of het nu analoog is of digitaal maakt niet uit. Ik sta aan de achterkant! Ik houd niet van gefotografeerd worden. Ik snap ook echt niet hoe iemand nou oprecht blij kan zijn met een foto van zichzelf. Echt, die gedachte veroorzaakt bij mij kortsluiting. Oude foto’s van mezelf kijk ik ook niet graag terug. Of het nou geposeerde schoolfoto’s zijn of kiekjes of vakantiefoto’s. Ik houd er niet van, ook al heeft de fotograaf zijn best gedaan met het maken van flauwe fotografengrapjes om een spontane lach uit te lokken. Ik zie mijn eigen beeltenis liever niet vereeuwigd. Dat ik het toch doe of toesta is uit andere overwegingen, om toch een aandenken te hebben voor later bijvoorbeeld. Ik ben dan wel niet tevreden met mijn lichaam maar life goes on en daar hoort ook zo af en toe een foto bij.

Al ruim twee jaar geleden moest ik op mijn werk poseren voor een promotie foto, net als al mijn collega’s overigens. Op de foto met je favoriete product. Die foto’s worden nu gebruikt voor de marketing. Nu ik die foto terug zie, zie ik alles waarom ik mijn transitie ben ingestapt. Op die foto zie ik weliswaar de persoon die ik destijds ook zag als ik in de spiegel keek, maar ik zie niet mijzelf. Ik zie alleen maar het omhulsel waarin ik toen leefde.

Promofoto op het werk.

Dat was tot voor kort, onderwijl ben ik al heel wat verder. Ik zit beter in mijn vel, letterlijk. Dat heeft in mijn denken over foto’s een flinke ommekeer teweeg gebracht. Ik heb hier een paar maanden terug al eens een foto’tje van mijzelf laten zien, met daarbij de boodschap dat het voor het eerst was dat ik mijzelf niet vreselijk op een foto vond staan. Dat was een kiekje, gemaakt met mijn mobiele telefoon terwijl ik in de trein zat, even snel tussendoor gemaakt. Eigenlijk was het een beetje prutsen en spelen tegen de verveling waarvan het resultaat me wel aanstond.

De mogelijkheid die ik kreeg voor een goed en netjes geposeerd portret van mijzelf, van wie ik écht ben. Afgebeeld op een manier waarop ik mij goed voel. Heb ik niet gelijk aangegrepen. Sterker nog, ik heb de dag van te voren pas ’s avonds laat besloten om naar dat openingsfeestje te gaan. Wat resulteerde in het tegen middernacht nog even bijwerken van mijn wenkbrauwen. – Als ze niet gelijk zijn: ik schuif de verantwoording af op vermoeidheid, het was voor mij middenin een werkweek. 😉 – Ik heb tot het laatste moment getwijfeld en deelde mijn onzekerheden. Dat ik fotografe in kwestie, en in dit geval vooral zij mij al jaren kent heeft heel erg geholpen. Ze weet wat er speelt in mijn leven en wist me gerust te stellen en me over te halen om te komen.

Stiekem wilde ik eigenlijk erg graag en ik had ook bij de eerste aankondiging gelijk al een idee van wat ik wilde. Een foto van mijzelf, als mijzelf. Eentje die ik aan mijn ouders zou kunnen geven. Die bij hen op het dressoir zou kunnen. Niet ter vervanging van de oude schoolfoto van mij die er al jaren staat, maar ter aanvulling. Ik wist ook gelijk welke outfit ik ervoor aan wilde. Maar mijn onzekerheden namen de dagen na de uitnodiging weer eens fijn de overhand. Dus die geruststelling die ik kreeg was niet alleen welkom, maar ook heel hard nodig. Toen ik eindelijk op het laatste moment die knop had omgezet begon de voorpret. Ik kon niet wachten tot mijn werkdag om zou zijn en dat ik naar huis kon om mezelf op te frissen, spullen te pakken en richting de studio te vertrekken. Ik had er zin in en was nerveus, niet nerveus op manier zoals ik vroeger voor de schoolfotograaf was, ik was écht nerveus. Ik vond het eng en spannend en leuk tegelijk. Het was de eerste keer dat ik er naar uitkeek om op de foto te gaan.

Het schieten van het portret was eigenlijk vrij vlug gedaan. Met een nieuw record voor het ‘mij-op-de-foto-zetten-met-ópen-ogen’ volgens mij heb ik op niet een van de foto’s mijn ogen dicht gehad. Dat is nog wel eens anders geweest. Uiteindelijk één foto gekozen die ik kant en klaar zou gaan onvtangen en toen kon ik verder met het sociale deel van het feestje. Met mijzelf in een behoorlijke roes:  Ik had geposeerd voor een foto en ik vond het leuk! Ik was tevreden met de preview die ik op de camera mocht bekijken. Het hele gebeuren heeft ook mijn innerlijke narcist in mij doen ontwaken. Het is zoals ik veel mensen hoor over tatoeages, als je eenmaal eraan begint wil je er meer! Het resultaat:

Foto gemaakt door Michella Kuijkhoven – Chell’s View Fotografie.

Eindelijk snap ik dat mensen op de foto willen en daar graag naar terug kijken. Ik ben nu één van hen geworden. Op deze foto zie ik mijzelf, niet alleen maar het omhulsel waarin ik leef. Ik verafschuw mijn eigen beeltenis niet meer en dat is voor mij een hele nieuwe gewaarwording. Als je nog nooit tevreden bent geweest met een afbeelding van jezelf en dan bedoel ik niet ‘er gewoon niet leuk opstaan.’ Dan bedoel ik jezelf totaal niet kunnen herkennen in de persoon op de foto, soms walgen van je eigen lichaam. Ik kan wat dat betreft mijzelf goed inleven in wat een anorexiapatiënte voelt als ze in de spiegel kijkt: je ziet niet jezelf, je ziet niet de persoon die je bent. Lichaamsdysforie doet rare, heftige, dingen met je gedachten. Voor mij is dat gelukkig aan het veranderen.

Mijn lichaam is niet langer mijn gevangenis meer…

Vreemde eend in de bijt

Je kent ze vast wel die reünieprogramma’s op de televisie. Klasgenoten van Koos Postema was een bekende en er zijn nog spin-offs van gemaakt. Rob Kamphues heeft er nog eentje gepresenteerd. Je zet een oude schoolklas weer in, een in de studio gebouwd, klaslokaal en gaat ze interviewen over vroeger en nu. Er wordt een beeld geschetst van de ontwikkeling die iemand door heeft gemaakt. Het sulletje van vroeger die nu succesvol zakenman is, dat soort dingen.

Eigenlijk altijd is er wel één bijzonder persoon in de klas, iemand die iets bijzonders heeft gedaan in zijn leven. Die een medaille wint op de olympische spelen, die astronaut is geworden, geëmigreerd naar een onderzoeksstation op Antarctica, de minister-president. Iemand die niet het geijkte pad van huisje, boompje, beestje heeft bewandeld (of wel en nu het gezicht van een supermarkt reclame is). Of een transseksueel. Waar alle klasgenoten een opleiding zijn gaan doen, een baan gevonden of een eigen bedrijf hebben gestart. Verliefd, verloofd en getrouwd zijn. Kinderen hebben gekregen. Er is altijd een vreemde eend in de bijt.

Kort geleden kreeg ik een berichtje via facebook van een oud klasgenote die me in het voorbij fietsen had herkend. Wat ik überhaupt al een hele prestatie vind, ik heb haar al zo’n 13 jaar niet meer gezien. Komt nog bij dat ik op facebook mijn nieuwe naam gebruik en ik ook nog eens gekleed in een zomerjurk op de fiets zat. Ik zag er duidelijk niet meer uit als de persoon naast wie ze zat tijdens de wiskundelessen in mavo-4. Nu krijg ik wel vaker berichtjes van oud klasgenoten die me meestal via-via terugvinden op facebook en dan op mijn naam en dit blog stuitten, maar deze was toch wel bijzonder.

Ik besefte dat in zo’n reünieprogramma ik die vreemde eend zou zijn. Klinkt wat narcistisch als ik het zo zeg, maar zo voelt het wel. Ik heb dan wel niet een bijzondere carriere  opgebouwd, in de ruimte geweest of lid van de regering. Wel ben ik van de gebaande paden af gegaan om mijn hart en gevoel te kunnen volgen. Al vind ik het zelf niet zo’n enorme prestatie, ik doe gewoon wat ik moet doen. Toch ben ik wel benieuwd naar de reacties op een toekomstige reünie van een van de scholen waar ik vroeger gezeten heb.

Reacties buiten de kast

Een week geleden heb ik besloten om all-out te gaan en gewoon een link naar dit blog, of eigenlijk mijn open brief, op facebook te zetten. Sinds dat moment beschouw ik alles als algemeen bekend. Ik ga niet mijn mond meer houden tegenover anderen en ik ga er ook geen probleem van maken als iemand het verder verteld. Alles is toch makkelijk na te lezen op een openbare website, ik strooi zelfs visitekaartjes met het adres erop rond. Het staat op internet dús het is waar.

Dat uit de kast komen, is één van de beste dingen die ik ooit heb gedaan. Gewoon niet meer vragen hoeven ontwijken. Niet meer opmerkingen hoeven inslikken. Dat is zo’n enorm bevrijdend gevoel. Ik kan het iedereen aanraden! 😉 Tegelijkertijd moet ik ook opmerken dat het achteraf gezien echt enorm meegevallen is, en ik het eigenlijk gewoon veel eerder had moeten doen. (Thank You Captain Hindsight!) Geen enkel onvertogen woord heb ik gehoord. Geen negatieve reactie of wat dan ook. Iedereen die heeft gereageerd was positief. Ik zit nog steeds te wachten tot ik iemand tref die het niet snapt/accepteert/gelooft, maar wellicht komt die persoon er gewoon niet. Mij hoor je niet klagen.

Mijn facebook is overladen met “Vind ik Leuks” en een boel positieve reacties. Ik kreeg fijne telefoontjes van familie. Had leuke gesprekken met collega’s. De page-view statistieken van mijn blog zijn door het dak geschoten. Ik ben zelfs ge-retweet en door gelinkt. -Nee hoor, ik ben helemaal niet narcistisch. Hoe kom je daar nu bij?!?-  Ook de erop volgende facebook updates doen dat facebooktellertje oplopen.

Volgende week zit ik bij de endocrinoloog. Dan gaan er écht fysieke dingen gebeuren, dan is het afgelopen met alleen maar praten en persoonlijkheidstests en meer van dat psychologisch gekluts in mijn brein. Voor die tijd nog even tijd nemen om een en ander objectief te documenteren. Maten opmeten en noteren, wegen misschien nog wat ‘voor’-foto’s. Zodat ik ook echt kan zien dat mijn lichaam veranderd en niet alleen zo’n vaag gevoel heb.