Fading Gender’s Gray Rainbows

4 jaar geleden schreef ik ‘Aseksualiteit, taart is beter dan seks’, waar ik vertelde over mijn gebrek aan seksuele interesse. Ik ben naar aanleiding daarvan zelfs nog eens geïnterviewd voor een artikel de Belgische krant De Morgen. Sindsdien, en dan vooral in de afgelopen paar maanden zijn er wel dingen aan het veranderen. Het lijkt erop dat ik zelfs weer iets van een libido heb. Daarom wil ik nu met mijn blog een nieuwe richting op. Over mijn transitie is niet zo heel veel meer te vertellen. ‘Klaar’ ben ik nooit, maar voorlopig gaan op dat gebied geen wereldschokkende dingen meer gebeuren. Al zal ik zeker nog over mijn transitie blijven schrijven.

Gray Rainbows

Onder de noemer Gray Rainbows wil ik meer gaan schrijven over seksualiteit in ruime zin: zowel op persoonlijk vlak, maar ook in algemenere termen over seksualiteitsbeleving bij transpersonen. Want daar ontbreekt het me gewoon aan. Gray Rainbows, grijze regenbogen, is een een verwijzing naar de kleuren van de aseksual pride en gay pride vlaggen en de titel van mijn eigen blog: de geleidelijk overgang tussen het zwart-grijs-wit-paars naar een regenboog. Zo voelt het voor mij persoonlijk.

Afgelopen week ben ik begonnen in het boek Come as you are van Emily Nagoski.* Een boek waarover ik las op Oh Joy Sex Toy (let op! Not Safe For Work, maar hey er staat sex toy in de titel). Tot nu to behoorlijk interessant en ik zal vast nog wel een paar keer naar verwijzen en uit citeren. Maar één passage in de Nagoskis introductie stoort me:

[..] but there is too little research om trans* and genderqueer sexual functioning for me to with certainty whether what’s true about cisgender women’s sexual wellbeing is also true for trans* folks. I think it is, and as more research emerges over the coming decade we’ll find out, but in the meantime I want to acknowledge that is basically a book about cisgender women. – Emily Nagoski, Come as you are

Ik moet maar afwachten of de inhoud van het boek op mij van toepassing is. Ik vermoed grote delen wel, vooral de psychologische onderwerpen. De fysieke en anatomische informatie zal ik voor mezelf wat ruimer moet interpreteren. Voor een boek dat wordt aangeprezen als: “Een van de beste boeken over seksualiteit en verlangen van de afgelopen paar jaar.” Vind ik dat toch wel een manco.

Dat is geen verwijt naar de schrijver of aan hen die dit boek aanprijzen. Er is gewoon heel weinig onderzoek gedaan naar seksualiteitsbeleving door transgenders. In de transgemeenschap wordt er ook verdraaid weinig gesproken over seks, ik ervaar dat daar nog best een taboe op rust, dat vind ik echt jammer. Ondertussen heb ik om me heen behoorlijk veel sex positive mensen waarmee ik over de meest uiteenlopende dingen kan praten. Maar geen van hen heeft hetzelfde anatomische referentiekader, de meesten zijn gewoon cis en een deel van mijn vrienden identificeert als queer.

Daarom heb ik besloten zelf maar eens actie te ondernemen en kies ik ervoor om hier op mijn blog op een open, heldere en sex positive manier te schrijven over seksualiteit als transgender. Ik wil daarin duidelijk zijn en geen onderwerp schuwen zonder ordinair te worden. Als anderen het niet doen, dan moet ik daar zelf verandering in brengen.

Aseksueel een fase?

Beschouw ik mezelf ‘genezen’ van mijn aseksualiteit? Absoluut niet, aseksualiteit kan je niet genezen, want het is geen aandoening maar gewoon een voorkeur Sommige mensen hebben nu eenmaal geen interesse in seks, en dat is prima. Geen seksuele voorkeur hebben is net zo valide als iedere andere voorkeuren. Aseksualiteit is gewoon het uiteinde van een spectrum.

Voor mij was identificeren als aseksueel een deel van mijn persoonlijke ontwikkeling. Ik voelde me er goed bij en het is gewoon enorm fijn om te weten dat je niet de enige bent die zich op een bepaalde manier voelt. De aseksuele gemeenschap heeft me een tijd lang een veilige plek geboden en daarvoor ben ik erg dankbaar. Het gaf, en geeft me nog steeds, de rust voor mijn eigen proces en eigen ontwikkeling.

Dat ik me een tijdlang als aseksueel heb geïdentificeerd en nu toch weer mijn seksualiteit ga verkennen betekent niet dat die vlieger ook op gaat voor andere aseksuelen. Maak alsjeblieft geen opmerkingen: “Zie, het is maar een fase.” Laat mensen in hun waarde, waar op het spectrum ze zich ook thuis voelen en ook hoe vaak, of juist niet, ze van positie veranderen.

*N.B. De link naar dat boek is er één naar een kleine onafhankelijke boekwinkel. Daar krijg ik verder niets voor en mijn enige belang erbij is het in stand houden van een fijne plek. 

Aseksualiteit, een interview voor De Morgen

Afgelopen week had ik plots een bericht in mijn inbox, van een Belgische journaliste. Ze schreef een artikel over aseksualiteit en was op mijn blog gestuit. Zo’n anderhalf jaar geleden schreef ik over mijn gebrek aan behoefte aan seks in Aseksualiteit, taart is beter dan seks. Of ik per e-mail wat vragen wilde beantwoorden en zo meewerken aan een artikel. Het resulteerde in het onderstaande artikel, gepubliceerd in De Morgen, een van de grote Vlaamstalige kranten.

wpid-wp-1404039878902.jpeg

De Morgen – 28 juni 2014

De titel vind ik wat sensationeel overkomen, verder vind ik het een uitstekend artikel wat de juiste dingen belicht. En vooral: het op een positieve manier verwoord zonder aseksualiteit te pathologiseren.  Geen behoefte aan seks hebben vind ik nu niet echt een lijdensweg. Het is gewoon zo. Ik vind het niet vervelend, net zoals ik het niet vervelend vind dat ik geen blauwschimmelkaas lust. Er zijn zoveel meer kazen die ik wél graag eet en ook zoveel meer dingen die ik wél graag doe. Seks is er gewoon niet eentje van. Maar, niets zo veranderlijk als de mens, als je mijn blog al wat langer leest dan heb je het me al eerder horen zeggen: ik heb nu geen behoefte aan seks, wie weet dat het ooit nog veranderd. Genderdysforie en een transitie hebben nogal een invloed op je identiteit en hoe je jezelf voelt in je lichaam.

Wanneer seks meer lijdensweg dan lust is: aseksualiteit in kaart – Kim van de Perre

Ze zijn niet hetero-, noch homo-, lesbo- of biseksueel. Voor zowat een op de honderd mensen betekent seks niets. Een orgasme? Louter fysieke spanning loslaten. Aseksualiteit, oftewel het laatste taboe

“Celibatair is niet de juiste omschrijving. Het interesseert me gewoon niet. Ik vind het vooral gedoe.” Telkens Daniëlle (31) het probeert uit te leggen, stoot ze op vragende en verbaasde gezichten. Een jonge, aantrekkelijke vrouw die nooit zin heeft: daar moet wel een soort trauma achter schuilen. Niet dus, zegt ze.

“Als ik seks had, was dat om mijn partner blij te maken, en altijd op haar initiatief. Toen ik vier jaar geleden uit een relatie kwam, merkte ik dat ik het niet miste. Ik hou van romantiek, knuffelen, zoenen en handjes vasthouden. Aan seks heb ik gewoon geen behoefte.”

Geschat wordt dat 1 procent van de bevolking zich niet seksueel aangetrokken voelt tot andere personen, zegt Ellen Van Houdenhove, verbonden aan de KU Leuven en de UGent. “Binnen dat aseksuele spectrum is er wel variatie: je hebt mensen die zichzelf als demi-sexual omschrijven, omdat ze soms toch seksuele aantrekkingskracht ervaren. Of als grey-sexual, wanneer het nog niet helemaal duidelijk is.”

Identiteit
In haar doctoraatsstudie probeerde de seksuologe het nauwelijks onderzochte fenomeen in kaart te brengen. Daarbij stootte ze op een actieve internetgemeenschap. 460 mannen en vrouwen uit Europa, de VS en Zuid-Amerika reageerden op haar oproep naar aseksuelen en hun ervaringen. Ze nam ook diepteinterviews af bij negen Vlaamse en Nederlandse vrouwen. Te weinig mannen waren bereid hun ervaringen te delen. Hun verhalen lijken erg op het relaas van Daniëlle.

De meesten komen openlijk uit voor hun aseksualiteit. Die beschouwen ze als een identiteit of geaardheid, niet als pathologie. Vaak voelen ze zich al van jongs af anders. Sommigen hebben nog nooit seks gehad, anderen al wel, al dan niet met een orgasme tot gevolg. Hun houding schippert tussen desinteresse en regelrechte walging. “Ik voelde niets”, vertelt één vrouw. “Geen emotie, geen sensatie, geen romantische gevoelens. Dat doe ik nooit meer.”

Een gebrek aan seksuele verlangens is niet hetzelfde als niet kunnen klaarkomen, benadrukt Van Houdenhove. De meeste aseksuelen hebben wel ervaring met masturbatie. Al betekent dat voor hen niet meer dan het loslaten van fysieke spanning.

Afkeur en onbegrip
Niet zelden reageert hun omgeving afkeurend of vol onbegrip. Reacties als “dat komt wel in orde als je eens goede seks hebt gehad” zijn legio. In een tijdperk waarin zowat alles over seks bespreekbaar geworden is, lijkt ‘het niet willen doen’ het laatste taboe.

“We leven momenteel in een maatschappij die heel sterk op seks georiënteerd is”, legt Van Houdenhove uit. “Iedereen wordt verondersteld het te hebben. Wie het niet heeft, wordt verondersteld het te willen. In die context is het niet makkelijk om toe te geven dat je totaal geen verlangen hebt.”

Relaties lopen vaak op de klippen. Daarom geven sommige aseksuelen hun partner de vrijheid om af en toe buitenshuis seks te zoeken, of ze maken duidelijke afspraken over seks. “Bij één stel uit mijn onderzoek loopt het zo al achttien jaar goed”, weet Van Houdenhove.

Aseksualiteit wordt beschouwd als een aangeboren geaardheid, stelt ze. Al verklaarde een op de vijf deelnemers aan haar onderzoek ooit wel seksuele aantrekkingskracht te hebben gevoeld. Die groep was vaker het slachtoffer van seksueel misbruik op jongere leeftijd dan zij die nooit behoefte hebben gehad aan seks. “Voer voor verder onderzoek.”

Platonische relatie
Aseksuelen gaan meer en meer op internetfora en sociale media op zoek naar verwante geesten. Vaak ook om een platonische relatie te beginnen. Want er mogen dan ook aromantici zijn, veel aseksuelen worden wel verliefd of hebben nood aan affectie.

Zo ook Daniëlle. “Ik heb nu een platonische relatie met een vrouw”, vertelt ze. “Zonder seks, maar wel intiemer dan een gewone vriendschap. Van een relatie verwacht ik vooral genegenheid: samen dingen doen en plezier hebben.” Ze vermoedt dat ze nooit seks zal willen, al sluit ze het niet uit. “Ik vind het zelf heel prettig om te weten dat er iemand voor mij is. Dat ik niet eenzaam ben.”

 

Frappant: Dit is al de tweede keer dat ik in de Belgische gedrukte media verschijn. Een aantal jaar terug stond ik voor mijn werk al eens in het Franstalige tijdschrift Le Vif.