Deadnaming

Onlangs kreeg ik van mijn ouders een vondst die mijn moeder had gedaan bij het opruimen. Het zilveren armbandje met mijn naam dat ik als kind zijnde droeg. Mijn oude naam, van vroeger, toen ik nog een jongetje was.

Zilveren armband

Mijn oude naam

Mensen die me in de afgelopen jaren hebben leren kennen vragen me er wel eens naar: hoe ik vroeger heette. Best raar eigenlijk die interesse naar iets wat voor hen niet relevant is. Dat iemand vraagt naar hoe ik aan mijn huidige voornaam ben gekomen vind ik veel interessanter: niet iedereen krijgt de kans zelf een voornaam en roepnaam te bedenken. Ik herinner me nog de aangifte van mijn nieuwe naam bij de gemeente: De ambtenaar backspacede het voornaamveld leeg, draaide het scherm nog iets verder naar me toe en keek me met een grote grijns aan. “Wat mag ik voor je invullen?”

Als je me vraagt hoe ik aan mijn huidige naam kom, dan zal ik je ook gewoon vertellen dat het gebaseerd is op de naam die ik met mijn geboorte meekreeg. Ik vindt het een mooie naam en ben er blij mee. Maar als je me direct vraagt naar mijn oude naam gaan de hakken in het zand.

Deadnaming heet dat in het Engels: een transpersoon bij de oude naam noemen. Dat iemand die me voor mijn transitie heeft leren kennen zich verspreekt vind ik niet erg. Maar iemand die bewust mijn oude naam gebruikt, terwijl deze beter weet, ervaar ik als een grove belediging. Dan respecteer je mij als persoon niet. Het argument dat het te moeilijk is gaat niet op, elke keer dat Prince zijn artiestennaam veranderde ging de wereld daar zonder slag of stoot in mee.

Daarom viel me de berichtgeving rondom de gratie Chelsea Manning me vorige week ook zo op. Alle nieuwsoutlets maakten er een punt van om niet alleen te berichten over de mensonterende omstandigheden van haar gevangenschap maar ook wat haar oude naam was. De NOS ging zelfs zover om in het nieuwsbericht een keer het woord hij te gebruiken. Na deze tweet van mij en de nodige retweets daarvan is het bericht later aangepast.

Benoemen dat Manning een transvrouw is, vind ik voor het nieuwsbericht relevant. De weigeringen van de Amerikaanse Defensie om haar in gevangenschap toegang te geven tot noodzakelijke medische bijstand is een aantal keren in het nieuws geweest. De rechter bestempelde die weigeringen als onrechtmatig en oordeelde dat Manning ook in gevangenschap haar in transitie moest kunnen gaan. Ik snap dus dat de genderdysforie van Manning in de berichten werd genoemd. Echter zag ik in alle nieuwsberichten haar deadname genoemd worden. Waarom? Ik heb geen idee.

Het blijft een terugkomend thema hier: dat ik open ben over mijn transitie is een bewuste keuze geweest. Ik kan het me permitteren en zet dat graag in om de mensen om me heen voor te lichten. Zodat de maatschappij voor lotgenoten die nog wel in de kast zitten uit angst voor de gevolgen het iets makkelijker krijgen.

Als je mij er op een nette manier naar vraagt dan krijg je gewoon antwoord op de vraag wat mijn vroegere naam is. Voor mezelf gebruik ik de term deadname niet, ik heb vrede met alles wat er voor mijn transitie is gebeurd en accepteer mijn oude naam als deel van mezelf. Trek dat echter niet zomaar door naar andere transgenders. Als ze willen dat je hun vroegere naam of deadname weet dan vertellen je ze het zelf wel.

Mocht je je nieuwsgierigheid echt niet kunnen bedwingen; vraag dan eerst of die persoon die informatie met je wilt delen en respecteer een negatief antwoord. “Zou ik mogen weten bij welke naam je vroeger werd genoemd?” komt heel anders over dan “Hoe heette je voor je transitie?” Met die eerste variant laat je het aan de persoon zelf veel meer ruimte om zelf te bepalen of ze hun oude naam te delen. Accepteer ook een nee als antwoord, als iemand een deadname niet wil geven, dan hebben ze daar vast een goede reden voor. Kleine moeite, groot gebaar.

Somatische zorgstandaard Transgenderzorg

Regelmatig hoor ik online de klaagzangen van mijn lotgenoten over de lange wachttijden, de stugge houding van het VUmc en de weerbarstigheid van zorgverzekeraars.Toen er deze zomer een oproep verscheen voor mensen die deel willen uitmaken van de focusgroep voor de werkgroep voor het opstellen van een somatische zorgstandaard voor transgenderzorg heb ik me aangemeld. Ik wil graag iets terugdoen voor de maatschappij en mijn lotgenoten nu ik door mijn transitie heen ben.

De werkgroep somatische zorgstandaard transgenderzorg is opgericht op initiatief van de Nederlandse Zorgautoriteit om de eenvoudige reden dat er geen standaarden zijn aan de hand waarvan gehandhaafd kan worden. Ook de NZa kreeg de nodige signalen dat het niet goed ging met de transgenderzorg in Nederland, de patiëntenstop van het VUmc in 2014 was een van de bekende druppels. Maar zolang de NZa niets heeft om op terug te vallen kunnen ze ook niet handhaven. Daarom de roep om een nationale zorgstandaard.

De eigenlijke werkgroep bestaat uit vertegenwoordigers van alle medische disciplines die zich bezighouden met transgenderzorg. Daarbij zijn onder andere chirurgie, endicrinologie en psychologie maar ook de huisartsen zijn vertegenwoordigd in de werkgroep. En uiteraard is er vertegenwoordiging vanuit Patiëntenvereniging Transvisie. Die vertegenwoordiging wordt ondersteund door een focusgroep een aantal transgenders waar ik dan weer deel van uit maak.

Het doel is een duidelijke zorgstandaard, die een wettelijke basis heeft. Niet zo vrijblijvend als de Standards of Care van de WPATH (World Professional Association for Transgender Health) die artsen en psychologen onderling hebben opgesteld als eigen richtlijn. Deze standaard moet bestaande ziekenhuisprotocollen van VUmc en UMCG vervangen zodat er eenduidigheid is in transgenderzorg in Nederland. Daarmee is het gelijk een stap tot het openbreken van de transgenderzorg voor meer marktwerking. Een nationale standaard maakt het voor zorgaanbieders makkelijker om gestructureerd transgenderzorg aan te bieden. Dat is op dit moment het grootste struikelblok: de hoge mate van centralisatie.

Op dit moment verloopt het grootste deel van de transgenderzorg in Nederland via het UMCG in Groningen voor de noordelijke provincies en het VUmc in Amsterdam voor de rest van het land. Voor jongeren is er nog een genderteam in het Leidse LUMC, dat nauwe banden heeft met het VUmc. Verder zijn er maar een handvol psychologen en artsen die zich aan het onderwerp wagen. Veruit het overgrote deel verwijzen je in een reflex naar het ‘Kennis & Zorgcentrum Genderdysforie’ zoals het VUmc genderteam officieel heet. De hoop is dat een nationale somatische zorgstandaard decentralisatie op gang brengt. Bijvoorbeeld meerdere academische ziekenhuizen die een eigen multi-disciplinair genderteam opzetten. Of dat zelfs medisch specialisten in regionale ziekenhuizen en vrijgevestigde psychologen ondersteuning kunnen gaan bieden.

Dergelijke decentralisatie haalt niet alleen de bottleneck weg die wordt veroorzaakt door centralisatie van de zorg. Het maakt het leven voor transgenders zelf een stuk makkelijker. Bijvoorbeeld:  Ik moet nu nog altijd naar Amsterdam om mijn bloedwaarden te laten controleren. Zo’n consult behelst doorgaans niet meer dan de vraag of alles goed gaat, even op de weegschaal en de bloeddruk meten en bloed laten prikken bij het lab. Geen enkele reden dat dat niet kan bij de endocrinoloog in het ziekenhuis aan het einde van de straat. Nu woon ik nog in de buurt van Amsterdam, maar als je in Vlissingen woont, kost dat je de hele dag voor een consult van 10 minuten.

Uiteraard zetten we als focusgroep ook in op verbetering van de transgenderzorg, gebasseerd op voortschrijdend inzicht. Toen het VUmc genderteam werd opgericht was het uniek in de wereld. In middels worden we links en rechts ingehaald door andere landen, waar hier nog op oude protocollen wordt gewerkt. Het is de wet van de remmende voorsprong. Belangrijk uitgaanspunt in de verbetering is het invoeren van een model dat veel meer is gebaseerd op zelfbeschikking ofwel informed consent.

Het proces van het opstellen van zulke zorgstandaarden is traag. Er wordt vanuit gegaan dat het nog zeker een jaar duurt, maar ik verwacht zelf eerder dat we er tot in 2018 mee bezig zullen zijn. Het is belangrijk dat er gedegen werk verricht wordt, de uiteindelijke zorgstandaard vormt straks de wettelijke basis die de NZa kan gebruiken bij handhaving. Niet alleen waar het gaat om zorgaanbieders, maar ook zorgverzekeraars.

Fading Gender is verhuisd!

Ik heb er al een tijdje over gedacht een eigen site en toen .blog als top level domein beschikbaar kwam heb ik het doorgezet: mijn blog is voortaan te vinden op fadinggender.nl. Met dank aan eMendo-IT dat de hosting en domeinnaam heeft gesponsord. Dat het een .nl en geen .blog is geworden heeft vooral te maken met herkenbaarheid. Noem me conservatief, ik heb niets met vanity-urls als .blog of .amsterdam. Ik vind .nl veel herkenbaarder. En ik heb zo meer ruimte om mijn site een andere richting op te sturen als ik dat in de toekomst zou willen.

Verhuisbericht

Behalve dat je voortaan fadinggender.nl in de adresbalk van je browser ziet staan veranderd er voor jou als gebruiker weinig. Alle abonnementen en volgers heb ik gelukkig gewoon kunnen meeverhuizen naar mijn nieuwe domein. Ook alle links die verwijzen naar mijn oude blog worden automatisch doorgestuurd.

Ik ben nog op zoek naar een mooier WordPress thema, ik draai nu nog steeds met het Twenty-Eleven jaarthema en ik ben toe aan wat moderners. Dat zal een project voor januari worden, want ik weet ook nog niet wat ik dan wél wil.

Fading Gender’s Gray Rainbows

4 jaar geleden schreef ik ‘Aseksualiteit, taart is beter dan seks’, waar ik vertelde over mijn gebrek aan seksuele interesse. Ik ben naar aanleiding daarvan zelfs nog eens geïnterviewd voor een artikel de Belgische krant De Morgen. Sindsdien, en dan vooral in de afgelopen paar maanden zijn er wel dingen aan het veranderen. Het lijkt erop dat ik zelfs weer iets van een libido heb. Daarom wil ik nu met mijn blog een nieuwe richting op. Over mijn transitie is niet zo heel veel meer te vertellen. ‘Klaar’ ben ik nooit, maar voorlopig gaan op dat gebied geen wereldschokkende dingen meer gebeuren. Al zal ik zeker nog over mijn transitie blijven schrijven.

Gray Rainbows

Onder de noemer Gray Rainbows wil ik meer gaan schrijven over seksualiteit in ruime zin: zowel op persoonlijk vlak, maar ook in algemenere termen over seksualiteitsbeleving bij transpersonen. Want daar ontbreekt het me gewoon aan. Gray Rainbows, grijze regenbogen, is een een verwijzing naar de kleuren van de aseksual pride en gay pride vlaggen en de titel van mijn eigen blog: de geleidelijk overgang tussen het zwart-grijs-wit-paars naar een regenboog. Zo voelt het voor mij persoonlijk.

Afgelopen week ben ik begonnen in het boek Come as you are van Emily Nagoski.* Een boek waarover ik las op Oh Joy Sex Toy (let op! Not Safe For Work, maar hey er staat sex toy in de titel). Tot nu to behoorlijk interessant en ik zal vast nog wel een paar keer naar verwijzen en uit citeren. Maar één passage in de Nagoskis introductie stoort me:

[..] but there is too little research om trans* and genderqueer sexual functioning for me to with certainty whether what’s true about cisgender women’s sexual wellbeing is also true for trans* folks. I think it is, and as more research emerges over the coming decade we’ll find out, but in the meantime I want to acknowledge that is basically a book about cisgender women. – Emily Nagoski, Come as you are

Ik moet maar afwachten of de inhoud van het boek op mij van toepassing is. Ik vermoed grote delen wel, vooral de psychologische onderwerpen. De fysieke en anatomische informatie zal ik voor mezelf wat ruimer moet interpreteren. Voor een boek dat wordt aangeprezen als: “Een van de beste boeken over seksualiteit en verlangen van de afgelopen paar jaar.” Vind ik dat toch wel een manco.

Dat is geen verwijt naar de schrijver of aan hen die dit boek aanprijzen. Er is gewoon heel weinig onderzoek gedaan naar seksualiteitsbeleving door transgenders. In de transgemeenschap wordt er ook verdraaid weinig gesproken over seks, ik ervaar dat daar nog best een taboe op rust, dat vind ik echt jammer. Ondertussen heb ik om me heen behoorlijk veel sex positive mensen waarmee ik over de meest uiteenlopende dingen kan praten. Maar geen van hen heeft hetzelfde anatomische referentiekader, de meesten zijn gewoon cis en een deel van mijn vrienden identificeert als queer.

Daarom heb ik besloten zelf maar eens actie te ondernemen en kies ik ervoor om hier op mijn blog op een open, heldere en sex positive manier te schrijven over seksualiteit als transgender. Ik wil daarin duidelijk zijn en geen onderwerp schuwen zonder ordinair te worden. Als anderen het niet doen, dan moet ik daar zelf verandering in brengen.

Aseksueel een fase?

Beschouw ik mezelf ‘genezen’ van mijn aseksualiteit? Absoluut niet, aseksualiteit kan je niet genezen, want het is geen aandoening maar gewoon een voorkeur Sommige mensen hebben nu eenmaal geen interesse in seks, en dat is prima. Geen seksuele voorkeur hebben is net zo valide als iedere andere voorkeuren. Aseksualiteit is gewoon het uiteinde van een spectrum.

Voor mij was identificeren als aseksueel een deel van mijn persoonlijke ontwikkeling. Ik voelde me er goed bij en het is gewoon enorm fijn om te weten dat je niet de enige bent die zich op een bepaalde manier voelt. De aseksuele gemeenschap heeft me een tijd lang een veilige plek geboden en daarvoor ben ik erg dankbaar. Het gaf, en geeft me nog steeds, de rust voor mijn eigen proces en eigen ontwikkeling.

Dat ik me een tijdlang als aseksueel heb geïdentificeerd en nu toch weer mijn seksualiteit ga verkennen betekent niet dat die vlieger ook op gaat voor andere aseksuelen. Maak alsjeblieft geen opmerkingen: “Zie, het is maar een fase.” Laat mensen in hun waarde, waar op het spectrum ze zich ook thuis voelen en ook hoe vaak, of juist niet, ze van positie veranderen.

*N.B. De link naar dat boek is er één naar een kleine onafhankelijke boekwinkel. Daar krijg ik verder niets voor en mijn enige belang erbij is het in stand houden van een fijne plek. 

Dr Lacelove, or: how I learned to stop worrying and love my breasts

Het is iets dat ik veel eerder had moeten doen. Ik heb het ook al veel eerder gezegd dat ik het zou doen, hier een half jaar terug al. Maar uitstelgedrag dat zich gesterkt voelt door onzekerheid is een taaie cirkel om te doorbreken. Het heeft van maart tot oktober geduurd voor ik eindelijk eens de stap zette om ook daadwerkelijk eens iets te bestellen bij de Hunkemöller. Degenen die me hebben zien lopen met dat roze-witte tasje hadden waarschijnlijk niet door wat voor een mijlpaal de inhoud daarvan was. Dat begint bij mij net ook een beetje in te dalen.

Ik weet dat er winkels zijn die specialiseren in kleine cupmaten. Normaal hoef ik het bij de reguliere lingeriezaken of zelfs maar de Hema het niet te proberen met een cupmaat die ergens halverwege de Tannerstadia scoort. En hoe blij ik ook ben dat er iets bestaat als ‘De Kleine BH-shop’ daar iets bestellen heeft een bepaalde lading. In mijn hoofd is het een stigma: ik ben speciaal en niet gewoon een doorsnee vrouw die bij de doorsnee winkels kan shoppen voor mijn unmentionables. Dat ik nu bij ’s lands grootste lingerieketen terecht kon is enorm validerend voor mijn zelfbeeld.

Het is alsof Dr. Lacelove een recept uitschreef en ik bij de apotheek mijn medicijn ging halen. Zo’n kanten niemendalletje geeft een enorme boost in mijn eigenwaarde. Ook al paste ik mijn nieuwe aankoop pas avonds laat thuis, vermoeid na een buitengewoon lange dag, het hielp direct, een moment van verlichting. Ik keek in de spiegel en voelde me goed. Ik maak me sinds dat moment minder zorgen om mijn cupmaat en houd een stuk meer van mijn lichaam en alle imperfecties die er een onderdeel van zijn.

Voorlopig zal ik nog geen afscheid nemen van mijn standaard Handfulls –Ja, zo heten ze echt!de van een hoeveelheid schuimrubber voorziene sportbh’s die mijn dagelijkse leven vorm geven. Maar ik heb nu wel een alternatief daarvoor, een bh die het gebrek aan extra volume ruimschoots goed maakt in sexyness. Het is een opstap die ook mijn zelfvertrouwen een flinke boost geeft. Ik voel me nu zeker genoeg om gewoon te gaan shoppen in een lingeriezaak, niet meer het gevoel hebbend dat ik met een paar schuimrubber neptieten in een bh gepropt binnen stap. Mijn huidige receptje heb ik vervuld via de online apotheek shop van de Hunkemöller. Ik voel me zekerder en, eh… Ik had het woord ‘valide’ al een keer gebruikt dit blog hè? Nou dat dus.

Ik heb de mogelijkheid van een borstvergroting ook nog steeds niet uitgesloten, de kans dat ik het doe is in elk geval een heel stuk kleiner, zelfs al zou een chirurgische ingreep vergoed gaan worden en geld niet het bezwaar vormen. Eigenlijk zou ik mijn lingeriebonnetjes moeten declareren bij mijn ziektekostenverzekeraar. Wat meters kant, een handvol fournituren en een vaardige lingerieontwerper is al wat ik nodig lijk te hebben. Heel wat goedkoper dan een chirurgische ingreep, met uiteindelijk eenzelfde resultaat. Zou de inzendtermijn voor hun ‘Beste zorgidee van Nederland’ voor dit jaar al gesloten zijn?

lacelove

Het medicijn van Dr. Lacelove

Dit artikel is onderdeel van een reeks blogs over mijn persoonlijke issues met mijn cupmaat en de verzekeringstechnische aspecten van borstvergrotingen. Lees hier de rest van de artikelen. 

Ben ik mijn plek wel waard?

De reacties onder nieuwsberichten over transgender gerelateerde onderwerpen, ik probeer ze niet te lezen. Maar soms, soms is mijn nieuwsgierigheid sterker dan goed voor me is. Zoals ook afgelopen week onder een nieuwsbericht over Chelsea Manning, die in hongerstaking is geweest om medische transitie af te dwingen.

Even in het kort wat context: Chelsea Manning is een klokkenluider die via Wikileaks een groot aantal militaire documenten naar buiten bracht. Daarvoor heeft ze terecht gestaan voor landverraad en zit ze in de gevangens. Daar heeft ze recht op medische bijstand bij haar transitie. Dat is haar onthouden, ze is ervoor naar de rechter gestapt en die rechter stelde haar in het gelijk. Vervolgens is de medische zorg haar alsnog geweigerd waarna ze in hongerstaking ging.

Onder dat nieuwsbericht een aantal reacties, waaronder deze twee:

“Doe dat maar als hij uit de bak komt”
“Op eigen kosten”

Ik zou graag zeggen dat dit me koud laat. Dat ik weet dat dit toetsenbordhelden zijn die bij wijze van hobby dit soort teksten onder nieuwsberichten plaatst. Ik stel me zo voor dat het 16 jarige pubers zijn die net het concept van een mening leren kennen. Of verzuurde nimby’s. Ik zou graag vol overtuiging kunnen zeggen dat dit maar een kleine hard schreeuwende minderheid is. Ik zou graag zeggen dat het van me afglijdt alsof ik dagelijks baad in Teflon. Maar het laat me niet koud, het raakt me wél en ontlokte deze drie tweets:

waarde.PNG

Het voelt als een niet aflatende stroom van haat en van pesten die op mij wordt afgevuurd. Ook al is het niet direct aan mij gericht. Keer op keer zie ik onder nieuwsberichten dit soort opmerkingen verschijnen. Dat raakt me. Zeker in deze tijden waar er zoveel maatschappelijke en politieke discussie over zorgkosten wordt gevoerd. Ik vrees gewoon weg dat de onderbuik van het internet zijn zin krijgt en dat de vergoedingen voor genderdysforie nog verder worden beperkt. De ‘reaguurders’ lijken maar vaak te denken dat het een soort luxe kwaaltje is. Ze zien in de regel liever dat transgenders met een dosis antipsychotica en een spuit Haldol in hun donder worden opgesloten in een kamertje met zachte muren. -Daarbij even niet beseffend hoe duur zulke psychiatrische zorg is.-  En als je dan wel een transitie wil: betaal maar lekker zelluf.

Dat soort reacties laten me niet koud en doen me serieus afvragen of ik echt zo ongewenst ben in deze maatschappij. Gelukkig zijn er dan altijd mensen om me heen om mijn vertrouwen in de samenleving weer een beetje terugbrengen. Die me in laten zien dat ik niet ongewenst ben en niet iemands plekje inneem. Zoals Humon in een van haar recente cartoons ook wist te tekenen.

spacehumon

Room for you too – Humon Comics

– Ik kan Humon erg aanraden, ze publiceert ook het geweldige (en soms onnavolgbare, want context) Scandinavia and the world. Steun haar door het kopen van merchandise of door haar te volgen via Patreon. – 

Mocht je nou een keer iemand zo’n opmerking als hierboven zien of horen maken, spreek hen erop aan. Want als ik dat doe heeft dat geen zin. Ze zullen vast zeggen dat het onschuldig is zo op internet, of tijdens de kringverjaardag. Ze zullen zeggen dat het niemand schaad, of dat ze het niet zo bedoelen. Maak hen duidelijk dat dat niet zo is en dat ze er wel mensen pijn mee doen. Dat ze mensen zoals ik ongewenst doen voelen, of tot last van hun naasten. Zeg hen dat dergelijke uitspraken schade aanrichten en zeker wel gevolgen kunnen hebben.

 

 

Plastische twijfels

Er pruttelt al een paar weken iets in mijn hoofd: gedachten over plastische chirurgie en de twijfels die ik daarover heb. Door dingen die zijn gebeurd en ook de ervaringen die lotgenoten met me deelden ben ik toch wat verder gaan denken dan mijn neus lang is. Behalve de borstvergroting waar ik al vaker over heb geschreven. denk ik ook over gezichtschirurgie. Ondanks alles wordt ik nog regelmatig met meneer aangesproken, bijvoorbeeld op mijn werk. Ook als ik daar in een jurk op de werkvloer sta, met make-up en mijn haar in een nette krul.

Ik dacht altijd dat Facial Feminisation Surgery (FFS) voor mij onbereikbaar was. Want duur! Maar onlangs zag ik van een andere transvrouw de resultaten van een kleine neuscorrectie die al een behoorlijk verschil maakte in de vrouwelijkheid van haar gezicht. Ondanks dat het de verandering heel subtiel waren. Want dat is waar ik bang voor ben, dat ik niet meer op mezelf lijk na zo’n ingreep. Wat me nog meer verbaasde: ze kreeg het vergoed door haar zorgverzekeraar, die was het er blijkbaar mee eens dat ze een te mannelijk gezicht had. -FFS valt onder de basisverzekering als je daarvoor een positief oordeel van drie individuen én je zorgverzekeraar (ze willen vaak foto’s zien) hebt- Terwijl ik haar gezicht helemaal niet zo mannelijk vond, qua mannelijkheidsgehalte vergelijkbaar met dat van mijzelf. Sterker nog ik vond haar zelfs een vrouwelijker gezicht hebben dan ik.

Waar het in mijn gezicht precies aan ligt durf ik niet te zeggen. Ik heb niet een enorm voorhoofd, de zogenaamde brow ridge steekt bij mij nauwelijks uit. Mijn neus is niet klein, maar naar mijn idee prima in verhouding met mijn gezicht. Ik heb ook geen enorme vierkante Superman kaak. Toch viel het me laatst op, toen ik op het balkon zat met mijn laptop op schoot. In mijn scherm zag ik een reflectie van de onderste helft van mijn gezicht, van jukbeen tot hals. Wat ik zag kon ik toch niet anders dan als ‘mannelijk’ typeren, maar ik kan nog steeds niet de vinger leggen waar dat door komt.

Een paar weken terug zag ik per toeval Louis Theroux: Under the Knife, de documentaire van de de bekende interviewer over plastische chirurgie in Los Angeles. Dat keek als een 60 minuten lange anti-reclame om maar vooral géén ingrepen aan mijn ‘secundaire geslachtskenmerken’ te laten doen. Programma tot de rand toe gevuld met patiënten en artsen die het gevoel voor realistische en ethische esthetiek al lang kwijt waren. Ik had na het zien van die show gelijk veel minder behoefte aan aanpassingen.

Zachte buik

Aan de andere kant: de afgelopen paar keer dat ik bij de huidtherapeut voor een lasersessie zat heb ik behalve mijn gezicht ook twee andere delen van mijn lichaam laten behandelen, mijn decollete en mijn buik. Op eigen kosten, welteverstaan. De kliniek waar ik kom heeft de regel dat je bij een gewone behandeling een klein gebied tegen een gereduceerd tarief kan laten meebehandelen. Dat ik het haar op mijn borstbeen laat weglaseren zal je vast niet zo verrassend vinden. Ik heb genoeg tops met een lage hals en dat er dan geen donkere haren zichtbaar zijn vind maakt me wel een stuk zekerder.

Dat ik mijn buik laat laseren is niet voor mijn zelfverzekerdheid, maar voor mijn zelfbeeld. In het gebied rond en net onder mijn navel heb ik van nature dikke donkere en vooral stugge haren zitten. Hoe goed ik die ook wegscheer ze blijven duidelijk voelbaar, dat verstoorde enorm mijn zelfbeeld. Nu dat gebied en paar keer behandeld is, is de haargroei significant minder. En dat heeft enorm geholpen met hoe ik mij voel over mijn lichaam.

Het klinkt vast heel suf dat ik me druk maak om zo´n klein detail. Maar dat gladde(re) zachte stukje buik rond mijn navel maakt dat mijn lichaam veel meer in sync voelt met mijn zelfbeeld. Niemand die het ziet, en als ze het zien zal het ze niet eens opvallen. Maar ik voel me er een stuk beter door. Het is dat gevoel dat me de laatste tijd wat positiever doet denken over wat plastische ingrepen zouden kunnen betekenen.

Compatible?

Dan is er dat terugkerende punt van mijn borstomvang. De mensen om me heen vragen me soms waar ik me zo druk om maak. Want het valt onder kleding toch niet op en het is prima te faken. Op dat soort momenten overweeg ik om gewoon een topless foto online te zetten en de Facebook-Female Nipple-Test te doen. -Facebook staat niet toe dat er vrouwelijke ontblote tepels te zien zijn op foto’s, mannelijke tepels zijn echter geen probleem.- Om te laten zien wat me zo dwars zit. Daar heb ik me altijd van weerhouden, maar er deed zich een gelegenheid voor.

Ik kreeg een Gay Pride t-shirt cadeau. De maat bleek niet helemaal compatible met mijn systeemeisen. Aanvankelijk ik wilde ik enkel voor de grap een foto maken om de gever te laten zien hoeveel die maat medium te klein is. Ik zag er echter in een mogelijkheid in om duidelijk te maken wat me dwars zit:

Dit is waar het me nou om gaat. Ik ben nooit erg gespierd geweest, en als ik niet zou weten dat ik dit zelf ben op de foto. Dan zou ik zeggen dat dit de borstkas is van een man die nog wel een uurtje in de week extra naar de sportschool moet omdat die borstspieren nog een beetje magertjes zijn.

Ik ben weer een stap verder in mijn denkproces. Zover dat ik nu de mogelijkheden wil gaan onderzoeken. Tot op heden heb ik geen goed beeld van wat er mogelijk is met borstvergrotingen. Bijvoorbeeld of er aan mijn wensen voldaan kan worden. Een realistisch resultaat dat er niet alleen goed uitziet maar ook goed aanvoelt. Want ik weet nu al dat overduidelijke nepborsten me niet verder gaan helpen. Dan kan ik net zo goed verder op de huidige voet, met schuimrubbervullingen in mijn BH.

Of ik wat ga laten doen, ik ben er nog steeds niet uit voor mezelf. In elk geval ga ik informatie inwinnen voor een borstvergroting. Zodat ik een reële van een mogelijk resultaat. En ook een goed beeld heb van alle nadelen en risico’s die aan zo’n ingreep zitten. Dan kan ik van daaruit verder. Wat betreft ingrepen aan neus, kin of kaak. Dat zie ik vooralsnog niet gebeuren. Wellicht als ik iemand vind die daar een objectief en goed geïnformeerd oordeel over kan geven.

#MissingType

Deze week lanceerde bloedbanken in de wereld de hashtag #MissingType. Ze zijn op zoek naar meer bloeddonoren met de specifieke bloedgroepen A, B en O. Er is in de afgelopen 10 jaar een daling van 30% in de donoren te zien, in Nederland blijft die daling volgens de NOS en bloedbank Sanquin beperkt tot 20%. Vooral onder jonge donoren hebben vrouwen de overhand en zijn ze opzoek naar mannelijke donoren. Want mannen mogen 5 keer per jaar doneren, in tegenstelling tot vrouwen die slechts 3 maal in een jaar een halve liter mogen aftappen.

Waar die schifting vandaan komt? Ik heb geen idee. Sanquin heeft mij al eerder laten weten een definitie van geslacht uit het jaar kruik te hanteren. Zo mocht ik voor mijn transitie geen seks hebben gehad met een man, maar na mijn geslachtswijziging was dat geen probleem. De bepalende factor is? De Basisregistratie Personen: het lettertje achter geslacht op je identiteitskaart bepaald of de bloedbank je behandeld als man of vrouw. Volstrekt arbitrair en in geen enkele wijze onderbouwd door medische of biologische factoren.

Van een vrouwelijke bloeddonor hoorde ik dat vrouwen minder vaak zouden mogen doneren omdat na een menstruatie de hemoglobinewaarde lager zou zijn. Maar als dat zo is, dan is het criterium niet een letter op je ID-kaart, maar ‘x dagen geleden ongesteld’. Ik ken een boel vrouwen, niet alleen transvrouwen die nooit menstrueren. Daarentegen ken ik ook voorbeelden van mannen die dat wel doen.

Zou het soms lichaamsmassa zijn, omdat je teveel volume kwijt raakt in een jaar? Ik ben prima materiaal voor full-contact sporten als rugby of roller derby en verplaats meer water dan menig man die vaker mag doneren dan ik. In dat geval zou het criterium gebaseerd moeten zijn op lichaamsgewicht, of -omvang.

Of het voor het bloed daadwerkelijk uitmaakt weet ik niet. Maar ik kan me voorstellen dat het in bepaalde gevallen nodig is om te weten of de bloeddonor XX of XY chromosomen heeft. Of dat het bloed is gegeven door iemand met testikels en prostaat, of juist met baarmoeder en eierstokken. Zulke dingen zouden een verschil kunnen maken, al rijkt mijn medische kennis over geslachten niet ver genoeg om daarover te oordelen. Daar vraagt Sanquin niet naar, enkel het juridische geslacht is naar eigen zeggen van belang.

Een opmerking die ik op Twitter maakte hierover kwam niet een duidelijk antwoord op. Op doorvragen van mijn kant heeft Sanquin niet meer gereageerd:

Ik ben trouwens blij dat ik de Social Media persoon van Sanquin niet ben. Ze hebben de nodige hoon over zich uitgestort gekregen over het uitsluiten van homo’s die in het afgelopen jaar seks hebben gehad met een andere man. Opmerkingen daarover werden door Sanquin vanuit een ivoren toren beantwoord. Dat ze internationaal geldende regels toepassen snap ik, maar de empathie met welwillende potentiële donoren die op basis van hun geaardheid worden uitgesloten was ver te zoeken. Zoals Fleur het op Twitter zegt:

Ik snap dat beleid eerlijk gezegd niet meer zo goed. Het is een regel die stamt uit de tijd dat HIV/Aids nog de mysterieuze homoziekte was. Toen men nog niet goed begreep wat het was en hoe de verspreiding kon worden voorkomen.

Anno 2016 is het zo dat je als monogame homo minstens een jaar geen seks meer mag hebben gehad met een man. Ben je een heteroseksuele man en heb je vorige week een onbeschermde one night stand gehad met een vrouw? Dan telt dat niet als een riscocontact volgens deze vragenlijst (.pdf) van Sanquin. Zolang je er maar niet voor hebt betaald, mag je bloed doneren. Ben je als man al jaren met je mannelijke partner samen, zijn jullie strikt monogaam en regelmatig getest op o.a. HIV en hepatitis C en vrij van deze ziekten? Dan ben je nog steeds een onacceptabel risico volgens de bloedbank.

Het beleid van Sanquin is weliswaar al soepeler dan in veel andere landen, daar geld vaak nog de levenslange uitsluiting van homo’s als donor. Het is echter gewoon niet meer van deze tijd om mensen op basis van geaardheid uit te sluiten als donor. Helemaal als je bedenkt dat bij het bepalen van geaardheid wordt uitgegaan van een arbitrair (en achterhaald) gegeven als juridisch geslacht. Het wordt tijd dat de bloedbanken hun denkbeelden bijstellen aan de moderne tijdsgeest, daarbij archaïsch seksisme loslaat en daarbij de donoren gaat behandelen als individu in plaats cliché.

 

Op deze dag…

Ik heb al een poos de herinneringenfunctie van Facebook aanstaan, dagelijks een rijtje met posts van de datum in het verleden. Door de herinnering van 14 augustus 2010, die ik dus gisteren te zien kreeg besefte ik me dat het vandaag 6 jaar geleden is dat de laatste Bredase Harley Dag werd georganiseerd.

opdezedag

Waarom ik dat zo goed weet? Ik zat namelijk dezelfde dag met zweethandjes op de bank bij mijn ouders om uit de kast te komen als transgender. Onderweg naar mijn ouders kwam ik met mijn toenmalige partner in de Bredase binnenstad al de nodige hoeveelheid bulderend en blinkend chroom tegen.

Voordat ik open kaart durfde te spelen richting mijn ouders had ik al het nodige achter de rug wat medisch traject betreft. Na mijn eigen bewustwording, de diagnose voor de diagnose had ik het ook al een half jaar op de wachtlijst uitgehouden. Omdat ik enige zekerheid wilde hebben besloot ik mijn ouders pas het nodige te vertellen na de intake bij het Genderteam. Eind juli 2010 kreeg ik te horen dat ik op de wachtlijst voor de diagnose was gezet. Een paar weken later toog ik naar het ouderlijk huis.

Van het gesprek zelf staat me weinig meer bij. Wel herinner ik me de enorme opluchting nadat het hoge woord eruit was en de positieve reactie die ik kreeg.

Sinds die dag 6 jaar geleden is er een boel veranderd. Niet alleen in mijn transitie, ook in mijn dagelijkse leven.  Relaties kwamen tot een einde, ik ben tweemaal verhuisd, depressies zijn bevochten. Maar bovenal ben ik gegroeid in wie ik ben. Ik ben een beter mens geworden. Ik sta veel meer in contact met mezelf en mijn eigen gevoelens. Ik ben gewoon meer mezelf dan ooit en ga daar nog wel even mee door. Want klaar? Klaar ben je nooit.

Moet dat nou, die Gay Pride?

Ik hoor die vraag nog vaak gesteld worden als het over de Gay Pride gaat: “Moet dat nou?” Men vind het banaal, overdreven en overbodig, want homo’s hebben toch rechten? Mijn antwoord op die vraag: ‘Ja, dat moet!’ Zolang men de vraag blijft stellen of een gaypride nodig is, is die nodig. De vraag stellen is hem beantwoorden.

De Gay Pride, met als publiek hoogtepunt de bootjesparade door de Amsterdamse grachten heeft niet als doel vulgair te zijn. Het heeft als doel dat homo’s, lesbiennes en in steeds toenemende mate biseksuelen, transgenders en queers zichzelf zichtbaar maken. Ze nemen daarmee nog steeds een risico. Een risico op verbaal en fysiek geweld, risico om je baan te verliezen of geen baan te krijgen (ja, dat gebeurt in Nederland nog steeds), het risico om door je familie of gemeenschap verstoten te worden.

Waarom er dan geen hetero pride is, krijg ik dan nog regelmatig als wedervraag. Die hetero pride is er: 365 dagen per jaar. Elke dag kunnen hetero’s hand in hand lopen met hun partner of zoenen op het station zonder dat er ook maar een haan naar kraait.

Ik wordt daarentegen door een homoseksuele kennis gewaarschuwd dat ik met mijn Hema tompoucen t-shirt toch wel ‘een bepaalde boodschap uitdraag’. Hij gaat zelf naar de Canal Parade om te kijken, maar heeft me ook verteld dat hij zelfs onderweg  naar de grachten niet de hand van zijn partner niet durft vast te houden. Bang voor reacties.

Behalve transgender ben ik ook lesbisch en heb de beide keren dat ik een date in het openbaar zoende daar reacties op gekregen. Reacties van het soort die ik niet kreeg toen ik nog als jongen leefde en mijn (vrouwelijke)partner zoende. De laatste keer was op de roltrappen van het Utrechtse station aan het Jaarbeursplein. De zoen, een hele beschaafde, werd luidkeels aangemoedigd door gejoel vanaf de andere roltrap.

Tot op heden heb ik nooit veel behoefte gehad om deel te nemen aan de Gay Pride. Maar mijn eigen ervaringen, beide met een beschaafde zoen doet mij er anders over denken. De gebeurtenissen twee maanden geleden in Orlando maken dat gevoel nog sterker. Ik wil naar buiten treden. Ik ben trots op wie ik ben als lesbienne én als transgender.

Tijdens het schrijven aan dit blog kwam de inspiratie me pardoes aanwaaien. De NOS citeert uit een merkonderzoek naar de grootste evenement in Nederland dat de Gay Pride nog steeds niet is ingeburgerd en nog altijd veel weerstand oproept onder de Nederlandse bevolking. Het calvinistische adagium ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg!’ wordt daarbij van stal gehaald. Je mag best homo zijn, zolang je het maar niet in het openbaar doet en je vooral wel naar heteroseksuele normen vormt.

Maar ook meer specifiek voor transgenders is de pride nodig. Op het moment dat de Gay Pride in Amsterdam volop aan de gang is en de stad zich opmaakt voor de Canal Parade noemt Amsterdams VVD gemeenteraadslid Daniel van der Ree transissues op Twitter nog even”Onzin.” Je zou vandaag maar op de VVD-boot staan tijdens de parade, wetende dat die vrijheid uit de naam nogal kieskeurig wordt geïnterpreteerd.

Dit jaar moet ik tijdens de Pride evenementen werken, invallen voor mijn collega die extra hard moet dansen in mijn plaats. Maar met dank aan mijn broer die speciaal voor me naar Amsterdam is gegaan om een beetje Gay Pride naar mij te brengen:

wp-1470421274684.jpg

Want de Gay Pride is nodig, net zo lang tot iedereen met zijn/haar/hen partner(s) hand in hand over straat kan lopen en deze ook gewoon een afscheidszoen kan geven op het station. Net zo lang tot er niet meer opgekeken wordt van kinderen met twee vaders of twee moeders. Net zo lang tot gemeenteraadsleden transgenders geen onzin meer vinden. En vooral net zo lang tot de vraag ‘Moet dat nou?’ niet meer gesteld wordt.