Neem je zwemspullen mee!

Ik zeg niet wat we gaan doen, maar neem je zwemspullen mee! Het is nog steeds een drempel, ik heb er al vaker over geschreven, maar destijds niet verwacht dat ik het op dit punt in mijn leven nog steeds als een barrière zou zien: gaan zwemmen. Met dit warme weer zie ik her en der de oproepjes opspringen op facebook en twitter: “Wie gaat er mee zwemmen/naar het strand / meertje?” en ik scroll er steeds maar langs heen.

Het gekke is: de afgelopen jaren ben ik wel gewoon naar de sauna geweest. Zowel vóór als na mijn operatie. Daar heb ik niet veel moeite mee gehad. Al vergde die eerste keer na de operatie toch wel een momentje adem in, adem uit. Voor ik mijn kleding aantrok. Voor de operatie was ik me er wal bewust van. Maar, mijn borsten zijn niet van het formaat dat ze echt opvallen, ik heb mannen gezien met grotere moobs. Kan me niet echt voorstellen dat men destijds echt doorhad dat er iets inconsistent was aan mijn lichaam. En dan nog: je hóórt niet naar elkaar te kijken in de sauna.

Zwemkleding is juist iets dat heel erg geslachtsspecifiek is en veel nadruk legt op je lichaam. Daar wordt ik dan onzeker van. Er is me al eens getipt om de stoere surferchick uit te hangen en te kiezen voor boardshorts. Die zijn wat bedekkender. Maar dan nog voel ik me naakt en onbeschermd. Met gewone kleding kan ik mijn de dingen waar ik minder tevreden over ben makkelijk verhullen, met zwemkleding is dat veel lastiger.

Het is echt mijn volgende grote drempel waar ik overheen ga moeten stappen. In het verleden verwachtte ik dat ik op dit punt hier al lang overheen zou zijn geweest. Of dat ik me er lang niet meer zo onzeker over zou voelen. Maar helaas, dit gaat me nog wel enige moeite kosten, ook al ben ik inmiddels best tevreden met mijn lichaam. Volgens mij moet ik er gewoon maar eens aan geloven en in het diepe springen. Als ik me dan toch bekeken voel op het strand of in het zwembad, dan denk ik maar gewoon dat ze kijken naar de tatoeage op mijn been.

De rollen in mijn leven

Zo’n transitie doe je niet zomaar even. Zelfs als je geen ogenschijnlijke lastige mentale bagage hebt, of met andere problemen kampt. Tornen aan iets wat onze samenleving ziet één van de meest basale en belangrijkste persoonskenmerken heeft zo zijn weerslag. Niet alleen fysiek maar ook psychisch. Mijn huisarts heeft het vanaf begin af aan al gezegd: “Dit kan je niet alleen, zorg dat je wat extra bijstand van een psycholoog hebt.” Eigenwijs en slecht in om hulp vragen als ik ben heb ik dat lang uitgesteld. Zelfs op momenten dat het eigenlijk echt niet meer ging. Uiteindelijk heeft het tot afgelopen najaar geduurd tot ik weer bij een psycholoog op de bank zat.

Bijna heb ik die gang naar een psycholoog weer afgeblazen. Ik had me aangemeld en in de wachttijd tot het eerste gesprek ging het eigenlijk steeds beter met me. Gevoelsmatig had ik een onkreukbaar goed humeur. Ik heb me serieus afgevraagd of mijn collega’s stiekem happy pills door mijn koffie roerden. Zo licht en vrij en zonnig en vrolijk voelde ik in mijn hoofd, ik vond het bijna eng. Achteraf gezien ben ik blij dat ik niet weer afgehaakt ben en gewoon mijn psycholoog ben blijven bezoeken. In december begon mijn mentale veerkracht af te nemen en zo begin februari heb ik toch wel weer een behoorlijk dal bereikt.

Je zou je dus kunnen afvragen of die uren bij een psycholoog dan zoveel zin hebben gehad. Dat hebben ze zeker. Ik kon dan wel niet voorkomen dat ik afgleed naar een emotioneel dal, maar ik gleed dit keer. Ik stortte niet, zoals a eerdere keren, in een emotioneel ravijn. Ik had dus niet veel controle op wat er gebeurde, maar wel hoe dat verliep en kon mijn remmen nog inknijpen om zonder al teveel kleerscheuren beneden aan te komen.

Mijn psycholoog heeft me duidelijk kunnen maken waar deze problemen vandaan komen en vooral hoe ik ermee om kan gaan. Een onderdeel daarvan is alle negatieve gedachten een naam te geven, iets waar ik al voor ik bij de psycholoog zat al mee was begonnen toen ik Scumbag Brain beschreef. Ik heb zo nog een paar andere van die rollen in mijn leven weten te identificeren, hier heb je ze op een rijtje:

Mijn Regenwolk. Gewone sombere gedachten of slechte humeuren. Regenwolken zijn in mijn hoofd net zo normaal als in het weer. Ze horen bij het leven, iedereen ervaart ze wel eens en ze mogen er ook best zijn. Zo’n wolk werpt een schaduw op alles in het leven, soms is het voor een paar uur en soms is dat voor een paar weken. Op sommige momenten lukt het me niet meer om voorbij die schaduw te zien. Regenwolken worden meestal veroorzaakt door verschillende kleine dingen die opstapelen en elkaar versterken.

Scumbag Brain. Al mijn onzekerheden en angsten noem ik Scumbag Brain. Mijn eigen hersenen zijn soms de rotzak die tegen zere beentjes schopt op momenten dat ik zoiets het minst kan gebruiken. Het grote verschil met mijn regenwolkje is dat SB altijd met iets heel concreets naar voren komt, een directe trigger heeft. Scumbag Brain kan wel zo’n regenwolk veroorzaken of extra grauw maken, als hij me niet al in een emotioneel ravijn duwt.

De Floor Supervisor. Ik heb een achtergrond in het hotelwezen, daar heb je floor supervisors: medewerkers die controleren of de hotelkamers wel goed zijn schoongemaakt. Voor mij zijn dit al mijn ‘moeten gedachten’, die vooral huishoudelijk van aard zijn. De afwas moet weg, het huis moet gestofzuigd, de was moet opgevouwen, de boodschappen moeten gedaan, en het fornuis moet glimmen. Pas als dat alles klaar is mag ik wat leuks gaan doen. Mijn Floor Supervisor kan een hele verlammende werking hebben: als ik op een vrije dag niet op gang kom dan voel ik me aan het eind van de dag slecht over het feit dat mijn huis niet spic-en-span is én dat ik niet iets waardevols of leuks gedaan heb.

Het Spookje. Dit zijn mijn aller duisterste en naarste gedachten, dingen waar ik ook niet graag over praat. Laat ik zeggen dat door Het Spookje ik begrip kan opbrengen voor zaken als suïcide en auto-mutilatie. Ik hebt ook wel eens het suïcide spookje genoemd, maar die naam gebruik ik liever niet meer. Het Spookje heb ik gelukkig al heel erg lang niet meer gezien en deze mag voor mij ook voor altijd wegblijven.

Het benoemen van deze rollen heeft me geholpen om bewust te worden van die gedachten. Door die gedachten een passende naam te geven heb ik ook een handvat om er iets mee te doen. Soms is dat er keihard tegenin gaan, ik heb al vaker gezegd dat ik Scumbag Brain graag in zijn ballen schop (ja, hij is een jongetje), en soms ga ik er ook mee in gesprek. Vooral sinds ik die Floor Supervisor een naam heb gegeven kan ik met haar nog wel eens tot een consensus komen.

Die gedachten een naam geven is ook makkelijker voor mensen om me heen. Dat als ik niet lekker in mijn vel zit, dat ik gewoon kan zeggen dat het bewolkt is, of dat SB vervelend doet. Gewoon helder en niet al teveel om de hete brij heen draaiend zonder gelijk zware woorden te hoeven gebruiken.

Als je nu afvraagt waar ik ben gebleven in dit overzicht dan doe je dat terecht. Dat is een van de belangrijkste dingen waar ik nu mee bezig ben. Zoals mijn psycholoog het omschreef: “Je bent zolang bezig geweest met hoe de buitenwereld je zag dat je het contact met jezelf bent verloren.” Dat contact ben ik nu weer aan het terugwinnen, stapje voor stapje. Zodat die vier bovenstaande rollen niet meer de boventoon voeren maar dat ikzelf die opsomming aanvoer.

Ooit, als ik later groot ben

Afgelopen week vulde ik een vragenlijst in over niet-conventionele relaties. Niet gek dat ik daar naar gevraagd wordt met mijn non-monogame platonische relatieconstructie. Tussen die vragen stond ook nog een vraag over hoe ik over de toekomst denk. Toen besefte ik me dat ik de afgelopen jaren heel erg in het nu heb geleefd. Ik heb zelfs kunnen stellen dat voor mij alles na volgende week ‘ver weg is’ en alles na volgende maand ‘ooit, als ik later groot ben’.

De afgelopen jaren heeft mijn leven heel erg in het teken gestaan van mijn transitie. Elke keer leefde ik naar een volgende stap toe. Van de intake naar de diagnose, van de diagnose naar de real-life fase en van de real-life fase naar chirurgische ingrepen. Een heel duidelijk uitgestippeld plan voor wat ik daarna met mijn leven zou willen heb ik nooit gehad. Verder dan een vage richting komt het bij mij niet.

Nou praat ik vaak John Lennon na met zijn “Life is what happens whilst you’re busy making other plans.” Maar nu ga ik me ineens heel filosofisch afvragen of ‘plannen maken’ een voorwaarde is voor het leven om te gebeuren. Wat nou als je geen andere plannen maakt, gebeuren er dan wel dingen, doet leven dan nog steeds zijn ding? Als je geen plannen hebt kunnen ze ook niet doorkruist worden. De afgelopen tijd zijn er genoeg dingen gebeurd. Mooie dingen, fijne dingen. Life happened, om het zo maar te zeggen.

Over de afgelopen tijd had ik nog wel enige plannen, ook al waren dat steeds aan mijn transitie gerelateerde doelen. Voor de toekomst heb ik geen concrete plannen. Het meest ver vooruit geplande ding in mijn agenda is mijn vakantie in juni. Vier maanden in de toekomst. Helemaal ‘als ik later groot ben’ is het het niet, vier maanden is te overzien. Vier maanden is de tijd die het heeft geduurd tot ik na mijn operatie weer kon fietsen. Ik kan me dus wel voor de geest halen hoe lang vier maanden duren. (Lang, heel erg lang!).

Het gevoel dat ik geen plannen heb, geen concreet beeld van hoe mijn toekomst eruit gaat zien, of hoe ik zou willen dat die eruit gaat zien boezemt me wel een beetje angst in. Het algemene doel dat ik de afgelopen jaren had, mijn transitie doormaken, is nu wel zo’n beetje behaald. ‘Klaar’ zal ik er nooit mee zijn, mijn transitie zal altijd een onderdeel van mijn leven zijn. Ik zal mezelf ook altijd zien als een transgender persoon. Maar de grote tussenstations heb ik behaald. Ik sta nu in de stationshal van het leven, ingecheckt met voldoende saldo om alle mogelijke bestemmingen te bereiken maar zonder een goed idee in welke trein te stappen.

Ik begin te beseffen dat het ‘ooit, als, ik later groot ben’ nu is. Ook al heb ik er nog steeds moeite mee om mijzelf als volwassene te zien. Voor mijn gevoel ben ik nog maar net tiener-af met mijn hele volwassen leven nog voor de boeg. Dat zou me tien jaar jonger maken dan ik werkelijk ben. Dat ik de dertig al ben gepasseerd is nog steeds niet tot me doorgedrongen. Als ik plannen voor later wil maken dan zal ik dat toch moeten gaan doen, ooit is al begonnen. Ik wil het niet op mijn geweten hebben dat het leven maar werkeloos op een bankje in het park zit omdat ik het leven geen plannen geef die ze kan doorkruisen.

Of toch niet? Kan ik mijn leven verder gaan zonder concrete doelen? Is het voldoende om te weten welke windrichting ik op wil gaan, zonder een vastgesteld reisschema? Gewoon op de eerste de beste trein stappen die ongeveer in die richting gaat en dan zien waar ik uiteindelijk terecht kom.

Beide keuzes zijn vatbare opties. Van beide kan ik niet inschatten hoe waardevol ze zijn en wat ze me zullen bieden. Het door Baz Luhrman onsterfelijk gemaakte advies van Mary Schmich op dit punt het beste. Ik ben tenslotte the clas of ’99. 

Don’t feel guilty if you don’t know what you want to do with your life… the most interesting people I know didn’t know at 22 what they wanted to do with their lives, some of the most interesting 40 year olds I know still don’t.

Of ik luister naar ander advies van Scmich en luister ik daarom niet naar haar advies? Ga ik dan toch vragen om een spoorboekje? Zodat ik een reisplan op kan stellen. Alle opties staan open, het hoeft niet direct, ik kan ook de volgende trein afwachten, er zullen er meer rijden. In elk geval zal ik me er geen zorgen om maken.

Don’t worry about the future; or worry, but know that worrying is as effective as trying to solve an algebra equation by chewing bubblegum.

Antwerpen Centraal - Foto: Wylderice, via Pixabay

Antwerpen Centraal – Foto: Wylderice, via Pixabay

 

Plastische chirurgie of acceptatie

Het is een onderwerp dat momenteel erg rondgaat in mijn hoofd: moet ik mijn lichaam accepteren of modificeren. In de nasleep van Leelah Alcorns zelfmoord zag ik mensen schrijven die “gevangen in een verkeerd lichaam” niet een goede omschrijving vinden. Zij zeggen dan dat hoe het er aan de buitenkant ook uitziet, het is wel jouw lichaam. Het is een gedachtegang die volgens mij uit de genderqueer-hoek komt, in elk geval een stroming die gender niet af laat hangen van toevallige biologische en anatomische kenmerken.

Ik heb mijn ‘oude’ lichaam vaak genoeg afstandelijke namen geven: gevangenis, zak met vlees en botten waarin ik leef, hotelkamer waar ik me niet thuis voel. Toch is het altijd mijn lichaam geweest en is dat het nu ook nog steeds, ook al is er wat werk aan verricht met de pillen van de endocrinoloog en de scalpel van de chirurg. Op de manier die ik hierboven beschrijf had ik er nog niet eerder over nagedacht, maar ik snap wel wat ermee bedoelt wordt. Als je lichaam als een gevangenis ziet, dan bouw je daar een afkeer tegen op. Daar heb ik zelf ook last van gehad, er zijn echt vijandige gedachten jegens mijn lijf die ik kwijt moest raken. Daar worstel ik nog steeds wel mee, gelukkig inmiddels weer met professionele begeleiding.

Dat ik mijn héle lichaam haatte is oneerlijk. Ik had eigenlijk enkel afkeer tegen een paar details. Aan de belangrijkste is al wat gedaan en met een aantal details moet ik leren leven. Maar er blijven een paar dingen over waar wel wat aan te doen valt, maar waar de nodige nadelen en kosten tegenover staan. Kosten niet alleen in financiële zin, maar ook in de zin van energie, nasleep en genezing. Over die dingen ben ik nu aan het nadenken, overwegen of zoiets alle nadelen waard is, of ik er echt zo tevreden mee ga zijn als ik zou willen.

Dat ik voorstander ben voor plastische chirurgie dat moge duidelijk zijn. Ik heb nogal een ingreep achter de rug, eentje waar ik heel erg blij mee ben. Plastische chirurgie voor cosmetische redenen vind ik ook prima, al vraag ik me bij foto’s van resultaten soms af wat er met de beroepsethiek van de arts in kwestie is gebeurd. Dan denk ik dat die arts beter “Nee.” had gezegd tegen zijn patiënt. Maar een scheve neus recht laten zetten of een grote kleiner maken of oogleden laten liften. Dat soort ingrepen, daar zie ik het nut wel van in. Zo zijn er ook nog wel dingen die voor mij op de nominatielijst staan, dingen waar ik nu dus over aan het nadenken ben.

Plastic Surgery

Plastic surgery – Red pepper (foto: Nick Mugridge)

De mogelijkheden die je als transgender hebt zijn behoorlijk. Zo kan je het wenkbrauwbot kleiner laten maken (brow ridge reduction), je adamsappel laten verkleinen (tracheal shave), je kaak laten versmallen, neusoperaties, borstvergrotingen en stembandoperaties. Daarmee heb je de belangrijkste opties voor ingrepen aan de secundaire geslachtskenmerken wel gehad. Naar de meeste daarvan heb ik totaal geen oren. Mijn wenkbrauwen vind ik niet enorm uitsteken. Mijn adamsappel is duidelijk zichtbaar maar ik stoor me er niet aan. Mijn neus had iets kleiner gemogen, maar ik ben eraan gewend. Stembandcorrecties hebben zoveel nadelen en risico dat het gewoon geen optie is, ik zoek mijn logopedist nog wel eens op. Kaakversmallingen vind ik gewoon onnodig en eng, heel erg eng (googlen op eigen risico).

Een secundaire ingreep die ik wel overweeg is een borstvergroting. Dat is iets wat voor mij toch wel een behoorlijke invloed heeft op mijn zelfbeeld. Ook al is het prima te verbloemen dat ik kleine, naar mijn gevoel veel te kleine, borsten heb, is dit een gedachte die terug blijft komen. Het valt in dezelfde categorie als mijn geslachtsaanpassende operatie: de buitenwereld hoeft er heel niets van te zien, maar voor mij persoonlijk is het belangrijk. Het is iets wat mij confronteert als ik naakt voor de spiegel sta. Iets dat niet goed past in mijn vrouwelijk zelfbeeld.

Door de opmerkingen over geboren in het verkeerde lichaam, vooral door het tegengeluid van binnen de transgenderscene ben ik er op een andere manier tegen aan gaan kijken. Ik ben nu niet zozeer aan het nadenken of ik een vergroting zou willen hebben. Nee, ik denk nu meer na over of ik mijn lichaam moet accepteren zoals het nu is, of dat ik dingen meer wil vormen om het op mijn utopische zelfbeeld te laten lijken. In het verleden heb ik al eerder gezegd dat ik vrede heb met het feit dat je altijd aan me zal zien dat ik niet als meisje geboren ben, zolang men me nú maar als vrouw accepteert en bejegend. Gaat een grotere BH-maat daarmee helpen? Ik betwijfel het. Gaat een grotere bos hout me beter laten voelen als ik naakt voor de spiegel sta? Ik ben vrij zeker van wel. Is het me alle moeite waard? Ik ben er nog niet over uit.

Dat is het punt waar ik nu op zit: in hoeverre is iets als een borstvergroting een reële optie. Is het niet beter om mij lichaam te accpteren zoals het nu is? Ik heb al enorme stappen gemaakt, stappen waar ik heel blij mee ben. De chirurgische ingreep die ik heb gehad heeft voor mij echt verschil gemaakt, ik merk het dagelijks. Wat ik het meest sprekende voorbeeld vind: ik heb nogal wat keren mijn broek moeten laten zakken. Bij mijn huidtherapeuten, bij de physician assistant en stagiair, in de sauna, ten overstaan van mijn partners (al was het daar vrije keuze en geen moeten), voor de verpleging in het ziekenhuis. Ook al was ik niet blij met mijn penis, ik voelde me er nooit beschaamd over om ‘m te laten zien als dat nodig was. Het ding voelde toch als niet van mij dus wat viel er te schamen? Tegenwoordig is dat anders, mijn vagina is iets wat echt van mij is, het voelt als een onderdeel van mezelf. Het is niet iets wat ik zomaar deel met of laat zien aan anderen.

Een eventuele borstvergroting vind ik in hetzelfde straatje passen: het is iets dat ik voor mijzelf zou doen en voor mij alleen. Voor de buitenwereld is het niet nodig. Als ik mijn cupmaat onvoldoende vind zijn er legio manieren om daar wat aan te doen zonder dat er een pilletje of een scalpel aan te pas komt. Die mogelijkheden zijn stuk stuk voordeliger en er zit geen risico aan vast, behalve dat je moet oppassen als je van de hoge duikplank het zwembad in duikt. Maar dat durf ik toch al niet.

Ga ik mijn lichaam, met alle minpuntjes die ik zie, leren accepteren? Of kies ik er toch voor het modificeren en laat ik die minpuntjes onder handen nemen door een professional? Ik ben er nog niet over uit. Recentelijk is de manier waarop ik hierover denk ingrijpend veranderd. Natuurlijk kan ik ook gewoon niet meer naakt voor de spiegel gaan staan, maar dat is het probleem ontkennen in plaats van erkennen en aanpakken.

Transgender & Feminist

Dit is een blog dat al maanden aan het broeien is, maar steeds niet uit mijn vingers kwam. Het onderwerp is complex en ik vind het lastig om goed uit te leggen wat mijn standpunten precies zijn. Daar komt nog bij dat ik er inmiddels achter ben gekomen dat feminisme een veel ruimere ideologie is, met veel verschillende stromingen. Stromingen die er zelfs tegengestelde normen op waarden op na houden, de ene feminist is de andere niet.

Zo staan er in mijn twitterfeed de tweets van: @Ashatenbroeke (wetenschapsjournalist, o.a. schrijfster van ‘Het idee M/V’), @Marijke_vonk (psycholoog, schrijft ook boeiend over sekswerk). Op Youtube volg ik het kanaal van Laci Green, een vlogger die haar Sex+ filmpjes vult me sekspositive en LGBT-inclusive onderwerpen. Alle vier zijn aanraders om te volgen als je geïnteresseerd bent in feminisme, seksisme en seksualiteit. Artikelen die ze schrijven of linken en hun inhakers op de actualiteiten hebben mij vaak genoeg aan het denken gezet.

Wat ik nu ga schrijven is mijn mening en mijn kijk op de dingen. Ik heb mijn best gedaan om alles te beargumenteren en bronnen te zoeken, maar mijn beleving is de basis voor wat ik hier schrijf. Voor objectievere, wetenschappelijk onderbouwde en beargumenteerde informatie verwijs ik graag naar de dames die ik hierboven noem.

Laat ik maar eens beginnen met weergeven van wat ík onder feminisme versta. Het concept, of ideologie kent nogal wat stromingen. Ook wordt nog regelmatig de draak mee gestoken door te zeggen dat feministen mannenhaters zijn, om ze gelijk over dezelfde stereotiepekam te scheren met lesbiennes. Voor mij betekent feminisme dat er tussen de genders geen verschillen zitten tussen verstandelijke vermogens en dat iedereen gelijk behandeld dient te worden met dezelfde rechten en plichten.

Even tussendoor: ik beschouw gender als een spectrum, een schaal met aan het ene uiteinde ‘mannelijk’ en aan het andere uiteinde ‘vrouwelijk’. Ieder willekeurig punt op die lijn is naar mijn idee een valide genderidentiteit. Vandaar ook de naam van mijn blog. 😉 Voor het gemak van schrijven, praat ik in dit blog in een simpele binaire man-vrouw verdeling van de genders.

Ik vind dus dat mannen en vrouwen dezelfde dingen kunnen en overal even goed in zijn. Statistische verschillen tussen de gemiddelde mannen- en vrouwenlijven daargelaten, dat gaat eigenlijk alleen op in de sportwereld. Een vrouw kan net zo goed een ingenieur, bouwvakker, of brandweerman zijn als een man seniorenverpleger, secretaris (eigenlijk dekt secretaresse de lading beter) of koffieheer. Dat bepaalde beroepen beter bij een bepaald gender zouden passen vind ik een volkomen onzinnig en achterhaald concept.

Om mezelf maar eens als voorbeeld te nemen: Ik ben vrouw, als na mijn dood mijn hersenen worden ontleed zal een neuroloog hersenstructuren aantreffen die over het algemeen als vrouwelijk worden gezien. Dick Swaab schreef al zoiets in Wij zijn ons Brein. Ondertussen ben ik wel als jongen opgevoed en heb ik zo jarenlang proberen te leven. Al kreeg ik alle vrijheid om mijn eigen ding te doen en werd ik door mijn ouders niet aan genderstereotypen gehouden. Toch vertoon ik in mijn talenten en interesses dingen die in de maatschappij als mannelijk worden gezien: ik heb een technisch inzicht en ben niet bang om zelf iets uit elkaar te schroeven, zoals ik eens met mijn oven deed.

In het boek het Idee M/V geeft Ten Broeke voorbeelden waaruit blijkt dat verschillen tussen mannen en vrouwen gevolg zijn van opvoeding. Nurture in plaats van Nature. Zo wordt er wel eens gezegd dat het ruimtelijk inzicht van mannen beter is dan dat van vrouwen. Want Mannen komen van Mars en vrouwen van Venus. Onderzoek heeft uitgewezen dat dit onjuist is. Het ruimtelijk inzicht van rijke blanke jongens is beter ontwikkeld dan dat van rijke blanke meisjes. Bij jongens en meisjes uit armere bevolkingsgroepen en etnische achtergronden is het ruimtelijk inzicht van vergelijkbare kwaliteit. (Onderzoek van Susan Levine: Socioeconomic status modifies the sex difference in spatial skill).

Ik vraag mij nu dus we af of, als resultaat van mijn opvoeding als jongen en mijn leven als transgender mijn hersenen een soort hybride structuur zullen hebben. Dat er zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken gevonden zullen worden.

Héél persoonlijke vragen

Zo af en toe krijg ik dan ook vragen of ik die transitie wel had moeten doen. Ik ben technisch, zet graag een Zweeds bouwpakket in elkaar, speelde vroeger met veel plezier met meccano en technisch lego, doe mijn eigen klusjes en reparaties in huis. Daarnaast geef ik als het om relaties gaat ook de voorkeur voor vrouwen. Het is me letterlijk recht in mijn gezicht gezegd: “Als man kan je toch veel beter seks hebben met een vrouw dan als vrouw. Waarom zou je jezelf laten opereren.” Sinds die opmerking ben ik iets terughoudender geworden met het open beantwoorden van vragen. Deze kwam net even te ver in mijn personal space.

Er is mij ook wel eens gevraagd waarom ik nauwelijks rokken of jurken draag. Voor feestjes en al ik ergens op netjes moet, doe ik dat nog wel. Maar voor de dagelijkse dingen is mijn modus operandi bij het aankleden vooral jeans, een bloesje en gympen. Die laatste soms afgewisseld met Dr. Martens. Komt deels omdat dát kleding is die voor mijn werk gewoon praktisch is. Ik werk in een winkel, sta en loop veel en moet ook veel goederen verwerken. Of ik in een ander beroep wel hooggehakt en in een kokerrok op kantoor zou verschijnen? Wie weet, ik heb wel een achtergrond waar tenue de ville zelfs op school regelmatig gangbaar is. Daarentegen probeer ik wel gewoon mezelf te blijven en niet overmatig te compenseren voor in het verleden gemiste vrouwelijke expressie.

Feminsiten zijn het niet eens met mij

Ben ik het dan eens met álle feministen? Nee, feministen zijn het soms, best vaak zelfs ook niet eens met mij. Zoals ik al zei, er zijn nogal wat stromingen binnen de ideologie van vrouwenrechten. De engste vind ik toch wel de TERFs: Trans Exclusionary Radical Feminists, in het Nederlands: Trans(gender) buitensluitende radicale feministen. Kort gezegd ziet deze stroming transvrouwen, zoals ik, als een wolf in schaapskleren. Volgens hen zou mijn grootste doel het binnendringen van women’s space zijn, om zo mijn eigen agenda uit te kunnen voeren. Gelukkig is TERF een minderheid binnen het feminisme, maar het is er wel eentje met schadelijke invloed op andere groepen.

Het wolf in schaapskleren argument wordt nogal eens gedeeld of misbruikt door conservatieve groeperingen om transgenders te beperken in hun rechten en vrijheden. Bijvoorbeeld om te verbieden dat personen het toilet gebruiken dat past bij hun genderidentiteit. Hierin gaat men zover dat er zelfs nieuwsberichten worden verzonnen dat zedendelinquenten genderdysforie als excuus of alibi zouden gebruiken om in de buurt van mogelijke slachtoffers te komen. Overigens is dit niet iets dat alleen in de VS speelt: de rechtervleugel in het Nederlandse parlement denkt er net zo over en vind het maar kolder dat er gestreden wordt voor genderneutrale toiletten op scholen.

Behalve die extreme gevallen waar de seksueelgeweldkaart getrokken wordt, en de relativering als snel uit het publieke debat verdwijnt, zijn er andere zaken waar feministen moeite mee hebben als het om genderdysforie en transseksualiteit gaat: transgenders zouden de klassieke rolverdeling tussen mannen en vrouwen alleen maar bevestigen of zelfs versterken.

“Think about a world inhabited just by transsexuals. It would look like the set of Grease” Is een uitspraak die Brits journalist en feminist Julie Bindel deed in The Guardian. In hetzelfde artikel laat Bindel blijken dat ze transgenders niet erkent als het gender dat deze beleven. Ze praat over ‘Men who have disposed of their genitals’ Als ze transseksuele vrouwen bedoelt. Let op de woordkeus: het Engelse to dispose is een werkwoord dat meestal in de context van het weggooien van afval wordt bedoeld. Ook de toon in de rest van het artikel geeft aan dat Bindel alleen maar gefocused is op uiterlijke geslachtskenmerken waarmee men is geboren. Al het andere doet er volgens haar niet toe. Eens een man, altijd een man. Iemand die heeft geproefd van mannelijke privileges, kan zich absoluut niet inleven in een leven als vrouw. In andere feministische uitingen heb ik al vergelijkbare dingen gezien: er werd gesproken over mannelijke transseksuelen. Om het vrouwelijke gender van transvrouwen maar vooral te negeren.

Toegegeven, ik heb in mijn jeugd best profijt gehad van mannelijke privileges. Daar heb ik ook een enorme prijs voor moeten betalen. Onzekerheid over mezelf. De donkerste gedachten die een mens kan hebben. Nog dagelijks betaal ik de prijs als ik mijzelf in de spiegel zie. Vrouwen grappen wel eens dat ik tenminste nooit last heb van menstruatiekramp en alle andere ongemakken die gepaard gaan met het hebben van een baarmoeder en een setje complete xx-chromosomen. Maar ik kan je vertellen: als ik daarvoor het hebben kunnen ervaren van mannelijke privileges zou moeten inleveren, dan teken ik ervoor. Direct, zonder twijfel en met terugwerkende kracht.

De mildere anti-trans meningen binnen het feminisme kan ik best begrijpen. Dat is iets waar ik zelf ook veel over nadenk en ook de reden waarom dit onderwerp als blogartikel al maanden in mijn hoofd aan het broeien is. Als ik vind dat mannen en vrouwen zo gelijkwaardig zijn: waarom dan toch dat zware lange traject van transitie in gaan? In rationele termen kan ik dat moeilijk uitleggen. Als iedereen gelijk is, dan zou het toch niet zo’n verschil moeten maken? Het is een gevoelskwestie en ook dat gevoel is niet uit te leggen. Wanneer iemand mij vraagt of ik mij nu, sinds mijn operatie, compleet vrouw voel geef ik daar een ontkennend antwoord op. Ik weet namelijk niet hoe het is om jezelf ‘vrouw’ te voelen. Evenmin weet ik hoe het is om jezelf ‘man’ te voelen. Wat ik weet is dat ik mij inmiddels eindelijk thuis voel in mijn lichaam. Dat betekent heel veel.

Om mijzelf thuis te voelen in mijn lichaam heb ik een geslachtsaanpassende behandeling ondergaan, zoals dat heet in medische termen. Ik heb daarnaast ook een sociale transitie ondergaan: ik ben me meer gaan kleden en gedragen naar het beeld dat de maatschappij heeft onder het label ‘vrouw’. Ik vorm me naar een rol, laat me in een keurslijf duwen, doe zoals men verwacht dat ik doe. Alles om maar als vrouw door te kunnen gaan. Die rol en gedragingen zijn toch echt goeddeels gebaseerd op de patriarchale maatschappij: een wereld waarin mannen de leiding hebben, beter verdienen dan vrouwen en meer privileges hebben. Door die maatschappelijke vrouwelijke rol aan te nemen bevestig ik juist die ongelijkheid waar het feminisme tegen strijdt. Al sinds de Suffragettes streden om kiesrecht en sinds Aletta Jacobs zich inschreef bij de medische faculteit van de universtiteit in Groningen.

Gelijk, niet hetzelfde

Je zou kunnen stellend dat ik als transgender tegen de stroom van de feministische golven inzwem, en terug ga in de tijd. Daar denk ik dan anders over. Ik geloof dat vrouwen en mannen elkaars gelijken zijn. Maar gelijk betekent niet hetzelfde. Ik zei al dat ik gender zie als een spectrum, waar mannelijk en vrouwelijk de uitersten in zijn. Op die lijn moet iedereen voor zichzelf bepalen waar hij/zij zich het beste thuis voelt.

Want mannen en vrouwen zijn verschillend. Dan heb ik het nog niet eens over de organen die de natuur ons meegegeven heeft om ons voort te planten. Ik voel bijvoorbeeld een duidelijk verschil in aantrekkingskracht tussen mannen en vrouwen. Vrouwen kan ik me op een romantische manier tot aangetrokken voelen, met mannen heb ik dat niet. Voor dat onderscheid in geaardheid is er ook een onderscheid in genders nodig. Net als transgenders de uitzondering zijn die de cis-regel bevestigen zijn biseksuelen de uitzondering die de regel van enkelvoudige geaardheid bevestigen. Al zijn er verhoudingsgewijs heel wat meer biseksuelen dan transgenders. Volgens de Rutgers-Nissogroep identificeert zo’n 3,3% van bevolking zich als biseksueel. Het percentage transgenders (in een hele ruime definitie) wordt door het Sociaal Cultureel Planbureau in het rapport Worden wie je bent op 1,6% van de bevolking geschat.

Dat mannen en vrouwen van elkaar verschillen, en men zich duidelijk een bepaald gender kan voelen. Dat betekent niet dat ze ongelijkwaardig zijn. Zolang “… als een meisje” nog een negatief waardeoordeel is, is feminisme nodig in deze wereld. Always heeft met een van haar #LikeAGirl campagne de vinger op de zere plek gelegd en het mooi geïllustreerd in een commercial: 

Maar er gloort hoop aan de horizon. Her en der ontstaan er initiatieven, vanuit invloedrijke hoek om kinderen te leren dat jongens en meisjes gelijkwaardig zijn. Speelgoedwinkels maken folders waar jongetjes worden afgebeeld met speelgoedstofzuigers en meisjes poseren met een arsenaal aan Nerfguns.

Lego bracht deze zomer een set met Lego70vrouwelijke wetenschappers uit, en Mattel heeft nu een “Ik kan ook een computer engineer zijn Barbie. op de de markt gebracht. Dat lijkt mooier dan het is. De vrouwelijke wetenschappers van Lego waren binnen een dag uitverkocht, en het Deense bedrijf is vooralsnog niet van plan om er meer te produceren. Voorlopig richt het blokjesbedrijf zich vooral op het uitbrengen van roze lege speciaal voor meisjes. In schril contrast met hun denkbeelden uit vroeger tijden. Zoals dit briefje aan ouders van Lego in de jaren ’70 mededeeld: sommige jongens willen een poppenhuis, sommige meisjes een ruimteschip. Het enige wat ouders hoeven doen is hun kinderen het gereedschap aanreiken waarmee kinderen zelf hun fantasieën kunnen uitleven.

Computer engineer Barbie dan? Helaas, Barbie kan nog steeds niet programmeren, alleen maar ontwerpen. Voor het échte programmeerwerk heeft ze hulp van mannen nodig. Technische dingen, dat is volgens Mattel nog steeds mannenwerk. Vanuit feministische hoek is dit standpunt al op de hak genomen op internet en het boekje zo aangepast dat Barbie geen mannen meer nodig heeft.

Her en der worden dus voorizchtige beginnetjes gemaakt om kinderen van jongs af aan bij te brengen dat mannen en vrouwen elkaars gelijken zijn. Beter gezegd: om ze het vooral niet af te leren dat die gelijkwaardigheid er is. Want de minderwaardigheid van vrouwen wordt vooral veroorzaakt door opvoeding. Opvoeding gebasseerd op oude maatschappelijke, sociale en religieuze ideeën. Een collega zei ooit tegen me dat iets doen omdat “we het al heel lang zo doen” de slechtste reden is om iets te blijven doen. Stilstand is achteruitgang.

Ik ben Daniëlle, ik ben Fading Gender, ik ben vrouw, ik ben transgender en ik ben feminist.

Overschat

Ik heb een heleboel dingen rondom mijn operatie onderschat: de pijn, de vermoeidheid, de lange nasleep. Maar één ding heb ik juist schromelijk overschat: de invloed die het zou hebben op mijn zelfbeeld. Helaas, mijn zelfbeeld is nog steeds niet positief en Scumbag Brain is niet door de chirurg verwijderd. Met hem zit ik nog steeds opgescheept en juist nu lijkt hij harder zijn best te doen de rotzak uit te hangen dan ooit.

Scumbag Brain is net als voetschimmel, je komt er maar niet vanaf. Steeds als je denkt dat je aan de winnende hand bent duikt ie weer op. Scumbag Brain is ook net als die pestkop op school, die niet alleen inhakt op je zwaktes maar ook nog even blijft natrappen als je al op de grond ligt en jezelf niet meer kan verdedigen.

Ik heb het idee dat ik in de waan was dat ik door de operatie ook van Scumbag Brain af zou zijn. Helaas is dat niet zo. Ik heb een boel onzekerheden en nog steeds een negatief zelfbeeld. In zo’n mate dat ik het maar moeilijk vind om complimentjes aan te nemen, laat staan ze te geloven. Het stemmetje van SB fluistert me dan in: “Ze zeggen alleen maar wat je wilt horen, om je beter te doen voelen, niet omdat ze het daadwerkelijk menen.” Ook al weet ik van bepaalde mensen dat ze ook echt menen wat ze zeggen, dan nog overstemd het gefluister de boodschap van buiten. Soms geloof ik ook simpel weg het gefluister en ben ik ervan overtuigd dat ik beter onder de dekens zou blijven.

De laatste weken heeft Scumbag Brain een nieuw trucje gevonden om me te pesten: moodswings. Om die miniemste triggers lopen de de tranen over mijn wangen, terwijl ik een kwartier eerder nog vrolijk was. Die huilbuien zijn dan weer niet van de magnitude dat ik me erna opgelucht voel, nee SB zorgt ervoor dat ze net onder die drempel blijven. Wat uiteindelijk alleen maar oplevert dat ik met een blij masker de schone schijn voor de buitenwereld ophoud.

Momenteel heb ik vakantie en maak ik van de gelegenheid gebruik om het gevecht aan te gaan. Liefst zou ik á la The Red Queen “Off with his head!” gillen. Maar helaas, ik leef niet in wonderland. Evenmin bevindt Scumbag Brain zich in de Seven Kingdoms en kan ik hem niet met een breedzwaard, dolk, wolf of draak te lijf. Mijn gevecht is subtieler dan gezwaai met zwaarden en meer een langdurige oorlog dan een korte knokpartij.

Mijn huidige strategie is vooral richten op de leuke dingen in het leven en genieten van de fijne momenten. Om zo Scumbag Brain gewoon hard in zijn ballen te trappen en mezelf te overtuigen het mogelijk is om van < happy een > happy te maken en het gefluister Scumbag Brain te kunnen overstemmen.

Dat lukt tot nu toe nog niet meer dan redelijk. Mijn idee de operatie als een panacee te zien, wat het duidelijk niet is, heeft ervoor gezorgd dat Scumbag Brain een behoorlijke opmars heeft kunnen maken. Dat terrein moet ik eerst opnieuw terugwinnen voor ik verder kan gaan met mijn persoonlijke veldtocht. Helaas bestaan er in het leven geen save games. Ik heb een wijze les geleerd, op de harde manier.

Nerveuze voorbereidingen

De operatie is nog een week weg. Nog maar een week. Dagelijks wordt me gevraagd hoe ik me eronder voel. Dat gevoel onder woorden brengen is best lastig want het is heel tegenstrijdig. Aan de ene kant vind ik het doodeng en aan de andere kant kijk ik er enorm naar uit. Die twee emoties gaan zo’n beetje gelijk op en ik zou niet kunnen zeggen welke er nu de overhand heeft. Is ook niet zo heel raar als je bedenkt wat me te wachten staat. Blijkbaar zijn er ook genoeg mensen nieuwsgierig naar de details, de link naar de informatiefolder die ik twee weken terug postte is volgens de statistieken van WordPress al ruim 25 keer aangeklikt.

Ik ben nu ook een week gestopt met de Androcur, het deel van de medicijnen dat de werking van testosteron blokkeert. De pukkels waar ik bang voor was zijn uitgebleven, wel heb ik een week lang een nare zeurende hoofdpijn gehad. Of dat nu komt door het in de war gooien van mijn hormoonhuishouding of door alle spanning rondom wat er gebeuren gaat weet ik niet. Het zou van allebei kunnen zijn. Gisteren heb ik hulp gekregen met ontspannen en dat werkte. Niet alleen was ik van de hoofdpijn af, ik heb me ook voor het eerst in een paar weken echt helemaal kunnen ontspannen. Alle stress, spanning en angsten even los kunnen laten, daar was ik aan toe.

Ondanks de aanhoudende hoofdpijn en de spanning heb ik gemerkt dat mijn stemming er een er beter op geworden is. Lichter en vrolijker. Sowieso is dat al iets wat bergopwaarts ging nadat de operatiedatum was bevestigt. De laatste week is dat nog wat steiler omhoog geklommen. Dat kan zijn door het stoppen met de medicijnen, dat kan ook door het heerlijke lenteweer van de afgelopen week. Voor dat soort dingen ben ik best gevoelig, zeker na een herfst, die een maand of vier geduurd heeft. Want zeg zelf, winter is het dit seizoen niet geweest. Een beetje zon doet wonderen na zoveel maanden met nat, grauw en somber weer. Als dan de Sakura in de buurt ook nog in bloei staan wordt dan vrolijkt me dat wel op.

wpid-IMG_20140315_224542.jpg

Afgelopen week was druk. Ik wil mijn huisje op orde hebben en ik heb op eigen wijze samen met twee dierbaren, de personen waar mijn non-monogamie blog van een paar weken terug over ging, afscheid kunnen nemen van mijn lijf. Ik verlang enorm naar de toekomst en die penis voelt niet als een echt deel van mijn lichaam. Maar ik heb er wel 30 jaar mee samengeleefd. Zo’n lange relatie, hoe gecompliceerd ook, vraagt om een gepaste afsluiting. Ik ben blij dat ik daar aan gedacht heb en het heb doorgezet. Het was een gezellige avond maar vooral heel erg persoonlijk en bijzonder.

wpid-IMG_20140313_202440.jpgMijn vrije donderdag heb ik ingeruimd voor een dagje winkelen. Gewoon omdat ik daar de komende weken, misschien wel maanden niet meer aan toe ga komen. Behalve dat heb ik ook wat inkopen moeten doen voor de periode na de operatie en eigenlijk ook voor mijn verdere leven. Al mijn ondergoed is nog berekend op de oude situatie. Ik heb een mengeling van speciale broekjes doe het nodige doen om mijn penis te verbergen en nog een collectie mannenboxers. Die laatste zijn vooral om te slapen, dat is toch echt een stuk comfortabeler dan die hele strakke en vooral heel erg synthetische broekjes. Nieuwe kopen was het devies en véél, want in mijn hele lade moet opnieuw gevuld worden. Vooral basics voorlopig, de unmentionables komen later wel, als de genezing een eind op weg is. Behalve de onderkleding heb ik nog meer bij elkaar geshopt en dat gaf gelijk aanleiding voor weer eens een kleine foto-update.

Non-monogamie

“Je blogt toch over je transitie, waarom dan ineens iets over non-monogamie?” Nou, eigenlijk is dit heel erg gerelateerd aan mijn transitie, veel meer dan je zomaar zou denken. De medicatie die ik gebruik komt neer op een chemische castratie. Ook al is dat effect niet volledig betrouwbaar, het komt voor dat met gebruik van grote doses Androcur de potentie wel blijft. Bij mij was dat binnen twee wel weken verdwenen. Mijn gevoel daarentegen is niet uitgeschakeld. Ik heb daar al eens over geschreven en gezegd dat taart beter is dan seks. Die mening ben ik nog steeds toegedaan. In dat blog zeg ook dat ik heel erg monogaam ben, dat is zo’n anderhalf jaar later wel een beetje anders.

Voor ik verder ga een kleine disclaimer: dit blog heb ik geschreven vanuit mijn eigen ervaring en observaties. Non-monogamie is een zeer complex onderwerp. Dit blog is geenszins een volledig en objectief artikel over non-monogamie. Het gaat hier vooral over hoe ik het beleef.

Eerst even wat uitleg over wat ik bedoel met non-monogamie, hierin onderscheid ik twee grote belangrijke stromingen: de open relatie en polyamorie. Het concept van open relaties is wel redelijk bekend: een monogame relatie waarin de partners elkaar vrij laten om ook buiten de relatie dingen te doen die wat verder gaan dan een gebruikelijke vriendschap. Soms is dat slechts zoenen en soms is dat seks of een andere vorm van intimiteit. Ik ken ook voorbeelden van polyamorie. Polyamorie is een samentrekking van het Griekse poly en het Latijnse amor. Of die taalkundige fout nu bewust of onbewust is gemaakt door degene die het woord bedacht, daar zijn de meningen over verdeeld. In elk geval bieden polyamoreuze relaties ruimte voor meerdere partners. Dat kunnen driehoeksverhoudingen zijn, of de mogelijkheid dat partners elk meer dan één partner hebben.

Het onderscheid tussen een open relatie en een polyamoreuze relatie is een grijs gebied. Vaak hoor ik dat de open relaties meer gericht zijn op daden en lust, terwijl de poly variant volledige liefdesrelaties omvat. De exacte definities zijn voor iedereen anders en een strakke lijn ga ik er niet in trekken, voor die discussie zijn er op het web andere plekken. Voor het gemak noem ik het in dit blog dan ook non-monogame relaties.

Overigens: vreemdgaan is wat anders. Als je vreemdgaat doe je dingen buiten de relatie om zonder dat je partner er weet van heeft, of in elk geval er geen weet van zou mogen hebben. Voor mij is het belangrijk dat partners op de hoogte zijn en instemmen met een non-monogame situatie.

Waarom ik er dan hier op mijn blog over schrijf. De afgelopen jaren en mijn transitie hebben mijn ogen niet alleen (verder) geopend voor non-monogame relaties, ik maak er inmiddels ook deel van uit. Je zou kunnen zeggen dat het platonisch is, maar helemaal de lading dekken doet platonisch het niet. De vriendschappen gaan wel dieper dan een gewone vriendschap en kent ook meer intimiteit, maar het is geen verliefdheid. Ik ben niet verliefd. Maar een gewone vriendschap kan ik het ook niet meer noemen. Ik ben in de non-mono ook niet uit op iets wat op een traditionele relatie lijkt als in ‘huisje, boompje, beestje’. Voor het gemak noem ik het wel een date als we samen uitgaan of wat leuks gaan doen. Bij gebrek aan een beter woord dekt dat de lading dan nog het best.

Ondanks dat ik enorm veel bevrediging vind in het non-monogame gebeuren en het voor mij momenteel echt wel genoeg is, sluit ik niets uit voor in de toekomst. Ik sta er al heel anders in dan toen ik anderhalf jaar geleden schreef over aseksualiteit. Voorspellingen van mijn kant blijven uit. Het is zoals Arthur C. Clarke ooit omschreef: “Wees conservatief in je voorspellingen en ze zullen in no-time achterhaald zijn. Doe een juiste voorspelling en men zal je uitlachen om de absurditeit van je profetie.” In mijn transitie heeft dat zich al eerder bewezen. Dus ik houd me op de vlakte als het gaat over de toekomst, zeker als het iets complex als liefde en relaties gaat. Dat ik in de toekomst een ‘traditionele’ relatie ga hebben met samenwonen of trouwen sluit ik zeker niet uit. Hoe ik tegen die tijd over non-mono relaties denk zal de tijd moeten uitwijzen.

“Is het dan niet moeilijk om iemand te delen?” Hoor ik je nu welhaast denken. Nou, nee dat is het niet. Het vergt wat out-of-the-box denken, ook van mezelf. Maar ik kan mij prima vinden in de situatie die er nu is. Het verrijkt mijn leven enorm en ik voel geen concurrentie met andere partners. Juist omdat de connectie aan mijn kant van de relaties op een bepaalde manier specifiek is. Ik ken de andere partners en ik kan goed met ze overweg, dat helpt natuurlijk wel. Ik beschouw mijzelf als een secundair en in die rol voel ik mij prettig.

Dat behoeft wat uitleg: In de wereld van polyamorie world soms gesproken over de primaire en secundaire relaties. Overigens zijn die woorden ook in de wereld van non-monogamie toch wel controversieel te noemen. Niet iedereen zal ze gebruiken want hoewel het een duidelijke manier lijkt om de zwaarte van de relatie aan te duiden, geeft het ook een hint van rangorde tussen de partners en dat vind niet iedereen prettig. In mijn geval bedoel ik met primair een liefdesrelatie die gericht is op samenwonen en huwelijk. Met secundair bedoel ik een relatie die verder gaat dan vriendschap, verliefdheid in zich kan hebben maar niet als doel heeft om samen te leven. Ik kan er dan wel bij vertellen dat er zijn de volgens deze definitie meerdere primaire relaties hebben. Ook geeft iedereen zo zijn eigen invulling aan de concepten en staan de definities niet vast.

Terug naar mijn eigen situatie. Ik zie mijzelf als secundair en dat voelt goed. Ik betwijfel zelfs of ik het zou trekken om op dit moment in mijn leven een primaire of traditionele relatie te hebben. In mijn hoofd is er het nodige gaande, daar kan je dit blog op terug lezen. Mijn lichaam is aan het veranderen en daar gaat over een paar weken een enorme sprong voorwaarts in gemaakt worden. Ik ben heel erg veel met mijzelf bezig, en ik zou het niet raar vinden als ik niet eens de aandacht zou kunnen opbrengen die een primaire partner zou verdienen. Nu kan ik me gemakkelijk terugtrekken en alleen zijn als ik daar behoefte aan heb zonder (veel) rekening te moeten houden met een ander.

Het is allemaal wat onconventioneel, maar ach dat ben ik zelf toch al. Dan kan ik het er maar net zo goed van nemen. Ik ben ooit begonnen met dingen doen die goed voelen en mijn transitie in gegaan. Die lijn trek ik door naar andere aspecten in mijn leven: zolang het goed voelt ga ik door. Hoe complex de non-mono ook mag zijn, het voelt goed en dat is wat voor mij telt.

Niet zo facultatief

Lang heb ik gedacht dat een geslachtsveranderende operatie facultatief was in mijn transitie, gewenst maar niet verplicht. Het sociale deel vond ik belangrijker. Ik wilde graag mijzelf kunnen zijn en kunnen uiten als wie ik ben. Wat de buitenwereld zag was belangrijker dan wat ik zelf zag in de spiegel. Tenminste, dat was wat ik dacht voor ik op nieuwjaarsdag naakt voor de spiegel ging staan.

Op dat moment werd er een enorme steen op mijn balans gegooid en sloeg deze door. Ik was er wel uit in mijn afweging. Sindsdien ben ik veel met de gedachten bezig. Naar mate ik er meer en meer over denk kom ik er achter dat die operatie helemaal niet zo optioneel is. Dat ik voor de buitenwereld kan zijn is leuk, maar het is niet alles. Er blijft iets hangen, een gevoel van incompleetheid. Een gevoel van niet-af. Die operatie is niet de spreek-woordelijke kers op de slagroom. Het is de slagroom én de taart zelf. De presentatie naar de buitenwereld is niet meer dan een facade. Het is als een neptaart die banketbakkers in hun etalage zetten. Het ziet eruit als een taart, vaak ruikt het zelfs als taart. Maar zodra je het mes erin zet kom je erachter dat het van binnen slechts oneetbaar piepschuim is.

Mijn neptaart staat al lang in de etalage en daarmee etaleer ik wie ik ben. Ik ben ook tevreden met de facade. Er kunnen nog wat dingetjes beter worden geboetseerd. Andere kleuren fondant gebruikt. Meer bloemen gespoten. Kleine tweaks. Maar dat is minder belangrijk. Het wordt tijd dat ik eindelijk mijn echte taart ga bakken. Alle ingrediënten staan al klaar.

Ingredienten blogfoto

Naakt voor de spiegel

Dit jaar zal ik de grootste beslissing nemen die ik tot nu toe in mijn leven heb gedaan en wat altijd een van de grootste dingen in mijn leven zal zijn. Het is al bijna 4 jaar geleden dat ik mij aanmeldde bij het Genderteam en ik ben nu al vier jaar naar dat moment toe aan het werken. Eén tip die ik kreeg, vooral in het kader van zelfacceptatie, heeft mij enorm geholpen. Op Nieuwjaarsdag ben ik naakt voor de spiegel gaan staan

Dat was best moeilijk, dat advies heb ik al maanden geleden gekregen, maar ik heb er al die tijd tegen aan gehikt. Te confronterend, te eng. In het kader van het nieuwe jaar en de doelen die ik mij voor dit jaar heb gesteld heb ik me ertoe gezet om het te doen. Het was een openbaring.  

Zo naakt voor de spiegel staan en dan gewoon zien dat het niet klopt. De reflectie is niet zoals deze hoort te zijn. Hoeveel meer ik mijn lichaam ben gaan accepteren, hoe meer dat ene deel misstaat. Ineens was het me duidelijk, al het zorgvuldig afwegen wat ik tot nu toe heb gedaan lijkt haast tevergeefs. Die blik in de spiegel deed de balans keihard doorslaan. Na maandenlang denken, de voors en tegens op een rijtje zetten en twijfelen, was enkele seconden voor de spiegel staan eigenlijk genoeg.

Het gevoel heel duidelijk en heel anders dan wanneer ik kijk naar andere delen van mijn lijf waar ik niet blij mee ben. Ik vind mijn borsten te klein, het beetje haar onder mijn navel zit me in de weg en mijn voeten vind ik te groot. Met die dingen kan ik leven, daar is makkelijk wat aan te doen of simpelweg te camoufleren. Voor mijzelf kan ik die dingen (leren) accepteren. Maar als ik dan in de spiegel de reflectie zie van wat er op kruishoogte zit dan zie ik iets waar ik niet zomaar mee kan leven. Waarvoor camouflage of slim gekozen kleding niet genoeg is. De onvrede met mijn geslachtsdelen voelt heel anders dan de onvrede over mijn voeten, of dat plukje haar onder mijn navel.

Dirk Jan Spiegel

Dirkjan – Mark Retera

Ik betwijfel of er nog argumenten zijn die zwaar genoeg wegen om van gedachten te kunnen veranderen. Ik houd van spur-of-the-moment dingen, maar dit is één ding waar ik niet overhaast een besluit wil nemen. Aan het einde van de week zit ik weer in het ziekenhuis voor een controle bij de endocrinoloog en een gesprek bij mijn psychologe. Kan ik mijn gedachten weer eens wisselen met een professional die er veel objectiever tegenaan kijkt. De kans dat ik die dag een definitieve go ga geven voor de operatie en moet gaan vragen naar de planning en de actuele lengte van de wachtlijst is dan ook heel erg aanwezig.

Dat alles na minder dan een minuut voor de spiegel.