82 steken

82 steken zo breed is mijn denkproces, 82 steken okergele super bulky acryl op naald nummer 10. Na mijn bezoek aan de plastisch chirurg, al bijna drie weken geleden, heb ik mijzelf nauwelijks de tijd gegund om rustig na te denken over mijn opties. Daarom ben ik afgelopen maandag maar begonnen met het breien van een sjaal. Niet zozeer vanwege het stuk textiel dat ik er aan overhoud, maar om mezelf stil te laten zitten en na te laten denken. Aan het einde gekomen van de eerste ‘one ball, one project’ bol breigaren is mijn sjaal pas op een derde van de beoogde lengte en mijn denkproces evenmin klaar.

Het denkproces.

Ik heb nu alle informatie die ik nodig heb om een keus te gaan maken. Ik weet wat de mogelijke complicaties zijn, ik ben op de hoogte van het risico op blaasontstekingen. Ik heb een beeld van de revalidatieperiode. In mijn hoofd ben ik nu alle voors en tegens tegen elkaar aan het afwegen.

Ik ben mezelf aan mezelf verantwoorden waarom ik al die negatieve dingen het waard vind om voor de operatie te kiezen. Waarom zou ik niet gewoon blij zijn met hoever ik nu al ben gekomen? Ik draag de kleren die ik wil. Ik heb lang haar. Mensen gebruiken mijn juiste voornaam en behandelen me zoals ik behandeld wil worden. Als het een beetje opschiet in de Eerste Kamer kan ik volgende zomer een nieuw paspoort krijgen waarop staat dat ik een vrouw ben. Waarom zou ik met dat alles geen genoeg nemen? Dat zou een hele boel tijd en moeite en pijn en nasleep en blaasontstekingen schelen.

Afgelopen week keek ik na het douchen naar beneden en zag ik mijn reflectie in de natte douchevloer. Ik zag mijn lijf vanuit het perspectief van mijn grote teen en dat beeld is blijven hangen. Ik zag een hybride lijf met penis én een paar borsten. Ik zag het geslacht waarmee ik ben geboren én dat wat ik werkelijk ben. Het voelde unheimisch om mezelf zo te zien.

Wat ik daar in die weerspiegeling zag klopte niet, een gevoel wat in het afgelopen jaar alleen maar sterker is geworden. In het begin van mijn transitie was ik eigenlijk alleen maar bezig met het sociale deel. Met de dingen die voor de buitenwereld zichtbaar waren. Nu dat zijn gangetje gaat komt er tijd vrij om bezig te zijn met dingen die niet voor de buitenwereld zichtbaar zijn. Er is tijd voor de details, tijd om na te denken over hoe ik mezelf wil zien, voelen en zijn. Waar ik een jaar geleden de gedachte aan een hybride lichaam niet erg vond, stoort het me steeds meer. Ik voel me steeds minder op mijn gemak met dát deel van mijn lichaam en die penis voelt meer en meer misplaatst.

Heb ik wel een keuze? Ik bezie de operatieve mogelijkheden dan wel als opties. Maar in hoeverre heb ik daar echt een vrije keuze in? Ik merkte het bij het uitzoeken van outfits voor een feestje komend weekend. Alleen thuis, voor de spiegel en verder niemand die meekijkt en oordeelt behalve ikzelf. Ik stoorde me aan die derde bobbel. Ook al kan ik hem behoorlijk camoufleren en valt niemand het op, ik weet dat ‘ie er is. Dat is al genoeg. Waar mijn sociale dysforie afneemt, wordt mijn lichamelijke dysfore gevoelens sterker.

Ik ga deze week maar weer terug naar de winkel voor extra breigaren. Hier gaat nog wel een bolletje of twee denkwerk inzitten.

Onjarig!

Een jaar geleden was ik druk met het verzamelen van adressenlijstjes, nerveus twitteren met een drukkerij, klagen over ondersteboven gedrukte teksten. Nog nerveuzer worden van een DHL die pakketjes met een adreswijziging als ‘Correct bezorgd en aangenomen’ in hun track & trace systeem zet. Maar alles is op tijd goed gekomen, inclusief een herdruk én op tijd bezorgen. Mijn hergeboortekaartjes heb ik op tijd kunnen versturen. Op tijd was 10 november ’12 . Achter die datum zit een logica die ik al eerder uit de doeken heb gedaan.

Dat dat alles al een jaar geleden was betekent ook dat vandaag de eerste verjaring van mijn onjaardag is. Ik noem het bewust niet mijn verjaardag, mijn gewone verjaardag valt in het voorjaar en daar heb ik gemengde gevoelens bij. Het is natuurlijk het vieren van mijn geboortedag, maar het staat ook voor mijn verloren jaren. Niet dat ik een slechte jeugd of leven heb gehad, integendeel zelfs, maar achteraf gezien had ik dingen graag anders en vooral eerder gedaan. Achteraf gezien… Captain Hindsight is de meest waardeloze superheld ooit.

hindsight2

Ik wil niet te veel stilstaan bij de negatieve dingen in het verleden, maar wel de positieve benadrukken. Daarom vier ik ook gewoon twee verjaardagen. Eén reguliere om stil te staan bij al het leuke van het verleden en één onjaardag om stil te staan bij de nieuwe start en alles wat de toekomst zal brengen.

Mijn onjaardag vier ik niet uitbundig maar ik sta er zeker even bij stil. Om terug te kijken wat er het afgelopen jaar is gebeurd en om mezelf voor te bereiden op al wat komen gaat in het komende jaar.

Mijn zegeningen tellen

Ik schrijf regelmatig over de impact die genderdysforie op mij heeft. In alle aspecten van mijn dagelijks leven zie ik de invloed terug. Sommige aspecten vergen veel energie en andere wat minder. Momenteel legt de afweging om wel of niet door te gaan met de operatie een behoorlijk beslag op mijn gedachtengang. Alsof er een proces is dat constant een deel van de processor bezighoud, of een app op de achtergrond die stiekem best snel je batterij leeg trekt.

Maar door alle geweld in mijn hoofd; de gedachten, overwegingen en onzekerheid vergeet ik mijn zegeningen te tellen. Het is zo makkelijk om alleen te focussen op het negatieve dat ik de positieve dingen vergeet. Terwijl ik best een boel zegeningen te tellen heb, twee handen zijn niet genoeg. Ook niet als ik in een twaalftallig stelsel mijn vingerkootjes ga gebruiken.

Allereerst mijn ouders. Voor hen is het ook niet makkelijk geweest. Maar ze houden van me, steunen me en staan achter mij. Welke keus ik ook maak. Ik heb een veilige haven en dat gevoel doet me goed. Het idee en het gevoel dat mijn ouders achter me staan maakt het hele proces een heel stuk makkelijker. Ook van andere familieleden kan ik niet zeggen dat ik tegengas gehad heb, sommigen nemen het voor kennisgeving aan, anderen steunen me actief. Het moment dat ik zag dat bij mijn grootmoeder mijn naam op de verjaardagskalender was aangepast moest ik toch wel even een traantje wegpinken. Net zoals de blik in mijn moeder ogen toen ze die ingelijste portret foto uitpakte, die is onbetaalbaar.

Dan kan ik ook in mijn handjes dichtknijpen met mijn vriendenkring. Niet alleen kan ik me niet heugen dat er ooit iemand me heeft afgewezen of het contact heeft verbroken vanwege de genderdysforie. Al mijn vrienden zijn een goede steun. Velen lezen mijn blog. (Hoi!! *zwaait*) Ik kan openlijk praten over de zaken die me bezig houden rondom mijn transitie, inclusief de seksuele. Ik kan terecht voor praktisch advies, en een goede foto. Ze vragen hoe het met me gaat en staan open voor de lange complexe versie van “goed”. Sommigen bieden zelfs aan mee te gaan naar de informatie-avonden, en hebben de deur open gezet voor een goed gesprek. In elk geval, ze oordelen op wie ik ben en niet wat ik ben, dat is me heel veel waard.

Tenslotte heb ik een werkgever die me geen strobreed in de weg legt. Dat is best prettig. Je krijgt tegenwoordig om minder je contract niet verlengt. Ook met mijn collega’s heb geen problemen net zo min als met klanten. Ik werk in een winkel, en ik wordt soms nog gemeneerd, of klanten vragen hoe het zit. Maar ik heb niet het idee dat mijn transitie ooit een probleem is geweest. Het mooiste nog is als kinderen vragen hoe de vork in de steel zit, die nemen de boodschap aan zonder waardeoordeel. Uit praktische overwegingen heb ik mijn collega’s gezegd dat ze eerlijk mogen antwoorden als klanten ergens naar vragen. Ook al is het volgens de ‘trans-etiquette’ not-done om iemand te outen, ik heb voor mijzelf besloten om open te zijn in alle aspecten. Al zijn er vragen die ik nog steeds niet netjes vind om zomaar gevraagd te worden.

Dat zijn zo een paar van de zegeningen die ik te tellen heb. Dingen die mijn leven en transitie een stuk makkelijker en aangenamer maken. Dingen waar ik vooral te weinig aan denk, omdat focussen op de vervelende dingen zoals moeilijke gedachten, dilemma’s, onzekerheden, pijnlijke behandelingen en vermoeiende onderzoeken zoveel makkelijker is. Mijn zegeningen tellen, ik zou het vaker moeten doen, net zoals lief zijn voor mijn lichaam met fijne zeepjes, bezoeken aan de sauna of een massage. Oh, en gelukzalig emotioneel zijn, dat heb ik het afgelopen uur wel gedaan. Tijdens het schrijven van dit blog heb ik het niet droog gehouden.

Ziekelijke Baardgroei

Afgelopen week was ik ziek. Gewoon eenvoudig koorts en hoesten en de hele rataplan, zal griep zijn geweest. Voor je het afvraagt: dat voelt net zo beroerd en niet anders dan zonder transitie. Al is het lang geleden dat ik het zó erg te pakken heb gehad. Gaandeweg de week knapte ik langzaam wat op en deed een merkwaardige ontdekking.

Mijn baardgroei is raarrrrr. Normaal scheer ik mij nog steeds dagelijks, met als enige uitzondering de dagen dat ik een afspraak met mijn huidtherapeute heb voor een laserbehandeling en dan deed ik het vaak ’s middags alsnog. Maar nu heb ik mijzelf al een paar dagen niet geschoren. Als je met ruim 39 graden koorts in bed ligt te zweten en te rillen, spierpijn in je ribben hebt van het hoesten en een hoofdpijn hebt die zijn weerga niet kent, dan liggen je prioriteiten toch ergens anders dan bij je uiterlijk en voorkomen. Ik betwijfel of ik überhaupt voldoende gevoel voor evenwicht had om lang genoeg te kunnen blijven staan. Dus het scheermes heb ik even niet van dichtbij gezien en de baardharen konden naar hartelust groeien tot een lengte die zie al jaren niet meer hebben gehad.

Eerder had ik al gemerkt dat de voelbare, maar nauwelijks zichtbare, stoppels meer en meer tussenruimte begonnen te hebben. Maar echt het verschil met de periode vóór de hormonen en laserbehandelingen had ik nog niet gezien. Nu was het wél zichtbaar. Inderdaad zijn er kale plekjes ontstaan, kleine stukjes waar gewoon geen haren groeien. Ze zijn slechts millimeters groot, maar toch een zichtbaar verschil met de gelijkmatige dichtheid van vroeger.

Ook opvallend zijn de enkele diepdonkere haren tussen de lichtere haren in. Die springen er echt uit. Vooral omdat ze zo onregelmatig en willekeurig verspreid zitten. Voor de spiegel kreeg ik de neiging om een pincet te pakken en ze één voor één te plukken, ze waren zo makkelijk te herkennen nu. Die impuls heb ik weten te onderdrukken. Dan zouden die haren zeker terug komen. Terwijl als ik ze laat zitten en alleen afscheer de wortel intact blijft en een laser houvast heeft om het haarzakje eromheen uit te schakelen.

Die vele lichte haren hebben zo hun voor- en nadelen. Baardschaduw en stoppels zijn nauwelijks zichtbaar. Voelbaar wel, maar vanaf een afstandje zijn ze nauwelijks te zien. Dat scheelt, hoef ik niet onmogelijk dikke lagen make-up de boel te camoufleren. Helaas zijn die lichtere haren ook minder gevoelig voor laserontharen omdat ze minder pigment bevatten. Dat kan betekenen dat als ik echt van mijn baardgroei af wil en niet meer dagelijks te hoeven scheren ik waarschijnlijk mijn heil moet gaan zoeken in elektrische epilatie. Een pijnlijk en heel erg langdurig proces. Het is zodanig pijnlijk, tijdrovend en kans gevend op littekens dat het College voor Zorgverzekeringen adviseert deze methode alleen te gebruiken als laatste redmiddel.

Of het zover moet komen dat ik uren en uren mijn haarwortels moet laten elektrokuteren zal de toekomst uitwijzen. Ik heb nog niet eens het minimum verplicht te vergoeden aantal van 10 laserbehandelingen gehad. Na de tiende moet ik brieven van dermatologen gaan overleggen om meer behandelingen, of elektrische epilatie, vergoed te gaan krijgen. Ook al verplicht het CvZ in geval van transeksualiteit net zoveel behandelingen te vergoeden als redelijkerwijs nodig is. Saillant detail: ze noemen het “een verminking met afschrikkend effect.” Die ontharing doe ik dus niet voor mezelf, maar voor de maatschappij. Hoe onbaatzuchtig ben ik toch. 😉

Lekker in mijn vel

Had je me een jaar geleden gevraagd of ik óóit een blog zou schrijven met deze titel dan had ik met een resoluut “Nee!” geantwoord. Kan je nagaan hoeveel er voor mij al is veranderd en wat er aan mij aan het veranderen is. Ik zit écht letterlijk beter in mijn vel. Zeker de laatste paar weken, zo sinds mijn weekje vakantie onlangs. Daar zijn een aantal dingen die daar invloed op hebben gehad.

Ik ben gesetteld in mijn huisje. Er moeten nog dingen gebeuren en ook nog spullen, vooral mijn boeken, worden overgeheveld van mijn ouders. Maar het voelt al steeds meer als thuis. Ik voel me er prettig en veilig. De eerste onwennigheid van in m’n eentje zijn is er af. De routine van huishoudelijke taken begint er langzaam in te komen. Al vergt dat nog wel wat bijstellen en af en toe wat extra planning.

Dan is er nog dat weekje vakantie zelf geweest, een beetje extra rust heeft me goed gedaan. Mijn vakantie deze zomer ben ik vooral bezig geweest met het bewoonbaar maken van mijn huis, daar rust je niet echt van uit. In mijn recentere vakantieweek zijn er een boel leuke dingen gebeurd. Mijn agenda puilde min of meer uit, terwijl ik van plan was een week niets te doen. Meerdere feestjes, film- en discussie avonden en veel sociaal bezig zijn. Ik ben toch extraverter dan ik altijd dacht. Aan de ene kant kosten de sociale dingen me veel energie maar ik haal er nog veel meer enerige uit.

Wat echt een keerpunt is geweest, is die foto. Die foto heeft nogal wat losgemaakt. De eerste keer jezelf herkennen op een foto en beseffen dat je eindelijk uiterlijk eruit gaat zien als wie je bent, dat doet veel met een mens. Het is een enorme golf van positieve emoties waar ik nog steeds op surf. Het heeft echt wat teweeg gebracht bij mij, vooral dat besef dat ik doe goede weg bewandel. De afgelopen maanden heb ik echt nog wel grote twijfels gehad of ik wel het juiste doe. Nu ben ik er echt zeker van! Ik zal vast nog wel mijn aarzelingen gaan hebben maar echte twijfels zullen het niet meer zijn.

Een weekje terug overviel het me eigenlijk heel plotseling, dat besef, dat gevoel van gelukzaligheid. Vrij plotseling en vrij onverwacht terwijl ik een beetje muziekjes aan het luisteren was op youtube. Ik stuitte op Sorry van Kyteman, de opnames gemaakt op Lowlands. Toen ik dat in 2009 op de radio hoorde vond ik het al weergaloos mooi. Maar nu deed het meer met me, het duwde me over het randje. Ik heb zo’n uur hysterisch zitten huilen met dikke rode ogen en uitgelopen waterproof mascara tot gevolg. Ik kan er nu, een weekje later, wat helderder op terugkijken. Mijn emotionele woordendiarree van dat moment:

Er is zoveel goeds in mijn leven aan het gebeuren. Ik heb nog nooit eerder zo gelukkig gevoeld. Ik zit weliswaar nog vol met angsten en onzekerheden. Maar ik voel me goed… ik voel me zo vreselijk goed. Ik ben veel meer in contact met mijn emoties. Ik had er vooraf al een beetje op gehoopt. Maar ik had niet verwacht dat het zo mooi zou zijn, dat ik het zo fijn zou zijn om gewoon jezelf te kunnen verliezen in je emoties. Ik ben zo blij dat ik me goed begin te voelen in mijn eigen lichaam. Dat ik me er thuis in begin te voelen. Ik heb best wel twijfels gehad vooraf of dit nou wel het juiste pad zou zijn. Maar dat is het en ik had nooit durven dromen dat het zo goed zou voelen, nog niet half. Het voelt alsof ik nu echt begin met leven.

Ergens voel ik ook wel verdriet. Ik ben verdrietig dat ik zoveel heb moeten missen in het verleden. Dat ik mezelf zo afstandelijk maakte. Dat ik een enorme muur om mijn emoties had en zelf niet eens kon voelen wat ik voelde. Alleen bij extreem intense ervaringen (meestal de dood) wisten mijn emoties tot de oppervlakte door te dringen. Verder bleven hield ik ze op afstand. Nu ik eindelijk mijn emoties toe durf en kan te laten. Dan ben ik verdrietig dat ik dat zo lang niet heb gekund. Ik heb het gevoeld that I missed out on them. (weet het even niet beter uit te drukken). Ik voel ook rouw en bedrog. Ik sluit een deel van mijn leven af. Daniël is niet meer en toch leeft hij voort in mij. Ik voel ook alsof ik al die jaren mijn omgeving en ook mijzelf bedrogen heb en voorgelogen over wie ik eigenlijk ben. Ik deed alsof ik iemand anders was. Ik had een masker en ik herkende zelfs mijzelf niet. Ik heb mezelf jarenlang bedrogen.

Dit soort emotionele uitbarstingen zijn nieuw voor me. Ik schrok er wel van, maar het was ook een heel fijn gevoel. Ondanks het stukje rouw en verdriet wat omhoog komt. Dat is een prijs die ik meer dan bereid ben om te betalen voor mijn levensgeluk.

Mijn fysieke transitie gaat gestaag vooruit. De pillen doen duidelijk hun werk, wat moet groeien groeit er en wat ronder moet worden wordt ronder. Mijn stem blijft een heikel punt, logopedie is lastig en het vergt enorm veel oefening. Dat had ik ook wel verwacht, maar het valt me nog tegen. Ik heb besloten om wat minder vaak te bloggen: wekelijks in plaats van tweemaal per week. Nu de diagnose is gedaan, ik mijn groene licht heb en alles in gang is gezet is er niet zo vaak wat te vertellen. Het is een onderdeel van mijn dagelijkse leven geworden, ik ben het gewoon geworden. Zoals iemand opmerkte: “Je gaat er mee om alsof je een kop thee drinkt.” Nou, ik kan je zeggen dat thee drinken de laatste tijd vrij bijzonder is. Slechts af en toe neem ik de moeite om thee te zetten, misschien moet ik weer eens wat Celestial Sesonings in huis halen.

Dat alles nu op de rails staat en zijn gangetje staat betekent niet dat ik geen mijlpalen in het verschiet heb, die heb ik zeker wel. Eéntje is inmiddels heel erg nabij gekomen, dat zal met een week of twee wel zover moeten zijn. Ik heb ook nog steeds genoeg hindernissen en drempels om overheen te komen. Wat betreft werk ben ik tegen een volgende aan aan het hikken. Geen idee of ik daar met een maand overheen kom, of dat het pas na het nieuwe jaar is. Ik ga er rustig mee om en laat mijn lichaam het tempo aangeven, dat is me tot nu toe heel erg goed bevallen.

Tenslotte, de dromerige muziek van Kyteman die me over dat emotionele randje wist te duwen:

 

Life is what happens….

…while you’re busy making other plans.

In het kader van alles wat je wilt zeggen is al eens beter gezegd door iemand anders begin ik met een citaat van Beatle en hippy John Lennon: “Life is what happens while your busy making other plans.”  Het leven overkomt je terwijl je zelf druk bent met het maken van andere plannen.

Telkens als ik weer in mijn schulp wil kruipen en mijn leven op pauze wil zetten, wachtend tot mijn transitie klaar is denk ik aan die uitspraak. Ik kan wel gaan zitten wachten en plannen tot ik mijn nieuwe paspoort heb. Maar daar verpruts ik zoveel tijd mee. Ik leef nú al, niet pas over twee jaar. Ik heb vrienden, een sociaal leven en een fulltime baan. Ik ga onderwijl niet achter de geraniums zitten wachten. Ook al heb ik dagen dat ik liever niet buiten kom. Zoals gisteren, dat ik me weer niet mocht scheren vanwege een lasersessie vandaag. Ugh, ik voel me echt vreselijk op zulke dagen. Toch ga ik gewoon door, want life is what happens…

Ik probeer zo positief als kan in het leven te staan en met mijn transitie om te gaan. Dat heeft naar mijn idee zijn vruchten afgeworpen. Ik heb namelijk sterk het gevoel dat juist door heel open te zijn over wat ik doormaak, helpt bij het kweken van begrip en acceptatie door mijn omgeving. In mijn vorige blogje schreef ik dat ik tot nog toe enkel positieve reacties heb ontvangen. Dat ik zelf die juiste vibe probeer uit te stralen zal daar zeker deel in hebben. Neemt niet weg dat ik daar alsnog erg dankbaar voor ben, voor al die steun.

Er is een reden waarom ik nauwelijks met andere transen omga. Ben nog nooit naar praatgroepen geweest, of bijeenkomsten. Ik voel daar ook niet zo’n behoefte aan. Dat komt door de teneur die ik online oppik van lotgenoten. Ik lees tussen de regels door op fora toch een hoop drama en negativiteit, ik pik het op als een “wij tegen de wereld” manier van denken. Ja, ik ken de verhalen van mensen die verstoten worden door hun omgeving en familie. Die beschimpt worden op straat. Ik zie ook regelmatig voorbeelden van transen die er juist zelf vol ingaan als ze foutief worden geadresseerd als mevrouw of meneer. Met dat soort heftige reacties wordt het voor anderen ook niet makkelijker om met je om te gaan. Ik kan daar niet zoveel mee, die negatieve ondertoon. Dat kost mij alleen maar nodeloos energie, energie die ik zelf hard nodig heb. Zo’n transitie is een enorme energievreter, vergis je daar niet in.

Begrijp me niet verkeerd. Ik heb genoeg momenten waarop ik die optimistische houding vasthouden moeilijk vindt, soms lukt het ook gewoon niet. Ik heb ook genoeg tegenslagen te verduren en drempels te overwinnen. Ook al lijkt het me voor de wind te gaan met enkel positieve reacties. Ik heb die baan. -Er zijn een boel transen die hun baan kwijt raken, door discriminatie en xenofoob gedrag van hun werkgever en collega’s bijvoorbeeld.- Ik heb een familie die me accepteert zoals ik ben. Ik heb vrienden die het de gewoonste zaak van de wereld vinden. Ik heb die pillen voorgeschreven gekregen, zie resultaat en nauwelijks bijwerkingen. Het glas is halfvol, met nog ruimte voor wat wodka.  😉 Aan al die dingen probeer ik te denken als het tegenzit. Op momenten dat alle stressfactoren bij elkaar me te veel worden en mijn energie gewoon op is.

Dan hoor ik in mijn hoofd altijd Youp van ’t Hek zingen wat hij op een oudejaarsavond zong.

Dus moeten we dansen en moeten we vrijen
Moeten we lachen en drinken vol vuur
Lief hou me vast want nu ben ik nog bij je
Tijd is toch geld dus het leven is duur
En ik merk elke dag dat ik me vergis
En dat er dan nog een uur over is

Life is what happens while you’re busy making other plans. De toekomst komt, je leeft nu en geniet daarvan!

Dé vraag

Het is dé vraag. De ultieme vraag. De vraag die alle andere vragen overbodig maakt. Maar het is niet de vraag of je trek hebt in een drankje.

Afgelopen week was het weer zover, iemand die nog niet van de hoed en de rand wist vroeg naar wat dingen over mijn transitie. Ik heb haar leren kennen ná mijn coming-out en ze vroeg naar wat dingen.  Dan komt toch weer de vraag die iedereen schijnt bezig te houden, of althans alle cis-mensen (cis betekent niet-trans) die ik tegenkom. Het is verreweg de meest gestelde vraag als het om mijn transitie gaat. Of ik me ook “ga laten opereren?” Met opereren doelen ze dan op de geslachtsaanpassende operatie. Ik snap niet zo goed wat nu die grote obsessie is die mensen met mijn genitaliën hebben, ik vraag aan anderen ook niet of hun binnenste schaamlippen ook echt kleiner zijn dan de buitenste of aan mannen of ze links- of rechtsdragend zijn en eventueel besneden. Maar aan transgenders lijkt het normaal om te vragen naar hun geslachtsorganen. Het is een vraag die mij in ieder geval veel gesteld wordt.

Een fragment uit Monthy Phytons Meaning of Life  zette me aan het denken en een theorie doen vormen:

De kersverse moeder vraagt, met haar benen nog in de beugels of haar zojuist geboren kind een jongen of meisje is, waarop de arts antwoord dat het nog een beetje vroeg is om het kind een rol op te dringen.

Dáár zit hem volgens mij de kneep. Voor mij, en heel veel transgenders die ik gesproken heb is het de normaalste zaak van de wereld om gender (hoe ik mij voel) en geslacht (mijn anatomie) als twee totale verschillende dingen te zien. In mijn open brief leg ik dit uit aan de hand van een genderbreadpoppetje.  Over het algemeen ervaren mensen die kampen met enige vorm van genderdysforie de maatschappelijke genderrol, gekoppeld aan het geboortegeslacht, als opgedrongen of opgelegd van buiten af. Ik realiseer mij dat  transgenders de regel bevestigende uitzondering zijn. Welke regel? De regel dat gender en geslacht onlosmakelijk aan elkaar verbonden zijn. Dat je genitaliën niet alleen je rol in de biologische voortplanting bepalen, maar ook je interesses en voorkeuren.

In de moderne westerse maatschappij, althans het liberale en progressieve deel daarvan heeft inmiddels wel door dat voorkeur losstaat van geslacht. Men kan accepteren dat een man liever een relatie heeft met een andere man en een vrouw met een andere vrouw. Het besef dat ook geslacht en gender twee ongerelateerde factoren in iemands persoonlijkheid zijn, dat moet nog doordringen tot het collectieve denkpatroon. Wat ik niet raar vind het concept van een gender is nogal abstract en niet tastbaar.

Ik theoretiseer dus dat men pas de overgang van man naar vrouw of van vrouw naar man kan zien zodra een plastisch chirurg het mes gezet heeft in wat er tussen de benen zit. Alsof dát het begin is van het nieuwe leven. Net zoals de wetgever daar nog zo over denkt, je kan pas je paspoort laten aanpassen nadat je onvruchtbaar gemaakt bent door de dokter. Als je er ook zo over denkt dan kan ik je verbeteren: eventuele operaties aan de primaire geslachtsorganen worden pas ver in het proces uitgevoerd. Eigenlijk is het de afsluiting van het traject. Er zijn genoeg transseksuelen die ervoor kiezen die grote operatie, om uiteenlopende redenen, helemaal niet te ondergaan.

Nog een theorie, die ik hoorde van een andere transgender toen we het hierover hadden. – Ja, wij transen praten over jullie cis-mensen, achter jullie rug om. Eén en al roddel en achterklap, voor het echte wij-zij gevoel. 😛 – Hij kwam met het fysieke op de proppen. Snijden in vlees is makkelijker te bevatten dan vage psychologische begrippen. Het is tastbaar, fysiek en makkelijk van buitenaf zichtbaar. Althans, als ik je zou toelaten om de inhoud ondergoed te bekijken.

Daar komen we op een ander punt:

Afkomstig van www.thegenderbook.com

Veel transgenders vinden dat gevraag naar hun genitaliën not-done. Ikzelf zit er niet zo mee, mits de vraag wordt gesteld uit oprechte interesse. Mij vragen naar dit soort dingen is overigens wel geheel op eigen risico. Ik geef op alles een antwoord, en schrik daar niet in terug om een en ander plastisch of beeldend uit te leggen. Er staat niet voor niets een fotoverslag van mijn bezoek aan het masturbatorium op dit blog te lezen.

Voor mij zou het niet de eerste vraag zijn die ik zou stellen, mijn insteek is anders. Voor mij persoonlijk is het veel belangrijker dat de zaken die voor iedereen zichtbaar zijn veranderen. Wat er ‘daar beneden’ gebeurt is minder belangrijk voor mij. Zeker nu ik door de Androcur simpelweg impotent ben geworden. Dat maakt het een stuk afstandelijker moet ik zeggen. Ik ben me minder bewust van mijn penis dan van mijn kleine teen, het zit aan mijn lichaam vast maar ik ben er nu helemaal niet meer aan gehecht.

Om de vraag te beantwoorden: waarschijnlijk wel. Het is trouwens iets wat pas ergens aan het einde van mijn traject zit, niet aan het begin ergens van. De kers op de appelmoes, het toetje, het puntje op de I. Het moment van grote omslag en mijn nieuwe start ligt in de zeer nabije toekomst. Ik ben al bezig aan de opmaat.

Nu ben ik benieuwd, terugkomend op de inleiding: waarom stellen zovelen nu juist de vraag of  ik me ga laten opereren. Is het die link tussen gender en geslacht die men legt? Is het dat plastische fysieke concept wat makkelijker te begrijpen is? Of heeft die vraag een hele andere drijfveer?

Hoi, ik ben transseksueel!

Niet verwacht, maar vandaag toch mijn gebruikelijke zondagblogje, ingegeven door de gebeurtenissen van de afgelopen dagen. Ik ben dus druk bezig in mijn nieuwe woning. Dan gebeurt het dus dat je je buren tegen het lijf loopt die ook aan het klussen zijn (complex is afgelopen week opgeleverd).  Gesprekken in het portiek alom, maar vooral: “Ben jij de bovenbuurman?”  Ik houd me dan maar een beetje op de vlakte met voorstellen, de twee keer dat het voorgekomen is. Om me nu voor te stellen met: “Hoi, ja ik ben je bovenbuur. Nu nog man maar straks vrouw.” vind ik ook weer zoiets raars.

Dan loop ik ergens tegen aan dat vast meer mensen met een ingrijpende medische aandoening tegen aanlopen: Dat men je gaat zien als het geen wat je onder de leden hebt. Dan ben je ineens de autist, de kankerpatiënt, de verlamde. – Overigens is er in de franse film Intouchables mooi in beeld gebracht wat het verschil is tussen iemand als mens of als ziekte zien. Aanrader! – Dat klopt niet, ik bén niet mijn genderdysforie, ik héb het. Lijkt een subtiel verschil maar het voelt toch echt anders. Voor mezelf stel ik dat ik éérst mens ben, dan meisje en dan pas ergens iets met een xx chromosoom dat een pootje mist. In die volgorde, niet andersom. Ik wil dus ook niet dat mijn buren me gaan zien als “…je weet wel, die transseksueel die boven woont.”

Tijdens dat klussen draag ik oude kleding, zoveel zelfkennis heb ik wel. Verf komt bij niet alleen op de muren, maar ook op mijn handen, bril gezicht en kleding. Dus oude kleren aan. Wat voor oude kleren heb ik dan? Juist ruimvallende t-shirts en jongensbroeken. Dat helpt natuurlijk ook niet echt om een vrouwelijke identiteit uit te dragen als ik zo nog een emmer latex een trap op sjouw. Maar om bij een vluchtige kennismaking op de trap de transseksueel-bom al gelijk te laten vallen bij mijn nieuwe buren… lijkt mij een beetje overweldigend. Dat laat ik naar mijn idee beter voor een later moment bij een nadere kennismaking.

Overigens heb ik al wel voordelen van de vooroordelen jegens vrouwen ervaren. Mijn loodgieter, die in de familie hoort, kwam spullen afzetten voor mijn badkamer. Toen ik wat zwaars wilde oppakken om naar boven te dragen kreeg ik een “Dat is mannenwerk! Dat doe ik zelf wel.” te horen. Uiteraard als grapje bedoeld. Maar uiteindelijk heb ik dat zware geval niet zelf naar boven hoeven sjouwen. Ik denk dat ik daar wel aan kan wennen, dat Oost-Indisch geëmancipeerd zijn.

Vijfduizend!

Ik schrijf dit blog hoofdzakelijk voor mijzelf. Schrijven is voor mij een fijne manier om mijn gedachten te ordenen. Iets neerschrijven op een manier zodat anderen het kunnen begrijpen, helpt mij mijzelf beter te begrijpen. Maar ik ben dan wel zo narcistisch dat ik dagelijks mijn WordPress statistieken bekijk. Veel lezers, en vooral re-tweets, likes en reacties zijn natuurlijk fijne egostrelerij.

Dit weekende heeft mijn blog haar vijfduizendste pageview geserveerd. Ik vind dat best wat, dat er vijfduizend keer naar een van mijn schrijfsels is gekeken in ongeveer een half jaar tijd. Ik ben daar best trots op.

Morgen weer een gewone blog.