Emotionele eerste hulp

Als we een snee hebben, plakken we een pleister, op een schaafwond sprayen we Sterilon – “Heus, het doet écht geen zeer!” Ik heb het mijn moeder vaak horen zeggen als ik weer eens op de wasmachine zat. – en als we een arm breken melden we ons dezelfde dag nog in het ziekenhuis voor een röntgenfoto en gips. Als we kiespijn hebben, dan zitten we spoedig in de stoel van een tandarts, hoe bang we ook voor de beste medicus zijn. Alle fysieke verwondingen en kwaaltjes verzorgen we, we hebben EHBOtrommeltjes in huis, op het werk en zelfs in de auto voor het geval er iets mocht gebeuren.

Maar wat als we een emotionele wond oplopen, wat doen we dan? Helemaal niks! Het moet minstens het emotionele equivalent van een acute blindedarmontsteking zijn, willen we eens naar de huisarts toe voor psychische bijstand. Pas als we er écht niet meer omheen kunnen zoeken we hulp. In ons arsenaal ontbreekt het aan emotionele hygiëne en emotionele EHBO. De kleinste psychishe wondjes kan je nog best negeren, net zoals hun fysieke tegenhanger genezen ze vanzelf wel. Maar de grotere zullen we toch moeten ontsmetten en beplakken met een pleister als we een ontsteking en littekens willen voorkomen. Toch doen we dat niet, we laten zaken op hun beloop en negeren het probleem in de hoop dat het vanzelf over gaat.

Ook ik kan niet de eerste steen werpen als het om deze dingen gaat. Want ook ik heb lang mijn emotionele blessures genegeerd. Toen ik ze wel durfde te erkennen heb ik alsnog een tijd gehoopt dat het wel vanzelf over ging. Uiteindelijk zag ik gelukkig in dat ik het in mijn eentje echt niet ging redden en ik gewoon wat hulp van buitenaf nodig heb.

De olifant in de kamer

De engelse taal kent een uitdrukking the elephant in the room, de olifant in de kamer, daar duiden ze problemen mee aan die te groot zijn om omheen te kijken, maar toch genegeerd worden. Emotioneel gezien is genderdysforie mijn olifant, de olifant in mijn bovenkamer. Dat dier heeft in de afgelopen jaren eindelijk een mooi ruim buitenverblijf gekregen. Ik heb er een groot deel van mijn leven mee gekampt en het heeft ook best geduurd voor ik überhaupt zag dat er een olifant was.

Nu die olifant weg is kan ik de kamer zélf zien, en die kamer is een rommeltje. Lange tijd is de slechte staat van mijn kamer onzichtbaar geweest omdat er een groot grijs dier in stond. Sommige rommel is door de olifant veroorzaakt, andere rommel staat er los van, maar kon niet aangepakt worden omdat er een olifant in de weg stond. Nu het dier weg is kan ik mijn kamer opruimen en dat ik waar ik nu mee bezig ben.

Mentale gebroken arm

Als ik het moet vergelijken met een fysieke blessure zou ik zeggen dat ik het mentale equivalent van een gebroken arm heb. Niet iets ernstigs of levensbedreigends, maar zonder professionele hulp zal het nooit goed genezen. Onderwijl kan je ook best functioneren, zij het dat sommige dingen behelpen zijn en heel af en toe iets gewoon niet lukt. Bij mij uit dit in stemmingsproblemen: ik sombere periodes, de ene keer heftiger dan de andere keer.  Een vriendin noemde het laatst mijn jarenlange winterdepressie. Dat is een rake beschrijving: want het gaat inderdaad zo op en neer en mijn stemming wordt beïnvloed door externe factoren.

Die gebroken arm zet zichzelf niet netjes recht, net zoals mijn stemmingsproblemen wat hulp nodig hebben om op de juiste manier te verdwijnen. Ik heb daarvoor hulp van een psycholoog waarmee ik bezig ben met ACT, Acceptance and Commitment Therapy. In deze therapie richt ik me vooral op het leren omgaan met externe factoren, vooral de negatieve en die op de juiste wijze accepteren. Dit bevalt me uitstekend, het leert me om beter met teleurstellingen om te gaan door ze te verwelkomen in mijn leven, in plaats van koste wat het kost te vermijden. Het klinkt wat tegenstrijdig, maar ik heb nu al veel baat bij deze levenshouding. Al lukt het me nog lang niet altijd even goed, het is ook gewoon lastig om je grootste pijnen in je leven te omarmen.

Al met al ben ik blij dat ik tóch eindelijk professionele hulp heb gezocht, ik kan het iedereen aanraden. Ik weet uit ervaring dat die drempel heel erg hoog is om overheen te stappen. Er rust in de maatschappij nog een groot stigma op psychische problemen. Ofwel je wordt niet serieus genomen en je klachten gebagatelliseerd. Tegen mensen die kampen met depressieve klachten wordt vaak genoeg gezegd dat ze ‘gewoon lekker vrolijk mee moeten doen’. Geloof mij: het is niet zo makkelijk, soms is uit je bed komen en jezelf aankleden gewoon teveel gevraagd. Als er niet gebagatelliseerd wordt, dan drukt men wel een flink stempel op zij die ervoor uit durven komen dat ze mentaal even niet zo fit zijn.

Psychische pleisters

Mocht je ergens mee zitten, jezelf in je mentale vinger hebben gesneden, of zijn gestruikeld en een flinke schram op je emotionele knie hebben: Psycholoog Guy Winch heeft op TED alvast 7 gereedschappen voor emotionele eerste hulp, om in je verbandtrommel te stoppen. In zijn TED Talk gaat hij er nog wat dieper op in. Deze voordracht van Winch is ook mijn inspiratie geweest voor deze blogpost.

Mocht je er in je eentje nou niet uit komen: schroom niet om hulp te vragen. Dat kan bijvoorbeeld een goede vriend zijn waarmee je kan praten. Soms is iets delen al heel verhelderend, omdat je door het moeten uitleggen van je probleem je gedachten al op een rijtje zet. Als je er dan nog niet uit komt: je huisarts weet raad. Veel huisartsenpraktijken hebben tegenwoordig een Praktijkondersteuner GGZ. Met kleine kwetsuren kunnen zij je vaak al helpen en als dat niet voldoende is weten ze je de juiste richting op te wijzen.

Een gedachte over “Emotionele eerste hulp

  1. Pingback: Als kammen een nachtmerrie wordt | Fading Gender

Geef een reactie