Keuzestress

Ik houd niet van kiezen. Dat ik voor mijn nieuwe woning álle meubels bij de Ikea haal is niet alleen maar omdat het zo handig en goedkoop is: het beperkt de opties. Minder keuzes is minder keuzestress. Dat heb ik in restaurants net zo,  ik houd niet van menukaarten met meer dan drie voor-, hoofd- en nagerechten. Ook omdat ik uit ervaring weet dat een grotere keuze de kwaliteit er meestal niet beter op maakt. Als ik een vers schepijsje wil bestellen val ik meestal terug in de geijkte combinatie: chocolade, citroen en yoghurt zonder slagroom.

Dus ik woon straks fijn in een Ikeashowroom. De vloer, de meubels, de keuken, het bed, het matras, de garderobekasten. Het komt allemaal uit de grote blauwe blokkendoos met gele letters. Jammer dat ze géén verf verkopen, anders had ik die daar óók gekocht. Overigens ben ik nog opvallend weinig van de iconische inbusboutjes tegen gekomen. Het is toch voornamelijk met van die platte ronde schijven die de boel aan elkaar vast klemmen. Die zullen vast een naam hebben, ik ken ze vooral als onderdeelnummer #110630 en #114613.

Die keuzestress heb ik voor de grootste keuze in mijn leven nooit gehad. Wat nog maar eens bevestigt dat het helemaal geen keuze is. Als al niet eens kan kiezen welke smaak ijs ik wil. Zou ik dan zomaar kunnen kiezen om voortaan maar als het andere geslacht door het leven te gaan. Neuh. Zoals ik het al eens eerder schreef is dit helemaal geen keuze en wil ik helemaal niet aan de hormonen en mijn leven op zijn kop zetten en meer van dat al. Toch doe ik dat, om mijn gevoel te volgen. Ik bezie mijn genderdysforie als een lichamelijke afwijking die verholpen kan worden. Vergelijkbaar met polydactylie waar er ook wat overtollige lichaamsdelen zijn.

Door het proces wat mijn leven op zijn kop aan het zetten is doe ik wel tal van bijzondere en zeldzame ervaringen op. Naar veel ben ik gewoonl erg nieuwsgierig, of ik dat glazen plafond op mijn hoofd ga krijgen bijvoorbeeld. Maar het brengt ook weer andere keuzestress met zich mee, angst voor gevolgen groter dan een ijsje dat niet lekker is. Gevolgen die al eerder zijn uitgedraaid op verbaal en zelfs fysiek geweld. Ook al heb ik dat zelf nooit meegemaakt en heb ik tot nu toe eigenlijk alleen positieve reacties gehad. Dus vanuit persoonlijke ervaring heb ik helemaal geen reden om bang te zijn. Toch zijn die angsten er en brengen ze een enorme onzekerheid mee.

Die angsten draaien vooral rondom plaatsen waar ik mijn anatomie niet (makkelijk) kan verbergen, of waar nog erg territoriaal wordt gedaan om het fysiek scheiden van de beide sekses: gescheiden toiletten en kleedkamers.

Al vroeg laatst iemand of ik nog wel naar de sauna zou durven. Daar heb ik niet zoveel moeite mee. Zeker nu het nog makkelijk is en mijn lichaam toch nog redelijk mannelijk eruitziet. Wanneer ik verder ben en dus bijvoorbeeld een andere vetverdeling heb en de borstgroei op gang gekomen is zou ik er zelf ook niet zo mee zitten. In de sauna is iedereen gelijk en vooral naakt. Of je nu mannelijke en vrouwelijke kenmerken op verschillende personen ziet of  samen in één persoon moet niet zoveel uitmaken vind ik. Ik herinner me  nog mijn eerste sauna bezoek, waar ik mij een seconde of drieënhalf lang afvroeg waarom er maar één kleedkamer was…

Daar waar de naaktheid gescheiden is moet ik weer gaan kiezen. Neem ik het deurtje wat past bij mijn biologie, of het deurtje dat past bij mijn psyche. Liefst het laatste natuurlijk, al was het alleen maar vanwege die toffe superhelden cape.

Dan moet ik ineens een keuze gaan maken en gaan nadenken over dingen waar de meeste mensen nimmer ook maar een moment in hun leven bij stil zullen staan. Om die reden vermijd ik openbare toiletten ook zoveel mogelijk. Ook al werd ik laatst door een straatventer aangesproken met “Mevrouw” (ik zou haast om die reden alleen al een abonnement bij ‘m hebben afgenomen). Als dat shirt en die broek uitgaat dan veranderd dat al vrij snel. Dat weerhoudt mij om te gaan sporten. Ik ben niet het type dat met Learn to Run op de ipod gaat hardlopen, ik heb niet eens een ipod. Van zelfdiscipline loop ik niet over en heb gewoon een goede stok achter de deur nodig. In de vorm van groepslessen volgens een vast schema bijvoorbeeld. Als ik dan behalve wat conditie opbouw ook nog wat kan werken aan mijn houding en lenigheid is dat natuurlijk mooi meegenomen. Maar dan kom je weer uit bij sportscholen met kleedkamers, waar je dan moet gaan kiezen. Een collega met wie ik in gesprek was en waar dit in ter sprake kwam pareerde mijn angst: “Dan kies je toch zeker wel de dameskleedkamer!” Alsof het de normaalste zaak van de wereld was, wat dat betreft heb ik het enorm getroffen met mijn werkkring. Dat nam mijn angst wel deels weg, maar niet helemaal.

Als ik ga sporten, dan zal ik hier nog eens goed over na moeten denken. Deurtje met of zonder cape? Die keuzestress is nog lang niet verdwenen.

0 gedachten over “Keuzestress

  1. Mijn tip: Probeer yoga! Wordt vaak bij iemand thuis gegeven, je komt en gaat en werkt in je gemakkelijk zittende kleding, zonder te hoeven omkleden en werkt aan je lenigheid en houding. Alleen voor je conditie doet het weinig

    • Yoga, of iets in die richting zit wel in de planning. Ik zat vooral te denken aan Bodybalance. Dat wordt ook gegeven op een betaalbare (en schijnbaar goede) sportschool in de buurt.

Geef een reactie