Werk, Kinderen en Operatie

Vandaag drie blogjes voor de prijs van één. Boel gedachten die ik wil delen over werk, kinderen en dé operatie.

Werk
Vandaag was de dag van kerstavond, de laatste zaterdag voor de kerst. Traditioneel de drukste dag van het jaar. Traditie is ook dat we netjes gekleed gaan op het werk. Ik had daar niet zoveel zin in. Ik houd wel van kleedpartijtjes en outfits samenstellen. Maar niet als ik dat in jongetjesmodus moet doen. Ik droeg vandaag een wat ouder t-shirt, van de herenafdeling. Loszittend vormeloos ding. Voelde ik me zo niet comfortabel in. IK draag meestal stretchy aansluitende shirts als onderkleding. Dat voelt gewoon veel fijner, zowel fysiek op mijn huid als mentaal. Ik heb het er maar op gegooid dat het gros van mijn nette kleren nog in een verhuisdoos zit, wat overigens niet onwaar is. Heb gewoon een wat netter overhemd uit de kast getrokken en dat maar aangedaan. Mijn kleding van vandaag deed me in elk geval niet lekker in mijn vel voelen.

Ik merk dat mijn transitie steeds meer deel van mijn dagelijks leven aan het worden is. Dat voelt goed. Ik voel ook dat ik weer toe ben aan een volgende stap. Zeker nu ik tegenover een aantal collega’s al uit de kast ben. En ik er met eentje op mijn werk er vrij open over praat. Voor toehoorders die het nog niet weten moeten dat nogal merkwaardige gesprekken zijn.
Collega: “Ik had het er laatst eens over met Y, we kunnen wel eens gaan winkelen met zijn drieën. Als je dat leuk vindt tenminste.”
Ik: “Ja hoor, ik heb genoeg nodig. Een complete nieuwe garderobe bijvoorbeeld.”

Kinderen
Vorige week heb ik weer een bezoek gebracht aan mijn psychologe bij het VUmc, dit keer samen met mijn moeder. Omdat ze ook graag een belangrijke ander uit je leven willen spreken in het kader van de diagnose. Geen heel bijzondere dingen gehoord eigenlijk. Wel nog een gewetensvraag: Of ik sperma wil laten invriezen voor ik een behandeling in ga. Dan kan ik technisch gezien nog steeds zélf kinderen krijgen als ik dat later met een partner zou willen. Ik heb daar bijna twee weken over nagedacht. Ik twijfelde eerst, want ik ben heel erg vastbesloten geen kinderen te willen. Maar ik denk dat ik het toch gewoon ga doen. Ik heb er eigenlijk drie redenen voor om het wel te doen.

Ten eerste, nu wil ik geen kinderen. Maar ik weet niet hoe dat zich gaat ontwikkelen. Mijn haatgevoelens jegens kinderen zijn een beetje aan het afslijten. Ik heb zelfs de pasgeboren dochter van een vriendin vastgehouden en openlijk op internet een ‘Dotje’ genoemd. Sterker nog, ik zou het niet eens erg vinden om haar nog eens op schoot te hebben en de fles te geven. ZOMGWTBBQ!!! Dat ik ooit zoiets zou zeggen over kinderen. Het behandelingstraject wat ik inga zal mij binnen vrij korte tijd permanent onvruchtbaar maken, mocht ik dan alsnog van gedachten veranderen dan kan ik, met wat medische hulp, genetisch toch de ouder zijn.

Ten tweede, door die veranderingen in de wetgeving omtrent anoniem spermadonorschap is er een tekort aan donoren. Nu wil ik niet dat er zomaar even een wensmoeder met mijn genetisch materiaal geholpen kan worden. Maar als het, bijvoorbeeld, om een goede vriedin gaat die partnerloos is, of een lesbische relatie heeft. Dan zou ik daar best welwillend over zijn en haar daarin willen bijstaan. Wellicht als een soort tante op de zijlijn nog wat betrokken zijn bij haar kind.

Ten derde is het een politiek statement. De wetgeving verplicht nog steeds dat voor een verandering van je geslacht in het paspoort er een medische verklaring moet zijn van onvruchtbaarheid. Dat komt neer dat de testikels of eierstokken verwijderd dienen te worden door een arts. De wet voorziet niet in het idee dat je met vooraf ingevroren sperma technisch niet onvruchtbaar bent. Ik zou nog steeds kunnen zorgen voor nageslacht, ook al is het met hulp van een petrischaaltje en een laborant. Overigens, dat ik wat laat invriezen, betekent overigens niet dat ik het moet gebruiken. Het is er dan voor het geval dat.

Operatie
Nu ik wat comfortabeler ben met mijn huidige situatie kan ik ook beter denken over de toekomst. Een gedachte komt daarbij steeds terug. Dat ik die laatste definitieve geslachtsveranderende operatie toch maar wel moet doen. Voorheen vond ik dat niet zo belangrijk, en nog steeds vind ik de dingen die dagelijks zichtbaar zijn belangrijker. Mijn gezicht ziet iedereen, in mijn onderbroek kijkt bijna niemand. Maar toch: ik ben dan af van die vervelende testosteronfabriekjes. Dat betekent weer minder medicijnen, dus minder belasting van mijn lever. Het geeft minder moeite met kleding. En ik denk dat ik me dan ook weer beter in mijn lichaam thuis ga voelen als het daarbeneden is zoals het volgens mijn hersenen hoort te zijn. Ik heb dan wel geen afkeer van mijn penis, maar ik heb ook niet het gevoel dat het een integraal deel van mijn lichaam is. Niet zoals mijn neus of voeten bijvoorbeeld die horen er voor mijn gevoel gewoon wél bij.

Het is wel een hele zware operatie, met een flinke nasleep en veel nazorg. Niet iets om licht over te denken. Gelukkig heb ik nog wel eventjes. Vanaf het moment dat mijn diagnose officieel is en ik ‘groen licht’ krijg om met een behandeling te beginnen duurt het miniaal 2 jaar voor ik een chirurg ga zien.

Geef een reactie